Barbara Ehrenreich reportage-wedstrijd: Millennials

Een nieuwe verloren generatie

Bij veel millennials schuilt achter het goed verzorgde uiterlijk een moeizame strijd om voldoende inkomen. Niets is meer zo vanzelfsprekend als het voor babyboomers was. ‘Ik word steeds ongeduldiger om met mijn leven te beginnen.’

Een pakje sigaretten of meeneemkoffie? In de treinkiosk stond ik voor deze existentiële afweging, nadat ik mijn allerlaatste geld had uitgegeven aan OV-chipkaarttegoed voor de reis naar mijn moeder. Bij haar zou ik gratis kunnen eten en drinken, totdat een vertraagde factuur zou worden uitbetaald en ik weer wat geld had. Ik liet een goed gekleed babyboom-koppel voorgaan die hun zalmsandwiches afrekenden. ‘Je hebt zeker alle tijd van de wereld’, zei de man half grappend. En tegen zijn vrouw: ‘Zij bulkt vast van het geld.’

Ik zat op dat moment op mijn financiële bodem. Zonder geld draaide alles om geld. Dat ik niet kon rondkomen was het eerste waar ik aan dacht als ik ’s ochtends mijn ogen opendeed, oplossingen zoeken werd een obsessie. En net zoals bij zoveel millennials, niemand kon iets aan me zien: mijn nagels zijn altijd perfect gelakt, de tweedehands jas had uit de kast van Máxima kunnen komen – zolang ik de scheur met mijn tas afdek.

Ondertussen uitte ik me op sociale media positiever dan ooit. Niet omdat ik wilde liegen, maar omdat ik oprecht geloofde dat positief blijven dé remedie was om de om de hoek liggende depressie te bestrijden. Bovendien: succes trekt succes aan, leerde ik uit de zelfhulpboeken, en een nieuwe opdrachtgever kan elk moment reageren op al die verstuurde pitches en sollicitaties.

Ik was een typisch voorbeeld van millennial-armoede. Ik zat een paar honderd euro onder de grens die het cbs hanteert (ruim duizend euro) voor de allerlaagste inkomens. Armoede is onder jongeren sterk toegenomen, blijkt ook uit cbs-cijfers. Aan het begin van deze eeuw kon nog bijna de helft van de toen 20- tot 25-jarigen hun rekeningen betalen zonder hulp van ouders. In 2016 bleek dat nog maar een kwart. Bij de 25- tot 30-jarigen had in 2014 ruim een derde nog steeds hulp nodig van hun opvoeders. Tien procent van alle millennials zit structureel onder het bestaansminimum. Het gaat hier om een internationaal probleem. De Amerikaanse nieuwswebsite The Huffington Post vroeg therapeuten naar de meest genoemde zorgen door millennials: geldzorgen en wanhoop ten opzichte van de wereldproblematiek stonden in de top-drie, met ‘paniek over het maken van de verkeerde beslissing’ op één. Waar vrijwel alle naoorlogse generaties als vanzelfsprekend uitgaan van een opwaartse lijn lijken millennials in hun levens vooral bezig met niet te verliezen.

Hoe gaan millennials met deze problemen om? Welke individuele of collectieve oplossingen voor verborgen armoede zoeken ze? Ik vond lotgenoten in vrijwilligersclubjes (voor een beter cv) en koffietentjes waar je voor vier euro met een beetje geluk de hele dag kunt werken. Overleven met te weinig geld bleek bij iedereen nogal wat strategie en elegantie te vergen, alsof je de hele tijd moet valsspelen. Ik haalde zelf de raarste trucjes uit: stapels felgekleurde brieven naar de Belastingdienst sturen bijvoorbeeld totdat het dossier te groot en ingewikkeld voor ze werd en ik mijn aanslag kwijtgescholden kreeg.

Veel millennials combineren twee of meerdere baantjes om toch aan het eind van de maand platzak te zijn. Omgaan met armoede hebben de meeste millennials nooit geleerd. En hoewel ik zelf opgroeide op spaghetti met ketchup en de stortingen van de kinderbijslag feestelijke hoogtepunten vormden – dan was er kibbeling om het te vieren – bleek ik verdomd weinig te weten over hoe zwaar leven op bijstandsniveau echt is.

De millennials die ik ontmoet hadden lange tijd de wind mee. Niemand heeft een migratie-achtergrond, of schulden. Ze konden gaan studeren wat ze wilden en kwamen redelijk gemakkelijk in stages terecht – met de voornaam Mohammed is dat een ander verhaal. Helaas kwam iedereen terecht in de crisis op de arbeidsmarkt en nu de economie weer aantrekt zijn jongere sollicitanten meer in trek dan mensen met een nogal chaotisch cv. De beschikbare banen zijn over het algemeen laagbetaald en flexibel. Millennial-armoede betekent dat steeds meer hobby’s, contacten en interesses uit het ‘andere leven’ wegvallen. Het zelfvertrouwen neemt af en er is minder aansluiting bij wél succesvolle leeftijdsgenoten – die hun nog half volle matcha-lattes gewoon in de prullenbak flikkeren. Geld voor boeken, films en avondjes uit ontbreekt.

We kijken over het algemeen optimistisch naar onze situatie, omdat we geleerd hebben dat de oplossing bij onszelf ligt. Maar collectief worden jongeren veel harder geraakt door economische problemen: voor elke Nederlandse 65-plusser onder de lage inkomensgrens groeien er nu vier Nederlandse kinderen in armoede op. De millennials zitten gevangen tussen beloften van investeren en rendement en het wegvallen van veel zekerheden: studeren, wonen, banen, sparen, hypotheken – niets is meer zo vanzelfsprekend als het voor babyboomers was.

De vermogensbank Credit Suisse beschreef vorig jaar in een rapport de millennials als de generatie die de voorgaande niet meer kan inhalen. Hun carrière werd gefnuikt door de gevolgen van de kredietcrisis. Zijn ze wel aan het werk, dan meestal met flexibele contracten en bij vaste contracten tegen een karig toekomstig rendement. Journaliste Frederieke Hegger stelt in haar rtl z-programma En bedankt babyboomers dat de Nederlandse millennialgeneratie haar economische achterstand op het gebied van zekerheid, ervaring en kapitaalopbouw eigenlijk nooit meer kan inhalen.

De armoede van millennials is echter grotendeels onzichtbaar, ook voor elkaar. We bespreken onze burn-outs steeds vaker, maar praktisch geldgebrek is een taboe. Vier leeftijdsgenoten uit Brugge, Diemen, Utrecht en Rotterdam durfden het wel aan om hun overlevingsstrategie met mij te bespreken. Hoe redden zij het? En waar blijven al die demonstrerende blutte millennials op straat: zeurt deze generatie te weinig of juist te veel? >

Luuk spreek ik via Skype, want voor een internationaal treinkaartje hebben we allebei even geen geld. Hij is al werkloos sinds hij vijf jaar geleden afstudeerde. ‘Veel is mijn eigen schuld’, vertelt hij. ‘Ik had nooit na mijn bachelor geschiedenis een journalistieke master moeten doen. Voor succes in de media moet je veel assertiever zijn, ik had op mijn achttiende al een eigen blog moeten beginnen; ik kom er niet meer tussen.’

De timing van zijn toetreding tot de arbeidsmarkt was desastreus. Er was niet alleen crisis, met veel media ging het bergafwaarts. Nu solliciteert hij op bijna alles. ‘Correctiewerk, in een callcenter, administratief werk en in de bediening. Als het maar een minimum oplevert, voor zo veel mogelijk uren per week met zo veel mogelijk vastigheid. Ik kan vanaf dertienhonderd euro per maand denk ik mijn leven opbouwen.’

Hij gaat met zijn laptop rond en laat me in twee tellen zijn nieuwe kamer zien, waarin alleen een bed en een oude stoel staan. Maar hij is eindelijk weg bij zijn ouders en dolblij met zijn privacy. ‘Ik kan echt wel creatief rondkomen nu en slim investeren in mijn toekomst met bijvoorbeeld gratis stages. Ik solliciteer me suf, maar dat heeft me in al die jaren alleen invalklusjes en parttime baantjes opgeleverd. Ze willen me bij de meest simpele baantjes nooit houden. Ligt ook aan mij, hoor, want blijkbaar ben ik niet goed genoeg in verkopen, en dan lig je eruit.’

Hij heeft nu gesolliciteerd bij verschillende callcenters in Griekenland en Portugal, appartementen worden volgepakt met werkloze West-Europese jongeren. ‘Maar ik ben vorige week wel de eerste sollicitatieronde als steward bij Dubai Airlines doorgekomen; dat zou veel beter zijn!’ Hij richt zijn blik sowieso meer op het buitenland en overweegt avonturen op booreilanden in Alaska of op Canadese plantages. ‘Ik word steeds ongeduldiger om met mijn leven te beginnen: dan maar geen zekerheid en mezelf vrijer ontwikkelen. Ik leer ook beter hoe de wereld in elkaar zit als ik met vrienden ervaringen uitwissel. We moeten ons naar binnen knokken, en dat had ik wel verwacht maar het is gewoon heel irritant dat het zo langzaam gaat en dat ik mijn ouders nog steeds om hulp moet vragen.’

Hij heeft vrienden waarbij hij de was kan doen. ‘Dat is ook gezellig, maar kan natuurlijk niet te vaak. Ik voel me ook schuldig en probeer steeds te checken wat niet belastend is.’ Als hij een bekende op straat tegenkomt, doet hij alsof hij haast heeft. ‘Ik wil geen downer voor ze zijn.’ Toch ervaart hij ook steun. ‘Van mijn neef kan ik een pak lenen voor sollicitaties. Dezelfde maat, echt geluk hebben!’

De International Labour Organisation luidde onlangs de noodklok over jongeren als Luuk. Er is een nieuwe verloren generatie ontstaan. Op het hoogtepunt was het werkloosheidscijfer hier in Nederland onder jongeren ruim vijftien procent: nu gaat het met negen procent weer beter. De werkloosheid onder de ‘ouderen’ van 25 tot 35 is zelfs verder gedaald naar 2,4 procent. Dat lijkt goed, maar vaak gaat het om parttime werk onder het opleidingsniveau. En Luuk merkt dat hij het de laatste tijd vaak aflegt tegen jongere, goedkopere krachten. ‘Hoe moet ik een beter cv opbouwen als mijn gegevens achterblijven in de bakken van het uitzendbureau?’ vraagt hij zich af.

Als Luuk protesteert, dan vooral voor mensenrechten of het milieu. Hij eet ook geen vlees. ‘We hebben nu eenmaal geleerd dat we de wereld moeten redden. Daarom zit ik ook in allerlei activistische Facebook-groepen.’ Millennials voeren online uitgebreide debatten, acties en wisselen non-stop informatie uit – wat ertoe leidt dat eigenlijk iedereen het nu heeft over ‘een complex web van problemen waar geen makkelijke oplossing voor is’. Soms zijn acties als een online petitie verrassend effectief. In de afgelopen weken alleen al zorgden twee Nederlandse millennials voor rappe politieke ontwikkelingen op het gebied van het kinderpardon en vaccinaties in kinderdagverblijven.

Bij iemand die haar rekeningen nauwelijks kan betalen verwacht je niet de beste koffie. Toch serveert Catherine een halve liter sterke perspotkoffie voor me, want ‘dat bespaart ruimte’ in haar studentenflat van veertien vierkante meter. Op de grond staan haar goedkoop aangeschafte gitaren (‘de versterker heb ik op straat gevonden’) en er hangt een kaart van de wereld aan de muur waarop bezochte landen kunnen worden uitgekrast. ‘Tof hè, ik heb nog wel even.’

Op het balkon kijken we uit over de Diemense campus waar honderden studenten bij elkaar wonen met honderden ex-studenten die profiteren van een ‘oud contract’. Catherine (22) stapelt flexbaantjes: bij twee verschillende werkgevers is ze oproepbaar om bier te tappen bij evenementen. Dat laatste gebeurt lang niet altijd achter een bar – Catherine is dan zelf de bar wanneer ze urenlang met een rugtas vol bier door zwetende massa’s loopt. Ze moet zeven dagen per week oproepbaar zijn om dit te doen – terwijl ze ook regelmatig na een uurtje naar huis wordt gestuurd. Dan zijn de reiskosten hoger dan het verdiende loon. En elke week is het weer hopen dat er genoeg uren beschikbaar zijn. Ze is lang niet de enige flexstapelaar. De afgelopen vijftien jaar is het percentage 15- tot 25-jarigen met flexibele arbeidsrelaties gestegen van 41 naar 68.

Een collega die protesteerde over de onmogelijke roosters hoefde meteen niet meer te komen. ‘Ik durf dus niks te zeggen’, vertelt Catherine, ‘maar ik heb mezelf iets meer voordelen gegeven door leidinggevende te worden, heel erg. Maar ik ga zo goed mogelijk om met alle bierverkopers.’ Elk vrij uurtje besteedt Catherine aan activisme en vrijwilligerswerk: elke demonstratie voor sociale zekerheid pakt ze mee, en ze werkt zoveel mogelijk weekenden als hulp in een cultureel centrum dat gratis activiteiten verzorgt voor bijvoorbeeld muzikanten in armoede. ‘We moeten echt oppassen dat we de verzorgingsstaat overeind houden, want die brokkelt nu hard af. Ik doe dat op mijn manier.’

Catherine werkt keihard, studeert en verspilt geen geld. Haar kleding bestaat uit een paar lappen ooit-kleding-nu-draden die ze met veiligheidsspelden tot ultra-hip ensemble heeft getransformeerd. ‘Ik ga het wel redden tenzij ik ziek word of iets heel doms doe’, verzucht ze. ‘Maar ik word gek van die flexibilisering. Als je zeven dagen per week bij drie bedrijven oproepbaar bent en structureel tekortkomt, dan klopt er iets niet.’

‘Alle schuld en oplossingen worden nu bij een generatie gedumpt die al nauwelijks fatsoenlijk haar leven kan opbouwen’

Ironisch genoeg is het meest betrouwbare inkomen van Catherine de vrijwilligersvergoeding die ze krijgt voor het beheer van een deel van haar campus. ‘Ik kom er wel’, zegt ze. ‘Op brood en pindakaas kun je ver komen, zolang er geen schulden ontstaan. Voor mij gaat de spiraal omhoog. Voor alle anderen met een extra probleem gaat die spiraal naar beneden. Ik zie genoeg mensen uitvallen.’

Jongeren moeten zich niet alleen invechten, stelt ze vast, ze moeten er nú al zijn. Leeftijdsgenoten die in hun rug worden geblazen door hun privileges snappen niet dat anderen er keihard voor moeten werken. ‘Maar ik wil niet klagen, hoor, en heb zelfvertrouwen, omdat ik steun heb en nu weet wat ik aankan. Ik heb zo vaak wanhopig hard geleerd zonder slaap terwijl ik onderweg was naar weer een avond werken – en het is altijd gelukt.’

Berend (27) zag als tiener een carrière als personal trainer voor zich. Net voor de crisis was dat een booming markt, met meer vraag dan aanbod. ‘Het hoogste klantensegment zou een makkie worden; ik was slim op school en motorisch begaafd, dus schoolde ik me op alle mogelijke manieren bij om meer te bieden dan de basisinstructeurs. Ik wilde echt gaan voor de topklasse: mensen die al heel fit zijn helpen dat laatste stukje te bereiken, dat is de echte uitdaging.’ Na drie jaar was het echter over. Want toen de personal-trainerhype afnam, bezuinigden veel sportscholen op hun instructeurs. ‘Dat werden knulletjes van achttien jaar die op een sportopleiding in de buurt zitten’, vertelt Berend. ‘Dan ben ik veel te duur.’

Berend kreeg alleen nog maar kleine flexbanen. ‘En hoe ouder ik werd, hoe minder realistisch het werd om op mezelf te gaan wonen.’ Zijn vaste lasten zijn gedekt, maar het wringt wel. ‘Mijn vrienden zijn bezig met huizen kopen – dan kan ik echt niet meer op een studentenkamertje gaan zitten. Ik moet hier echt snel weg.’

Na een sportblessure moest hij een enkeloperatie ondergaan en sindsdien heeft hij chronische pijn. Langer dan een uur staan is onmogelijk. ‘Ik moet nog jaren revalideren. Maar ik heb hulp van coaches gevraagd om me zo snel mogelijk om te scholen voor een betere arbeidspositie’, vertelt hij. Ondertussen is Berend in therapie vanwege een chronische depressie. ‘De spanning loopt op. Mijn oudere broer is ook thuiswonend, maar ik praat nooit met hem. Mijn vader vroeg opeens om maandelijks leefgeld, wat ik echt heel moeilijk te verkroppen vind omdat ik probeer te sparen voor mijn toekomst. De relatie wordt steeds kouder – ze vinden me mislukt. Ik denk dat ik mijn ouders nooit meer wil zien als ik uit huis ben.’

Met vrienden kan hij niet praten. ‘Dat is met al die succesvolle mannetjes in mijn omgeving kansloos. Ik ga echt niet zeggen: ja ik heb dit en ik ben blut. Ik schaam me dood man en ze zullen me waarschijnlijk afzeiken; dat deden ze direct toen ik een keertje voorzichtig over mijn enkel begon.’ Tegen vreemden is hij een stuk opener. Berend werkt als vrijwilliger voor Young & United, dat zich inspant voor meer zekerheid voor millennials. ‘Iedereen echoot het verhaal dat flexwerk ons meer vrijheid geeft zodat we bijvoorbeeld kunnen studeren, terwijl van die vrijheid zonder perfecte gezondheid, woonzekerheid en een bestaansminimum helemaal geen sprake is.’

Tegen vrienden liegt hij ondertussen dat hij niet mee kan naar de kroeg, of gebruikt hij slimme trucjes door bijvoorbeeld het eerste rondje te betalen wanneer er nog weinig mensen zijn. Berends moeder heeft een bijbaantje in de schoonmaak. ‘Dat hoeft niet echt, maar was haar eigen keus, zodat het gezin wel leuke dingen kan blijven doen. Soms. We spreken elkaar niet heel uitgebreid verder, en wonen vooral onder hetzelfde dak.’

‘Iedere autoriteit, van moeders tot presidenten, heeft millennials op het hart gedrukt zo veel mogelijk menselijk kapitaal te verzamelen’, schrijft Malcolm Harris in het vorig jaar verschenen Kids These Days: Human Capital and the Making of Millennials. ‘En dat hebben we gedaan. Maar de markt heeft zich niet aan zijn kant van de afspraak gehouden.’

Politici bagatelliseren vooralsnog het probleem, vindt de politiek actieve Ernst (27) die met negen andere jongeren een gesprek voerde met minister Wouter Koolmees over gebrek aan zekerheid en flexwerk. ‘Hij legde ons betuttelend uit dat de markt het vanzelf zou oplossen wanneer werkgevers meer vrijheid krijgen.’

We zitten in de stationshuiskamer die Ernst heeft getipt als plek om gratis te verblijven. Onze telefoons zitten in de centrale oplaadstations, en met onderlinge solidariteit let iedereen op of er niet eentje gestolen wordt. ‘Ik heb zoveel trucjes om met zevenhonderd euro toch rond te kunnen komen’, vertelt hij. ‘Cadeautjes als flessen wijn bewaar ik altijd om weer door te geven aan de volgende. En als ik bij iemand ga eten probeer ik die persoon altijd te helpen bij een klusje.’

Zijn managers in het verzorgingshuis waar hij werkt hebben echter nog meer trucjes: ‘Regelmatig vergeten ze mijn uren te registreren of überhaupt uit te betalen. Iets wat veel flexwerkers overkomt. En toen ze me geen nul-urencontracten meer mochten geven, kreeg ik een drie-urencontract. Terwijl ik altijd twintig uur werk en voor het dubbele oproepbaar ben. Ik krijg ook de meest onmogelijke roosterindeling, en hoor dat steeds maar een paar dagen van tevoren.’ Liefst 45 procent van de medewerkers in de verpleeg- en verzorgingshuizen en de thuiszorg werkt structureel meer uren dan in hun arbeidsovereenkomst is vastgelegd, meldde het cpb in 2013. En dat zal alleen maar meer geworden zijn.

Ernst is logistiek medewerker in een huis waar hulpbehoevende ouderen wonen. ‘Weet je wel wat er misgaat als ik twee uur lang mijn werk niet perfect doe? Dan zitten mensen zonder eten en medicijnen in vieze kamers. Ik ben echt toegewijd om alles zo goed mogelijk te laten verlopen en hoop alleen maar op een minimale verbetering om mijn werk normaal te kunnen doen. Maar als ik merk hoe er op elke poging tot gesprek wordt gereageerd – niet, of boos – dan is het niet zo gek dat ik al een tijdje naar ander werk zoek.’

Zijn generatie moet beter vertegenwoordigd worden in de politiek, vindt Ernst. ‘Alle schuld en oplossingen worden nu bij een generatie gedumpt die al nauwelijks fatsoenlijk haar leven kan opbouwen.’ Daarom is hij ook vrijwilliger geworden bij de fnv en werkt hij als gebiedscommissielid voor GroenLinks. ‘Ik zit nu in die commissie en hoop dat ik ook echt iets tegen de chaos en extreme werkdruk in de zorg kan doen. En tegen slecht betaald flexwerk in het algemeen. Flexwerkers hebben meer zekerheid en buffers nodig – ik woon pas sinds een paar maanden op mezelf, en heb daar jaren voor moeten sparen. Dat het kan, is met dank aan de vrijwilligersvergoedingen die ik nu krijg.’

Twee maanden na ons gesprek is Luuk inmiddels aangesloten bij een Belgisch bemiddelingsbureau dat millennials zonder duidelijk baanperspectief binnen zes maanden aan een geschikte functie probeert te helpen. Ook heeft hij een tijdelijke flexbaan bij een verzekeringsmaatschappij. ‘Ik ben weer naar een paar concerten geweest, life is getting better!’ appt hij.

Catherine zit op dit moment in de stress omdat de kaartverkoop bij concerten tegenvalt en er minder bierverkoop plaatsvindt. ‘Er zijn nu minder barhoofden nodig en we worden tegen elkaar uitgespeeld. We moeten altijd beschikbaar zijn, maar worden vaak op het laatste moment afgebeld.’

Berend traint om te revalideren maar wil de sportschool als werkplek achter zich laten. Met een psycholoog – vergoed door de verzekering – praat hij over loopbaanoriëntatie. ‘En mijn ouders hebben nu na tien jaar ook eindelijk geaccepteerd dat ik niet ga studeren, dus misschien wordt het iets gezelliger.’

Ernst voelt zich steeds beter op z’n gemak in de politiek. ‘Het scheelt wel dat ik straks beter weet wat er allemaal in de praktijk misgaat dan die politici die leuke theoretische oplossingen bedenken, waar de markt aan kapotgaat. Dat is dan mijn voordeel. En als ik íets heb opgebouwd, dan is het uithoudingsvermogen…’


Dit is het verhaal van de derde winnaar. De vorige twee weken publiceerden we het eerste en tweede verhaal.