Een nieuwe tante (10)

Wat kon ik anders dan… niets doen.
Anna, de epileptica, Marjan, de alcoholiste, en mijn dochter, die vooralsnog alleen maar behept is met het gebrek dat ik haar vader ben, konden toch niet worden gecorrigeerd door iemand als ik die in wezen laf in het leven staat en zodoende meent dat de zaken zich vanzelf oplossen.

Ik keek naar Anna, die haar misnoegen nauwelijks verborg, vervolgens naar Marjan, en toen naar mijn dochter en opeens - ik meende een diepe zucht te hebben gehoord - ging Anna onderuit: een ‘absence’, een epilepsie-aanval.
M'n dochter stuurde ik meteen naar boven, achteraf weet ik niet waarom, en Marjan vroeg ik ook om weg te gaan, maar die zei tot mijn stomme verbazing: 'Ik heb een epileptische man gehad, ik weet hier alles van.’
Het gemak waarmee ik alles overliet aan de alcoholiste, die goedbeschouwd de oorzaak was van dit ongeluk.
'Het beste is om te kijken of ze medicatie heeft’, zei Marjan en begon meteen in een tasje te zoeken.
'Ik vind niet dat we dat moeten doen’, zei ik, 'we kunnen het haar toch niet toedienen en ik geloof niet dat we in andermans tasjes moeten gaan wroeten. We moeten zorgen dat ze haar tong niet inslikt.’
'Godverdomme, dat kind moet misschien iets hebben, ga dus nu niet professor Ethiek uithangen, wil je.’ Marjans stem klonk hard.
Ze haalde pennen, een klein adressenboekje, tampons en een aansteker uit het tasje.
Ik zweeg.
Uit het tasje rolde verder een foto van een oudere man - waarschijnlijk haar vader. En een klein kettinkje met een Jezus aan het kruis. Het ontroerde me zeer.
Nog even schoot door mijn hoofd dat ik Anna graag als jongere vriendin had gehad, maar die kans was nu volkomen verkeken. Zelfs het interview kon ik wel op mijn buik schrijven.
Op dat moment ging de bel. Ik hoorde mijn dochter naar beneden rennen en nog geen seconde later stapte mijn ex-vrouw de kamer binnen. 'Onze dochter belde me’, zei Ex.
Ex heeft een medisch diploma en weet heel veel van ziektes af. Ze stelde zich voor aan Marjan op een manier die het midden hield tussen verbazing en beleefdheid, keek vervolgens naar de patient, en weer naar mij - en ik herkende onmiddellijk de blik in haar ogen: zo keek ze naar me na onze scheiding toen al mijn spullen op straat stonden.
'Vind je het erg dat ik mamma heb gebeld?’ vroeg mijn dochter zachtjes.
'Nee schat’, antwoordde ik.
Mijn Ex en Marjan hadden opeens de handen en voeten van Anna beet en sleurden haar op de bank alsof er een lijk verborgen moest worden.
'Dure kousen’, zei Marjan opeens tegen Ex.
'Ik denk de Bonneterie’, zei Ex.
'Hoe komen die jongeren tegenwoordig toch aan al dat geld?’ vroeg Marjan.
'Dat krijgen ze allemaal van hun ouders’, zei Ex, die het opeens veel beter leek te kunnen vinden met Marjan. (Dat was het demonische van Marjan, besefte ik plotseling; ze wist iedereen op een magische manier aan zich te binden.)
Wat had ik nu graag mijn ouders gebeld. Mijn vader en moeder zouden wel raad hebben geweten.
'We kunnen het beste niets doen. Ze zal zo wel bijkomen’, zei Ex.
'Ze heeft natuurlijk altijd al die ziekte gehad en is daardoor erg verwend door haar ouders’, zei Marjan.
Toen werd het rustig, een spannende stilte die veroorzaakt werd doordat we afwachtten wat er met Anna ging gebeuren.
Ik zag hoe Ex naar Marjan keek. Ik wou dat ik tegen Ex kon zeggen: 'Ja, die Marjan, dat is een alcoholiste, wat een dikkerd he?’
Maar ik zei niets. Dochter pakte mijn hand.
Anna kwam bij. Heel kalm en rustig. Ze deed haar ogen open en daarna weer dicht - alsof ze verder wilde slapen.
Ik besloot maatregelen te nemen. (Wordt vervolgd)