Hoofdcommentaar

Een onrealistische missie

«De missie neemt een dodelijke wending. (…) Sergeant Schafer trapt de deur open, stapt naar binnen en er barst geweervuur los. Schafer wordt geraakt, maar sterft niet onmiddellijk. Hij duwt zijn teamleider, sergeant Brian Harper, uit de deuropening voordat hij neervalt. (…) Een Taliban-strijder probeert van het exploderende dak te springen en landt in een boom. Velez schiet hem dood.» Zo ging het er enkele maanden geleden aan toe in Siachow in de Afghaanse provincie Uruzgan. Amerikaanse militairen kamden het dorp uit op zoek naar Taliban- strijders die een groep special forces onder vuur hadden genomen. Voordat ze toekwamen aan het doorzoeken van de huizen moest slag geleverd worden met een groep in een boomgaard. Ook daarbij vielen dodelijke slachtoffers. De Taliban-strijders in Uruzgan zijn taai. Het verhaal werd opgetekend in de Christian Science Monitor.
De kans dat Nederlandse troepen in juni de posities van de Amerikanen in Uruzgan over nemen is inmiddels aanzienlijk gestegen. Vrijdag stelden de kabinetsleden, ook de D66-mi nisters, vast dat in december wel degelijk steeds sprake was geweest van een besluit. Minister Bot maakte zondag in Buitenhof de vergelijking met «het voornemen in het huwelijk te treden».
De vergelijking toont hoe veraf Nederlandse po litici, zélfs de minister van Buitenlandse Zaken, staan van de grimmige realiteit in grote delen van Afghanistan. Afgelopen jaar zijn de ge vechten toegenomen. Er sneuvelden meer Amerikaanse soldaten en burgers dan in de jaren sinds de Amerikaanse aanval op het Taliban- regime en zijn al-Qaeda-bondgenoten. Bot repte zelfs van «Nederlandse jongens en meisjes», doelend op de militairen die naar Uruzgan moeten. Het getuigt van weinig res pect. Een groot deel van de huidige Nederlandse militairen heeft al minstens één buitenlandse operatie in conflictgebied meegemaakt. De taferelen die daarbij horen hebben met de zoetheid van een huwelijk weinig te maken. Hun ervaringen zijn bovendien een garantie voor instant-volwassenheid.
Nu al tekent zich een kamermeerderheid af (VVD, CDA, ChristenUnie, Groep Wilders), zij het de kleinst mogelijke. De PvdA lijkt bereid de missie onder voorwaarden te steunen. De instemming van de PvdA is wenselijk om een breed draagvlak te creëren. De kans is groot dat tijdens deze missie meer slachtoffers aan Nederlandse zijde zullen vallen dan we gewend zijn. Het zijn vooral geïmproviseerde bommen en zelfmoordaanslagen die slachtoffers eisen, technieken die de Taliban importeerden uit Irak. Hun aantal groeit volgens inlichtingendiensten. Er worden ook weer Arabische strijders in de Taliban-gelederen aangetroffen.
Is de onveiligheid een reden om niet te gaan? Secretaris-generaal van de Navo De Hoop Scheffer suggereerde dat het Nederlandse gedraal te maken had met de angst voor slachtoffers in de eigen gelederen. «Waarom heb je dan een krijgsmacht?», vroeg hij zich af. Dat was een stoot onder de gordel. Onveiligheid is voor een militair geen reden thuis te blijven. De Nederlandse krijgsmacht is klein maar robuust en kan opereren qua patet orbis (zo wijd de wereld strekt), om de lijfspreuk van het Korps Mariniers aan te halen. Maar de gevaarlijke situatie in Uruzgan is wél een reden om scherp naar de missie te kijken. Is die onder deze zware omstandigheden uitvoerbaar? Uiteindelijk is dat de enige vraag die telt. Die vraag is echter gaandeweg uit het zicht verdwenen.
Want bovenop het Haagse gesteggel kwam in ternationale druk. Nederland zou «zijn verantwoordelijkheid moeten nemen». Andere landen zouden niet meer durven als wij niet zouden mee doen. De toekomst van de Navo zou zelfs van Uruzgan afhangen: de Amerikanen zouden de verdragsorganisatie kunnen gaan mijden bij een Nederlandse weigering. Vanuit Washington kwamen eerst teleurgestelde, toen dreigende geluiden. De Afghaanse president Karzai waarschuwde Nederland Afghanistan niet in de steek te laten: «Als jullie je hier niet verdedigen, dan zullen jullie jezelf thuis moeten verdedigen, in Europese en Amerikaanse hoofd steden.»
Het zijn oneigenlijke argumenten. Afghanis tan wordt niet in de steek gelaten. We bemannen een Provinciaal Reconstructie Team in de provincie Baglan, we pompen jaarlijks bijna driehonderd miljoen dollar in het land, we zetten ons in voor verzoening en berechting van oorlogsmisdadigers (transitional justice), en de toekomst van de Navo hangt slechts af van één land: de VS.
Aan de kwestie van de uitvoerbaarheid gaat een andere vraag vooraf: de vraag naar de aard van de missie. De Amerikanen trekken troepen terug die jacht maken op terroristen in het kader van Operation Enduring Freedom. Nederland vult dus een Amerikaans gat, maar heeft een andere missie dan louter oorlog voeren. Uruzgan wordt een Isaf-missie, gericht op het bieden van veiligheid en stabiliteit, zodat een begin gemaakt kan worden met wederopbouw. De artikel-100-brief van 22 december van de regering aan de Kamer, waarin de missie wordt om schreven, ademt de sfeer van de Dutch approach: een niet provocerende, stabiliserende aanpak als tegengif voor de _gung-ho-_mentaliteit van de VS-troepen. De bevolking moet niet tegen ons in het harnas worden gejaagd, maar voor ons worden gewonnen. Krijgsgevangenen worden opgesloten in een nieuw te bouwen ge vangenis, bemand met door Isaf opgeleid Af ghaans personeel. Het Rode Kruis krijgt vrij toegang. Zo wordt voorkomen dat er gemarteld wordt door Amerikanen of Af ghanen. Op veiligheidsgebied lijkt het ook allemaal in orde. Er zijn militaire bijstands garanties verkregen van Britten, Canadezen en Amerikanen. Nederlandse Apache-helikopters en F16’s worden in de buurt gestationeerd.
Maar het harde Amerikaanse optreden heeft zo veel kwaad bloed gezet bij de bevolking dat het de vraag is of zij militairen nog kan zien als vredestichters. En de Taliban in de provincie zullen bestreden moeten worden. Isaf kan daartoe offensieve operaties uitvoeren, zegt de brief. Hoe die zullen verschillen van het VS-optreden is on duidelijk. Bovendien blijkt uit de brief dat Enduring Freedom, uitgevoerd door VS-eenheden, in de provincie zal doorgaan, zij het in overleg met de Nederlanders. En de bouw van de Isaf-gevangenis is een voornemen. De intenties zijn prachtig, maar erg realistisch is de brief niet.
Uruzgan lijkt een onuitvoerbare missie. Het parlement wacht nu de taak in hoorzittingen te onderzoeken of dat inderdaad zo is. Het is de vraag of de volksvertegenwoordigers zich doof kunnen houden voor alle ruis. Want de discussie is inmiddels verzand in een woordenbrij.
Nederland mag zich deze missie niet laten opdringen als zij onuitvoerbaar is.