Hoofdcommentaar

Een nieuwe aanval op de middenklasse

Terwijl Nederlanders zich volgens Intomart vier keer meer zorgen maken over hondse omgangsvormen en materiële ongelijkheid dan over allochtonen – inmiddels ook bevestigd door het Sociaal en Cultureel Plan bureau – wil Brussel de laatste tradities van het vaderland ontmantelen. Dat Europa in een kwade reuk staat, interesseert de EU geen fluit. Anderhalve maand ná de verpletterende nederlaag van CDA, VVD, PvdA, GroenLinks en D66 bij het grondwetreferendum van 1 juni heeft het Nederlandse lid van de Europese Commissie het mes getrokken. Op 17 juli stuurde eurocommissaris Kroes van Mededinging een brief aan minister Dekker van Volkshuisvesting die de bijl zet aan een hoeksteen van Nederland: de rol van de woningbouwcorporaties in de volkshuisvesting.

De corporaties zijn net zo geworteld in de geschiedenis als het bijzonder onderwijs, dat zich mag verheugen in een grondwettelijke verankering die het CDA met man en macht verdedigt, of de omroepzuilen, die dit kabinet nu wil revitaliseren. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden de eerste opgericht. Verzuiling. Namen als Patrimonium (prot. chr.), De Dageraad (soc.-dem.) of Sint Huppeldepup (rk) gaven daarvan blijk. Sinds de woningwet van het liberale kabinet-Pierson (1897-1901) – ook verantwoordelijk voor leerplicht-, ongevallen- en kinderwet – kunnen ze aanspraak maken op een of andere vorm van staatssteun. Het heeft geleid tot prachtige én lugubere wijken, tot sociale wereldwonderen én halve getto’s.

Brussel is niet geïnteresseerd in deze geschiedenis. De woningbouwcorporaties maken zich schuldig aan oneerlijke concurrentie door huizen te verhuren aan burgers die te veel verdienen, aldus Kroes. De commercie wordt daardoor benadeeld, omdat de corpo raties hun huizen kunnen bouwen en onderhouden dankzij al dan niet verkapte overheidssubsidies.

De brief komt niet uit de lucht vallen. Eerder dit jaar heeft de commissie al een concrete kwestie aan de orde gesteld. De bouw van de wijk Vathorst in Amersfoort was in 1997 ten onrechte aan de corporaties gegund omdat er geen openbare aanbesteding aan vooraf was gegaan en commerciële partijen dus het nakijken hadden. Kroes borduurt daarop voort. Staatssteun is op zich oorbaar. Maar omdat corporaties niet louter aan de onderste klassen verhuren, deugt het systeem in haar markt conforme ogen niet. De corporaties kunnen goedkoper bouwen dankzij fiscale privileges (geen btw of vennootschapsbelasting), staatsgaranties die lucratievere leningen mogelijk maken en verkapte subsidies van lagere over heden die voor de grond geen marktprijzen berekenen. De tekst van het schrijven van Kroes is geheim – omineus, het gaat immers niet om een particulier bedrijf maar om openbaar overheidsbeleid – maar de hoofdlijn wordt door ingewijden op het departement bevestigd.

Logisch geredeneerd heeft Kroes een punt. Sterker, haar dreigement is de straf voor een van de grootste omwentelingen in het naoorlogse Nederland die het derde kabinet-Lubbers van CDA en PvdA voor zijn rekening heeft genomen. Voordien kregen de corporaties directe subsidies en leningen van de staat. Door de «bru teringsoperatie» van 1994 kregen de corporaties het hele vastgoed in de schoot geworpen. Hun leningen werden kwijtgescholden, maar op subsidies hoefden ze niet meer te rekenen. Ze moesten «hun eigen broek ophouden». Een hybride constructie. «Een typisch voorbeeld van op twee gedachten hinken. Enerzijds wilden we de corporaties binnen de publieke sfeer houden – ze werden immers niet aangemeld bij de beurs – maar we gingen anderzijds hun functioneren wel privatiseren», aldus Melkert acht jaar later in De Groene Amsterdammer. Gecombineerd met de teruglopende bouwproductie en de vastgoedhausse heeft dit geleid tot «scheefwonen». In zestig procent van de 2,5 miljoen sociale woningen huizen mensen die eigenlijk te veel verdienen maar niet weg kunnen of willen.

Politiek treft Kroes ook een open zenuw. De quasi-privatisering heeft het slechtste in de mens opgeroepen. De directeuren en commissarissen van de corporaties gingen buitengaats. Sommigen waagden met een deel van de kas een gokje op de beurs. De salarissen werden marktconform. En een toezichthouder als oud-staatssecretaris Tommel ging er een paar plezierige inkomens bijklussen. Dit kleine en grote bier heeft het blazoen van de corporaties geen goed gedaan, te meer daar ze zo verliefd zijn op slopen en bouwen dat de conservatieve belangen van de bewoners soms worden geofferd voor hun progressieve vaart der volkeren.

Maar de provocatie van Kroes gaat verder. Ze wil een heldere definitie, een definitie die erop uitdraait dat de corporaties voortaan alleen nog zaken mogen doen met de sociale onderkant, anders gezegd de bijna drie miljoen huishoudens die een beroep kunnen doen op huursubsidie. Paradoxaal genoeg hoeft dat niet te leiden tot nieuwe asociale wijken. De sociale woningbouw is namelijk té goed, niet omdat corporaties aan caritas doen maar omdat kwaliteit hun vermogenspositie bevordert. Het is veel erger. De middenklasse wordt bedreigd. Woningen bouwen met een huur tussen zeshonderd en negenhonderd euro is voor de commerciële sector niet aantrekkelijk. Als Kroes haar zin krijgt, doemt het beeld op van een middenklasse die stiekem verpaupert omdat ze is overgeleverd aan de tucht van de markt en buiten alle sociale arrangementen valt.

De parallel met het nieuwe zorgstelsel dringt zich op. Ook dat wordt per 1 januari ergens halverwege het private domein geparkeerd. De verzekeraars bepalen dan inhoud en prijs. De staat probeert de pijn wat te verzachten: onder meer via een extra zorgtoeslag naar analogie van de huursubsidie. Maar wat gebeurt er als een buitenlandse verzekeraar in Brussel gaat klagen over oneerlijke concurrentie? Dan zal Kroes of haar opvolger een vergelijkbare brief moeten schrijven aan de nazaten van Hoogervorst, die dan op hun beurt worden gestraft voor een hybride constructie waarmee het publieke domein zich heeft gecastreerd.

Voor paranoïde geesten zijn dit gouden tijden. De grijstinten van Nederland worden successievelijk weggepoetst. De liberale revolutie laat zich niet meer stuiten. Tussen zwart en wit, tussen markt en staat, gaapt straks een zwart gat: een gat waarin de middenklasse verdwijnt. Je hoeft geen voorkennis te hebben om te voorspellen dat verbittering het stembureau over een jaar of wat zal overspoelen.