Een nutteloze tor

Waarom ontwaakt Gregor Samsa in Kafka’s ‘De gedaanteverwisseling’ op een morgen als een weerzinwekkend insekt? Er zijn al tientallen interpretaties van neergeschreven, maar de meest eenvoudige, de autobiografische, is onderbelicht gebleven.
OP WEINIG TEKSTEN in de wereldliteratuur zijn zoveel interpretaties losgelaten als op De gedaanteverwisseling van Franz Kafka. Ik wil nu eens al die diepere duidingen laten voor wat zij zijn en proberen aan te tonen dat het verhaal ook een stuk autobiografie is. Ik denk dat De gedaanteverwisseling kan worden gezien als een verwerking van de exaltatie die Kafka kort voor het schrijven ervan voelde bij de plotse schepping van Het vonnis (Das Urteil), waardoor hij zich als nooit tevoren in zijn schrijverschap bevestigd wist. Of preciezer: de nu definitief lijkende verandering van de plichtsgetrouwe kantoorjurist dr. F. Kafka in een auteur van hallucinatoire werken vertaalt zich in de metamorfose van de brave handelsreiziger Gregor Samsa tot nutteloos ongedierte.

Franz Kafka is in 1912 29 jaar en woont met zijn familie - zijn ouders en zijn zussen Valli en Ottla - plus een dienstmeisje in een kleine Praagse bovenwoning. Zijn kamer is tevens de doorloop tussen de woonkamer en de ouderlijke slaapkamer. Zus Elli is sinds kort gehuwd. Vader Kafka bestiert sinds lang een zaak in galanterieen.
Franz is al weer vijf jaar juridisch medewerker van de Arbeiter-Unfall-Versicherungsanstalt, waarvoor hij onder meer dienstreizen maakt. Men waardeert hem daar, al ervaart hij soms wrijving met superieuren. De bureaucratie is een inspiratiebron, maar het werk beperkt de tijd voor schrijven. De familie acht zijn positie in de burgermaatschappij niet gewaarborgd en dringt er sinds een jaar op aan dat hij ook een rol speelt in de asbestfabriek van Elli’s echtgenoot. Hoewel Franz zich zoveel mogelijk drukt, houdt hij nog minder tijd voor het schrijven over. Hij acht zich nutteloos op de fabriek en gruwt van de arbeidsomstandigheden van het personeel. Dit conflict leidt in oktober tot zelfmoordgedachten. De verhouding met zijn vader staat voortdurend op scherp, moeders liefde ‘is even groot als haar onbegrip voor mij’, met zijn zussen kan hij vrij goed opschieten, vooral met Ottla, die echter in oktober vaders zijde kiest.
In weerwil van dit alles is 1912, ook volgens Kafka zelf, het jaar van zijn literaire doorbraak - niet in de zin van publiek succes, maar wel naar volume en kwaliteit van de produktie. Tot dusver heeft hij slechts twee bundels prozastukken ter publikatie aangeboden, maar deze herfst ontstaan 'opeens’ een groot deel van de latere roman Amerika en de verhalen Het vonnis (geschreven in een enkele septembernacht) en De gedaanteverwisseling (november, december). Kort voor deze creatieve explosies, in augustus, heeft Kafka zijn latere verloofde, de Berlijnse Felice Bauer, ontmoet, met wie zich vanaf 20 september een vrijwel dagelijkse briefwisseling ontwikkelt.
OP 23 SEPTEMBER 1912 noteert Kafka in zijn dagboek: ’ “Das Urteil” heb ik in de nacht van de 22ste op de 23ste in een ruk geschreven. Ik kon mijn door het zitten verstijfde benen nauwelijks onder de schrijftafel uittrekken. De geweldige inspanning en de vreugde hoe het verhaal zich voor mij ontwikkelde. Verscheidene keren droeg ik in deze nacht mijn gewicht op mijn rug. Toen het dienstmeisje voor de eerste keer door de voorkamer liep, schreef ik de laatste zin op. De lichte pijn in mijn hart. De vermoeidheid die midden in de nacht verdween. Het bevend binnengaan in de kamer van mijn zusters. Voorlezen. Het gezicht van het onbeslapen bed, alsof het zojuist naar binnen was gebracht. De bevestigde overtuiging dat ik mij met het schrijven van mijn romans in schandelijke diepten van het schrijven bevind. Alleen zo kan geschreven worden, alleen in een dergelijke samenhang met zo'n volledige opening van lichaam en ziel.’
Voor het eerst voelt Franz zich niet in staat op tijd op kantoor aan te treden. Zijn ziekmelding is bewaard gebleven: 'Zeer geachte hoofdinspecteur, ik heb hedenvroeg een kleine flauwte gehad. Ik blijf daarom thuis. Het is echter zeker zonder betekenis en ik kom beslist vandaag nog, zij het misschien pas na 12 uur, op kantoor.’
Op 11 december 1913 noteert Kafka: 'Naar aanleiding van de correctie van het “Urteil” schrijf ik alle betrekkingen op, die mij in het verhaal duidelijk geworden zijn, voorzover ik ze mij nu herinner. Dat is noodzakelijk, want het verhaal is als een echte geboorte met vuil en slijm bedekt uit mij te voorschijn gekomen, en alleen ik heb de hand die tot het lichaam kan doordringen en daar zin in heeft.’ Kafka onderging het schrijven van Het vonnis dus als een bevalling. Het betekende tegelijk zijn ontpopping tot schrijver, tot nieuwe gedaante.
De uitleg van Het vonnis die Kafka in het vervolg van bovenstaand citaat geeft, zou bij Freud niet misstaan. Het vonnis heeft het karakter van een hallucinatie, van een droom, veel meer dan De gedaanteverwisseling, die bewuster geconstrueerd lijkt. Dit is opmerkelijk, omdat er in Het vonnis strikt genomen niets onmogelijks gebeurt terwijl De gedaanteverwisseling juist met een onmogelijkheid begint - waarop echter onmiddellijk ’s lezers eerste indruk, dat het om een droom zal gaan, de pas wordt afgesneden: 'Toen Gregor Samsa op een ochtend uit onrustige dromen ontwaakte, ontdekte hij dat hij in zijn bed in een monsterachtig ongedierte was veranderd. Hij lag op zijn hardgepantserde rug en zag, als hij zijn hoofd enigszins optilde, zijn gewelfde bruine, door boogvormige geledingen verdeelde buik, waarop de deken, op het punt omlaag te glijden, nauwelijks houvast kon vinden. Al zijn, in vergelijking met zijn overige omvang, zielig dunne pootjes flikkerden hulpeloos voor zijn ogen. “Wat is er met mij gebeurd?” dacht hij. Het was geen droom.’
GREGOR DE TOR of Georg, de hoofdpersoon uit Het vonnis - het scheelt maar een letter. De onrustige dromen waaruit Gregor ontwaakt, zouden kunnen corresponderen met de scheppingstrance van Het vonnis; misschien waren de stijve benen uit die baringsnacht voortekenen van de hulpeloze pootjes, en wie weet klinkt er ook nog iets door van dat 'verschillende keren in deze nacht droeg ik mijn gewicht op mijn rug’.
De gedaanteverwisseling zelf, inclusief haar nu al dreigende implicaties, behoort dan tot de actualiteit, tot de nieuwe Franz, die zich door de geboorte van Het vonnis meer dan ooit schrijver weet, met alle gevolgen van dien. Het bed kennen we uit de ochtend na die schrijftrance. Al gauw volgt een verwijzing naar Kafka’s ziekmelding van diezelfde ochtend. Gregors eerste zorg is immers dat hij te laat op zijn werk zal komen. Zijn superieur bezwerend, die poolshoogte komt nemen, parafraseert de tor zelfs het briefje van zijn schepper: 'Maar, mijnheer de procuratiehouder, een lichte ongesteldheid, een aanval van duizeligheid, verhinderde mij op te staan. Ik lig nog in bed. Maar ik ben al weer helemaal opgeknapt. Dadelijk sta ik op.’
Behalve deze verwijzingen naar het schrijven van Het vonnis zijn er nog meer congruenties. De schrijver wees zelf op de overeenkomst tussen de namen Samsa en Kafka. Wat dat bed betreft, valt ook nog op dat Franz aan Felice bericht dat het idee voor De gedaanteverwisseling hem 'in de ellende in bed is ingevallen’.
Het huishouden Samsa - vader, moeder, zoon, dochter Grete, dienstmeisje - is vrijwel gelijk aan dat van het gezin Kafka na het huwelijk van Elli. Alleen Valli ontbreekt, want Grete is duidelijk gemodelleerd naar Ottla. De kamer van Gregor ligt, vrijwel zoals die van Franz, ingeklemd tussen woonkamer, ouderlijke slaapkamer en kamer van de zuster.
Gregors handelsreizigerschap combineert elementen van Kafka’s werk bij de verzekeringsmaatschappij en dat in de fabriek. Wrevel jegens zijn betrekking wisselt zich bij Gregor af met een obsessief verantwoordelijkheidsgevoel jegens zijn familie, die hij al enige jaren onderhoudt. Gregors onmisbaarheid als kostwinner blijkt overigens slechts een fantasie en bij Franz kan het niet anders geweest zijn. Gregors vader blijkt nog enkele ressources te hebben, vader, moeder en dochter weten zich wel degelijk te weren op de arbeidsmarkt en men neemt huurders in huis. 'Zijn mening over het feit dat hij verdwijnen moest, was zo mogelijk nog beslister dan die van zijn zuster’, heet het vlak voor Gregors dood - een verwijzing naar Franz’ zelfmoordgedachten? De handeling van het verhaal neemt ongeveer twee maanden in beslag en eindigt kort na Kerstmis. Klopt: Kafka schreef het in november en december.
Veel gedragingen van de tor laten zich dus rijmen met die van een schrijver - aanvankelijk met die van een debuterende auteur. Eerst heeft Gregor grote moeite om zijn nieuwe gedaante in beweging te brengen, worstelend met zijn nieuwe zwaartepunt, waarop 'al die pootjes, die onafgebroken in alle richtingen bewogen’ nauwelijks greep hebben. Ambivalentie over het schrijverschap? Moet de schrijver zijn draai nog vinden?
Zodra hij beter met zijn nieuwe gedaante overweg kan, vat Gregor de gewoonte op om 'kriskras over de muren te kruipen. Vooral boven aan de zoldering hing hij graag; het was heel iets anders dan het liggen op de grond, je ademde vrijer; er ging een lichte deining door het lichaam, en in de bijna gelukkige verstrooidheid waarin Gregor zich daarboven bevond, gebeurde het wel eens dat hij zich, tot zijn eigen verbazing, losliet en op de grond plofte. Maar hij had zijn lichaam nu natuurlijk heel anders in zijn macht dan vroeger, en werd zelfs bij zo'n grote val niet gekwetst.’
Is dit de schrijver die het aardse bestaan ontstijgt? Vergelijk wat Franz op 7 november 1912 aan Felice bericht: 'Mijn leven bestaat en bestond eigenlijk van oudsher uit pogingen om te schrijven en merendeels uit mislukte. Maar als ik niet schreef, dan lag ik op de grond, waard om opgeveegd te worden.’ Dit doet ook denken aan het einde van de nieuwe gedaante, aan de dode Gregor, die door de werkster wordt opgeveegd.
Of neem Gregors veranderde smaak. Melk, zijn vroegere lievelingsdrank, staat hem in zijn nieuwe gedaante tegen. Hij lust alleen nog maar kliekjes. Komt dit overeen met de indirecte, ruminerende bestaanswijze van een schrijver?
HET GROOTSTE DEEL van De gedaanteverwisseling gaat over de verstoorde omgang van de familie met Gregor in zijn nieuwe gedaante. Dat hiervoor een monsterachtig ongedierte is gekozen, weerspiegelt Kafka’s vertwijfeling over zijn incompatibiliteit met zijn familie. Alleen in het allereerste begin, wanneer de familie nog denkt dat hij zich heeft verslapen en hem vanachter de gesloten deuren van zijn kamer maant op te staan, is Gregor zelf de blokkerende factor: 'Gregor dacht er niet aan open te doen, doch zegende de voorzorgsmaatregel, die hij van het reizen had overgehouden, ook thuis alle deuren ’s nachts af te sluiten.’ Dit is dus nog een relict van de 'oude, normale’ Gregor die vooral privacy zocht, en die overeen zou kunnen komen met de onzekere Kafka van voor Het vonnis, nog onkundig van de gedaanteverwisseling die een tot een trance verhevigde concentratie ten gevolge kan hebben.
Maar de volgende dag, na de ontdekking van de tor, zijn de rollen al omgedraaid: 'Toen alle deuren nog op slot waren, had iedereen bij hem willen komen; nu, terwijl hij de ene deur open gemaakt had, en de andere klaarblijkelijk gedurende de dag geopend waren, kwam er niemand meer, en de sleutels zaten nu ook aan de buitenkant.’ Het familiale eenrichtingsverkeer wordt ook weergegeven in de gevolgen van de verandering van Gregors stem, die in een onverstaanbaar gepiep overgaat. De anderen begrijpen hem daardoor niet en concluderen ten onrechte dat hij hen ook niet meer verstaat.
Voordat Gregor van gedaante wisselde, was zijn vader hem vaak ingedut voorgekomen, maar erna toont hij zich een reus, tegenover wie hij het onderspit delft (ook de vader in Het vonnis toont zo'n omslag). Hij is het die de tor tweemaal in zijn kamer terugjaagt. Wanneer de tor dood is, dankt vader God. De verwijzing naar de heftige confrontaties tussen Franz en zijn vader in 1912 is evident.
Gregors moeder versaagt op de beslissende momenten. De meest positieve kenschets zou inderdaad die van 'liefdevol onbegrip’ zijn. Bij Gregors eerste 'uitbraak’, raakt zij in paniek en het lukt haar zoon niet om contact met haar te leggen. Zij probeert de nieuwe gedaante eerst nog te ontkennen, want als haar dochter haar hulp inroept om Gregors meubels te verwijderen teneinde de tor het kruipen te vergemakkelijken, werpt zij eerst nog tegen dat het beter is 'de kamer in dezelfde toestand te houden, zodat Gregor, wanneer hij weer bij ons terugkomt, alles onveranderd vindt’. Wanneer Gregor, die zich om haar te sparen verstopt heeft, toch te voorschijn komt omdat zijn schrijftafel verwijderd dreigt te worden, valt zij in zwijm. Even later smeekt zij haar man om Gregors leven te sparen. Wanneer ten slotte de werkster met de bezem wil aantonen dat de tor dood is, maakt moeder een gebaar alsof zij dit wil beletten, maar ze zet niet door.
EEN PRACHTIGE tegenhanger in het verhaal is de gedaanteverwisseling van de zuster. Al voor zijn metamorfose was Gregor van zijn ouders vervreemd geraakt. 'Alleen zijn zuster was Gregor nog na gebleven.’ Aanvankelijk is Grete de tor zeer toegedaan. Ze zet de eerste dag al het bakje melk neer en brengt, als zij dit de volgende dag onaangeroerd vindt, 'om zijn smaak te weten te komen een hele keuze van spijzen’.
Dan is er de al genoemde passage waarin zij Gregor het kruipen wil vergemakkelijken door zijn meubels te verwijderen (het schrijverspad effenen door - o, ironie - onder andere de schrijftafel weg te slepen). Zij zet dit door, tegen moeders bezwaren in, omdat zij zich 'niet geheel ten onrechte, had aangewend bij de besprekingen van Gregors aangelegenheden als bijzonder terzake kundig tegenover zijn ouders op te treden’. Maar in dezelfde scene treedt een kentering op, als zij 'met gebalde vuist’ Gregor moeders flauwte verwijt.
De 'verloochening’ door Ottla in oktober, waarnaar dit lijkt te verwijzen, wordt aan het eind van het verhaal dramatisch geextrapoleerd. Vooraf wordt weer aan voedsel gerefereerd: Gregor eet bijna niets meer. Dan gaat zijn zuster voor het eerst sinds lang weer viool spelen. Gregor waagt zich naderbij. 'Was hij wel een dier, als muziek hem zo ontroerde? Het was alsof hem de weg naar het verlangde onbekende voedsel werd gewezen.’ Wil dat zeggen: naar de liefde? Begin 1912 noteert Kafka dat hij van liefde bijna net zo weinig begrijpt als van muziek.
Maar nu ontwaart de hoofdhuurder het enorme insekt en zegt op staande voet op, waarna Grete geheel overstag gaat: 'Ik wil tegenover dit ongedierte niet langer de naam van mijn broeder uitspreken, en daarom zeg ik alleen: wij moeten proberen het kwijt te raken.’ Vader stelt haar nog even op de proef: 'Als hij ons maar verstond.’ Zij volhardt: 'Als het Gregor was, dan had hij al lang ingezien dat het samenleven van mensen met zo'n dier niet mogelijk is, en hij zou vrijwillig zijn weggegaan.’ En wanneer Gregor, om de anderen te kalmeren, terugkeert naar zijn kamer, is zij het die meteen de deur vergrendelt.
Grete ontpopt zich dus tot een nuchter, doelbewust wezen. Haar gedaanteverwisseling wordt expliciet in de laatste regels van het verhaal, waar het de heer en mevrouw Samsa treft hoe hun dochter 'in de laatste tijd, in weerwil van alle ellende die haar wangen bleek had gemaakt, tot een mooi en weelderig meisje was ontloken’.
EN WAT IS DE positie van de buitenwacht van huize Samsa? Voor de vertegenwoordiger van Gregors beroepssfeer, de procuratiehouder, is de nieuwe gedaante onverdraaglijk. Zodra de tor zich vertoont, neemt hij de benen. Kafka’s schrijverschap bleef ook in werkelijkheid altijd strikt gescheiden van zijn betrekking. De huurders kunnen representanten zijn van kennissen of zakenrelaties van de Kafka’s. De heren kunnen geen rommel verdragen, zodat alles wat in huis overbodig of vuil is, bij Gregor wordt gedeponeerd. Die moet daar maar overheen zien te kruipen, waarin hij overigens wel schik krijgt, al put het hem uit. Mij dunkt: het onzakelijke en sociaal onwenselijke wordt aan de zoon toegeschreven en met hem weggemoffeld. Maar al dit stoffigs is ook stof tot schrijven, zij het dat de bewerking zwaar is.
Ja, de zoon is de zwakke stee in huis: zodra de hoofdhuurder de tor ontwaart, kan hij ongestraft tegen vader opspelen. En omgekeerd geeft Gregors dood vader de kracht om de heren het huis uit te gooien.
Is de visie die ik hierboven aannemelijk probeerde te maken, die van Kafka’s eigen gedaanteverwisseling, nieuw? Voor zover ik kon nagaan, heeft in ieder geval de germanist Hillmann al eerder ten dele zoiets beweerd. Hij zag het 'ongedierte’ ook al als metafoor voor een Kafka die zich zou onttrekken aan maatschappelijke verplichtingen en slechts zichzelf en zijn fantasieen zou uitleven - een parasiet die zich aan bespiegelingen overgeeft. Hillmann wijst er echter niet op hoe brandend actueel dit was na de scheppingsroes van Het vonnis en hoe daarnaar al in de aanhef van De gedaanteverwisseling wordt verwezen.