De Vrije Republiek Liberland

Een onbewoond belastingparadijs met één dissident

Toen libertariërs in 2015 een stuk niemandsland aan de Donau claimden, leek het een mediagenieke grap. Zes jaar later droomt een nieuwe klasse crypto-idealisten van verlossing in Liberland.

Luister naar dit artikel

Vít Jedlička (met computer), president van Liberland, en andere opvarenden op de Liberty, voor anker bij Liberland

De president heeft een kater. Een koffiebeker tomatensoep staat voor zijn neus. Het is begin 2020 en Vít Jedlička (37), zoals de bonkige Tsjech achter de soep heet, zit aan een tafeltje op de luchthaven van London City. Hij heeft kort blond haar, een Slavische tongval en een droog glimlachje. Jedlička is naar de Britse hoofdstad getogen op uitnodiging van de libertarische studievereniging van King’s College, om een lezing te houden over het ministaatje dat hij stichtte. ‘Ik grap vaak: het is makkelijker om een nieuw land te beginnen dan er eentje te veranderen.’ Tussen zijn vingers rolt hij een servetje. Hij richt zijn blik op het papier, terwijl hij bijna werktuigelijk zijn verhaal oplepelt.

Op 13 april 2015 zette Jedlička voet aan wal in Gornja Siga, een uivormig stuk land aan de Donau op de grens van Servië en Kroatië. Het gebied, inclusief riviereiland, bestrijkt zeven vierkante kilometer en is daarmee van het formaat Gibraltar. Het is een onbewoond, bosrijk niemandsland. Door een grensgeschil claimt Servië noch Kroatië het. ‘We zochten op Wikipedia naar niemandsland en vonden Liberland’, legt hij uit. Op die aprildag hesen Jedlička en drie vrienden hun vlag boven het moeraslandje, een geel-zwarte banier met rood-wit-blauw wapen. De Vrije Republiek van Liberland was geboren.

Het was wereldnieuws. CNN, The New York Times en talloze Europese media berichtten over het curieuze ministaatje in het hart van de Balkan. Honderdduizenden mensen boden zich aan als burger. ‘We hadden hooguit tweeduizend aanmeldingen verwacht’, vertelt Jedlička. ‘Die hadden we binnen het uur. Toen de internationale media erop doken, explodeerde het.’ Liberland bleek een onweerstaanbaar verhaal, dat tot de verbeelding sprak en zich geestig liet opdienen. Een mediagenieke grap. De aandachtstorm ging even snel liggen als hij was opgestoken. Maar nu Jedlička, ruim zes jaar later, de wereld rondvliegt als president, bitcoinmiljonairs zich aansluiten, honderden ‘burgers’ zich hebben ingekocht, een vloot wordt gebouwd en vastgoedprojecten in de steigers staan, rijst de vraag: was het wel een grap?

Een mannetje of veertig bezet de banken van het universiteitszaaltje. Op de voorste rij zit Patrik Schumacher, hoofdarchitect van topbureau Zaha Hadid en vrije-marktevangelist, zoals dat dan heet. Na afloop zal de president hem een onderscheiding op de revers spelden. ‘Ik ben een geboren libertariër’, houdt Jedlička het gehoor op King’s College voor. Als dertienjarige jongen zag hij het licht tijdens het lezen van een boek van Frédéric Bastiat, een negentiende-eeuwse econoom. ‘Van hem heb ik geleerd dat de staat een fictie is waarin iedereen van elkaar probeert te stelen.’ Belastingen zijn diefstal, staatmonopolies kwaadaardig en marktreguleringen destructief. Liberland gaat alles anders doen, belooft hij.

Een libertarisch betoog uit het boekje. Toch is er meer aan de hand. Liberland is het boegbeeld van een nieuwe stroming, waarin oude ideeën een verbond zijn aangegaan met nieuwe technologieën. Het is niet zomaar dat Jedlička zijn staat wil bouwen op een blockchain, de techniek achter bitcoin. De opmars van cryptovaluta heeft een nieuwe generatie libertariërs voortgebracht, die het virtuele geldstelsel, met zijn belofte centrale banken en belastingdiensten buitenspel te zetten, beschouwen als blauwdruk voor nieuwe samenlevingen. Volgens deze cryptolibertariërs loopt er een rechte lijn van de Oostenrijkse School – de traditie van vrije-marktfilosofen aan de Weense universiteit – naar de bitcoin. En dus hoor je vandaag de dag blockchainnerds en cryptomiljonairs dwepen met denkers als Ludwig von Mises (1881-1973), Friedrich Hayek (1899-1992) en Ayn Rand (1905-1982). ‘Een vriend van me heeft alle boeken van Von Mises gedigitaliseerd’, grijnst Jedlička de zaal toe. ‘Een robotstem heeft mij urenlang Von Mises voorgelezen.’

Liberland, gezien vanaf de Servische kant van de Donau

De weg slingert door een dorp waar nog paard-en-wagens rijden. Voorbij een landhuis, eenzaam wegkwijnend in deze uithoek van Servië, begint het bos. Wie een glimp van het beloofde land wil opvangen betreedt het. Spechten timmeren op stammen, maretakken hangen als pompons in de boomtoppen. Het pad voert langs houthakkers, over een dijk, naar modderig terrein.

Bzzz. ‘Welkom in Kroatië’, leest een sms – daar valt over te twisten. Een vos trippelt voorbij. Zwijnensporen leiden naar een populierenplantage, waar het pad ophoudt en het hoge gras begint. Nog voor de Donau zich laat zien, glinstert het tussen de bomen. Zand! Aan de overkant, in een bocht van de machtige rivier, openbaart zich een bleek en verlaten strand. Volgens Google Maps is het dáár: Liberland.

Dat dit landje voor het grijpen lag, heeft een zonderlinge geschiedenis. Al decennialang zijn Servië en Kroatië verwikkeld in een grensgeschil. Volgens Belgrado vormt de Donau van oudsher de scheidslijn. Alleen heeft de rivier – mede door de bouw van stuwdammen – in de loop van de tijd zijn stroom verlegd. Zagreb houdt het negentiende-eeuwse kadaster aan, toen de Donau meer oostwaarts liep en Kroatië meer land toeviel. De buurlanden claimen dezelfde gebieden op de linkeroever, die talrijker en economisch lucratiever zijn dan de betwiste plekken op de rechteroever. Daar ligt Gornja Siga. Volgens beide kampen behoort het de ander toe. Zagreb kan het niet claimen zonder de huidige rivierloop te erkennen als grens; dat zou zijn aanspraak op de overkant tenietdoen.

Als niemand het wil is het van ons, redeneren de Liberlanders. Er zijn juristen die hun gelijk geven, maar daar koop je weinig voor in de cel, waarin Jedlička en sympathisanten meermaals zijn beland nadat ze Liberland waren binnengegaan. Kroatië pakt pottenkijkers hard aan. De grenspolitie staat met speedboten paraat. Zolang het geschil niet is beslecht, waakt Kroatië over de rechteroever. Het leidt tot paradoxale situaties. In 2015 werden een paar Liberland-betreders veroordeeld voor het illegaal verlaten van Kroatië. Toen ze het vanaf Servische zijde probeerden, werden ze veroordeeld voor het illegaal binnengaan van Kroatië. Een hof in Zagreb tikte de lokale rechtbank op de vingers, maar veel haalde het niet uit.

Zes jaar later is Liberland nog altijd onbebouwd en verlaten. Het enige huis dat er stond is gesloopt. ‘Dat hebben de Kroaten gedaan, omdat mensen onze vlag erboven hesen of er zelfs in bleven overnachten’, vertelt Jedlička. De Serviërs vinden het op hun beurt wel best. ‘Laatst pakten ze op aandringen van Kroatië een paar mensen op. Die gasten hebben een paar uur gepingpongd met de bewakers op het politiebureau en konden toen gaan.’ Dat het gebied ontoegankelijk is deert hem niet zo, stelt de miskende president. ‘Het is een kwestie van tijd. Al duurt het decennia, onze claim zal slagen.’

In de tussentijd tooit Liberland zich met alle uiterlijkheden van een natiestaat. Er is een paspoort, een hymne, een kadaster, een kamer van koophandel, een begroting, een kenteken, een mediakanaal en in Servië gebrouwen Liberbier. Zonder ironie spreekt Jedlička met officiële titels – minister zus, vicepresident zo – en gaat zijn vrouw door voor first lady. Een diplomatiek netwerk is opgetuigd, met ‘ambassadeurs’ in ruim tachtig landen. Daarbij wordt opzichtig gevleid. Liberland doneerde computers aan een Servische school en voedselpakketten aan Haïti. De oogst van alle diplomatieke inspanningen: erkenning van Somaliland, een de facto staat in de Hoorn van Afrika, dat eveneens snakt naar acceptatie. Maar Jedlička is een optimist. Dat Haïti hulp aanneemt, beschouwt hij als erkenning. En wat dacht je van Jean-Claude Juncker, die in 2019 zei dat ‘het gebied van Gornja Siga meer duidelijkheid vereist’?

De kille adem van de Donau blaast over de oever. Aan de overkant van de rivier geven het strand en de bomen geen krimp. Van een afstandje ligt Liberland er gewoontjes bij. Het voelt onwerkelijk dat crypto-idealisten hun futuristische fantasieën op dit moeraslandje projecteren. ‘Probeer je hier eens een stad van wolkenkrabbers voor te stellen’, zegt Nicola (36), ongelovig turend naar de overzijde. De sportief geklede Italiaan is naar Servië gereden voor het zesjarig bestaan van Liberland, dat in kleine kring wordt gevierd. Sinds kort is hij e-ingezetene, een soort burger-light. Vanuit de kelder van zijn ouders belegt Nicola in cryptomunten en grondstoffen, maar het liefst wordt hij zelfvoorzienend boer.

Liberland raakt een snaar. ‘Ik ben opgegroeid in een arm gezin. Mijn ouders hadden altijd de grootste moeite om de belasting op te brengen. Waarom moeten wij betalen voor dingen waar we toch geen gebruik van maken? dacht ik als kind al.’ Een gestaalde libertariër is hij niet, eerder een boer die ongemoeid zijn eigen boontjes wil doppen. ‘Ik zou graag in een land leven waar je zelf kunt kiezen waarvoor je betaalt.’

‘De burger moet minder verplichtingen worden opgelegd. We moeten de overheid herzien. Dan kom je uit bij Liberland’

Dat willen er meer. Van de 600.000 aanmeldingen beschouwt Liberland er 250.000 als legitiem. ‘Het laat zien dat we een gemeenschap zijn’, zegt Jedlička op de Londense luchthaven. Evenwel is hij kieskeurig. Tot nu toe mag een select groepje van 850 mensen zich burger noemen. Ze hebben hun ‘nationaliteit’ gekocht (voor vijfduizend dollar) of verdiend. Daarnaast zijn er e-residents zoals Nicola, digitale ingezetenen. Dat is afgekeken van Estland. Wereldwijd zijn tienduizenden mensen e-ingezetene van het Baltische land, wat hun toegang geeft tot zakelijke dienstverlening. Liberland telt er enkele honderden.

Voor deze burgers wordt een ‘minarchie’ opgetuigd, een staatsmodel van libertarische makelij. Daarin is de overheid bijna volledig uitgekleed. Belastingen zijn vrijwillig, kerntaken als politie en zorg privaat. ‘In principe kan elke Liberlander zich verhuren als een soort Uber-politie, die tegen een vergoeding de wet handhaaft’, schetst Jedlička. Aanbieders zullen ongeremd kunnen concurreren, opdat de beste dienstverlener wint. Smeerolie in dit systeem zijn de merits, feitelijk cryptomunten. Meer merits betekent meer invloed.

Wel zo fair, vindt Jedlička. ‘In huidige democratieën kun je heel veel belasting betalen en toch maar één stem in de politiek hebben. Wij zijn een echte meritocratie.’ Het beetje overheid dat resteert, wordt op een blockchain gezet. Sec gezien is dit een database waarvan het toezicht is gedistribueerd, in plaats van centraal gecontroleerd. Voor cryptolibertariërs gaat hiermee de droom van een ‘decentrale’ staat in vervulling. Ook dit staatsmodel is niet heilig. ‘De broncode van onze staat zal open source zijn’, zegt Jedlička. ‘Mensen kunnen die kopiëren en betere systemen creëren. Ik hoop echt op gezonde concurrentie.’

Een rijzende klasse bitcoinmiljonairs voelt voor deze denkbeelden. Liberlands voornaamste geldschieter is Roger Ver, een vroege cryptobelegger wiens vermogen op een half miljard dollar wordt geschat. Hij heeft miljoenen toegezegd voor het eerste bouwwerk. Liberland won ook de harten van Amerika’s bekendste libertariër Ron Paul, oud-eurocommissaris John Dalli en blockchain-ondernemer Vignesh Sundaresan, de man die onlangs 69 miljoen dollar neertelde voor een digitaal kunstwerk.

‘Het is een waanzinnig idee’, zegt Didi Taihuttu aan de telefoon. In de media is hij bekend van de ‘bitcoinfamilie’, het Limburgse gezin dat al zijn spaargeld in cryptomunten stak. Sindsdien reizen ze de wereld rond. Twee zomers terug bezocht hij Liberland. ‘We zijn er met de speedboot langs gevaren. Toen voelde ik voor het eerst: dit is echt.’ Taihuttu noemt zichzelf een ‘vrijheidsstrijder’. Hij is van Molukse komaf, verklaart hij, de geschiedenis van valse beloftes door de overheid heeft hem getekend. In Nederland werd hij de regeltjes en bemoeizucht beu. Vrijheid vond hij in de bitcoin. ‘De burger moet minder verplichtingen worden opgelegd. We moeten het overheidssysteem herzien. Dan kom je uit bij Liberland.’

Yoshi Livo, de eerste dissident van Liberland, als zijn alter ego in zijn appartement in Sombor met de Liberlandvlag achter zich

Het huis van Chad Elwartowski dobberde voor de kust van Phuket. Veel had het niet om het lijf, een hut op een paal. Toch had die hem zomaar fataal kunnen worden. In 2019 verklaarde de Amerikaanse bitcoinhandelaar zijn drijvende huis – net buiten de territoriale wateren van Thailand – soeverein, onaantastbaar voor elke wetgeving. Daar dachten de Thaise autoriteiten anders over. Die zagen een flagrante schending van hun soevereiniteit, waar in het ergste geval de doodstraf op staat. Ternauwernood konden Elwartowski en zijn vriendin ontsnappen aan de marechaussee, die korte metten maakte met ’s werelds eerste ‘seastead’.

Denk niet dat Vít Jedlička de enige cryptolibertariër is die zich aan een eigen staat waagt. Het oceaanstadje van Elwartowski, die inmiddels in Panama aan een soortgelijk project is begonnen, komt uit dezelfde ideologische koker. Het waren de roemruchte durfinvesteerder Peter Thiel (Paypal, Facebook) en ‘anarchokapitalist’ Patri Friedman (kleinzoon van Milton Friedman, geestelijk vader van het neoliberalisme) die in 2008 The Seasteading Institute oprichtten. In hun zoektocht naar alternatieven voor ‘overheidsmonopolies die onvoldoende innoveren’ kwamen ze uit bij drijvende steden – seasteads – op de oceaan, ‘de volgende frontier van de mensheid’. Het Thaise avontuur van Elwartowski was kansloos. Maar twee jaar eerder was het instituut dicht bij een deal met Frans-Polynesië over een seastead voor de kust van Tahiti. Die kwam er, mede na volksprotest, uiteindelijk niet.

Kansrijker lijken de semi-autonome stadstaatjes die libertariërs willen optuigen. Zo hebben cryptobeleggers uit Californië hun oog laten vallen op Puerto Rico. Na de orkaan van 2017 trokken ze naar het (belastingvriendelijke) eiland om een eigen cryptostad te bouwen. Een jaar later kocht Jeffrey Berns, een schatrijke advocaat en crypto-investeerder, een stuk woestijn in Nevada ter grootte van Ameland, waar hij een private stad op blockchain wil bouwen. Gelijkgezinden roeren zich in het straatarme Honduras, dat ruimte biedt voor economische zones met een hoge mate van autonomie.

‘Liberland is een van de vele projecten.’ In de Londense hipsterwijk Shoreditch zit Julio Alejandro (33) aan een tafeltje. Voor hem een flat white met extra havermelk, die hij in al zijn geestdrift koud laat worden. Alejandro kent de cryptolibertarische scene op zijn duimpje. Voor de geboren Mexicaan, die opgroeide in de VS en inmiddels de Britse en – na zijn bekering tot het jodendom – Israëlische identiteit bezit, zijn staat en natie relatief. ‘Overheden veroorzaken de meeste wereldproblemen. We moeten hun macht verminderen. Het doel is niets minder dan de volgende holocaust te stoppen.’

De uitweg, volgens Alejandro, is blockchain. Hij werkt aan complexe, computergestuurde organisatievormen die, althans in theorie, alle zeggenschap decentraliseren. ‘De meeste mensen snappen het principe van cryptovaluta, dat geld loskoppelt van centrale banken. Wat ze niet begrijpen, is dat blockchaintechnologie ook de wet kan losmaken van de centrale overheid. Denk bijvoorbeeld aan geprivatiseerde politie. Hetzelfde geldt voor territorium. Blockchain is een ideologie, bitcoin is pas het begin.’

Zulke verlossingsfantasieën zijn zo oud als het internet zelf, zegt socioloog Lincoln Dahlberg van de Universiteit van Queensland. ‘Sinds de vroege jaren negentig bestaat de droom om via cyberspace te ontsnappen aan overheidscontrole’, mailt hij. Toen waren het de zogeheten cypherpunks die via de ether hun eigen weg gingen. Dat viel tegen. Internet verloor zijn libertarische haren en de schaduwvariant, het dark web, bleek meer een plek voor drugshandel dan voor idealisme. Er bleek ook virtueel geen ontkomen aan de staatsmacht, observeert Dahlberg. ‘Vandaar dat libertariërs op zoek gaan naar fysieke plekken op de planeet, in de ruimte of ondergronds.’

In een achterafstraatje van Apatin, een ingeslapen plaatsje aan de Donau, demarqueren groene hekken een kavel. De afrastering bewaakt niet meer dan onkruid en wat elektriciteitspalen. Vanuit de omliggende voortuinen blaffen honden. Ook de kippen tokken hun partijtje mee. Wat je niet hoort, zijn heipalen. ‘De bouw had al in december moeten beginnen’, verzucht Vanya Czar. ‘We wachten nog steeds op de vergunning.’ Czar is de directeur van Liberland Group. Op deze overwoekerde kavel gaat het bedrijf een zakencomplex bouwen. Het is gelegen in de vrijhandelszone van Apatin, waar importheffingen en btw niet bestaan. Hemelsbreed ligt het nog geen vijftien kilometer van Liberland. Een uitgelezen plek dus voor de eerste steen van het zakelijk walhalla dat Liberland wil worden. Maar ja, die bureaucratie.

Czar – paardenstaart, baardje, dun montuur – is het lokale manusje-van-alles. Hij trekt de kar bij investeringsprojecten zoals de vrijhandelszone. Behalve een zakencentrum bouwt Liberland boten en zit een plan voor luxe vakantiehuisjes in de pijplijn. Vanwaar deze investeringen in zo’n onbenullig Servisch plaatsje? ‘Hoe meer we onze stempel op de regionale economie kunnen drukken, hoe sterker Liberland zal staan’, verklaart hij. Czar, van huis uit politicoloog, komt uit de nabijgelegen stad Sombor. Anderhalf jaar geleden sloot hij zich aan bij Liberland. ‘Ik wil de mensen van mijn regio helpen. Sinds de oorlog staat hier alles stil. De mensen hebben wel van ons gehoord, maar ze zijn niet betrokken. Ook daarom bouwen we hier.’

Dat is de strategie, beaamt Vít Jedlička. In een hotel in Apatin zijn we aangeschoven voor een feestmaal ter ere van het zesjarig jubileum. Schalen vlees gaan rond, de hotelier kijkt tevreden toe. Normaal komen zo’n honderd man af op de jaarlijkse viering, maar de jongste Donaurepubliek houdt het ditmaal klein omwille van corona, al neemt niemand hier het virus serieus. Uit Praag is een kleurrijk gezelschap overgekomen. Een roze-harige vrouw met een chipimplantaat in haar hand. Een man die eigenhandig een ecodorp bouwde. Een lijvige biker met sik, die de vechtkunst der kozakken beheerst – hij blijkt Jedlička’s chauffeur. Zelf is het presidentiële paar net terug van een spontane reis door Midden-Amerika. De first lady trok de lockdown in Praag niet meer.

De sensatie van een verboden eiland overheerst. Een Tsjech plast over de wortels van een ontrukte boom en lacht: ‘Dit is mijn territorium!’

‘We concentreren ons nu op de grondwet en de ontwikkeling van de staat op blockchain’, vertelt de president boven zijn soep. ‘We hebben op dit moment nog niet zoveel geld nodig.’ Jaarlijks geeft Liberland een half miljoen dollar uit, getuige de jaarverslagen. Dat geld gaat in lokale investeringsprojecten, promotie, juridische adviseurs en salarissen. De grootste uitgavenpost is de armada. De Liberlanders bouwen boten om hun land tot vlakbij te naderen, of zoals Jedlička het graag ziet, hun territoriale wateren te betreden.

Het grote spenderen volgt later. ‘Een paar miljardairs willen een wolkenkrabber bouwen’, pocht de president. Zorgen zijn er wel over de ondergrond; het rivierlandje is overstromingsgebied. Maar bij Jedlička is het glas altijd halfvol – en vanavond, aan het feestmaal, is het gevuld met witbier. Hij neemt een slok en haalt zijn schouders op. ‘Praag stroomt ook om de zoveel jaar over.’

De Bitcoin Freedom ligt zwartgeblakerd aan de ketting bij een verlaten scheepswerf in de haven van Apatin

De eerste dissident van Liberland woont in een troosteloze flat in Sombor. Hij heeft helderblauwe ogen, een baardje en draagt een capuchontrui met de opdruk ‘bad decisions make good stories’. ‘Let niet op de zooi’, verontschuldigt Yoshi Livo (34) zich voor de studentikoze rommel in zijn appartement. Op het fornuis staat nog een pan met gestold, uitgebakken spek. Aan de koelkast hangt een Liberland-magneet. Sinds drie jaar woont hij in Servië, op steenworpafstand van het beloofde land. Hij werd in Nederland geboren als Niels, maar de buitenwereld kent hem als Yoshi Livo, een acroniem van zijn levensmotto: your children live on. ‘Ik wil de wereld graag beter achterlaten dan toen ik geboren werd’, legt hij uit. ‘En ik denk dat het uitschakelen van de overheid daarbij helpt.’

Op de bonnefooi reisde Livo zes jaar geleden af naar Liberland. ‘Ik zat in het gekraakte Maagdenhuis toen iemand erover vertelde. Na de ontruiming heb ik mijn spullen gepakt, met het idee om in Liberland te gaan wonen.’ De droom was van korte duur. De Kroatische politie snapte hem in zijn tent en pakte hem op. ‘Ik heb negen dagen in de cel gezeten. Het mag geen naam hebben. Maar ik was wel even de held van Liberland.’ Terug in Nederland had hij een vluchtig avontuur met Wonderland, een zes meter smalle strook niemandsland bij de Duitse grens, maar dat liep op niets uit. Een bankrekening had hij toen al niet meer, cryptogeld wel. Daar leeft hij van. Livo werd burger van Liberland, verhuisde naar Servië en investeerde naar eigen zeggen een kapitaal. Hij toont zijn paspoort, een donkerblauw boekje dat overtuigend oogt. Rode stempels markeren zijn bezoekjes.

Maar het avontuur liep uit op een desillusie. Tussen hem en Jedlička boterde het niet. Livo vond dat hij halfbakken werk afleverde, de president vermoedde valse opzet bij zijn criticaster. Ook zakelijk raakten de twee gebrouilleerd. De stapel merits die Livo ontving in ruil voor zijn investering zijn nog altijd onbruikbaar. ‘Ik heb een stuk of vijf contracten met Vít getekend. Die komt hij niet na.’ Na een reeks verdachtmakingen verklaarde Jedlička hem op Facebook persona non grata. Livo hoort er niet meer bij.

Toch zit hij hier, in een Servische flat aan een kop gemberthee. Een dissident tegen wil en dank. Vanuit zijn appartement maakt hij een online show, waarin hij het Liberland-vuurtje warm houdt. Livo demonstreert de metamorfose die hij voor elke uitzending ondergaat. Hij zet een regenboogkleurige pruik op, schminkt zijn neus rood en spant, om de draak te steken met de mondkapjesplicht, een stuk gaas voor zijn gezicht. Zijn bizarre alter ego is een knipoog naar de internetmeme ‘clown world’, vooral populair in alt-right-kringen. Livo ziet het meer als een geuzentitel. ‘Sommigen vinden mij een clown, vandaar.’

Uiteindelijk zit het dispuut met Jedlička dieper, vertelt hij, als hij zijn clownsuitdossing heeft afgezet. ‘Ik wil een Liberland voor iedereen, terwijl Vít er een ministaat voor een selectief eliteclubje van wil maken.’ Hij houdt zich te veel bezig met promotiereisjes, vindt Livo. ‘Als je een grondwet wil, heb je grond nodig. Een virtueel bestaan is niet genoeg. Promotie is belangrijk, maar je bouwt er geen land mee op. Hier in Sombor zegt Liberland de mensen niets.’

Zijn excommunicatie ten spijt blijft hij geloof houden. Voor hem heeft de overheid afgedaan. Hij verlangt naar iets nieuws en denkt het hier te vinden. ‘De wereld verandert. We hebben nu internet en bitcoin, dat zijn de grootste uitvindingen ooit. Ik heb het gevoel dat we gevangen zitten in een systeem waar we uit moeten breken. Daar wil ik Liberland voor gebruiken.’

D e Liberty neemt het ruime sop. Vanuit Apatin zet het dubbeldeksschip koers richting Liberland, stroomopwaarts een paar uur varen. De voorjaarsbries van de Donau is onverbiddelijk, maar bier en barbecue houden de twintig opvarenden warm. Eigenlijk had vandaag de Bitcoin Freedom te water moeten gaan, het dertig meter lange vlaggenschip van de armada, maar dat ligt zwartgeblakerd aan de ketting. Het schip is vorige zomer deels afgebrand, oorzaak onbekend. ‘De grootste tegenslag in de korte geschiedenis van deze natie’, declameerde het persbericht.

Op het dek zit Neil (53) verlegen om een praatje. De Canadees met stekeltjeshaar werkte in Saoedi-Arabië toen corona uitbrak. Hij week uit naar Tanzania, moest dat land halsoverkop verlaten na onlusten en kwam, met hulp van lokale Liberlanders, in Apatin terecht. ‘Ik ben hier sinds Kerstmis. Het dorp kom ik nauwelijks uit, want ik probeer de coronaregels te ontlopen. Ik wil gewoon vrijheid. Zie me als een coronavluchteling.’ Na een ziekbed – hij was vergiftigd met zware metalen – begon Neil zichzelf ‘de grote vragen’ te stellen. Via een Mexicaanse cryptogemeenschap hoorde hij uiteindelijk over Liberland. ‘Ik droom ervan om me met mijn gezin te herenigen en ons te vestigen op een vrije plaats, hier of in Midden-Amerika.’

‘Hallo daar!’ Vanaf het voordek wuift Jedlička naar de laptop op zijn arm. Het schip ligt voor anker voor de Liberlandse kust. Een online conferentie is gaande ter ere van het jubileum. ‘Zes jaar geleden plantten we met z’n vieren de vlag op Liberland’, spreekt de president zijn digitale gehoor toe. ‘En kijk waar we nu zijn.’ Beneden in de behaaglijk warme kajuit wordt de conferentie op een scherm gevolgd. Sprekers zijn bekenden uit de cryptolibertarische scene. Didi Taihuttu, van het Nederlandse bitcoingezin. Andrew Henderson, een miljonair die andere miljonairs helpt met belastingontwijking. En Doug Casey, een anarchokapitalist van de oude stempel. Hij ziet het tij keren. ‘Libertariërs maakten hun praatjes nooit waar. Tot nu, want crypto schiet door het plafond.’

Inmiddels ligt de Liberty al uren voor anker. De grenspolitie is in geen velden of wegen te bekennen, en Liberland lonkt. Met de jetski is het een minuutje varen. Met z’n vieren wagen we het erop. Om beurten zet de waterscooter ons vlak voor het strand af. Met opgestroopte broeken zakken we in het water. Het is maar een paar meter naar het beloofde land. Voetstappen maken kuiltjes in het gave zand. Struweel prikt gemeen in onze voetzolen, maar de sensatie van een onbewoond, zelfs verboden eiland overheerst. Een van de Tsjechen zoekt een ontrukte boom op, plast over de wortels en lacht in zijn beste Engels: ‘Dit is mijn territorium!’

Als de schemering valt en iedereen terug aan boord is, gaat er vuurwerk de lucht in. Het weergalmt als artillerievuur over het water. Meteen komt een politieboot aangesjeesd. Het zoeklicht verblindt de opvarenden, de golfslag doet het schip schommelen. Onverrichter zake keren de Kroaten naar het eiland. In het schijnsel van hun lamp licht een geel-zwarte vlag op.

In het pikkedonker zet het schip koers naar de haven. De barbecue wordt gestookt met brandhout van het strand. Verkleumde schepelingen warmen zich aan de vlammen. Neil, de zoekende ziel uit Canada, tuurt over de reling naar het zwarte water. ‘Weet je, ik besef nu dat er al een hele gemeenschap is. Niet alleen mensen van hier, maar wereldwijd. Liberland bestaat al.’


Dit artikel kwam tot stand met de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, fondsbjp.nl