Zomergasten #5: Wanda de Kanter

Een ode aan de menselijkheid

© VPRO

Wanda de Kanter is kind van de tabaksindustrie. Letterlijk, want zij begon met roken toen zij twaalf jaar was. Letterlijk, want de tabaksindustrie spreekt binnenshuis over kinderen als ‘replacement smokers’, nieuwe klanten die nodig zijn voor een onherroepelijk uitstervende clientèle: een kwart haalt het pensioen niet. Het is slechts een van de onthutsende uitspraken op een intense televisieavond waarin De Kanter man en paard benoemt, maar alle ruimte laat voor bespiegelingen over schuld en troost in het licht van een naderende dood. Het gesprek daarover, in het hart van deze aflevering, is een ode aan de menselijkheid.

Janine Abbring zegt het maar meteen, ze heeft een keelontsteking en klinkt alsof ze stevig heeft gerookt, maar dat is niet zo. Tegenover haar zit De Kanter, als longarts verbonden aan het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis en bekend als activist tegen de tabaksindustrie. Patiënten zien haar bij een consult slechts een kwartier, vijftien minuten waarin uitslagen bekeken moeten worden, behandelingen voorgesteld, plannen B en C doorgesproken en slecht nieuws gebracht. We vangen er een glimp van op wanneer ze technische uitleg geeft over de werking van immuuntherapie. Maar waar ze het vooral over wil hebben is wat zij ‘de zachte zorg’ noemt, iets wat ze in haar eigen praktijk mist. De zorg om depressie en werkloosheid die bij kanker komen kijken, de zorg om de zorgen om de kinderen.

‘Mensen die ernstig ziek zijn worden zo vaak in de steek gelaten,’ had ze al gezegd toen we naar de ernstig zieke René Klijn hadden gekeken bij De schreeuw van de Leeuw. Zij zag de aids-crisis van nabij toen ze eind jaren tachtig begon met werken in het VU, en bewondert in dit fragment de openheid van De Leeuw. Want wat moet je zeggen? Vol empathie vertelt ze over de eerste keer dat ze euthanasie uitvoerde en over de zorg voor soms wanhopige patiënten. ‘Niemand wil dood, maar sommige mensen willen écht niet.’

Abbring vraagt door: hoe gaat ze daar mee om? Compartimentaliseren, mediteren tussen de gesprekken met patiënten door. In haar hoofd zitten honderden gesprekken. En er is het recente verlies van haar eigen broer, die ziek werd en van wie niemand afscheid kon nemen. Wat kan dan nog troosten? We horen Nick Cave in de documentaire One More Time With Feeling vertellen over wie je nog bent na een groot verlies. Een ander mens.

Ja, dat was een harde overgang, naar Little Britain. Zo hard dat ik dacht: nu kan de televisie wel uit. Bitty, weet u wel, de volwassen man die nog bij zijn moeder drinkt. Subversieve televisie die de Kanter aangreep voor het Bitty-effect van de sigaret. Nu kwam de activist aan het woord, maar de intensiteit van de afgelopen 1,5 uur was verbroken, ook al was wat volgde boeiend, zeker voor een ex-roker die in haar dromen maar blijft doorroken. De Kanter vertelde over de conditionerende werking van verslaving, strijdvaardig, ‘de tabaksindustrie heeft de vrijheid gekaapt’, maar voor haar doen bijzonder ingetogen, merkte Abbring op. Dat kan zijn, maar de feiten kwamen onverhuld op tafel. Twee van drie rokers gaan eraan dood, dertig procent van alle kanker wordt erdoor veroorzaakt, twintigduizend doden per jaar, enzovoort. CDA en VVD zijn lobbygevoelig.

Of dit de ideale televisieavond van Wanda de Kanter was? Dat geloof ik niet. De tv kwam er wat bekaaid vanaf, het was meer Kijken in de ziel dan Zomergasten. Fragmenten van Ramses Shaffy, zingend dwars door de barrière van zijn ziekte van Korsakov, en een jonge Johan Cruijff, die vertelt over het gevoel van eenzaamheid zelfs in een vol stadion, die waren mooi. Andere leken er met moeite bij gezocht. Little Britain was niet bedoeld om te lachen. Een kijk in restaurant El Bulli, oef, droge kost. Maar Le Petit Prince, het laatste fragment, over afscheid nemen, dat kwam uit haar hart. Alles gaat voorbij, over op volgende generaties, en ook daarin zit troost.