Een nieuw proces voor mata hari

In juli 1917 kreeg de broer van Margaretha Geertruida Zelle een brief van het ministerie van Buitenlandse Zaken te Den Haag. Hij hoefde zich geen enkele zorgen te maken over het lot van zijn in Frankrijk vanwege vermeende spionage voor de Duitsers opgepakte zus, aldus het ministerie. Een onderhoud met de minister was dan ook niet nodig.

Op dat moment was de Friese Mata Hari, een exotische danseres op haar retour met een beklagenswaardige voorkeur voor minnaars in uniform, al ter dood veroordeeld. Drie maanden later volgde het vuurpeloton. ‘Mata Hari werd opgeofferd aan de neutraliteit van Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog’, zegt G. Koopmans, conservator van de Mata Hari-collectie in het Fries Museum in Leeuwarden. 'Ondanks de smeekbedes van de familie kneep men de neus dicht voor de enorme stank die van de Mata Hari-affaire afkwam. Men was neutraler dan neutraal.’ Met het recente vrijkomen van de documenten van de Britse geheime dienst MI5 over Mata Hari, is de heropening van haar rechtszaak weer een stukje dichterbij gekomen. De mening van Mata Hari-expert van het eerste uur Sam Waagenaar, auteur van onder meer Mata Hari, onschuldig vermoord, dat de mondaine Friezin het slachtoffer werd van een complot met propagandistische motieven, krijgt nu feitelijke ondersteuning. Onder leiding van de Franse jurist Lion Schirmann, auteur van de studie L'affaire Mata Hari: Enquète sur une machination, wordt er sinds 1991 zware druk uitgeoefend op de Franse regering. In 1996 werd Schirmann niet ontvankelijk verklaard in zijn poging het proces overnieuw te doen. Volgens Koopmans is er echter gerede kans dat de nieuwe Franse minister van Justitie wel ingaat op het verzoek, dit keer ingediend door het Fries Museum, dat zich, aldus Koopmans, 'toch een beetje erfgenaam voelt van Mata Hari’. Koopmans: 'Guigot staat bekend als een onafhankelijke, intelligente vrouw, en de kans is groot dat zij alleen al op grond van vrouwelijke solidariteit in Mata Hari een slachtoffer ziet in plaats van een spionne. Voor veel vrouwen is Mata Hari een soort feministische martelares, zoals Julie Wheelwright haar beschreef in haar boek De fatale minnares.’ Hoewel er dus schot zit in de zaak, heeft het Fries Museum van de Nederlandse regering nog steeds niets mogen vernemen. Koopmans: 'In een eerder stadium schreven we het ministerie van Justitie aan, toen nog onder Winnie Sorgdager. Die werd destijds gevraagd het verzoek tot heropening van de zaak door Schirmann te ondersteunen met een briefje aan haar Franse ambtgenoot. Maar ook daar hebben we nooit antwoord op gekregen.’