Een nieuw blond idool

Zo'n twee jaar geleden werd Magnapop gespot op een muziekfestival te New York. De Amerikaanse band speelde in een achterafzaaltje voor een handjevol toeschouwers. Onder hen bevonden zich twee wild enthousiaste Amsterdamse popperazzi.

De een, John van Luyn, was ook nog eens programmeur van De Melkweg. Het lyrische verhaal dat het duo in het muziekblad Oor schreef, betekende de doorbraak van Magnapop in Nederland nog voordat de band een voet op de Hollandse klei had gezet. De eerste oversteek van Magnapop naar Nederland liet echter niet lang op zich wachten en de band bleek de hooggespannen verwachtingen uitstekend te kunnen hanteren. De gespierde punkrock met gekartelde rand, geperst in uitgekiende songs van zelden meer dan drie minuten, bleef twee jaar geleden tijdens het eerste, uitverkochte optreden in De Melkweg recht overeind, ondanks de minimale bezetting van een enkele gitaar, bas en drum - bij beginnende bands live doorgaans een voorteken van eentonigheid. Muzikaal leunde Magnapop zwaar op de riffs van gitariste Ruthie Morris. De overige drie bandleden gedroegen zich als wielrenners die voor het eerst een Alp beklimmen: met tomeloze energie en op een kwart van de rit al buiten adem. Dat grote enthousiasme is niet verwonderlijk: het succes van Magnapop in Nederland staat in schril contrast met de situatie elders. Afgelopen week vertelde zangeres Linda Hopper aan Het Parool dat de band in Amerika nog steeds voor datzelfde handjevol mensen speelt. De zonnige uitstraling van Hopper tijdens dat uitverkochte optreden in De Melkweg is daarmee afdoende verklaard.
Een half jaar geleden zag ik Magnapop opniew, nu in de grote tent van het Lowlandsfestival op de Flevohof. Het optreden was ronduit teleurstellend. Het geluid waaierde uit tot een vormloze brij, waar de ongeschoolde zangstem van Hopper met moeite bovenuit kwam. De charme van de band reikte niet verder dan de eerste tien rijen van het publiek. Het was al met al weinig hoopgevend voor de tweede cd, die diezelfde maand in Texas werd opgenomen. De tournee die Magnapop momenteel door Nederland maakt, staat in het teken van de release van die cd. In vergelijking met het naamloze, op een achternamiddag opgenomen debuut is Hot Boxing een stap vooruit. De mix van producer Bob Mould maakt het groepsgeluid transparant en kleurrijk, zonder dat de gedrevenheid die het debuut sympathiek kleurde, aan kracht verliest. Het songmateriaal is spits en afwisselend. De gitaarkraan die op de eersteling vrijwel continu geheel openstond, wordt op Hot Boxing beter gedoseerd. Er is zelfs ruimte voor een uitgesproken ingetogen nummer, niet voor niets met de titel ‘Idiot Song’. Talloze pareltjes prijken tussen de veertien drie-minutensongs. Daarvan is 'In the Way’ mij het liefst: een achteloos ingezette trashy song met stuwende bas en meelopende up-tempo drum. Wanneer halverwege eentonigheid dreigt, zorgt een meerstemmige temporisatie voor een perfecte wending. Alleen het tegenwoordig helaas op bijna elke cd onvermijdelijke toetje in de vorm van twee bonus-tracks misstaat: een live-versie van 'Pretty Awful’ en het akoestische 'Merry’. De zang van Linda Hopper klinkt zonder elektrische ondersteuning erg onzeker.
Problemen van andere aard deden zich voor tijdens het optreden van Magnapop vorige week in De Melkweg. Met een hand tegen haar oor gedrukt - om het heftige gitaargeluid naast haar te dempen - zocht Hopper bijna een half uur naar de juiste toonhoogte. De rest van de band leed daar zichtbaar onder. Toen ook nog eens een overenthousiaste stagediver de instelling van de baspedalen aan flarden trapte, dreigde een flop. Gelukkig hervond de band zichzelf in het tweede deel van het concert. De lach die ook in dat wrakkige begin niet van Hoppers gezicht week, werd almaar stralender. De mannelijke fans hebben na Blondie en Kim Wilde weer een nieuw blond idool. En ze wil nog in de stad van haar ontdekkers komen wonen ook.