Een nieuwe rol voor het zweedse model

Links heeft gewonnen in Zweden. De sociaal-democraten, de erfgenamen van Olof Palme, hebben bij de verkiezingen van afgelopen zondag de voor Nederland bijna onwezenlijke score van 45,6 procent bereikt.

Ook de Groenen en Socialistisch Links, de Zweedse voortzetting van de communistische partij, haalden de kiesdrempel van vier procent. Wordt nu Ingvar Carlsson, volgens de Volkskrant een man met het charisma van een korst knackebrot, het nieuwe linkse noorderlicht? Zoals Palme op Den Uyl leek, zo lijkt Carlsson op Kok: betrouwbaar, degelijk maar geen grote hemelbestormer.
Misschien is dat ook niet wat nu van Zweden wordt gevraagd. De tijd van de grote onafhankelijke Zweedse rol in de buitenlandse politiek is sowieso voorbij sinds de val van de Berlijnse Muur en de doorbraak van Nelson Mandela in Zuid-Afrika. Wel is de sociaal-democratische overwinning belangrijk binnen de vergrote Europese Unie. Zweden zal daarin een actievere rol kunnen spelen dan onder een conservatieve regering, met name op ook voor ons belangrijke terreinen.
Dan zal het Zweedse electoraat wel moeten instemmen met toetreding tot de Europese Unie - iets waar juist in linkse kring veel verzet tegen bestaat. Carlsson als premier moet binnen links genoeg mensen kunnen overhalen om het verouderde idee van neutraliteit vaarwel te kunnen zeggen. Hij moet ook sterk genoeg zijn om de sociale verworvenheden van het Zweedse model niet verloren te laten gaan in de Europese Unie.
Als dat lukt, kan Zweden een belangrijke bondgenoot zijn binnen Europa voor een actieve buitenlandse politiek, met een sterk accent op vredesoperaties en ontwikkelingssamenwerking. Zo kan de Zweedse rol doorwerken in de nu zo krakkemikkige buitenlandse politiek van Europa, ook binnen de Verenigde Naties, waar Zweden vanuit zijn vroegere positie nog steeds veel krediet heeft. Het kan een niet uit te vlakken tegenwicht bieden, binnen de Europese Unie, tegen de dominante rol van Engeland en Frankrijk in de Veiligheidsraad.
En daarnaast is een links Zweden een steun in de rug voor iedereen die van de Europese Unie meer wil maken dan louter een vrijhandelszone. Het Zweedse model moet kunnen staan voor meer actieve integratie op de terreinen werkgelegenheid, sociaal beleid en milieubeheer. De Zweden hebben door hun stem laten horen dat solidariteit als begrip niet moet worden weggezet in het rariteitenkabinet van de jaren zeventig. Ze zijn bereid om zonodig meer belasting te betalen voor de vernieuwing van de Zweedse welvaartsstaat. Bezuinigingen zijn daar ook onvermijdelijk, maar niet meer als doel op zichzelf.
De vraag is alleen of de verbinding in Zweden tussen oud-links en nieuw-links gemakkelijk tot stand zal komen. De discussies tussen de neo-liberalen en de ‘vakbondsvleugel’ binnen de sociaal-democratie is ook daar nog niet ten einde gevoerd. Evenals in Nederland is het de vraag of daar een werkbare synthese uit zal voortkomen, een synthese die in het Europese machtsevenwicht tussen links en rechts de balans weer iets meer naar links kan doen doorslaan. In dat licht is het te hopen dat Carlsson toch iets bevlogener zal blijken te zijn dan een Ikea-bijzettafel of Wasa-knackebrotje. De auteur is Tweede-Kamerlid voor de PvdA