KERNENERGIE IN LITOUWEN

Een onafhankelijk systeem

Ook in Litouwen heeft kernenergie de toekomst. Niet alleen uit economische motieven, ook uit strategische.

AAN DE TOETREDING van Litouwen tot de EU was een strikte voorwaarde verbonden: de kerncentrale in Ignalina moest dicht. De twee Russische RBMK1500-reactoren, in gebruik genomen in de jaren tachtig, leverden Litouwen een kleine 2800 megawatt, maar zij waren van hetzelfde type als die in Tsjernobyl. Volgens de Europese deskundigen hadden die reactoren structurele ontwerpfouten die niet zomaar verholpen konden worden. Sluiting was de enige veilige optie.
De Litouwse regering ging eind jaren negentig met de voorwaarde akkoord. De EU droeg bij in de kosten van de ontmanteling en beloofde nog eens 837 miljoen euro steun voor de periode 2007-2013, waarin Litouwen grote investeringen zou moeten doen in de bouw van een nieuwe centrale én in de aansluiting van het Litouwse energienet op het Europese. Litouwen werd lid van de EU in mei 2004. Volgens afspraak werd op 31 december van dat jaar de eerste reactor gesloten. De tweede moet uiterlijk oudjaarsdag 2009 dicht.
Daar zit Litouwen nu geweldig mee in z’n maag. 75 procent van de Litouwse energiebehoefte wordt gedekt door Ignalina, en er is nog geen alternatief. Waarom daar niet tijdig in is voorzien – de Litouwers weten immers sinds de jaren negentig dat de sluiting onvermijdelijk is – kan niemand zeggen, maar nu lijkt iedereen dan eindelijk wakker. Er zijn vergevorderde plannen voor de bouw van een nieuwe centrale, in co-productie met Letland, Estland en Polen, kosten vier miljard euro, met een capaciteit van zo’n 3200 megawatt, die de hele Baltische regio van energie zal voorzien. Die installatie zal echter niet voor 2015 in bedrijf komen. Dat betekent dat er tussen 2010 en 2015 een gat ontstaat in de energievoorziening, en dat zal grote impact hebben op de jonge Litouwse economie.
Wat te doen? Er wordt koortsachtig gesproken over een kabelverbinding met Zweden, dat vanaf 2012 direct elektriciteit zou kunnen leveren, maar daar is nog geen meter van gelegd, laat staan dat de infrastructuur in Litouwen erop is aangepast. Er is nog een optie: uitstel. Litouwen heeft de Europese partners daar beleefd maar dringend om verzocht.

In een gesprek in zijn residentie wijst president Valdas Adamkus op onvoorziene omstandigheden: ‘Toen de verplichting werd aangegaan om Ignalina te sluiten, was de energiesituatie wereldwijd volledig anders. We betaalden toen 25 dollar per vat olie, nu hebben we het over 150 dollar per vat. Moeten wij volledig negeren wat er om ons heen in de wereld gebeurt? Zijn de economische omstandigheden dezelfde? Nee, zeker niet.’ De president waarschuwt: een stijging van de energieprijs met honderd procent zou de voorspoedige ontwikkeling van de Litouwse economie in de laatste jaren – een jaarlijkse groei van acht procent – volledig te niet kunnen doen, met alle politieke gevolgen van dien. Er zijn verkiezingen in oktober. De Litouwse kiezers zouden zich wel eens van Europa kunnen afwenden.
Uitstel lijkt echter volkomen onhaalbaar. De bepaling inzake de sluiting is deel van het EU-accessieverdrag, dat Litouwen met alle 25 staten afzonderlijk is overeengekomen. Wijziging zou betekenen dat de parlementen van alle lidstaten het Litouwse lidmaatschap opnieuw zouden moeten ratificeren.
Maar de Litouwers hebben nog een argument: Rusland. Premier Gediminas Kirkilas legt dat graag uit: ‘Litouwen heeft genoeg niet-nucleaire capaciteit voor de productie van elektriciteit, maar dan zouden wij meer dan tachtig procent van onze energie moeten halen uit Russisch gas. De prijs is dan een probleem, maar dat is niet het belangrijkste: het probleem is de betrouwbaarheid van de leverantie. En niet alleen uit Rusland, want de pijpleiding gaat ook over Wit-Russisch gebied, en dat is een volstrekt onvoorspelbaar land.’ De premier herinnert eraan hoe de Russen in 2005 en 2006 de gasvoorziening naar Oekraïne en Georgië blokkeerden.
Kirkilas heeft enig recht van spreken. In 2006 werd een Litouwse olieraffinaderij na een openbare aanbesteding verkocht aan een Pools consortium. Dat was tegen het zere been van twee Russische bedrijven, die ook meedongen. Kort daarop viel de toevoer van olie door de Russische Droezjba-oliepijplijn volledig stil. Het Russische staatsbedrijf Transneft meldde kortaf dat de pijplijn ‘beschadigd’ was. Daarna gebeurde er niets meer. Premier Kirkilas verzucht: ‘Ze blokkeren de pijplijn nog steeds. Ik heb wel zes brieven gestuurd aan de Russische regering. Onze hulp aangeboden bij de reparatie. Maar ik krijg geen antwoord. They are not returning my calls.’ De olie-invoer gaat nu per schip.
De Litouwers hebben met enig succes geprobeerd van dit particuliere probleem een Europees probleem te maken. Wat Litouwen overkomt, kan ook de andere EU-staten overkomen. Europese coulance inzake Ignalina, uitstel van de sluiting tot de Zweedse verbinding in 2012 tot stand komt, zou dus van strategisch belang zijn voor de hele Unie. Bovendien, zeggen de Litouwers, is die Ignalina-centrale heus niet zó aftands, en kernenergie is sowieso een stuk veiliger dan vroeger. Kirkilas: ‘We ondervinden in Europa hoe dan ook een soort nucleaire renaissance. Veel landen hebben het over kernenergie, ook de landen die er altijd erg negatief over dachten, zoals Oostenrijk of Ierland.’
Het strategische belang van de kernenergie heeft de milieubeweging in de regio in elk geval de wind uit de zeilen genomen. In Letland maakte men zich openlijk zorgen – de nieuwe centrale grenst aan Lets grondgebied – maar vergeefs. Zoals de Letse politicus Dainis Ivans zei: ‘Elke goede Letse burger moet de nieuwe nucleaire centrale steunen. Tegenstand tegen het project komt immers neer op steun aan Ruslands imperialistische ambities.’
President Adamkus: ‘Wij gaan volle vaart vooruit. Onze activiteiten hebben de hele regio wakker geschud. Wit-Rusland bouwt nieuwe reactoren. Letland overweegt zelf een reactor te bouwen. In Kaliningrad praten ze erover met de Russen. Prima. Ik hoop dat die Zweedse verbinding er komt, en dat wij in 2015 de knop kunnen indrukken van een onafhankelijk grid in de Baltische Staten, met verbindingen naar Zweden, naar Polen en misschien ook naar Oekraïne, de president daar heeft ook al belangstelling getoond. We hebben dan een nieuw onafhankelijk systeem, vrij van chantage door wie dan ook.’