Een nieuwe punktijd

Dichters zijn onbenaderbaar geworden en het literaire wereldje versterkt dat slechts. Maar Louis Behre, organisator van het Crossing Border Festival, zet ze weer tastbaar op de planken. En inderdaad: zijn publiek gaat na afloop ‘snel naar huis om een boek te schrijven’.
IN HET THEATER aan het Spui in Den Haag vindt van 14 tot en met 17 september voor de derde keer in successie het Crossing Border Festival plaats. In korte tijd is deze vierdaagse van literaire underground en muzikale avant-garde uitgegroeid tot het grootste en interessantste festival van Nederland. Organisator is de Hagenaar Louis Behre, die vertelt hoe het allemaal begon.

Behre: ‘Een paar jaar geleden had ik een boekwinkeltje in Amsterdam, in een keldertje. Ik verkocht zelden een boek, maar het souterrain werd al gauw een ontmoetingsplaats voor schrijvers, meer een cafe dan een winkel. Er kwamen mensen als Hubert Selby, Allen Ginsberg, Simon Vinkenoog, noem maar op. Eind 1991, begin 1992 organiseerde ik zes literaire zondagmiddagen in cafe Het Kremlin. Dat werd een waanzinnig succes. Daarna deed ik het Zuiderstrand Festival, dat ook erg goed ging. Crossing Border, voor het eerst in 1993, was min of meer een logisch vervolg op wat ik in het klein al langer deed.’
Heb je een literaire achtergrond?
'Ik heb duizendeneen dingen gedaan. Maar wat ik vooral deed, en nog steeds doe, is veel lezen.’
Was die liefde voor de literatuur voldoende reden om aan zo'n festival te beginnen?
'Nee. Toen ik begon heerste bij veel mensen een enorme onvrede over de stand van zaken. Niet alleen in de literatuur zelf maar ook wat festivals en dergelijke betrof was het een tijd van verstarring. Je had Poetry International en dat was het. Wie iets wilde organiseren kwam zowel bij de uitgevers als bij de overheid meestal niet verder dan de receptioniste. Omdat ik allerlei plannen had, bleef er maar een ding over: het zelf doen. Zelf geld vinden, zelf organiseren, en, het belangrijkste, zelf de publiciteit regelen. Want alles zat muurvast. Om te beginnen bij het ministerie van OCW, wat vroeger WVC was. Dat heeft Poetry International tien jaar lang met verschrikkelijk veel geld gesteund. Daardoor kreeg Poetry een geweldige machtspositie. Het gevolg was dat ze lui werden, geen ideeen meer hadden en in herhaling vielen. Tien jaar lang hebben ze de verjonging tegengehouden, niet eens zozeer Poetry zelf als wel OCW. Dat kwam ook doordat de gemeente Rotterdam een ijzersterke lobby had bij het ministerie. Men gooide er elk jaar rustig honderdduizend gulden subsidie extra bij, zonder dat de buitenwereld daar iets over hoorde. Je kunt het Poetry niet eens kwalijk nemen, maar je kunt wel de overheid concurrentievervalsing verwijten. In de Raad voor de Kunst, die oordeelt over andere festivals, zit onder anderen Hans van der Waarsenburg. Die man is nota bene met handen en voeten aan Poetry International gebonden. Elk literair festival, dus ook het mijne, wordt daardoor wat financien betreft extra kritisch bekeken. Dat kan natuurlijk niet.
Ook bij de uitgeverijen zie je een dergelijke verstarring. Er zijn er drie die in de gaten hebben wat er allemaal speelt. Dat zijn Meulenhoff, Nijgh & Van Ditmar en De Bezige Bij. De rest gedraagt zich als kleine middenstanders. Ze zijn niet geinteresseerd in wat er vandaag aan de hand is en zien niet in dat ze op de langere termijn een investering dubbel en dwars zullen terugverdienen. Dat is de grootste remmende factor voor vernieuwing. Zelfs bij het ministerie van OCW zijn ze op een goede manier aan het veranderen, maar het ergste struikelblok zit nog steeds bij dat soort uitgevers.’
'DE MEDIA, dat is al net zoiets. Als je als jonge schrijver je lezers- en potentiele koperspubliek wilt bereiken, heb je meer aan een recensie in Oor, Blvd, Wave, Web of Wired dan aan een bespreking in Vrij Nederland. Die Republiek der Letteren wordt alleen gelezen door een kleine incrowd. Alles is er ouderwets aan, tot en met de lay- out. Ze moesten die redactie eens verjongen. Die mensen houden de boel alleen maar op. Voor de jongste generatie is zo'n blad in ieder geval niet belangrijk. Zeker niet voor de verkoop van je boeken. Vraag maar aan de uitgevers. Tijdschriften die over meer dan literatuur gaan, worden belangrijker. Zo is het ook bij de kunstenaars. Je bent niet alleen maar dit of alleen maar dat. Als je geen schrijver kunt worden, dan word je toch wat anders? Dan ga je video’s maken, of je gooit je boek op het Internet. Dat gebeurt nu constant. Er komen veel nieuwe bladen bij, veel initiatieven. Het is echt een beetje een nieuwe punktijd.’
Past Crossing Border daarin?
'Ik denk het wel. Ik heb steeds de bedoeling gehad om de literaire wereld op een positieve manier te laten zien dat ze niet goed in elkaar zat. Dat het anders moest. Ik ben het allemaal gewoon zelf gaan doen. En ik trek me daarbij zo weinig mogelijk aan van het establishment. Ik nodig natuurlijk wel een paar grote namen uit, maar vooral een heleboel minder bekende talenten. Bij de nieuwste generatie schrijvers gebeuren toch de interessante dingen.’
Vandaar ook het jonge karakter van het festival?
'Crossing Border is vernieuwend en jong. Dat wil niet zeggen dat geen enkele deelnemer oud is, maar het is een jong festival waar veel energie van uitgaat. Waar ook veel jonge mensen naartoe komen.’
Daar zullen die studiegroepjes en commissies blij mee zijn, die zich al zo lang afvragen hoe de jeugd weer geinteresseerd kan raken in literatuur.
'De meeste leden van zulke clubs hebben nog nooit een jongerencentrum van binnen gezien. Die zijn sinds de oorlog niet meer naar buiten geweest. En dat moet dan de jeugd aanzetten tot lezen…’
Slaag je daar met een festival wel in?
'Het zou aanmatigend zijn als ik zei dat Crossing Border de jeugd weer aan het lezen krijgt. Maar ik merk dagelijks dat jongeren weer het idee hebben dat als ze een gedicht schrijven, ze daar zo mee kunnen optreden. Niet dat dat waar is, maar ze hebben dat gevoel. Zo was het toch ook met voetballen? Toen voetballers nog gewoon langsliepen als ze het veld op kwamen, zodat je ze kon aanraken, toen had je als jong pikkie nog het idee: Dat kan ik ook. Ik ga thuis oefenen en dan lukt het. Nu komen de spelers via een achteringang het veld op, waar het publiek ver vanaf zit. Het zijn allemaal miljonairs, geen jongens met wie je kunt praten. En de kids denken dus niet meer, dat kan ik ook. Ik vind het fantastisch dat die jongeren, als ze op het Crossing Border Festival zijn geweest, snel naar huis gaan om een boek te gaan schrijven.’
DAT HET FESTIVAL een breed publiek trekt, bewijst het volgende. Ik werd op een dag gebeld door een jongen die kaartjes wilde reserveren voor de avond met Henry Rollins. Daarna vroeg hij of hij Rollins na zijn optreden even zou mogen spreken, alstublieft. Ik deed een beetje afhoudend, maar hij drong aan. Er was iets dringends dat hij en zijn vrienden hem wilden vragen. Het was echt heel belangrijk: “Ja, meneer Behre, we willen vragen of Henry Rollins met ons meegaat op kerstbomenjacht. Als we hem d'rbij hebben, dan zijn we het sterkst van iedereen.” Bloedserieus was-ie.’
Met de ouderen heb je dit jaar iets minder geluk, geloof ik?
'W. F. Hermans zou komen. Die overleed. En Stephen Spender, min of meer als eregast. Die stierf ook.’
Wat kun je zeggen over het programma van dit jaar?
'Dat het in de eerste plaats een geheel is. Waarin Naima El Bezaz, een piepjong talent, naast David Leavitt staat. Wat me ook erg veel deugd doet, is de enorme diversiteit aan jonge Marokkaanse en Turkse auteurs. Ze staan door het hele programma, ik presenteer ze bewust niet als groep.’
De pers haalt ze echter erg naar voren.
'Kijk, ik wil elk jaar nieuwe schrijvers in mijn festival hebben, of ze nou allochtoon zijn of niet. En iedereen, oud of jong, beroemd of onbekend, heeft dezelfde plaats. Maar de media focussen inderdaad heel erg op die jonge Marokkanen en Turken, en schrijven bijvoorbeeld niet over Nino V, eveneens een jong talent. Ik vraag me af of die belangstelling ook zo groot zou zijn als ze niet allochtoon waren.
Natuurlijk is het geweldig dat die aandacht er is. Maar men moet toch een keer gaan inzien dat het juist niet bijzonder is dat er zoveel verschillende mensen op een festival optreden. Zo lang er nog speciale aandacht besteed wordt aan het optreden van jonge Marokkaanse of Turkse dichters, zijn we nog ver verwijderd van gelijkheid en onderling respect. Ik wil alle schrijvers gewoon verspreid over alle zalen. Geen onderscheid maken tussen allochtoon of autochtoon. Het heet niet voor niets Crossing Border.’