Syrië navigeert behendig tussen regionale obstakels

Een onneembare vesting

Het buitenland beziet met meer dan gemiddelde belangstelling de ontluikende opstanden in Syrië. Maar voor veel landen is president Bashar al-Assad vooralsnog degene die de stabiliteit in de regio kan garanderen.

IN ZIJN AUTOBIOGRAFIE beschrijft Lawrence of Arabia dat hij in Deraa gevangen werd genomen en gemarteld door Turkse soldaten. Er is controverse over deze passage en kenners gaan ervan uit dat Lawrence feit en fictie door elkaar haalde.

De huidige protesten in Syrië begonnen in hetzelfde stadje Deraa, na de arrestatie van schoolkinderen voor het spuiten van graffiti die het regime bespotte. De arrestaties leidden tot demonstraties en harde repressie volgde, met als resultaat begrafenissen met nog meer demonstraties. Dit noopte president Bashar al-Assad op woensdag 30 maart tot een speech, waarin hij teleurstellend weinig concrete toezeggingen deed over hervormingen. Wel klonk de grijsgedraaide grammofoonplaat van buitenlandse samenzweringen, een klassiek voorbeeld van het door elkaar halen van feit en fictie.

Kan Bashar al-Assad zich dit wel veroorloven? Hoe belangrijk is Syrië voor de regio? Maken de protesten een kans?

Syrië vervult een spilfunctie in de Levant. Het grenst aan drie landen die democratischer zijn dan de rest van de regio: Libanon, Turkije en Israël. Het regime van Assad ontleent zijn identiteit voor een groot deel aan het assertieve buitenlands beleid, gebaseerd op de seculiere Baath-ideologie van Arabisch nationalisme. De strategische locatie maakt het mogelijk voor Syrië om een veel grotere rol te spelen in de regio dan men op basis van de populatie (slechts 22 miljoen), economie (geen grote oliereserves) of militaire macht zou verwachten.

Het Syrische regime heeft bewezen adequaat te kunnen reageren op uitdagingen in de regio. Het overleefde verschillende oorlogen tegen Israël. Het waakte ervoor dat de burgeroorlog in Libanon niet negatief zou uitvallen voor het eigen land. Ruzie over water en de Syrische steun aan de Koerdische PKK leidden tot een stroeve relatie met buurland Turkije. Even leek het erop dat Syrië, na Irak, het volgende land was dat de Verenigde Staten rijp achtten voor regime change. Zeker na de moord op de Libanese premier Hariri, op valentijnsdag 2005, raakte Syrië in een isolement. Onder druk van de Libanezen en de internationale gemeenschap moest het land de troepen die sinds de jaren zeventig waren gestationeerd in Libanon terugtrekken. En toch hield het regime stand.

Cruciaal in de geopolitieke strategie van het Assad-regime is de alliantie met Iran, die in 1979 werd gesmeed tussen Hafiz al-Assad (de vader van de huidige president) en ayatollah Khomeini en die Syrië nieuwe mogelijkheden gaf in de strijd tegen Israël. Toen Egypte in datzelfde jaar een vredesakkoord sloot met Israël nam Syrië definitief de fakkel van het Arabisch nationalisme over. De koude vrede tussen Israël en Egypte ging gelijk op met de koude oorlog tussen Israël en Syrië die deels in Libanon werd uitgevochten. De alliantie gaf Iran de mogelijkheid om via Syrië Hezbollah te bewapenen, waardoor het land indirect een rol speelde in de burgeroorlog in Libanon. Daar vonden Syrië en Iran elkaar in de strijd tegen Israël. En zelfs na de terugtrekking van Israël uit Zuid-Libanon in 2000 bleven Iran en Syrië Hezbollah steunen.

Ondanks bemiddeling van de VS lukte het niet om een vredesakkoord tussen Israël en Syrië tot stand te brengen. Een ontmoeting in Genève tussen president Bill Clinton en Hafiz al-Assad, in de laatste maanden van Assads leven, kon niet voorkomen dat de onderhandelingen stukliepen. Meer recentelijk heeft Turkije tevergeefs gepoogd om te bemiddelen tussen Israël en Syrië. Syrië steunt Hamas en tot op de dag van vandaag verblijft de leider van Hamas, Khaled Meshaal, in Damascus.

BASHAR AL-ASSAD, die in 2000 zijn overleden vader opvolgde, heeft bewezen dat hij even behendig als zijn vader kan navigeren tussen allerlei regionale obstakels. Hij hield vast aan de relatie met Iran en ondanks de terugtocht in 2005 heeft Syrië in Libanon nog een flinke vinger in de pap, hetzij indirect via Hezbollah, hetzij direct via de veiligheidsdiensten. De aanslagen in hartje Beiroet worden vaak toegeschreven aan Syrië. Ondertussen werkt Assad hard aan het verbeteren van de relatie met Turkije. Dit heeft geresulteerd in versterkte economische banden, vrije doorgang van burgers en recentelijk zelfs gezamenlijke militaire oefeningen. De bekoelde relatie tussen Turkije en Israël helpt bij die toenadering.

Ook weet Assad de VS slim te bespelen. Net als destijds president Clinton is Barack Obama doordrongen van de strategische waarde van Syrië en koestert hij de hoop dat een akkoord tussen Syrië en Israël het einde zal betekenen van de tandem Syrië-Iran. Dat is een breuk met het beleid dat president George Bush voerde. Bush riep na de moordaanslag op de Libanese premier Hariri de Amerikaanse ambassadeur terug en legde Syrië sancties op.

Maar Syrië is cruciaal als het gaat om stabiliteit in Irak. De Amerikaanse bezetting van Irak werd mede bemoeilijkt door de poreuze grens tussen Syrië en Irak, waardoor wapens en strijders Irak konden bereiken. De irritatie over de tegenwerking van de Syriërs liep bij de Amerikanen vaak hoog op en leidde eind 2008 zelfs tot een Amerikaanse militaire actie op Syrisch grondgebied. Anderzijds werkte Syrië mee in de war on terror. Deze ambigue positie werd in 2003 perfect verwoord door de toenmalige Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw toen hij reageerde op de vraag of Syrië op de Amerikaanse lijst van schurkenstaten stond: ‘There is no list and Syria is not on it.’

Sinds het aantreden van president Obama zijn de relaties verbeterd. Obama heeft in januari 2011 zelfs een nieuwe ambassadeur naar Damascus gestuurd. De sancties blijven voorlopig nog wel van kracht en het lopende onderzoek naar de daders van de aanslag op Hariri zal genoeg aanleiding geven voor diplomatiek getouwtrek. Bovendien zijn er nog raadsels over een fabriek die in september 2007 door Israël werd gebombardeerd. Syrië ontkent nog steeds dat het een nucleaire faciliteit was en weigert volledige medewerking aan inspecties door het internationaal atoomagentschap IAEA.

Veel landen hebben baat bij een stabiel Syrië en vooralsnog zien zij Bashar al-Assad als degene die dit kan garanderen. Ondanks de retoriek en de steun van Syrië aan Hamas en Hezbollah heeft Israël meer baat bij het huidige regime dan bij een instabiele toestand aan zijn noordgrens. Dat levert de vreemde situatie op dat zowel Iran als Israël voordeel heeft bij de stabiliteit van het huidige regime. De VS zijn kritisch over de repressie, maar sluiten interventie vooralsnog uit.

NU OVERAL in het Midden-Oosten de roep om vrijheid klinkt, is het lastig voor Assad om te blijven spreken van een buitenlandse samenzwering. De komende weken moet blijken of het regime de binnenlandse uitdagingen het hoofd kan bieden. De ingrediënten voor een opstand zijn meer dan aanwezig: corruptie, (jeugd)werkloosheid en het gebrek aan politieke vrijheden. Assad zou er daarom goed aan doen zijn interview van 31 januari met The Wall Street Journal te herlezen en dan met name deze profetische passage: 'When there is divergence between your policy and the people’s beliefs and interests, you will have this vacuum that creates disturbance.’

Assads bewind is minstens zo repressief als de gevallen regimes van Ben Ali in Tunesië en Moebarak in Egypte waren. Ook in Syrië houden allerlei veiligheidsdiensten niet alleen de bevolking in de gaten maar ook elkaar. Tekenend voor het orwelliaanse karakter van het regime is bijvoorbeeld dat een taxichauffeur uit het niets kan beginnen te tieren over Assad, in de hoop dat hij een reactie uitlokt van de passagier, die hij dan kan rapporteren bij de diensten. Of er is de klik tijdens het bellen als teken dat er wordt meegeluisterd. Op bepaalde websites kan niet worden ingelogd.

Het bewind deinst er van oudsher ook niet voor terug om de oppositie de nek om te draaien. Zo stuurde Hafiz al-Assad in juni 1980, de dag na een aanslag op zijn leven, een brigade onder leiding van zijn broer naar de beruchte Tadmur-gevangenis. Daar werden volgens Amnesty International tussen de vijfhonderd en duizend gevangenen geëxecuteerd, van wie velen banden hadden met de Moslimbroederschap. Dezelfde broer knapte met zijn brigade het vuile werk op toen de islamitische oppositie twee jaar later in opstand kwam in de stad Hama. Naar verluidt vielen er vijftienduizend slachtoffers bij het neerslaan van die opstand. De totale historische binnenstad werd verwoest.

Syriërs herinneren zich verder de chaos van voor 1970, het jaar waarin de militair Hafiz al-Assad de macht greep. De onafhankelijkheid in 1946 luidde een lange periode van instabiliteit in. Communisten, Arabisch nationalisten, conservatieve landheren, Moslimbroeders en het leger streden om de macht. Staatsgreep na staatsgreep volgde, met 1949 als recordjaar toen er maar liefst drie plaatsvonden. In een poging om het land van de chaos te redden werd in 1958 zelfs een unie gevormd met het Egypte van Gamal Abdel Nasser. Maar ook dat duurde maar drie jaar.

Syrië is net als de meeste landen in de regio een creatie van koloniale machten en bestond voor de Eerste Wereldoorlog niet als zelfstandige entiteit. Frankrijk controleerde Syrië tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. Uit de overblijfselen van het Ottomaanse Rijk werden gebieden die respectievelijk door alawieten, Koerden, druzen, soennitische moslims en christenen werden bewoond omgesmeed tot het huidige Syrië. En apart daarvan creëerden de Fransen, mede op verzoek van de daar levende christenen, een ander land: Libanon.

EEN REVOLUTIE met relatief weinig bloedvergieten, zoals in Tunesië en Egypte, lijkt in Syrië vrijwel uitgesloten. Het repressieve bewind heeft weinig ruimte gegeven voor een georganiseerde oppositie. Omdat het leger en de veiligheidsdiensten gecontroleerd worden door de alawitische minderheid is de kans op sektarisch geweld reëel.

Lawrence of Arabia trok als jonge student naar Syrië om voor zijn scriptie het nog vrijwel intact gebleven kruisvaarderskasteel Krak des Chevaliers te bestuderen. Majestueus en strategisch gelegen op een heuveltop was het lange tijd een onneembare vesting. Net zoals de demonstranten zich nu stukbijten op het bastion van het Assad-regime, dat ondanks de eerste scheuren nog overeind staat.