Een nieuwe revolutie in portugal

Gerrit Komrij heeft nog maar net zijn terugtocht van het rustieke Coimbra naar Nederland aangekondigd of Portugal begint aan een grote liberale inhaalrace waarmee het in één klap tot de Europese sociaal-culturele avant-garde behoort.

Juist in dit nog maar zo kort geleden door semi-fascistische politici en de Heilige Moederkerk overheerste land waait nu de wind van de Verlichting.
Het was de socialistische parlementsvoorzitter Almeida Santos die verleden week kwam met een plan voor een Europese breuk met de Amerikaanse war on drugs. Santos wil op Europees niveau naar een totale legalisering van alle drugs. De staat zou de handel in opiaten en wat dies meer zij in handen moeten krijgen. ‘Elke dag neemt het aantal verslaafden toe, groeit het aantal aan drugs gerelateerde misdaden en raken de gevangenissen meer overbevolkt met mensen die door deze plaag besmet zijn’, zo lichtte Santos zijn motieven toe.
Van links tot rechts schijnt de Portugese politiek het met hem eens te zijn. Daarmee gaat Zuid-Europa voor het eerst openlijk in tegen de ramkoers die Chirac heeft ingezet tegen alles wat naar liberalisering van drugs ruikt. Portugal heeft zo zijn eigen motieven voor deze opmerkelijke stap. De Anjerrevolutie van 1975 was een shocktherapie voor de tot dan toe welhaast feodale verhoudingen in het land. Daardoor begonnen 'onze’ jaren zestig er pas omstreeks de jaren tachtig. De autoriteiten waren daar nog niet op berekend en maakte als een dwaas jacht op alle vormen van hallucinante vrijetijdspassering. Hasj of heroïne, het was de politie allemaal om het even, en de rechter ook. Voor de aanschaf van een blokje cannabis moet men uren door de achterbuurten van Porto of Lissabon op verkenningstocht, terwijl heroïne op iedere straathoek verkrijgbaar is.
Het nettoresultaat van dit alles is dat de drugsmarkt uiteindelijk vrijwel exclusief bestaat uit de handel in heroïne, wat een maximale winst en een loyale clientèle met zich meebrengt, terwijl het ondernemersrisico even groot blijft als bij handel in hasj. Een hele generatie kinderen van de revolutie, belust op experimenten ter verdrijving van de politiek-culturele onderdrukking die ze in hun genen hadden meegekregen, werd zo klaargestoomd voor de zwaarste verslaving van allemaal. De eerste golf heroïnejunkies, die Nederland en Duitsland begin jaren zeventig attendeerde op de donkere kant van de grote hippiedroom, werd in Portugal pas tien jaar later een feit.
Anno 1997 zijn er weinig landen in Europa waar het aantal heroïneverslaafden zo hoog is opgelopen als in Portugal. Dank zij allesoverheersende familieverbanden leidt dat vooralsnog niet tot massale uitstoting zoals dat in het 'geïndividualiseerde’ Noorden het geval was (de gemiddelde Portugese junk eet gewoon bij moeder), maar de problemen zijn er niet minder om. Het is dan ook geen idealisme, maar bikkelhard realisme dat de Portugese autoriteiten - sinds kort weer onder socialistische leiding - tot dit opmerkelijke legaliseringsoffensief noopt.
Jammer dat het voor velen te laat komt. Als Portugal sinds 25 april 1975 gelijk een coffeeshopketen had toegelaten, had dat enige tienduizenden levens gescheeld.