Commentaar: Een oliedomme oorlog

Een oliedomme oorlog

Te oordelen naar haar drukke voorbereidingen meent de Amerikaanse regering het met haar plannen om Irak te veroveren. De officiële redenen zijn flinterdun. Irak is militair te zeer verzwakt om andere landen te bedreigen, en zijn banden met terroristen zijn onbewezen. De risico’s zijn zo evident dat de vraag rijst wat Washington echt motiveert. Olie speelt weer een grote rol. Verwacht wordt dat de vraag naar olie uit het Midden-Oosten de komende twintig jaar zal verdubbelen. Door de oorlog in Afghanistan zijn de VS nu militair ingeplant in alle zeven «stans», waaronder het olierijke Kazachstan. Tegelijkertijd zijn de relaties met Moskou behoorlijk opgewarmd. Na de installatie van een pro-Amerikaans regime in Bagdad zou Iran het laatste anti-Amerikaanse land zijn onder de grote olieproducenten. Maar het zou omsingeld zijn door Amerikaanse bondgenoten en misschien de volgende kandidaat worden voor militaire druk. Zo zou Washington een netwerk van controle leggen over de olietoevoer.

De oorlog zal aanvankelijk een grote klap betekenen voor de Amerikaanse economie. Anderzijds heeft die economie een flinke stimulans nodig. De privé-sector kampt met overcapaciteit en kan die prikkel dus niet geven. De overheid moet in de rode cijfers gaan, en niets rechtvaardigt dat beter dan oorlog. Er bestaat een merkwaardige correlatie tussen oorlogen in het Midden-Oosten, de daarmee gepaard gaande olieprijsstijgingen en economische inzinkingen. De laatste lijken steeds door de eerste veroorzaakt, maar telkens waren er al ernstige economische problemen voordat de oorlog begon. De olieprijsstijgingen maakten die problemen erger, maar vooral in landen die zelf geen olie bezitten. Olierijke landen als de VS hadden minder last van de prijsstijgingen; zij verbeterden hun relatieve concurrentiepositie. Een groot deel van de petrodollars vond hoe dan ook zijn weg naar Amerika. De laatste Golfoorlog werd voor tachtig procent betaald door Amerika’s bondgenoten, vooral Saoedi-Arabië en Koeweit. In economische termen «kochten» zij de Amerikaanse oorlogsinspanning en betaalden ervoor, dankzij de gestegen olieprijs, in dollars.

De sancties tegen Irak zijn ook good business. Alle inkomsten van Iraks olie-export gaan naar een bankrekening die wordt beheerd door de Veiligheidsraad die bepaalt wat Irak mag importeren. Vele contracten gaan naar Amerikaanse bedrijven. Als de sancties worden afgeschaft, zal Irak die contracten schrappen. Ook daarom wil Washington een bevriend regime in Bagdad vóórdat de sancties verdwijnen. Een olieprijsstijging zou de vraag naar dollars stimuleren en zo de hegemonie van koning dollar herstellen. En de oorlog zou het «veilige haven»-effect — de vlucht van kapitaal naar Amerika — stimuleren en zo de beurzen onderstutten.

Maar de Amerikaanse bevolking is nog niet echt gewonnen voor de oorlog. De verjaardag van 11 september zou het startsein kunnen zijn van een massaal propaganda offensief.