M.J. Brusseprijs: Afrikaners

Een nieuw soort woede

Hij ligt op de bank in een voorstad van Pretoria, journalist en schrijver Fred de Vries, en verveelt zich te pletter. Hoewel het hier anno 1992 spannende tijden zijn, kan hij, omringd door grasmaaiers en tuinsproeiers, de lusteloosheid maar niet van zich afzetten. Vooral ‘vroeg in de middag, als de hitte neerzeeg, dan sloeg de mistroostigheid toe’.

Fred de Vries, Afrikaners, € 19,95
e-book, € 15,99

Hij is hier alleen maar omdat zijn diplomatenvrouw een baan op de ambassade heeft gekregen. Daarvoor woonden ze in Kenia en Oeganda en hadden ze zwarte buren. Hier wordt hij uitgenodigd op de zondagmiddagbraai, de mannen rond de bak geblakerd vlees, blikje bier onder de oksel, kankerend op de kaffers. Wat hem uit zijn neerslachtigheid verlost, is de ontdekking van een Afrikaner subcultuur, het generatieconflict dat is uitgebroken tegenover het verkrampte conformisme van de Afrikaners. ‘Die stad is nie my eie nie, dis ’n nuwe tiepe anger’, zingt Koos Kombuis. Dit is mijn stad niet meer, er heerst een nieuw soort woede. De muziek van de ‘Alternatieve Afrikaners’ wordt voor Fred de Vries het vertrekpunt voor een fascinerende zoektocht naar de psyche van de blanke Afrikaner: Afrikaners: Een volk op drift.

Het meest verbitterd lijkt de generatie te zijn die nu tussen de 35 en 55 jaar oud is en die het vuile werk opknapte: de oorlogen in de grensgebieden en het neerslaan van de opstanden in de townships. De Vries staat uitvoerig stil bij het woedende pamflet dat journalist Chris Louw in 2000 schreef tegen Willem de Klerk, het intellectuele gezicht van de Nasionale Party. Die had de Afrikaners opgeroepen loyaal onderdeel te worden van het nieuwe Zuid-Afrika. ‘Huichelarij, leugens’, aldus Louw. ‘Jullie waren de eerste generatie Afrikaners die hun kinderen wegstuurden om voor jullie te gaan sterven.’ Decennialang hadden de apartheidsstrategen hun systeem verfijnd, de zwarten vernederd en raciale superioriteit gepropageerd, om vervolgens het land klakkeloos over te dragen aan het anc. ‘Eerst hebben jullie ons geknecht, en nu maken jullie ons machteloos’, schrijft Louw.

Daar zit de spiegelbeeldige pijn. Zwart Zuid-Afrika verloor de onderhandelingen om de economische macht maar won de politieke, bij de blanken is het precies andersom. En zonder politieke macht, wie beschermt dan onze eigen taal en instituties?

Tijdens de apartheid maakte Chris Louw vrijwel in z’n eentje een anti-apartheidsmaandblad in het Afrikaans, daar moest je wel lef voor hebben. En ja, ook hij was in zijn diensttijd naar de vuile oorlog aan de grens gestuurd. In 2009 schiet hij zich door zijn kop. Zag hij geen plaats voor zichzelf in het nieuwe Zuid-Afrika? Of was het die grensoorlog die hem achtervolgde? Het zijn de momenten in het boek dat Fred de Vries de lezer confronteert met een grote, verzwegen tragedie. Confronterend, omdat het immers altijd gaat over die andere, die zwarte tragedie.

De Vries graaft nog verder terug. Naar dat Afrikaner trauma dat nog daarachter ligt, onbereikbaar bijna. Want als je in Zuid-Afrika omkijkt, zie je apartheid, waar je vroeger, tot diep in de jaren zestig wat Nederland betreft, de Boerenoorlog zag, en de 28.000 Afrikaner vrouwen en kinderen die in de Britse concentratiekampen omkwamen. De Vries voert de Boerenoorlog ten tonele met de populaire song De La Rey (sal jy die Boere kom lei), een jaar of zes jaar geleden de grote hit in Zuid-Afrika. De clip is nog te zien op YouTube: de bloedende zanger brengt de meestamper ten gehore aan het Boerenfront, schietend op de Britten. Enorme controverse was het gevolg. Laaide hier het Afrikaner nationalisme weer op? En was het lied niet mede daarom zo populair omdat de anti-Britse tekst kon worden meegebruld vanuit anti-zwarte sentimenten? Zo van: wij Afrikaners tegen de rest?

Verwerking van het oude en opbouw van het nieuwe, het zijn gelijktijdige processen die volop in beweging zijn. Is er toekomst voor de blanke in Zuid-Afrika? De ondernemers die aan het woord komen lijken nog de meeste verwachtingen te koesteren, en zich het minst bedreigd te voelen in hun identiteit als Afrikaner. Maar onder aan de maatschappelijke ladder voelt het snel groeiende legioen arme blanken zich nauwelijks meer Afrikaner. ‘Het leven in de marge heeft alles, inclusief taal en cultuur, tot basaal niveau afgeschuurd’, schrijft De Vries in een van zijn vele treffende zinnen.

Voor schrijfster Antjie Krog die zich laat inspireren door ubuntu, een vage filosofie waarin je ‘mens wordt door de ander’, is de toekomstige Afrikaner een hybride blanke die met behoud van de eigen cultuur geruisloos opgaat in de zwarte maatschappij. Uitgever Dan Roodt vindt dat een vorm van ‘zelfverloochening’ van Krog en houdt ‘de ander’ zo ver mogelijk op afstand. In de toekomstvisie van schrijver Rian Malan rijdt de blanke overlever rond met een pistool ‘om iedere bullshitter, blank of zwart, mores te leren’, maar spreekt wel vloeiend Zoeloe. En dan zijn er nog de nieuwe Voortrekkers: de artsen, advocaten, schrijvers en ingenieurs, gevlucht voor de misdaad en de eenpartijstaat (zo’n 1 miljoen blanken, sinds ’94). De Vries achtervolgt ze tot in Australië; je denkt: oef, als die allemaal waren gebleven en hadden meegeholpen aan de opbouw van het land…

Al deze nieuwe archetypes lijken mij een aannemelijk vervolg op wat in de ziel van de Afrikaner altijd al aanwezig was. Met zijn belangrijke boek toont Fred de Vries aan hoe actueel de vraag nog altijd is: de Afrikaner, kracht of zwakte van Zuid-Afrika?

Fred de vries

Afrikaners:

Een volk op drift

Nijgh Van

Ditmar, 364 blz., € 19,95