Een nieuwe muur om jeruzalem

Nederzetting op Jebel Abu Ghneim of woonwijk Har Homa? De terminologie van Israels geplande expansie in Oost-Jeruzalem laat voor minder partijdige posities weinig ruimte. Gezien de positie waarin hoofdrolspelers Netanyahu en Arafat zich gemanoeuvreerd hebben, is de vraag niet meer of Har Homa wel of niet gebouwd zal worden, maar wanneer de bulldozers komen. En niet òf de Palestijnse reactie tot bloedvergieten zal leiden, maar tot hoeveel bloedvergieten ze zal leiden.

De twee leiders staan tussen twee vuren. Netanyahu kan niet niet bouwen; Arafat kan niet niet reageren. Netanyahu brengt het toch al gekneusde vredesproces verder in gevaar door aan de gevoeligste van alle permanente-statuskwesties - Jeruzalem - te tornen, maar als hij de kolonisatie in en om Jeruzalem niet overtuigend ter hand neemt, komt zijn rechtervleugel in opstand en heeft hij geen regering meer. Uitbreiding in Jeruzalem is het symbool voor Israels wil om verdere afkalving van de bezette gebieden een halt toe te roepen, en wat rest definitief in te lijven.
Tijdens het door Rabin en Peres geleide vredesproces is het aantal joodse kolonisten met een kwart toegenomen; Bibi kan daarbij niet achterblijven. Voor de rechterhelft van het electoraat, aan wie hij zijn verkiezingsoverwinning dankt, is hij toch al de weifelaar die eigenlijk Peres’ program uitvoert. Bovendien kan de nieuwe wijk - nog een geesteskind van Rabin - steunen op een brede nationale consensus: ‘Waarom zouden we niet in onze eigen hoofdstad mogen bouwen?’ Daar de Arbeidspartij het dogma van Jeruzalem als 'eeuwige ondeelbare hoofdstad van het joodse volk’ niet durft te tarten en er reële woningnood heerst, valt van links weinig tegenstand te verwachten.
Arafat zit al evenzeer klem. Har Homa maakt niet alleen de ring van uitsluitend joodse nieuwbouw in Oost-Jeruzalem sluitend, de wijk snijdt ook de laatste smalle verbinding door tussen de Palestijnen op de Westoever en die in de geoormerkte 'hoofdstad van de Palestijnse staat’. Har Homa maakt zo de verwezenlijking van de Palestijnse droom voorgoed onmogelijk. Arafat heeft sinds zijn behendig spel bij de Tunnelrellen in september 1996 zijn greep versterkt. Maar laat hij Israels expansie over zijn kant gaan, dan komt zijn geloofwaardigheid bij eigen volk opnieuw in het geding. Het is zonneklaar dat vreedzame Palestijnse protestdemonstraties niet het minste gewicht in de schaal zullen leggen. Maar als er geweld uitbreekt, kan gemakkelijk een onbeheersbare neerwaartse spiraal ontstaan, waardoor Arafat zelf buitenspel wordt gezet. Veel Israeli’s geloven dat als het toch tot een explosie moet komen, die maar beter zo spoedig mogelijk kan plaatsvinden. Voor Bibi zou een nationale noodtoestand ook goed uitkomen, om het Bar-On-corruptieschandaal even van de voorpagina’s te verbannen…
Netanyahu is dus de gevangene geworden van zijn eigen beloften. Maar hoe rijp is het Palestijnse volk voor een nieuwe intifada? Arafat zal Bibi met een geloofwaardige uitbarsting moeten chanteren, zonder dat die er echt van komt. De mislukte Gaza-conferentie en de moord op de Israelische schoolmeisjes door een Jordaanse soldaat hebben zijn taak niet eenvoudiger gemaakt.