H.J.A. Hofland

Een nieuwe krant

In alle richtingen van de LPF (en volgens mijn informanten ook bij de aanhang) is men het in de partij in elk geval over één ding eens. De media geven op een of andere manier een vertekend beeld van de nieuwe werkelijkheid. Of het nu de werkelijkheid is van de fractie, of die van het zittend bestuur, of het aanstaand bestuur, of het gedachtegoed van Pim, Peter, Mat, Ferry, wie dan ook — het komt verkeerd in de krant, en op de televisie. Naar de inzichten van de LPF en zijn sympathisanten is er gedemoniseerd, wordt er gedemoniseerd, zal er gedemoniseerd worden, veroorloven de journalisten zich kwetsende vergelijkingen, liegen ze alsof het gedrukt staat, gaan ze zich te buiten aan gluiperige laster.

Wij van de gevestigde media kunnen dat ontkennen zo veel we willen, maar we blijven verdacht; De Telegraaf zo goed als Het Parool en NRC Handelsblad, Vrij Nederland niet minder dan Barend & Van Dorp en Nova, oud en nieuw. Is er kans op verbetering? Voor zover ik de oude media ken: nee.

Ze zijn niet in staat het gedachtegoed en de daden van de LPF op zo’n manier in de publiciteit te brengen dat de LPF zich daarin herkent.

Er is maar één conclusie: de LPF moet een eigen krant hebben. Een weekblad of een dagblad, dat is op het ogenblik van minder belang. Eerst het regelmatig verschijnend bedrukt papier, dan komt de rest vanzelf. Ik meen dat ernstig, en ik heb er mijn argumenten voor.

In een ver verleden waren er partijkranten. De CPN had De Waarheid, de PvdA Het Vrije Volk, De Tijd was van de KVP en de Volkskrant van de KAB.

Nog meer. Het Handelsblad sprak de taal van de VVD en de NRC deed alsof ze dat niet deed. De Telegraaf was een partij apart. Toen werd ook Nederland geraakt door de eerste golf van welvaart en depolitisering. Steeds meer socialisten wilden niet meer lezen dat Drees altijd gelijk had, liberalen niet meer dat Oud idem, katholieken dat Romme, idem idem. Het Vrije Volk, eens de grootste krant van Nederland, werd opgeheven, De Tijd ook. De minirevolutie raasde door het dagbladwezen. Dat is de eerste fase van de grote verandering in de media.

De tweede fase is begonnen omstreeks 1990. Het hele Westen werd getroffen door de tweede golf van welvaart en depolitisering. De politiek hoefde de samenleving niet meer te maken. Als het zaakje redelijk gemanaged werd, zouden de burgers, in hun mondigheid geïndividualiseerd, hun eigen samenleving maken. De media volgden de geest van de tijd, gingen meer aan sport en lifestyle doen, om de gunst van het volk niet te verliezen. De managende politiek capituleerde in zijn openbaar optreden voor de laatste eisen van de lifestyle. Nu is gebleken dat dit een fatale vergissing is.

Het volk heeft zich, na jaren, plotseling gerepolitiseerd. De LPF is bezig daarvoor een vorm te zoeken. Dat vergt tijd.

De LPF is niet een partij als de andere. De LPF is een beweging, zoals Pim heeft gezegd, met revolutionaire beginselen. Natuurlijk proberen haar vertegenwoordigers te infiltreren in de gevestigde orde, om te beginnen met parlementaire middelen haar radicalisme te verwezenlijken. De gevestigde media verlenen de vertegenwoordigers toegang, niet graag, maar volgens de regels. De LPF verwerpt die regels; niet formeel natuurlijk, wel materieel. In werkelijkheid willen de denkers van de LPF geen toegang tot de media volgens de oude mores. Die hebben ze ruimschoots. Ze willen een vorm van toegang waardoor ze media naar hun hand zetten. Dat is de kern van Pims gedachtegoed en dat van zijn kameraden van het eerste uur; het gedachtegoed zoals het is opgeschreven in De puinhopen en Biefstuk, sla van Peter Langendam.

Dat gaat niet. De enige oplossing is de eigen krant. Iedere beweging heeft een eigen krant. Daarin schrijven de journalisten van de beweging onverbloemd op wat er binnen en buiten de beweging gebeurt. Op die manier krijgt het publiek het objectieve beeld dat de gevestigde media desperaat zouden proberen te vertekenen. Talent en kennis zijn in huis (Hoogendijk, Langendam, Spong). Als alle LPF-kiezers ook lezers worden, is een levensvatbare oplage verzekerd. Over de beschikbaarheid van het aanvangs kapitaal kan ik niet oordelen. Maar iets zegt me dat ik me daar niet ongerust over hoef te maken. Waag die sprong. De tijd vraagt erom.

Maak een krant! Ik zal hem lezen.