Socialisme redux

Een nieuwe wereld

Socialisme is bezig aan een comeback in het Amerikaanse politieke leven. Wie zijn die nieuwe socialisten en wat hebben ze met hun land voor? ‘Het electorale proces is slechts een fractie van ons werk.’

12 september, New York. Democratisch kandidaat-gouverneur Cynthia Nixon (links) en Congres-kandidaat Alexandria Ocasio-Cortez (rechts) op campagne © Seth Wenig / AP / HH

Het was eind 2008 voor veel publicaties nog een niet te versmaden bericht: de voormalige New York Times-oorlogscorrespondent en Pulitzerprijs-winnaar Chris Hedges ‘geeft toe’ een socialist te zijn. Betrapt! Drie jaar later verrezen in het hele land en daarbuiten de Occupy-tentenkampen. Socialisme was toen nog een scheldwoord (Tea Party-activisten refereerden aan president Obama als ‘de socialist in het Witte Huis’), maar vooral onder jonge Amerikanen waren antikapitalistische sentimenten gemeengoed geworden, zo bevestigde peiling op peiling.

In 2013 betoogde de Franse econoom Thomas Piketty in Kapitaal in de 21ste eeuw dat kapitalisme onherroepelijk tot meer economische ongelijkheid leidt – hij werd in liberale academische kringen als een rockster onthaald. Toen de ‘democratische socialist’ Bernie Sanders in 2016 een serieuze belager bleek van Hillary Clinton – hij kreeg ruim 43 procent van de stemmen in de Democratische primaries – bleek hoezeer de Amerikaanse sentimenten ten opzichte van socialisme veranderd zijn. Volgens een recente Gallup-peiling staat inmiddels 57 procent van de Democratische kiezers positief tegenover socialisme (zestien procent onder Republikeinen).

De opmars van socialisme doet zich ook gelden in de cultuur. De satirische film Sorry to Bother You, over een groep telemarketeers die een vakbond beginnen, werd dit jaar een onverwacht kassucces. Het abonneebestand van het socialistische opinieblad Jacobin blijft maar groeien. De melige, maar tegelijkertijd bloedserieuze socialistische podcast Chapo Trap House heeft honderdduizenden vaste luisteraars. Zelfs de populaire tv-serie Game of Thrones zou socialistische idealen promoten: alleen dankzij solidariteit en coöperatie kan het volk zich staande houden tegen feodale slechteriken en een leger van kwaadaardige zombies (de ‘white walkers’).

Sinds de Sanders-campagne zien tot voor kort obscure partijen als de Socialist Party USA (spusa), de Party for Socialism and Liberation (psl) en de Workers World Party hun organisaties weer tot leven komen. Het hardst groeien de Democratic Socialists of America (dsa), die begin deze maand bekendmaakten meer dan vijftigduizend betalende leden te hebben, verdeeld over bijna 180 ‘chapters’. De dsa geniet de laatste maanden veel media-aandacht vanwege hun succesvolle steun aan de campagnes van socialistische politici, waarbij vooral die van de charismatische Alexandria Ocasio-Cortez in het oog sprong. In de primaries om een zetel in het Huis van Afgevaardigden versloeg ze de vooraanstaande Democraat Joe Crowley.

Maandenlang waren dsa-leden van deur tot deur gegaan in Queens (stadsdeel van New York) om de ideeën van de 28-jarige latina te promoten, zoals universele overheidszorg, gratis hoger onderwijs en huisvesting als een ‘universeel recht’. In publieke optredens maakt Ocasio-Cortez duidelijk dat deze in essentie ‘gewone’ sociaal-democratische voorstellen slechts de opmaat moeten zijn tot een socialistisch systeem.

Ongeveer vijftig verse socialisten hebben zich zondagmiddag opgegeven voor de oriëntatiebijeenkomst voor nieuwe leden van het New York City-chapter van de dsa. Aan een muur in het door de Auto Workers Union beschikbaar gestelde lokaaltje in Manhattan hangen met viltstift volgeschreven vellen waarop puntsgewijs nogal uiteenlopende informatie staat vermeld: een diagram van de organisatiestructuur van de dsa, maar ook een lijst van socialistische principes, ‘Organizing 101’ (de pijlers onder het activisme van de dsa) en de namen van de vele lokale werkgroepen en ‘caucuses’ (affiniteitsgroepen). De overwegend jonge, blanke aanwezigen, velen in zwarte jeans gestoken, nemen het in stilte tot zich. Met die stilte is het snel gedaan als Erin Neff en Rahel Biry, twee makkelijk pratende dsa-kaderleden van begin dertig, na een kort welkom iedereen verdelen in groepjes van vier, die zich buigen over vragen als: wat betekent macht voor je? Wat zou jij doen als je de macht hebt? Het is de bedoeling dat de gesprekken focussen op zorg en huisvesting, opdat het allemaal niet te breed wordt. Als definitie voor ‘macht’ reikt Neff aan: ‘Het vermogen om omstandigheden te veranderen of die veranderingen tegen te houden.’

Na de bevlogen groepsgesprekken worden de bevindingen gedeeld. De consensus is dat binnen de zorg de macht vooral ligt bij de verzekeraars, in huisvesting bij de vastgoedboeren. Bijna niemand voelt zichzelf machtig. Een regelmatig terugkerende term is ‘vrijheid’: onder Amerikaans kapitalisme heb je niet de vrijheid om zomaar van baan te veranderen, want dan verlies je je zorgverzekering. En als je huurcontract afgelopen is, kan de huur zonder opgave van redenen worden verdubbeld. Vooral minder daadkrachtigen verhuizen daardoor vaak tegen hun zin. ‘Huisbazen zijn allemaal tuig!’ roept iemand. ‘Politieagenten ook!’ roept een ander. Er wordt gelachen.

Als het gaat over wat men zou doen aan de macht volgt een mix van analyses en praktische en utopische ideeën. Het besef overheerst dat het daadwerkelijk realiseren van een vorm van socialisme nog ver weg is. Veel van de voorstellen die men op korte termijn zou willen bewerkstelligen zijn ideeën die nu al door figuren als Bernie Sanders en Alexandria Ocasio-Cortez gepromoot worden. Neff vat het voor de aanwezigen samen: ‘Veel van de doelen die we nu nastreven zou je als sociaal-democratisch kunnen omschrijven. Daarom werken we ook samen met progressieven en liberalen in de Democratische Partij. En daarom is eigenlijk iedereen met antikapitalistische neigingen bij ons welkom. Maar het einddoel is wel degelijk socialisme.’

‘Jonge mensen zijn niet gevormd door de angst voor communisme’

Biry werpt een logische vervolgvraag op: ‘Wat is socialisme volgens jullie?’ Frases als ‘collectief eigendom van de productiemiddelen’, ‘solidariteit’, ‘internationalisme’ en ‘het collectieve goed als prioriteit’ vallen al snel. Een man van middelbare leeftijd merkt op: ‘We moeten ons als socialisten in al onze handelingen laten leiden door het motto “van ieder naar zijn vermogen, voor ieder naar zijn behoeften”.’ Goedkeuring alom. Een jonge vrouw, een van de weinige mensen van kleur in het zaaltje, maakt de kanttekening dat socialisme van oudsher een beweging van de arbeidersklasse is, ‘en, het spijt me dat ik het zeg, dat zijn we niet. Ik weet zeker dat bijna iedereen hier goed opgeleid is.’

Neff is het niet met haar eens. ‘Wij zijn allemaal de arbeidersklasse, want we zijn allemaal niet de eigenaren van de productiemiddelen. Socialisme is niet alleen voor wie fysieke arbeid levert. Studenten, arbeiders, leraren, academici, ambtenaren, middenmanagers: we zijn allemaal de arbeidersklasse.’ Een lolbroek oppert: ‘Misschien is dit het moment om De Internationale of Solidarity Forever te zingen?’

Socialisme is misschien lang een vies woord geweest in dit land, de nieuwbakken dsa-leden lijken bijna allemaal de taal van het socialisme te spreken. James Barrett, hoogleraar geschiedenis aan University of Illinois en schrijver van verschillende boeken over socialisme en radicalisme in de VS, is er geenszins door verbaasd, zegt hij in een telefonisch interview. ‘Amerika heeft een rijke socialistische traditie. Het zegt genoeg dat het jaarlijkse concert van de radicale folkartiesten Pete Seeger en Woodie Guthrie in Carnegie Hall tot aan Seegers dood in 2014 uitverkocht was.’

Voor de bloeiperiodes van Amerikaans socialisme moet Barrett echter wel verder terug in de tijd. Hij noemt de late negentiende eeuw, de zogenaamde gilded age. ‘Net als nu was de inkomensongelijkheid extreem, hoewel arbeidsomstandigheden voor de arbeidersklasse destijds afschuwelijker waren dan nu. Marxisten, communisten en utopische socialisten, vaak religieus, streden voor hervormingen.’ Andere bloeiperiodes waren de jaren tien en twintig van de vorige eeuw, toen de Socialist Party ruim zes procent van de stemmen beurde in nationale verkiezingen. ‘Hun invloed was mede bepalend voor de totstandkoming van de New Deal.’ De laatste periode waren de jaren veertig en vijftig, toen een derde van de beroepsbevolking lid was van een vakbond. ‘De Communist Party had zelfs honderdduizend leden, die actief waren in onder meer de arbeiders-, vrouwen- en burgerrechtenbeweging.’

Steeds werden die socialistische oplevingen de kop ingedrukt. ‘Daarvoor gebruikten de elites regelrechte politieke onderdrukking’, zegt Barrett. ‘Radicalen werden ontslagen, gevangen gezet, soms zelfs gedeporteerd. Anderen belandden in werkkampen.’ Dat konden de elites doen door het vurige patriottisme onder Amerikanen uit te buiten. ‘Dat gebeurde na beide wereldoorlogen. Socialisten hadden zich sterk verzet tegen de oorlog en werden als verraders weggezet. Wetten als de Espionage Act uit 1917, of de Smith Act uit 1947, die specifiek verboden om communistische ideeën te verspreiden, werden speciaal hiertoe aangenomen. Zo werd mccarthyism mogelijk.’

Genoemde politieke onderdrukking had populistische wortels, zegt Barrett: ‘Etnische en vooral raciale verschillen werden uitgebuit. De eerste socialistische bewegingen waren bijvoorbeeld sterk beïnvloed door Russische, Poolse en Italiaanse immigranten, vaak joods. Elites konden gebruik maken van het wijdverbreide racisme en antisemitisme onder blanke, Angelsaksische Amerikanen door arbeidersbewegingen te koppelen aan etnische minderheden – vooral zwarten natuurlijk.’ Dat een nieuw ‘socialistisch moment’ lijkt aangebroken acht de historicus in lijn met de omstandigheden. Hij wijst op de inkomensongelijkheid, klimaatverandering en de vele schulden die gewone Amerikanen hebben. En hij wijst op de jeugdige energie van de huidige beweging: ‘Als jonge mensen aan hun toekomst denken onder het huidige kapitalisme zien ze niets om voor te vechten. En wat voor vooroordelen jonge mensen ook hebben, ze zijn niet gevormd door de angst voor communisme die de Koude Oorlog teweegbracht.’

Als Barrett iets heeft geleerd van de geschiedenis van Amerikaans socialisme, dan dit: ‘Socialisme werkte het best als socialisten bereid waren samen te werken en allianties aan te gaan.’ Als voorbeeld noemt hij Milwaukee, in de staat Wisconsin, in de jaren twintig. ‘De stad dreef destijds op immigrantenarbeid en socialisten werkten samen met hervormingsgezinde gematigden. Zo werden voor die tijd radicale overwinningen geboekt: toegang tot zorg, korte werkdagen, zelfs kinderopvang.’

Het maakt hem hoopvol voor de kansen van de dsa. ‘Het is bijna onmogelijk om het Amerikaanse tweepartijenstelsel te doorbreken, dus ik vind het slim dat ze ook binnen de Democratische Partij werken. Sommige puristen vrezen dat dit ten koste gaat van het socialistische einddoel, maar tot nu toe leidt het alleen maar tot groei. Plus: dat is alleen maar hun electorale werk. Ze doen zoveel meer op lokaal niveau. De grote veranderingen komen immers niet alleen van boven, maar ook van onder.’

In het vakbondslokaal is men inmiddels aanbeland bij de praktische implicaties van het dsa-lidmaatschap. ‘Wat we vooral hopen van nieuwe leden is dat jullie je actief als socialisten gaan manifesteren’, zegt Erin Neff. ‘Vind nieuwe leden. Word lid van een vakbond, als je dat nog niet bent, of begin er zelf een. Sluit je aan bij de politieke campagne van een socialist, of stel jezelf kandidaat.’ Ze voegt eraan toe: ‘Onze strategie is dat we ons richten op mensen die nu niet stemmen. Bijna de helft van het electoraat stemt niet, terwijl we uit peilingen weten dat ze dikwijls onze ideeën steunen.’

Als laatste breekt ze een lans voor de ‘priority campaigns’ die de dsa in New York City voert: ‘Medicare for all’ (een bestaand zorgprogramma van de overheid voor ouderen beschikbaar maken voor iedereen) en ‘Universal rent control’. ‘We zoeken mensen die huurders kunnen organiseren in een huurdersvakbond, mensen die bereid zijn op straat mensen aan te spreken of op deuren te kloppen. En we zoeken mensen die niet bang zijn om wat bird dogging in te zetten.’ Dat laatste is een agressieve tactiek tegen publieke figuren die barrières vormen tegen verandering. Ze besluit: ‘Waarom? Omdat we een nieuwe wereld aan het bouwen zijn.’ De nieuwelingen melden zich één voor één aan voor de campagnes.