De Schipholbrand

Een onverkwikkelijke zaak

Eind 2005 vielen bij een brand in een cellencomplex op Schiphol elf doden. Was brandstichting door een illegaal de oorzaak, of was er sprake van een nalatige overheid? Maandag dient het hoger beroep. Een reconstructie.

Medium schiphol

ALS DE BRANDWEER in de fatale nacht van 26 oktober 2005 nog aan het nablussen is en de lichamen van elf illegalen die in het cellencomplex op Schiphol-Oost wachtten op hun uitzetting nog maar net zijn geborgen, staat de marechaussee al bij het ziekenhuisbed van de ernstig gewonde Ahmed Al J. Het was zijn cel, nummer 11 van de K-vleugel, waarin de brand zou zijn begonnen. Als Al J. ontwaakt uit een kunstmatig coma staat de politie klaar om zijn verklaring op te tekenen. Dat hij een sigaret heeft gerookt, dat hij die liggend op zijn bed heeft weggegooid en dat hij niet wist of die sigaret uit was. Eén en één is twee, er zijn geen aanwijzingen voor een technische brandoorzaak, dus Al J. is verdachte.
Maar het wringt. De overheid probeerde de eigen organisatie buiten de schuldvraag te houden en het Openbaar Ministerie was vanaf het begin gespitst op een veroordeling van de bewoner van cel 11 wegens brandstichting. Direct na de brand beweerde toenmalig minister Rita Verdonk al dat het personeel van het cellencomplex ‘adequaat’ had opgetreden. Ze kwam ermee weg. Maar eind september 2006 traden de ministers Piet Hein Donner (Justitie) en Sybilla Dekker (VROM) af wegens harde conclusies in het rapport van de onafhankelijke Onderzoeksraad voor Veiligheid. De raad, voorgezeten door Pieter van Vollenhoven, concludeerde dat ‘minder of geen’ doden zouden zijn gevallen als de overheid de regels van brandveiligheid had nageleefd.
In juli 2007 werd Al J. door de Haarlemse rechtbank tot drie jaar cel veroordeeld voor ‘opzettelijke brandstichting’. Komende maandag dient het hoger beroep bij het Amsterdamse Gerechtshof. Vrijspraak van de Libiër is niet uitgesloten. Cruciaal is de omgang van de rechters met deskundigen, zowel in het eerste proces bij de rechtbank als nu bij het Hof.

DE AMSTERDAMSE advocaat Robert Ketwaru, die Al J. in eerste instantie verdedigt, vraagt eind 2005 om de benoeming van drs. Fred Vos als deskundige. Vos is voormalig brandweerman, instructeur en inzetleider, en eiste de afgelopen jaren bij diverse grote branden een rol op in het strafrechtelijk onderzoek. Bij de Herculesramp (1996), de vuurwerkramp (2000) en de Volendambrand (2001) publiceerde hij onderzoeksrapporten, op verzoek van de verdediging of op eigen initiatief. Zijn analyses staan vaak haaks op de officiële lezing. Heeft Vos eenmaal een theorie ontwikkeld, dan is hij daar, zo schrijft Trouw in 2003, niet meer van af te brengen. Daarnaast doorspekt Vos zijn rapportages met een eigen mening of gevoel, stellen critici. Maar Vos is goed op de hoogte en weet het de overheden lastig te maken met zijn kritische vragen en opmerkingen.
De rechter-commissaris van de Haarlemse rechtbank die het onderzoek leidt, is er als de kippen bij om Vos te weigeren. In Haarlem kent men Vos sinds de Volendambrand en houdt men hem het liefst buiten de deur. Na enige maanden neemt de Amersfoortse raadsman Eduard Damman de Schipholzaak over. Hij vraagt in mei 2006 opnieuw om de benoeming van Vos als deskundige. Opnieuw weigert de rechter-commissaris. Vos’ rapportage over de Volendambrand leed, zo stelt de rechter-commissaris, ‘aan een zo groot gebrek aan helderheid dat aan de bruikbaarheid van de rapporten van deze deskundige moet worden getwijfeld’. Ook worden zijn conclusies ‘niet gedragen door de inhoud van het rapport en bevatten ze morele oordelen’. De Haarlemse rechtbank kan hem gemakkelijk terzijde schuiven omdat het begrip ‘deskundigheid’ niet helder is gedefinieerd (zie kader). Om diezelfde reden kan de verdediging deze lastige horzel steeds weer te hulp roepen.
Als het Openbaar Ministerie het ingenieursbureau DGMR in de loop van 2007 een aantal brandproeven laat doen, vraagt de verdediging om daar bij te mogen zijn, in aanwezigheid van, inderdaad, Fred Vos. Opnieuw weigert de rechter-commissaris, maar nu bepaalt de rechtbank dat Vos een kans moet krijgen: hij mag als ‘controlerend deskundige’ de brandproeven bijwonen. Vos toont zich uiterst kritisch over de werkwijze van het ingenieursbureau. Zijn verslag heeft als ondertitel: ‘Verslag over de inmiddels geslaagde, geruisloze en kritiekloze introductie van wandelende, betaalde en subjectieve leugendetectors in gedoogde onwettige opsporing’. Het zijn dit soort opmerkingen waarmee Vos justitie keer op keer weet te irriteren.
In juli 2007 wordt Al J. tot drie jaar cel veroordeeld. Als de advocaat hoger beroep aantekent, vraagt hij met de moed der wanhoop om een nieuw onafhankelijk onderzoek ter voorbereiding van de inhoudelijke behandeling van de zaak. Na alle onderzoeken die al zijn gedaan, van de technische recherche, het bureau DGMR en de Onderzoeksraad voor Veiligheid, lijkt dat kansloos. Advocaat Damman heeft een voorkeur voor een onderzoek door Fred Vos, maar kan ook leven met de Zwitserse onderzoeker Olivier Delemont, bekend van een gedegen rapport over de brand in de Montblanctunnel van 1999. Tot Dammans verbazing gaat het hof akkoord met een nieuw onderzoek. De Zwitser gaat het onderzoek doen. Vos staat opnieuw buitenspel.
Wel geeft het hof Delemont een opmerkelijk brede opdracht mee: hem wordt gevraagd onderzoek te doen naar ‘ontstaan, oorsprong en toedracht’ van de brand, een formulering uit de koker van Vos. De weggeschoten peuk is voor het hof slechts één van de mogelijke scenario’s. Daarnaast krijgen de hoogleraren Peter van Koppen en Willem Wagenaar opdracht om een onderzoek in te stellen naar de betrouwbaarheid van het geheugen van Al J. Dat is van belang voor de waarde van zijn verklaringen over de sigaret.

EIND 2008 komt Nova met een onthullende reportage waarin de onderzoekers Bas van den Heuvel en Peter Roest een nieuwe computertechniek hebben losgelaten op camerabeelden van de K-vleugel tijdens de brand. Zij menen dat al vóór het openen van de celdeur in de gang, maar ook buiten het cellencomplex rook hing, wat zou duiden op een andere brandoorzaak dan Al J.’s sigarettenpeuk. Bij Justitie wordt alarm geslagen. Hoe komen die onderzoekers aan de beelden van de bewakingscamera’s? Fred Vos is in het bezit van nagenoeg het gehele strafdossier plus camerabeelden. Heeft hij…
Een maand later volgt een zogeheten voortgangszitting van het gerechtshof. Daar wordt het resultaat bekend van het onderzoek van Van Koppen en Wagenaar. Hun conclusie liegt er niet om: de betrouwbaarheid van de verklaring van Al J. – dat hij een mogelijk nog brandende sigaret in zijn cel weggooide – is zo goed als nihil. De verdachte deed dat namelijk wel vaker, er was dus sprake van een gewoontehandeling. Mogelijk deed hij dat ook op die fatale avond, mogelijk ook niet. Daar is, bij gebrek aan getuigen, nooit meer achter te komen, aldus Van Koppen en Wagenaar.
Voor Al J.’s advocaat Eduard Damman is dat goed nieuws. Zelf heeft hij ook nog wat: hij heeft inmiddels een rapport van brandexpert Fred Vos waarin deze op basis van eigen onderzoek concludeert dat de brand buiten de cel moet zijn begonnen. Damman stelt het hof voor om de rapporten van Vos en Van den Heuvel & Roest ter kennis te brengen van onderzoeker Delemont. Dammen herinnert zich dat het hof besluit beide rapporten naar Delemont te sturen. Maar dat gebeurt niet. De rechter-commissaris interpreteert de opdracht net even anders. Ze stuurt wel het rapport van Van den Heuvel & Roest naar Zwitserland, maar slechts een korte samenvatting van dat van Vos.
Begin april 2009 rapporteert de Zwitser Delemont. Hij komt net als Justitie tot de conclusie dat de brand is veroorzaakt door de verdachte van cel 11. Over de bevindingen van Vos zegt Delemont niets, over de onderzoeksmethode van Van den Heuvel zegt hij niet deskundig te zijn. Raadsman Damman protesteert tegen het niet opsturen van Vos’ rapportage. Ook eist hij dat Vos een contraexpertise mag uitvoeren op het onderzoek van Delemont. Wederom is iedereen verbaasd als het hof na lange beraadslagingen met beide punten instemt. De eigenzinnige Vos is eindelijk waar hij al drie jaar eerder had willen zijn: benoemd tot officieel deskundige.

MAANDAG 10 AUGUSTUS zal blijken of het Vos gelukt is gaten te schieten in de conclusies van zijn Zwitserse collega. Kansloos is dat niet, want Delemont beschikte, zo blijkt, slechts over een deel van het dossier. Op het kantoor van de rechter-commissaris maakte Delemont destijds een selectie uit twintigduizend pagina’s, en hoe dat precies ging is onduidelijk. Zo kende hij mogelijk niet de interessante verklaring van twee bewakers die in de nacht van de brand tijdens het afgaan van het automatisch brandalarm al op grote afstand een scherpe brandlucht roken. Zo snel kon die rook zich niet verplaatst hebben vanuit de cel, zegt Vos. En wat wist Delemont van de verklaringen van personeel en gedetineerden dat er een kwartier voor de brand al sprake zou zijn van een brandalarm? Deed Delemont onderzoek naar mogelijk aanwezig bouwafval op de plafonds dat als brandstof voor vuur buiten de cellen kon werken? Zeker is dat Delemont niet op de hoogte was van een proces-verbaal van de technische recherche over een eerdere brand in het cellencomplex in 2002. Dat was volgens de rechter-commissaris ‘niet relevant’.
De strafzaak tegen de Libiër Al J. is in meer opzichten interessant. Niet alleen wegens het antwoord op de vraag of het hof net als de rechtbank in 2007 Al J. schuldig acht, maar ook vanwege de aanvankelijke tegenwerking van een branddeskundige en de stugge rol van de rechter-commissaris. De zaak gaat in wezen over de kwaliteit van de rechtspraak. Wat dat aangaat ging er de afgelopen jaren veel mis.


Willem de Haan maakte voor de VPRO-radio een aantal uitzendingen over de Schipholbrand. Ook werkte hij mee aan de televisiedocumentaire Cellenblok K (oktober 2006)

beeld: Ed Oudenaarden/ANP


Twijfel aan deskundigheid

De ‘bekwaamheid en betrouwbaarheid’ van deskundigen in strafzaken wordt door het Openbaar Ministerie of de verdediging regelmatig in twijfel getrokken. Uiteindelijk beslist de rechter. Het terzijde leggen van een deskundigenrapport moet hij inhoudelijk motiveren. Maar kunnen rechters dat wel? Het gaat vaak om specialistische kennisterreinen.
Minister Hirsch Ballin (Justitie) wil begin volgend jaar een register van gerechtelijk deskundigen invoeren. Alleen deskundigen die daarin zijn opgenomen kunnen door het OM of de verdediging worden ingeschakeld. Een deskundige dient ‘aantoonbare kennis en ervaring’ te hebben en moet voldoen aan ‘objectieve eisen van bekwaamheid en betrouwbaarheid’.
Volgens advocaat Geert-Jan Knoops, tevens hoogleraar internationaal strafrecht, is het register ‘een bijdrage tot objectivering, maar geen garantie’. Hij noemt het register ‘een nuttige eerste zeef’ om quasi-wetenschappers uit de rechtszaal te weren. Probleem blijft volgens Knoops dat een cv of wetenschappelijke publicaties niet garanderen dat deskundigen deskundig (genoeg) zijn in specifieke zaken. Ook na invoering van het register blijft het voor de procespartijen mogelijk om de kwaliteit van deskundigen aan te vechten en moet de rechter een gemotiveerd besluit nemen. Het register biedt dus geen garantie voor deskundigheid.


Voor meer informatie over de Schipholbrand zie:
Nova-uitzending november 2008 (nieuwe onderzoekstechniek Van den Heuvel & Roest)
Argos-uitzending november 2008(wachtcommandant werpt nieuw licht op onstaan Schipholbrand)
Dossier Schipholbrand ONJO (Onderzoeksjournalistiek van de Publieke Omroep)