FILM

Een nieuwe Hitchcock

Mother

Wie verslingerd raakt aan het werk van een nieuwe regisseur wil vervolgens alles van hem of haar zien. Ik heb dat de laatste jaren met twee Amerikanen, Zack Snyder (Watchmen) en J.J. Abrams (Lost en Star Trek). Maar ook met de Zuid-Koreaan Bong Joon-ho die sinds 2005 twee films maakte die misschien wel tot de tien beste van het nieuwe millennium kunnen worden gerekend: Memories of Murder en The Host. De vraag rijst hoe sommige regisseurs erin slagen als het ware een directe lijn naar het publiek te openen, zodat je reikhalzend uitziet naar het volgende werk, zoals in het geval van Bong Joon-ho’s thriller Mother.
Deze nieuwe film is puur en simpel meesterlijk, een werk van grote schoonheid waarin de eerste beelden je de adem benemen en vervolgens als een fotonegatief langzaam tot ontwikkeling komen in een labyrintisch verhaal van verborgen betekenis. En: de laatste pakweg dertig seconden zijn, zonder iets weg te geven, een van de mooiste sequenties die ik ooit in enige film heb gezien. Maakt dat Bong Joon-ho tot een Godard of Hitchcock of Ford of Welles? Misschien wel.
In het verhaal is Kim Hye-ja een moeder van middelbare leeftijd die obsessief zorgt voor haar zoon Yoon Joon-do (Bin Won), die gehandicapt lijkt, maar dat misschien niet helemaal is. Joon-do doet niet veel behalve wat aanrommelen met een vriend, Jin-tae (Goo Jin). Na een avond flink te hebben doorgezakt achtervolgt Joon-do een meisje door de donkere straten van het stadje. De volgende ochtend wordt zij dood aangetroffen, haar lichaam op afschuwelijke, perverse wijze hangend aan een dakgoot in het centrum. Joon-do is meteen à la Hitchcock een wrong man, een verkeerde verdachte, of niet?
De artistieke kwaliteit van Mother is evident in elke beeldovergang, camerabeweging of plotwending; de keuzes van de regisseur staan consequent in dienst van de psychologische betekenis van verhaal en personage. Niets wordt verteld, alles wordt gesuggereerd. Prachtig.
De wisseling van toon, van komedie of zelfs slapstick naar hartverscheurende tragedie, is in deze film nog beter en brutaler dan in Bong Joon-ho’s The Host, een monsterfilm, maar ook een familiedrama. Op soortgelijke wijze is Mother een thriller of horrorfilm, maar dan wel met een hilarische scène waarin Joon-do en zijn vriend Jin-tae een stelletje rijken op een golfbaan op de hielen zitten en vervolgens proberen af te tuigen.
Mother illustreert dat Zuid-Koreaanse regisseurs slim spelen met genreconventies. Neem ook het werk van Park Chan-wooks of het magistrale The Chaser (2008) van de debutant Na Hong-jin. Zo is er inmiddels wel degelijk sprake van een nationale cinema in Zuid-Korea met diversiteit als kernbegrip waardoor serieuze concurrentie met Hollywood een feit is.
Dat heeft consequenties. In zijn bespreking van Mother hekelt recensent Roger Ebert van The Chicago Sun Times het feit dat de meeste Amerikanen nog nooit een Zuid-Koreaanse film hebben gezien en dat ‘waarschijnlijk ook nooit zullen doen’. Nog een teken aan de wand is volgens hem de aankondiging van Disney voortaan alleen maar 'event movies’ te zullen maken, wat neerkomt op films 'zonder geloofwaardige personages’. Vandaar dat 'artistieke films’ zoals die van Bong Joon-ho moeten worden gekoesterd. Maar Eberts gedachtegang suggereert ook een ontwikkeling waarin 'publieksfilms’ op een andere manier dienen te worden besproken dan 'kleine, artistieke films’. Een misvatting. Immers, geen grotere event movie dan The Host. De verdienste van Bong Joon-ho is nu juist dat het verschil tussen 'publieksfilm’ en 'film’ bij hem verdwijnt. Terecht. Wie maakt nou een film zonder te willen dat er een publiek voor is?

Te zien vanaf 24 juni