Een nieuwe tante (7)

Daar stond ik te midden van twee vrouwen. De een was een slonzige, dronken schandvlek uit mijn verleden van wie ik me niets wist te herinneren; de ander bewoog niet maar danste, met rondom haar de frisse, prille lentegeuren van een onbekende maar heerlijke toekomst. Waarom wilde Marjan nu in mijn bed gaan liggen op het moment dat ik werd geinterviewd! Door Anna! Hier zat iets achter! Ik wilde dat niet! Ik wilde eventueel vanmiddag met Anna in mijn sponde liggen, maar nooit meer, nooit meer wilde ik met Marjan mijn bed bezoedelen! Maar hoe kon ik weigeren? Haar zwakheid droop van haar kleren, alsof ze met moeite uit een vieze sloot gekropen was. Wat voor indruk zou het niet maken tegenover de schone Anna als ik Marjan zou wegsturen?

‘Het komt slecht uit… Maar als je je beroerd voelt… Ja, dan kun je even… op m'n bed liggen’, zei ik tegen Marjan. Ik probeerde zo geirriteerd mogelijk te kijken.
'Wat ben je toch een schatteboutje, beertje van me!’ antwoordde Marjan.
Ik dacht aan moord.
Anna stond daar maar met haar benen van kristal, haar robijnen mond, terwijl de sterren van haar lippen rolden (dat beeld heb ik al eens gebruikt, geloof ik) en heur haar dat van dromen was geweven. Marjan sleurde zichzelf de trap op en ik probeerde haar verloederde beeltenis weg te lachen op het moment dat ik naar Anna keek.
'U bent een echte weldoener’, hoorde ik haar zeggen op een toon alsof God een handvol parels liet vallen.
'Meisje, ik wil je kleren van je lijf scheuren en je borsten kussen’, dacht de weldoener terwijl ik haar aankeek en zei: 'Dank je. Anna was de naam, niet?’
Ze knikte. Ze ging mee naar binnen, en gaf me weer een hand.
'Ik wilde u nogmaals erg bedanken. Stel je voor dat ik hier binnen een aanval had gehad. Dan had ik gisteren misschien wel in uw bed gelegen…’
De opmerking bracht mij geheel van slag. Betekende dit iets? Waarom bestond God niet en had hij niet een telefoonnummer zodat ik hem nu even kon opbellen en raadplegen?
'Ik had liever, ik bedoel, als jij hier in huis een aanval had gekregen of krijgt, kan je ervan overtuigd zijn dat ik je beter verzorg dan die oude krop sla die nu boven ligt’, zei ik.
'U hebt iets verzorgends over u’, zei Anna.
'Dat valt mee.’
'U was ook heel lief voor mij. Heel lief… Dat heb ik ook gehoord van mensen die me gisteren hebben zien liggen… En ik kan ook wel zien dat u lief bent.’
Wat is dit? Was dit het normale slijmen dat iedere interviewer doet? Lief lachen en knikken, dat is altijd het beste. Treed mensen tegemoet zoals je bloemen tegemoet treedt, dan is iedereen gelukkig.
'Je wilde me iets vragen over media, televisie en zo… Nou, ik hoop dat ik er genoeg van afweet’, zei ik.
Anna ging op een stoel zitten en sloeg haar benen over elkaar zodat ik uitzicht kreeg op een aantrekkelijk dijbeen. Waarom heb ik altijd wanhopige gedachten? Waarom zie ik altijd wat ik begeer en niet kan krijgen?
'Stel je eerste vraag maar’, zei ik.
Anna pakte een kleine, nieuwe cassetterecorder uit haar rode tasje (zag ik geneesmiddelen? O Heer, laat haar hier in mijn bijzijn een aanval krijgen, zodat ik goed voor haar kan zorgen!), deed die enigszins onhandig aan en begon: 'Eerste vraag: Is televisie niet een decadent medium?’
Ik hoorde de voordeur opengaan - dochter kwam thuis. Maar ze kwam niet binnen, ze liep direct de trap op.
'Of ik de televisie een decadent medium vind?’ herhaalde ik de vraag nog maar eens.
'Papa, papa!’ Dochter rende naar beneden. 'Er ligt een vrouw in je bed! Een naakte vrouw! Wie is dat?’ Wordt vervolgd