RUSLAND VERSUS HET WESTEN  

Een nieuwe Koude Oorlog?

Sinds de Georgië-crisis is de animositeit tussen Rusland en het Westen opnieuw opgeleefd. Menigeen vreest voor een nieuwe Koude Oorlog. ‘Hopelijk vallen de Europeanen nu de schellen van de ogen.’

ALS HET KREMLIN spindoctors in dienst heeft die het Westen willen overtuigen van boze Russische intenties hadden zij het niet beter kunnen plannen. Terwijl wereldwijd werd teruggekeken op de Praagse Lente rolden Russische tanks voor het eerst sinds bijna dertig jaar een ander land binnen. Net als in 1968 keken de Verenigde Staten roerloos toe hoe de partij die op hen rekende werd getuchtigd. En net als in 1968 is de grote vraag nu wat dit alles zal betekenen voor de toekomst.
Weinig termen zijn de afgelopen twintig jaar zozeer versleten geraakt als ‘Koude Oorlog’. In beschouwingen en analyses bleek het een dankbare metafoor voor de kleinste rimpelingen in internationale betrekkingen of de banaalste botsingen tussen ego’s. Zeker wat de relaties tussen Rusland en het Westen betreft was de link snel gelegd. Van tenniswedstrijden tot verhogingen van de gasprijs: de ‘nieuwe Koude Oorlog’ lag altijd op de loer. Maar afgelopen maand was het anders.
De Koude Oorlog was mede zo gevaarlijk vanwege de crisisdynamiek die door de onbenulligste aanleidingen in gang kon worden gezet. Een zet van de tegenstander moest altijd snel worden beantwoord, liefst met iets dat de zaak verder liet escaleren. Voor het eerst sinds de Koude Oorlog zette de strijd in Georgië zo’n dynamiek in gang. Het begon met de Georgische inval in Zuid-Ossetië, waarna Rusland ver Georgië in trok. De VS vroegen, en kregen, direct toegang tot de luchtverdedigingsradars van Oekraïne, de Russen trokken zich vervolgens niet terug. De VS tekenden daarop een verdrag voor de aanleg van een raketschild met Polen, Rusland erkende Abchazië en Zuid-Ossetië als staten. De G7 veroordeelde Rusland, en prompt beschuldigde Poetin de VS ervan de oorlog te hebben uitgelokt om McCains kansen te verhogen in de Amerikaanse verkiezingen. Dit alles binnen drie weken.
Hiermee is een discussie urgent geworden die de afgelopen jaren heeft rondgezongen in het circuit van buitenlandexperts en denktanks. Die discussie draait om de vraag of het Westen en Rusland bevriend kunnen blijven nu Poetin de gevallen reus weer overeind heeft gekregen. Volgens ‘haviken’ is een nieuwe confrontatie onvermijdelijk en moeten westerse landen zich daar zo snel mogelijk op voorbereiden. Volgens ‘duiven’ kan Rusland een prima rol spelen in het internationale systeem, als het maar in zijn waarde wordt gelaten, en brengt oud vijanddenken een nieuwe, onnodige confrontatie naderbij.
In beide partijen trekken twijfelachtige vleugelspelers de meeste aandacht. In het eerste kamp zijn dat de Amerikaanse neocons, die bij elk internationaal wissewasje keiharde actie eisen met de tot op de draad versleten historische vergelijking van ‘München 1938’ als rechtvaardiging. Aan de andere zijde bevinden zich onder meer door Russische energiereuzen ingelijfde ex-politici uit West-Europa, die zich met een dik roebelsalaris weer melden in het publieke debat thuis – het archetype is de voormalige bondskanselier en nu Gazprom-ambassadeur Gerhard Schröder. In augustus voerden beide kampen hun verplichte nummers uit.
Maar voorbij de grote monden is het debat tussen beleidsmakers en experts opvallend angstvallig. Voor westerse regeringen vormt de te kiezen koers ten opzichte van Moskou een enorm dilemma. Verkeerde keuzes kunnen grote gevolgen hebben en het moment voor keuzes lijkt nabij. ‘Elke week telt nu’, zegt Edward Lucas, ex-bureauchef van The Economist in Moskou en schrijver van De nieuwe Koude Oorlog: Hoe het Kremlin Rusland en de wereld bedreigt, in een telefonisch interview. ‘Binnen een jaar zullen we moeten reageren op een Russische inval in een van de Baltische landen of op de Krim. Het valt even makkelijk te voorspellen als de Russische inval in Georgië, maar de Navo heeft geen enkel noodplan klaar. En dus stevenen we af op een Baltische versie van de Berlijnse luchtbrug. De Russen hebben zeshonderd miljard dollar op de bank, ze zien dat het Westen blaft maar niet bijt en ze staan te popelen om ons terug te pakken.’

Eerst de aanloop naar de huidige situatie. Tien jaar geleden zat Rusland op het dieptepunt van de vernedering waar de val van de Sovjet-Unie op uitgelopen was. Het enorme, eeuwenoude Russische rijk nam in Russische ogen een centrale plaats in de wereldgeschiedenis in, en de rappe ontbinding was voor velen een bitter verlies. Daarop volgde de door Amerikaanse adviseurs aanbevolen economische ‘shocktherapie’, die voor gewone Russen een diepe val in levensstandaard betekende. Het werd nog erger toen president Jeltsin eerst een brute oorlog begon (en verloor) in Tsjetsjenië en vervolgens alles van economische waarde verpatste aan oligarchen in ruil voor politieke steun. Toen de wereldprijzen voor grondstoffen in elkaar zakten, zakte het kaartenhuis van de Russische economie in 1998 mee. De houding van westerse regeringen in deze jaren veroorzaakte diepe wrok bij veel Russen: op economisch gebied lieten ze Rusland aan zijn lot over, terwijl ze Hongarije, Polen en Tsjechië bij de Navo trokken, de Russische bondgenoot Servië bombardeerden en Moskou de les lazen over Tsjetsjenië.
In 2000 nam Vladimir Poetin het presidentschap van Jeltsin over. Dat gebeurde onder gunstig gesternte, want de grondstofprijzen stegen hard. Poetins entourage bediende zich royaal van het binnenstromende geld, maar Poetin gebruikte het ook om de Russische schulden af te betalen, lonen weer stipt uit te keren, publieke voorzieningen te herstellen en de legerbudgetten op te pompen. Maar tegelijkertijd werden burgerrechten uitgehold, onafhankelijke media weggedrukt of erger, oligarchen met geweld onder controle gebracht, verkiezingen tot schijnvertoningen gemaakt en een ongemakkelijke herinneringen oproepende persoonlijkheidscultus rond Poetin gecreëerd.
De nasleep van 11 september 2001 werd beslissend voor de toekomst. Poetin bood de Verenigde Staten militaire bases aan in de Russische achtertuin rond Afghanistan en volledige militaire samenwerking in de ‘oorlog tegen terrorisme’, zolang de VS de oorlog in Tsjetsjenië daar dan ook onder zouden scharen. De bases nam de regering-Bush graag in gebruik, maar verder behandelde ze Rusland met dezelfde neerbuigendheid en desinteresse die ook elders zo veel kwaad bloed zetten. Ook zette de Amerikaanse regering openlijk anti-Russische initiatieven door: de plannen voor een raketschild in Midden-Europa, het steunen van de Oranje Revolutie in Oekraïne in 2004 en de toetreding van de Baltische landen en nog vier voormalige Warschaupact-landen tot de Navo. Poetin reageerde met nucleaire dreigementen in de richting van Europa, de constatering dat ‘een nieuwe wapenwedloop’ begonnen was, een lompe en agressieve buitenlandse politiek en nu de buitenproportionele actie in Georgië.

Over al deze feiten bestaat geen verschil van mening in het Rusland-debat. De grote vragen betreffen wie in de eerste plaats schuld heeft aan de heropleving van de oude rivaliteit, of er nog ideologie in het spel is of dat het puur en alleen om macht en geld gaat, of het Westen überhaupt wel andere opties heeft dan Rusland ter wille te zijn, of we moeten spreken van een ‘nieuwe Koude Oorlog’ en ten slotte hoe de weinig subtiele Russische intocht in de Europese economie en energievoorziening in het plaatje past.
De duidelijkste stellingname komt van Edward Lucas. Verontrustend aan Lucas’ positie is hoe hij een enorme kennis van Rusland koppelt aan sombere conclusies. ‘De nieuwe Koude Oorlog begon al in de jaren negentig, toen ex-KGB’ers als Poetin terugkwamen aan de macht’, zegt hij. ‘Zij hebben de Russische machtspositie zorgvuldig opgebouwd en dresseren West-Europese regeringen nu als schoothondjes. Er wordt schaamteloos omgekocht: grote politici en zakenmensen die baantjes krijgen in Rusland, regeringen die toegang krijgen tot de Russische markt als ze naar Moskou’s pijpen dansen, BP en Shell die openlijk en illegaal uit Rusland worden gewerkt omdat Groot-Brittannië te brutaal is, Frankrijk dat te horen krijgt dat Total en Renault miljardenwinsten mogen komen maken als Parijs zwijgt over Tsjetsjenië. Rusland probeert af te dwingen dat heel Europa zich schikt, omdat dat veel winst oplevert en dwarsliggen veel pijn veroorzaakt.’
Lucas voelt zich een roepende in de woestijn met zijn waarschuwingen tegen de uitbreiding van bedrijven als Gazprom in Europa: ‘We blijven maar doen alsof dit bedrijven zijn die niets met politiek te maken hebben, terwijl iedereen weet dat ze onder controle staan van de staat. Reken maar dat hun penetratie in West-Europa politieke gevolgen gaat hebben. Weer andere Russische bedrijven corrumperen onze economie met hun maffiageld, dat we maar legaal verklaren omdat het zulke makkelijke winsten zijn.’
Het meest windt Edward Lucas zich op over het lot dat hij voor Ruslands buurlanden beschoren ziet: ‘In het Westen wordt niet erkend hoe groot de Russische frustratie over de afgelopen twintig jaar is en hoezeer Moskou gebrand is op restauratie van zijn kracht. Rusland heeft zijn ogen op een paar buurlanden gericht, en Georgië is nog maar het begin. Toen Georgië en Oekraïne niet werden toegelaten tot de Navo, op de top van april van dit jaar, begreep Rusland dat het in Georgië zijn gang kon gaan. De volgende op de lijst zijn de Krim in Oekraïne en de Baltische staten. Rusland zal wel een aanleiding vinden in minderheden die moeten worden beschermd of iets dergelijks. Maar het gaat hoe dan ook gebeuren. De Navo-landen hebben de verkeerde signalen aan Rusland gegeven: dat ze niet bereid zijn om Georgië en Oekraïne te verdedigen, en waarschijnlijk de Baltische landen ook niet.’

Uiteraard zien niet alle Rusland-experts de zaken zo somber in. Ruslands belang is immers ook om de relaties stabiel te houden met Europa, de beste klant en de parkeerplaats van veel Russisch geld. Bovendien hamert dit kamp erop dat er weinig andere reële opties zijn dan de samenwerking voortzetten. Maar het belangrijkste punt van dit kamp is dat de voornaamste kenmerken van de Koude Oorlog afwezig zijn – geen ideologisch conflict, geen dreigende derde wereldoorlog, geen parallel economisch en politiek systeem. Met andere woorden: Rusland is een land dat een grotere rol opeist in de wereld en dat naar onze smaak te agressief doet, maar dat niet als bedreiging voor onze manier van leven moet worden opgeklopt.
Het botte Russische optreden in Georgië wijst echter in de andere richting. Vrijwel alle grote West-Europese kranten zetten Rusland afgelopen week weg als een cynische en onbetrouwbare partner en pleitten ervoor de Russische rol in Europese zaken kleiner te maken. Maar hoewel West-Europese regeringen daar bepaald geen aanstalten toe maken, hoopt Lucas dat ‘Georgië’ een keerpunt kan zijn: ‘Ik voelde me de afgelopen jaren vaak als Cassandra. Hopelijk vallen de Europeanen nu de schellen van de ogen.’