Een nieuwe herfst

Voor de literatuur is het najaar van oudsher het hoogseizoen. Ook deze herfst is het aanbod van nieuwe boeken weer indrukwekkend. Van langverwachte dichtbundels tot debuutromans – de liefhebber verkneukelt zich bij het vooruitzicht van een nieuw literair najaar. De vaste medewerkers van de boekenbijlage van De Groene Amsterdammer, Dichters & Denkers, staan nog heviger te popelen dan anderen. Waar zij vooral naar uitkijken, vertellen ze op de volgende pagina’s.

Geharnaste doch nimmer vervelende anticommunist

Naar enkele boeken die de komende tijd uitgebracht worden ben ik beslist nieuwsgierig. Bijvoorbeeld naar Ronald Havenaars Eb en vloed: Europa en Amerika van de twintigste naar de eenentwintigste eeuw (Van Oorschot), of naar Jona Lenderings Vergeten erfenis, over de Oosterse wortels van onze westerse cultuur (Athenaeum-Polak & Van Gennep), of naar de biografie die Jolanda Withuis schreef over verzetsheld Pim Boellaard, die ook een belangrijke rol speelde in haar prachtige boek Na het kamp (De Bezige Bij).
Maar het meest zie ik toch uit naar een publicatie waarvan ik het grootste deel al vele jaren ken: de eerste twee delen van het Verzameld werk van Karel van het Reve (Van Oorschot, december). Het gaat hierbij niet om het simpelweg herdrukken van Van het Reve’s boeken en bundels, maar om een ‘kritische leeseditie’ die vermoedelijk zeven delen dundruk zal beslaan.
Deel 1, over de jaren 1932-1957, bevat allerlei jeugdwerk, zoals zijn doctoraalscriptie en artikelen voor De vrije Katheder, zijn dissertatie uit 1954, maar ook het autobiografische geschrift dat hij tijdens de oorlog schreef, en waaruit Ger Verrips in zijn biografie van Van het Reve reeds uitvoerig had geciteerd. En die citaten maakten toen al bijzonder nieuwsgierig. In deel 2, 1957-1968, worden zijn romans Twee minuten stilte en Nacht op de kale berg herdrukt, evenals de bundel Rusland voor beginners en Siberisch dagboek plus tal van verspreide artikelen uit deze periode. Ook zijn Parool-correspondentschap in Moskou, toen hij intensief contact had met dissidenten, komt in dit deel aan bod.
Tot eind jaren tachtig schreef de geharnaste doch nimmer vervelende anticommunist voor een klein publiek, maar na de val van de Muur was het ineens bon ton om hem instemmend te citeren. Dat wordt tegenwoordig ook veelvuldig gedaan door lieden die in hun rabiate moslimhaat blijk geven van hetzelfde geborneerde fanatisme dat Van het Reve altijd bestreden heeft. Het zou mooi zijn wanneer hij straks weer écht gelezen gaat worden, maar de ervaring leert dat dit soort verzamelde werken vaker averechts werken. En toch wil ik die delen graag hebben.
ROB HARTMANS
…………………………..

Jij kan het Jan!
Ook na tien jaar recensies schrijven hoop ik altijd op het boek dat me op scherp zet, me betovert, me voor zich inneemt, me lastigvalt, me eindelijk mijn kop laat houden, me dwars zit en me op straat laat zingen. Het moet een mooi boek zijn, daar wil ik het niet meer over hebben, mooi en onbegrijpelijk. Gemeen mag ook. Geschreven door jonge hond, oude vos, dikke trut, warhoofd, nitwit, kunstkop of zenuwpees. Met de mentaliteit van een kind dat de tegels op de stoep telt. Angsthazen aller landen verenigt u, kom op met dat boek!
Ik zet mijn geld voorlopig nog niet in op Godverdomse dagen op een godverdomse wereldbol van Dimitri Verhulst. De titel schreeuwt te hard, staat nu al te pronken, is nu al vergeefs van vermoeiend meegeleef met de verdrukten. Hoepel op met de verdrukten en je gratis meebeleven, een mooi boek wil ik. Ik wacht op de nieuwe Diederik Samwel: Suriname in het hart ( Nijgh & Van Ditmar). Ooit las ik zijn Blootvoeters en beschuitgras (2002) over voetbal in Suriname, prachtig boek, geestig en verlangend. Laat zien waar je bent, Diederik. En het nieuwe boek van Lieve Joris, De hoogvlaktes (Augustus). Wat is het toch met Joris dat ik haar altijd trouw blijf? Het uur van de rebellen (2007), over de opkomst van onderwijzer en later rebellengeneraal Assani: Congo in mijn ziel gebrand. Fluister het in mijn oor. En Wanda Reisel met haar nieuwe: Die zomer (Querido). Laat me alle hoeken van de kamer zien, peper het me in Wanda, geef me schrijfles. Maak me gek, bijt (spreek uit: biet) me in de billen, zeiden we in Leeuwarden als de verwachtingen tot grote hoogten stegen. En Suez van Jan Siebelink. Eindelijk het boek over leraren dat Bint (1935) en De buitenvrouw (1995) links en rechts passeert? Jij kan het Jan, laat me zingen!
KEES ’T HART
………………………………………

De herfst is wel een goede tijd

Nu het toch niet nazomeren wil, heb ik de rosé op het balkon vast verruild voor de thee op de bank. De rugleuning is vrijgemaakt voor de stapels bundels die daar straks weer op komen te liggen. Het wordt een volle herfst waarin ons onder meer een nieuwe canon wordt gepresenteerd: die van de Europese poëzie, met vijfhonderd gedichten die volgens samenstellers Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries iedereen gelezen moet hebben. Benieuwd of die pretentie waargemaakt gaat worden. Zou J.A. dèr Mouw er bijvoorbeeld in staan? Zo niet, dan is dat onterecht, maar gelukkig niet onoverkomelijk, want bij Van Oorschot verschijnt een ruime keuze uit zijn werk: Je bent de wolken en je bent de hei, gemaakt door Marjoleine de Vos.
Waar ik me op verheug is De deugende cirkel, van oud-Buddingh’-genomineerde Saskia de Jong en fotografe Sanne Peper. Het is eigenlijk voor kinderen, dit boek, maar dat maakt het alleen maar meer intrigerend. Zou dat talige kronkelbrein van Saskia de Jong ook (of misschien wel juist) voor kinderen werken?
Welkom heet de nieuwe bundel van Willem Jan Otten. Na essays, toneelstukken en de met de Libris-prijs bekroonde roman Specht en zoon, eindelijk weer poëzie. Ottens laatste dichtbundel verscheen alweer een jaar of vijf geleden. De herfst is wel een goede tijd voor deze denkende, muzikale gedichten. Of romancier Marcel Möring zich na zijn poëziedebuut Reinigingsadvies ook dichter kan noemen, we wachten het af, evenals het debuut van oud-Libris-genomineerde Elvis Peeters.
Er verschijnt veel, een nieuwe bundel van Alfred Schaffer, van Hans Tentije (met foto’s van Peter Bes).
Als straks de herfststormen zijn losgebroken en ik mij op de bank heb verschanst met de najaarsoogst houd ik een speciale plaats vrij voor Toen ik dit zag, nieuwe gedichten van Rutger Kopland, eind dit jaar te verschijnen. Ik mag toch hopen dat ook Kopland met ten minste één gedicht in die canon staat.
JANITA MONNA
…………………………..

Kwaliteit in kwantiteit

Zouttong (Querido) is de stroom zeewater die onder in het zoetwater ligt na het schutten door een zeesluis. Het wordt de negende bundel van B. Zwaal, die prachtig debuteerde met Fiere miniature (1984). Zijn bundels bleven nadien binnen hetzelfde register maar op niveau.
Hans Groenewegen schrijft fraai over zijn tijdgenoten, dat wil zeggen dat hij in zijn analyses de poëzie heel laat. Zijn eigen gedichten zijn klassieker van toon, maar oorspronkelijk en intrigerend. Het geeft de indruk dat hij die gedichten met rietstengel in de mond schrijft onder de overvloed van zijn essayistiek. Zuurstofschuld (Wereldbibliotheek) is de titel van zijn nieuwe bundel.
Nachoem M. Wijnberg bouwt aan een ongekend oeuvre waarvan het geheim is dat het telkens kernachtiger wordt. Zeldzaam, hoe een dichter kwaliteit vindt in kwantiteit. In Het leven van (Contact) gaat hij over de rand van de regel: gedichten die te lang zijn voor de bladspiegel, zonder dat we van prozagedichten kunnen spreken.
De gedichten van Hans Tentije zijn geheel en al uit beeld opgetrokken. Daarom verbaast het dat hij voor In de tussentijd (De Harmonie) gedichten bij foto’s van Peter Bes schreef. Gaan die elkaar illustreren, overstemmen of ontlopen?
Kooi (De Bezige Bij) is de kernachtige titel van de zesde bundel van Alfred Schaffer, een dichter die heel wat lezers won voor een poëzie die alles behalve voor de hand ligt.
Nieuwe bundels van H.C. ten Berge (Hollandse sermoenen, Atlas), Anneke Claus (Dat was dat, Passage), Erik Jan Harmens (Gospels en psalmen, Nijgh & Van Ditmar), Rozalie Hirs (Geluksbrenger, Querido) en Willem Jan Otten (Welkom, Van Oorschot).
Opvallend weinig debuten dit najaar, behalve Uitzien met D (De Bezige Bij) van Mischa Andriessen. Ook lezen: Transparante tranen. Klassieke Chinese liefdespoëzie (Atlas) vertaald door W.L. Idema en Het lijf in slijk geplant: Gedichten uit de Eerste Wereldoorlog (Manteau), bijeengebracht door Geert Buelens.
ERIK LINDNER
………………………………………

In gevecht

Er staat heel wat te gebeuren op Nederlands literair gebied komend najaar: nieuwe romans van Grunberg, Reisel, Siebelink, Gerritsen (Esther), Brusselmans, De Loo, Kessels… Voor begin 2009 worden romans aangekondigd van Wieringa, Benali… Lieve help, wie heeft er eigenlijk niet iets nieuws op stapel staan? Voor degene die uit professioneel oogpunt de Nederlandse literatuur eerlijk en scherp wil volgen, voor mij dus, is het de grote kunst nieuwsgierig en een beetje onbevangen te blijven. Maar in plaats van makkelijker lijkt het soms wel moeilijker te worden om over iemand te schrijven van wie je al het nodige hebt besproken. Naar het werk van al degenen die ik net noemde, kijk ik min of meer uit. Dit klinkt niet bijster enthousiast, maar ik neem mijn werk dan ook heel ernstig. Persoonlijk verheug ik me op de nieuwe roman van Kees ’t Hart, De keizer en de astroloog (oktober, Querido). Dat ga ik gewoon fijn lezen zonder dat ik erover hoef te schrijven, want in De Groene bespreken we elkaars boeken niet. Ook kijk ik uit naar de heruitgaven van een aantal romans van Margaret Atwood (oktober, Prometheus), zo’n schrijfster die ik al m’n hele leven lees en graag herlees, en die bovendien lekker ver weg woont. Waar ik ook oprecht benieuwd naar ben, is de nieuwe roman van Herman Koch, Het diner (januari, Anthos). Ik hou van zijn stijl en zijn gevecht met de ironie. En op wat kortere termijn kijk ik uit naar Contrapunt van Anna Enquist, die zo haar eigen gevecht levert (oktober, De Arbeiderspers).
MARJA PRUIS
………………………………………

Op zoek naar liefde

Wie de Amerikaanse literatuur van één jaar wil bijhouden heeft aan negen kattenlevens en slapeloosheid niet genoeg. Wat betreft het nieuwe seizoen (uitgeverijterm) zijn er een paar opvallende gebeurtenissen. De Bezige Bij herdrukt in oktober een reeks romans van Saul Bellow, onder andere zijn meesterwerk Herzog uit 1964. ‘Als ik gek ben, dan vind ik het best, dacht Moses Herzog.’ Meteen vanaf die openingszin zit de lezer klem in de malende kop van ‘slachtoffer’ Herzog. Hij kan meegaan of stoppen, maar Bellow blijft verleiden. Andere herdrukken: The Adventures of Augie March en Humboldt’s Gift.
Bij de Bij – die schrijvers als Michel Faber en Toni Morrison van andere uitgevers heeft afgesnoept – komt ook het debuut uit van Charles Bock: Mooie kinderen. In die grote roman speelt Las Vegas de rol van stad vol valsheid en schijn. Het plotje draait om de verdwijning van een twaalfjarig jongetje en een vriendje. Of Bock van zijn eersteling een stadsroman of een familieroman maakt is de vraag.
Bij De Arbeiderspers komt weer een roman van Marilynne Robinson uit: Thuis (februari 2009). Andermaal speelt het stadje Gilead een rol. Een dochter keert terug naar haar vader, om hem te verzorgen. De confrontatie met de verloren zoon en enfant terrible Jack loopt uit op een verhaal vol schuld en boete.
Maar de roman die mij het meest nieuwsgierig maakt is Een daad van barmhartigheid (november) van Nobelprijswinnares Toni Morrison. Het verhaal speelt zich af in de tweede helft van de zeventiende eeuw, als de slavernij eraan komt. De Nederlandse avonturier Jakob heeft een bedrijf in Noord-Amerika, een van zijn ‘slaven’ is Florens, een dochter die door haar moeder is verkocht. Morrisons vorige roman heette heel eenvoudig Liefde (en een van haar beste boeken was Beloved). Ook deze keer draait het om liefde en haat. De afgewezen dochter Florens blijft op zoek naar liefde en probeert de wanhoopsdaad van haar moeder te begrijpen. Ongetwijfeld heeft Morrison voor haar vertelling een ingenieuze en effectieve vorm bedacht.
GRAA BOOMSMA
……………………………………….

De afwas is al gedaan

Moby-Dick, or, The Whale van Herman Melville is een walvis van een boek. Dit seizoen wordt het heruitgegeven. Het boek is dik, een monument van ruim achthonderd bladzijdes in mijn Engelse versie, lange zinnen, statige woorden, eindeloze passages over mannen onder elkaar, over God, vergelding en over de visserij in het algemeen. Als ik het boek vanuit mijn zolderkamer de straat op zou slingeren, zou ik een passerende fietser voorgoed de ziektewet in kunnen helpen. Het gevoel wanneer je het begint te lezen zal niet anders zijn dan wanneer je aan tafel schuift en een potvis geserveerd krijgt; je kunt dan wel ontzettende honger hebben, je weet heus wel dat je het niet allemaal op gaat krijgen.
Ik ga bij zo’n boek altijd heel erg in de kantlijnen zitten schrijven en strepen en doedeltjes maken, uitroeptekens zetten – mocht iemand ooit het boek uit mijn kast halen, dan ziet hij dat ik het echt gelezen heb.
Natuurlijk verheug ik me ook op onbekende boeken: de nieuwe Tommy Wieringa, Arnon Grunberg, Philip Roth, het zal wel weer prima zijn – komt de vertaling van Jonathan Littells Les bienveillantes nu eindelijk eens? Maar wat heerlijk is het om tussen alle nieuwe titels ineens een baksteen van een boek te zien liggen dat je al gelezen hebt. Moby-Dick, 624 bladzijdes in de nieuwe vertaling van Barber van de Pol (Atheneum-Polak & Van Gennep). Alsof je thuis komt en de afwas is al voor je gedaan. Het hoeft niet meer!
JOOST DE VRIES
…………………………………….

Zonder paard, maar mét kleren

De jeugd leest niet, of nauwelijks. De concurrentie van internet en computerspelletjes is groot. Dus als ze al een boek pakt, moet het makkelijk en toegankelijk zijn: een snel te consumeren kant-en-klare papiermaaltijd met weinig letters.
Dat verklaart misschien waarom er ieder nieuw boekenseizoen steeds meer en te veel van hetzelfde verschijnt. Noem ze de ‘Hoe-Overleef-Ik-boeken’ over vriendinnen en hun amoureuze en identiteitsperikelen. De Mijn-Paard-en-Ik-boeken in en rond de manege. En – ieder najaar terugkerend – de Sinterklaas-met-of-zonder-boeken: zonder baard, met koekjesmonsters, zonder paard, met kleren, maar zonder mijter…
Gelukkig zijn er tussen al die overspannen meisjes, paarden- en Sinterklaasverhalen ook titels om naar uit te kijken.
Deze herfst een aantal hervertelde klassiekers: een prentenboek naar Andersens Het geheim van de keel van de nachtegaal (De Eenhoorn), met poëtische tekst van de Vlaamse postmodernist Peter Verhelst en – vermoedelijk – betoverende kleurenillustraties van de Vlaamse illustratorgrootmeester Carll Cneut. Een nieuwe uitgave van Tijl Uilenspiegel (Standaard Uitgeverij/Manteau) van Henri van Daele met interpreterende illustraties van die andere Vlaamse grootmeester Klaas Verplancke. En van Nederlandse bodem Mee met Aeneas (Querido) van Imme Dros, die als geen ander verhalen uit de Oudheid weet te bewerken tot levendige nieuwe vertellingen en ongetwijfeld ook Vergilius’ Aeneas zal doen herleven.
Voor echt ‘nieuw’ moet, helaas, worden teruggevallen op buitenlanders. Twee afkomstig uit Australië: De aankomst (Querido) van Shaun Tan, een, speciaal voor de visueel ingestelde jeugd, tekstloze geëngageerde ‘graphic novel’ over het wereldwijde migratieprobleem, en Elfenkind (Clavis), het levens- en liefdesverhaal van een oude vrouw aan een mysterieuze jongeman, van de met de Astrid Lindgren Memorial Award bekroonde Sonya Hartnett, die met haar rauwe en meedogenloze adolescentenroman Valstrik indruk maakte.
Tot slot, van Zweedse hand De vriend van de vriendin van de moeder van Maja (Van Goor): een vertaalde bundel novellen – nogal uitzonderlijk binnen de jeugdboekenproductie – van de geprezen taalkunstenares Katerina Kieri. Alleen de cover is al veelbelovend. Wel met veel letters. Maar de nieuwsgierigheid prikkelend.
MIRJAM NOORDUIJN

…………………………………….

Fictielezers hebben ook rechten

Ik zou alleen werk van Dode Schrijvers moeten lezen, denk ik wel eens. Dan zou ik als ik een mooi boek had gelezen meteen kunnen doorpakken en zonder dralen het gehele oeuvre van de schrijver tot mij kunnen nemen. Nooit meer hoeven smachten naar een nieuw boek of me zorgelijk afvragen of er nog wel iets komt van deze of gene bewonderde auteur. Weten waar ik aan toe ben. Hoe aantrekkelijk dit plan ook klinkt, het komt er nooit van. Blijkbaar heb ik toch ook de behoefte om te lezen wat er nu geschreven wordt, door mensen die net als ik nu ergens in de wereld leven en daarover iets te zeggen hebben.
Daarom moet ik regelmatig geduld oefenen en hoopvol blijven, soms jarenlang. Neem nou Zoë Heller. Haar Kroniek van een schandaal (2003!) vond ik meesterlijk en daarna wilde ik meteen meer lezen van deze schrijfster. Helaas was er niet veel meer. Heller woonde in New York, had een kind en kreeg er nog een, deed wat promotie-interviews naar aanleiding van de verfilming van Notes on a Scandal, schreef zo nu en dan een column. Ik vond het allemaal best, maar kom op, Zoë: fictielezers hebben ook rechten. Gelukkig: deze herfst verschijnt The Believers, een roman die schijnt te gaan over een familie in crisis. Gaan de meeste boeken daar niet over? Ik kijk er toch naar uit (verschijnt eind september bij Penguin en in november als De idealisten bij Archipel).
Ook ben ik benieuwd naar de nieuwe roman van Tim Parks, die de liefhebbers van zijn werk gelukkig keurig om het jaar met een nieuw werkje bedient (dit jaar heet het Dromen over zeeën en rivieren, De Arbeiderspers, begin november) en naar Het verhaal van een huwelijk van Andrew Sean Greer, een roman over een stel dat naar eigen zeggen ‘in de verkeerde tijd is geboren’ (begin september bij Anthos). En aangezien ik Kerst leuk vind, staat Nigella Lawsons nieuwe kookboek dat geheel aan de culinaire viering van dit feest gewijd zal zijn hoog op mijn verlanglijstje. Misschien verheug ik me daar stiekem nog wel het meest op (Nigella’s Kerstmis verschijnt in oktober bij Contact. Het origineel, Nigella Christmas, verschijnt gelijktijdig bij Chatto).
LIDDIE AUSTIN
Herinneringen
The New York Times publiceerde enige jaren geleden al fragmenten uit de dagboeken van Susan Sontag en liet zo een onvermoede, hunkerende kant zien van de ongenaakbare intellectuele. Dit najaar verschijnt Reborn: Journals & Notebooks 1947-1963 (Farrar Straus and Giroux, december, en even later als Herboren bij De Bezige Bij), teksten die Sontag schreef vanaf haar puberteit tot en met haar intrede in de wereld van de New Yorkse artistieke avant-garde. Het is altijd fascinerend om zicht te krijgen op de incubatietijd van een grote geest, en in het geval van de gereserveerde Sontag helemaal. Ik verheug me er vooral op om de dagboeken te lezen naast de herinneringen die haar zoon David Rieff vastlegde over haar laatste jaar, Zwemmen in de zee des doods (Bezige Bij, september).
Ik kijk ook uit naar Joke Smit: biografie van een feministe (Atlas, september) van Marja Vuijsje. Het is eigenlijk verwonderlijk dat het zo lang heeft geduurd tot die biografie van de aanstichtster van de Tweede Feministische Golf er was – Joke Smit overleed in 1981, toen ze pas 48 jaar oud was. Maar nu kunnen we eindelijk lezen wie de vrouw was achter ‘Het onbehagen bij de vrouw’.
Een heel bijzonder boek wordt ongetwijfeld Zwaluwziek (Bezige Bij, september) van Anthony Mertens, oud-criticus van dit blad. In 2004 werd hij getroffen door een herseninfarct. Hij kon niet meer praten, niet meer lopen, moest zich alles wat vanzelfsprekend was opnieuw eigen maken. Ik ken hem als een scherp observator en als iemand die de zelfironie niet schuwt, dus het verslag van zijn herstel is vast behalve pijnlijk en ontroerend ook luchthartig.
Tot slot is het geweldig dat uitgeverij Van Oorschot het verzameld werk van Karel van het Reve gaat uitgeven. In december verschijnt het eerste deel, met jeugdwerk, Sovjet-annexatie der klassieken en autobiografische stukken. Met niet eerder gebundeld werk en annotaties.
XANDRA SCHUTTE
………………………………………

Handboek voor de liefde

Bent u de volmaakte geliefde? Hebt u een spectaculair seksleven? Zwermen potentiële partners zoemend van verlangen om u heen? Liefde schijnt het vermogen te hebben het leven der betrokkenen in een paradijs te doen verkeren, maar ik ben er nooit goed in geworden. Misschien is mijn conversatie slaapverwekkend, wellicht ontbreekt het me aan erotische souplesse, in elk geval maakt alles wat aantrekkelijk is zich uit de voeten zodra ik ten tonele verschijn. Valt daar iets aan te doen? Gezien het aantal liefdeshandleidingen dat de wereldliteratuur heeft voortgebracht ben ik niet de enige minnaar die snakt naar instructie.
In Plato’s Symposion wordt de erotiek voorgesteld als de aangewezen route naar spirituele verlichting. Dat is niet helemaal wat ik bedoel. De Ars amatoria van Ovidius is een leerdicht met tips voor de overspelige minnaar, maar het is te duidelijk een parodie om het au sérieux te kunnen nemen. In de twaalfde eeuw schreef de kerkelijke functionaris Andreas Capellanus De amore, een curieus traktaat dat vaak is opgevat als hét handboek voor de Hoofse Liefde. De minnaar wordt geacht zijn aanbedene onvoorwaardelijk te dienen en heroïsche daden voor haar te verrichten, maar wanneer hij na jarenlange beproevingen het bed met haar deelt, is het niet de bedoeling de zuiverheid van de verbintenis te bezoedelen. Bij zuivere liefde ligt men weliswaar naakt bij elkaar, maar er wordt niet geneukt. Helaas spreekt het boek zichzelf op essentiële punten tegen en neemt menige mediëvist tegenwoordig aan dat de auteur het allemaal ironisch heeft bedoeld.
Maar in november verschijnt er een complete, door Herman Tieken direct uit het Sanskriet vertaalde editie van de vermaarde Kamasoetra (Athenaeum-Polak & Van Gennep), een aan een zekere Vatsyayana toegeschreven handboek over erotiek uit de derde eeuw. Het werk gaat met wetenschappelijke precisie in op partnerkeuze, manieren om je aantrekkingskracht te verhogen, versiertrucs en seksuele technieken. Ik kijk er reikhalzend naar uit.
PIET GERBRANDY