Een onderhuids sluimerende veenbrand

Ik zag een bewindspersoon op de televisie die zei: er is geen vaccin, maar als we alle vleeskuikens al zouden kunnen enten, dan nog is het probleem niet opgelost. Want dan blijft de vogelgriep als het ware onderhuids sluimeren als een veenbrand.

Ik stap in de tram, of ik sta met een vriend te praten, of ik lig in bed en uit het niets doemt die rare soep van beelden op.

Ik hielp een huis opruimen en ik zag een stapel Verkade-albums. De zomer, de winter, de Zuiderzee, de vetplanten en de grote rivieren. In alle albums alle plaatjes op de goede plaats ingeplakt, hoeveel beschuiten zijn daarvoor opgegeten? En ik zag een album over de Olympische Spelen van 1936 met een hakenkruis op het door muizen aangevreten stofomslag en een foto van Hitler voorin, hij brengt bij de Olympische vlag de naar hem genoemde groet. Alle foto’s keurig ingeplakt, ze werden geleverd door Cigaretten-Bilderdienst Altona-Bahrenfeld. Hoeveel cigaretten zijn daarvoor gerookt? Welke gesprekken werden er gevoerd tijdens het plakwerk, hoe vaak is het album doorgebladerd?

Ik denk dat er een enorme regenbui aankomt.

Ik las in een van de ochtendkranten over een heel hongerige golf van haatdragende columns.

Ik zag een voordrachtskunstenares die teksten van Johnny the Selfkicker voordroeg. Bij het woord twee stak ze twee vingers in de lucht, bij het woord drie drie en bij vier vier, en als de tekst ging over het inschenken van een kopje thee maakte haar linkerhand het gebaar van een hand die een theepot vasthoudt boven een theekopje. De voordrachtskunstenares bewoog als een sliertige waterplant nadat er een roeibootje was langsgekomen, ik kreeg het gevoel dat ik een onderwaterdroom beleefde, en toen probeerde ze van de beroemde opgewonden regel ‘Kom toch eens klaar klootzak’ een meezinger te maken. Nu leek het een Avondje Avro, maar ze kreeg het publiek niet echt mee.

Het moet wel heel erg gaan regenen.

Ik hoorde een ander woord voor dierenbeulen: ‘pluimveehouders’. En ik hoorde een ander woord voor afslachten: ‘ruimen’. Ik hoorde dat de getroffen pluimveehouders slachtoffers zijn en dat ze worden gecompenseerd. Maar niet volledig!

Ik hoorde een jonge dichter de hoofdpersoon van zijn gedicht typeren: ze was de kwaadste niet. Alsof er een nieuwe Anton Pieck aan het schilderen was geslagen.

En ik las een gedicht over een grootvader die het meisje ontmoette dat later de moeder van de dichter bleek te worden. Eerst was ik er, en ik had een grootvader. Toen ontmoette de goede oude man een jong meisje, en toen zij was opgegroeid werd ze mijn moeder. Het leven als een doorlopende gezinshereniging.

Let op: het gaat heel hard regenen.

Ik las dat er iemand ten onrechte was gestraft met een taakstraf van ik geloof 120 uur en dat hij die taakstraf had uitgevoerd en dat jaren later bleek dat zijn DNA was verwisseld.

Mijn bijdrage aan de Grote Gegevensverzameling: hier rij ik langs met mijn nummerbord, hier parkeer ik mijn auto, hier stap ik in de tram, hier stap ik over op de bus, hier stap ik uit, hier betaal ik mijn boodschappen: kaas, yoghurt, cashewnoten, hier bel ik met mijn telefoon, waarschijnlijk bel ik iemand die ik ken, denk je ook niet, hier kijk ik mijn e-mails na, hier ontvang ik een sms-bericht, waarschijnlijk ook van iemand die ik ken. Ik blijk geïnteresseerd in de Klusflat in de Bijlmer, ik lees de NRC, ik lees De Groene Amsterdammer, mijn geliefde kocht vanmorgen de Volkskrant en Trouw, we moeten vaak tanken, de winterbanden zitten weer onder de auto.

En ik zag dat de paus uit Rome was ontvangen in het Europees Parlement, op dat moment in Straatsburg. Hij hield een toespraak over de werkloosheid.

Het begint nu geloof ik echt heel erg hard te regenen.