Opheffer

Een nieuwe negentiende eeuw

De negentiende eeuw. Dat zegt ons iets. We weten iets over de opvattingen uit die tijd. Als we zeggen dat iemand nog opvattingen heeft uit de negentiende eeuw, dan weten we ongeveer wat we daarmee bedoelen. We kunnen het opzoeken. Daaraan gekoppeld zitten overigens literatuur, schilderkunst, muziek. We kunnen de negentiende eeuw uitpluizen, thematiseren, categoriseren. We kunnen stellen dat iemand een typische negentiende-eeuwer is.

Maar hadden Marokko, Ghana, Iran et cetera ook een negentiende eeuw? Hadden ze bijvoorbeeld ook een De Sade, een man die zich verzette tegen de christelijke moraal en de seksualiteit uitbundig vierde, wat mensen als Freud, Foucault, Beauvoir, Reve, Hermans enorm heeft beïnvloed? Bestaat er een Marokkaanse Oscar Wilde?

Van de islamitische negentiende eeuw weet ik eigenlijk niets. En het lijkt me ook niet interessant, terwijl ik het wel interessant wil vinden. Ik kan me bijna niet voorstellen dat wanneer er «iets» was geweest — uitvinders, grote denkers, schrijvers — dat we dat niet hadden geweten. Snoeck Hourgonje had ons dat toch verteld, denk ik. Maar misschien zit ik ernaast.

Ik kom erop omdat ik dit schrijf aan het strand. Op een laptop. Het is koud weer. Het is druk bij Schoorl. Ik schat dat ik naar zo’n vijfhonderd mensen kijk die heen en weer lopen. Sommigen met honden, veel hebben een kind bij zich. Er wordt gebald, er worden stokken weggegooid, er wordt ook gevliegerd. Het zou een mooi beeld van Nederland kunnen zijn. Maar wat valt op: ik zie niet één allochtoon. Echt, niet één. Mijn medewandelaar ook niet. We letten erop. Soms zien we iemand met een kleurtje, maar dat zijn dan Indische mensen.

Ik weet niet waarom, maar ik heb een idee dat de negentiende eeuw daarmee te maken heeft, al kan ik niet precies zeggen wat. Misschien komt het doordat ik daarnet naar het museum ben geweest. Veel negentiende eeuw gezien. En niet één allochtoon. In dat museum, bedoel ik. Wél drie negers. Die spraken Engels.

In Amsterdam wonen nu meer dan 170 nationaliteiten. Ofschoon die nationaliteiten veel aandacht krijgen, weet ik toch niets van ze af. Ik heb ook geen zin om te weten hoe ze leven, werken, wonen, denken, doen. Reageer ik negentiende-eeuws? Ik wil het best weten als ik die kennis aangeboden zou krijgen, zonder er iets voor te doen, maar ik denk dat ik het mij ook wel kan voorstellen.

Maar als ik er toevallig op let, zie ik die 170 nationaliteiten eigenlijk niet vertegenwoordigd. Twaalf procent van de inkomsten van Amsterdam komt van de Chinezen, die trouwens niet als minderheid worden erkend. Maar er zit geen Chinees in de Amsterdamse gemeenteraad.

Kan het me schelen dat er geen Chinees in de Amsterdamse raad zit? Nee, ze mogen erin. Blijkbaar willen ze zelf niet. Maar toch is het vreemd.

Ik kijk om me heen en voel een nieuwe negentiende eeuw op me afkomen, terwijl ik niet goed kan zeggen waarom. Maar het lijkt wel of ik minder mag dan, pakweg, twintig jaar geleden. Ik moet op mijn woorden passen, de seksuele norm is aan het veranderen. Ik denk soms dat ik terug in de tijd loop. Dat we weer tegen het modernisme zijn.

Gisteravond passeerde ik de achterkant van het Centraal Station in Amsterdam. Ik liep. Ik zag allemaal travestieten en jongenshoeren. Sommigen hielden zich op in auto’s. Er zaten allochtonen onder. Ik dacht op dat moment: ik wil morgen een strandwandeling maken. Ik wil kijken of ik iets kan bedenken om de negentiende eeuw tegen te houden. Dat is niet gelukt.