Een nieuwe uitdaging

Eenmaal gebeurd volgt de afhandeling van een Nederlandse kabinetscrisis de ijzeren logica van de Griekse tragedie. De vloek van de boze daad vergt de zoenoffergang naar de urnen van het stembriefje.

Er zijn twee uitzonderingen. De eerste is: de crisis is een ongelukje, zoals de zogenaamde ‘jenevercrisis’, die de Anti-Revolutionairen enkele decennia geleden veroorzaakten. Maar volgens Wiegel was de huidige crisis al dertig jaar van tevoren aangekondigd en volgens De Graaf van D66 in elk geval al enkele weken.De andere uitzondering is de vorming van een rompkabinet. Zo'n kabinet is tijdelijk missionair in afwachting van verkiezingen. Een missionair kabinet heeft geen last van de bevoegdheid van de Staten-Generaal om voorstellen controversieel te verklaren. Maar zo'n rompkabinet is ook een politiek signaal. De breker ligt eruit en is dus na de verkiezingen geen voor de hand liggende coalitiepartner. Een rompkabinet is een impliciet stembusakkoord. En dat akkoord kan al in de Tweede en Eerste Kamer worden uitgetest door de missionaire overgangsregering: wie ons steunt, mag erop rekenen in de volgende coalitie te worden opgenomen.Dat zijn de regels, maar gelden zij ook voor het spel van 1999? Er zijn immers complicerende factoren. Het begint al met de bereidheid van de sociaal-liberalen om de lijmpoging een kans te geven. Dit vertoon van redelijkheid ondermijnt het beeld van vastberadenheid in de Nacht van Wiegel. Een goed doorgesproken strategie kun je achteraf moeilijk tot 'sherrycrisis’ degraderen.Een tweede complicatie is gelegen in de onzekerheid over de vraag wie er nou eigenlijk heeft gebroken. D66 zegt dat de VVD van Wiegel de schuld heeft. Formeel is het iets anders. Zonder Koks 'onaanvaardbaar’ in de Eerste Kamer waren de D66-bewindslieden genoodzaakt het kabinet op te blazen. Het beeld van D66 als breker heeft zich ook in de opiniepeilingen vastgezet. Een mogelijke optie is voorts gelegen in het feit dat PvdA en VVD ook zonder D66 over een meerderheid in de Tweede Kamer beschikken. Dat is wel iets anders dan voortzetting van Paars, de inzet van de verkiezingen in 1998. En na de Nacht van Wiegel lijkt het mij niet overbodig om erop te attenderen dat zo'n neo-Paars geen meerderheid in de Senaat heeft. Bovendien brengt een geamputeerd Paars(III de PvdA in een vervelende positie. Zij heeft geen conflict met D66 maar laat die partij, bij doorgaan met de VVD, wel in de steek. Terwijl de VVD volgens D66 uitgerekend de breker is. Bovendien zal op langere termijn een voorkeur van de PvdA voor de VVD boven D66 nog minder weerklank vinden dan de keuze van de PvdA voor een kabinet met het CDA zonder D66 (zoals in 1989 bij de vorming van het kabinet Lubbers III). Ik weet waarover ik spreek, ik was destijds zelf verantwoordelijk voor die keuze. Als er al een rompkabinet moet komen, dan wijst de politieke logica in de richting van een minderheidskabinet van PvdA en D66. Dan is duidelijk dat de VVD heeft gebroken. Nog belangrijker is de signaalwerking. GroenLinks en CDA kunnen in die rompperiode laten zien tot welke compromissen zij bereid zijn. Anders gezegd: de Tweede Kamer krijgt de kans om aan te tonen dat er een progressieve meerderheid is.Daarmee kom ik op een nogal veronachtzaamd aspect van de laatste Tweede-Kamerverkiezingen: de ruk naar links. SP, GroenLinks en de PvdA wonnen, het CDA had zich geprofileerd met een links ogend verkiezingsprogramma. Op de uitslagenavond maakte Bolkestein gewag van het isolement van de VVD. Maar uiteindelijk bleven alle ogen gericht op de voortzetting van Paars, die als vanzelfsprekend gold na een campagne die paarse meningsverschillen opspaarde tot na de verkiezingen. Des te moeizamer was de formatie van dat vanzelfsprekende Paars II. De Nacht van Wiegel plaatst daarmee niet alleen D66 en VVD voor een dilemma, het legt ook de onderhuidse spanning in de PvdA bloot. Als het om de gezelligheid gaat, is de VVD ongetwijfeld een geschikte regeerpartner. Maar het gaat om de inhoud. En kun je dan in gemoede volhouden dat de kloof met GroenLinks groter is dan met de VVD? Moeten wij niet nieuwe meerderheden zoeken voor het progressieve project? Moeten wij niet zorgen voor een links blok, waarbuiten geen regeringsvorming mogelijk is? Wim Kok heeft nu de kans om te tonen dat hij een echte man van het midden is. Dat hij met rechts kan heeft hij al bewezen. Er ligt een nieuwe uitdaging.