Kunst

Een onvervalste Sandberg

KUNST Willem Sandberg in Parijs

‘Wie is toch die meneer die iedere dag wordt opgehaald door een Volkswagenbusje met chauffeur?’ zegt de commentaarstem. Op het filmpje stapt een heer met een sprekend gezicht, een opvallende witte lok en een sigaret op de lip het busje in. Als de camera uitzoomt worden de gloednieuwe flats van Buitenveldert zichtbaar. Die man was Willem Sandberg. Het Institut Néerlandais (IN) in Parijs kwam op het idee een expositie te organiseren rond de man die van het Stedelijk Museum Amsterdam een museum met een internationale reputatie maakte. In het IN staan en hangen wat meesterwerken die Sandberg als directeur tussen 1945 en 1962 aankocht: een stoel van Rietveld, een schilderij van Mondriaan, een beeldhouwwerk van Jean Arp.
Onontkoombaar is de zwarte mobiel van Alexander Calder. Die hangt hoog aan het plafond. In de tijd van Sandberg was dat anders. Op de expositie Bewogen beweging uit 1961 hingen de Calders zo laag dat kinderen ze konden aanzwengelen, wat ze dan ook naar hartelust deden. Dat was Sandberg; hij ‘gooide het museum open’. Geïnspireerd door bezoeken aan het MoMa in New York liet hij de grote zaal ombouwen tot café-restaurant, opende er een bibliotheek en installeerde zitbanken in de toonzalen. Een museum was immers een plek waar je je thuis moest voelen. Bij Sandberg was dat geen door de staatssecretaris van Cultuur afgedwongen knieval voor het grote publiek. Het vloeide vanzelfsprekend voort uit zijn overtuiging, zoals hij dat in het genoemde filmpje ergens zegt, dat er geen scheiding bestaat tussen kunst en het echte leven.

In de kelder van het IN is ruim aandacht voor Sandbergs grafische werk, de affiches die hij eigenhandig voor zijn tentoonstellingen ontwierp. Meestal in de stijl van de te exposeren kunstenaar, van Picasso tot Pollock, maar zonder daarbij ooit in na-aperij te vervallen. Met als resultaat dat het publiek direct begreep om welke kunstenaar het ging, maar dat het tegelijk een onvervalste Sandberg in handen had, kunstwerkjes op zich. In de kelder van het Stedelijk doken onverwacht wat dozen met affiches op. Het IN verkoopt ze voor een paar euro in de marge van de expositie, zo lang de voorraad strekt. Het Gettymuseum was er als de kippen bij en schafte van elk van de affiches een exemplaar aan.

Behalve aan materiaal en kleur is het werk van Sandberg herkenbaar aan de bijzondere techniek. Letters en afbeeldingen vertonen rafels langs de randen zodat het lijkt alsof ze zijn gescheurd – bijvoorbeeld in de typografie van het woord ‘Waterloo’ zoals Sandberg dat ontwierp voor de gelijknamige metrohalte in Amsterdam. Deze manier van werken maakte Sandberg zich eigen tijdens zijn onderduikperiode in het Limburgse plaatsje Gennep, waar hij zich schuilhield als voortvluchtig (en uiteindelijk enig overlevend lid) van de verzetsgroep die in 1943 het Amsterdamse bevolkingsregister overviel. Uit wat hij daar zoal uit de prullenmand opviste ontwierp hij hier wat hij zelf de experimenta typografica noemde: een reeks boekjes waarin de meest fantastische typografieën, composities en collages opduiken – door biograaf Max Arian wel ‘Sandbergs Nachtwacht’ genoemd – en waarbij hij vaak vertrekt vanuit citaten van schrijvers als Proudhon (la propriété c’est le vol) of kunstenaars als Le Corbusier (le grand art vit de moyens pauvres). Die laatste uitspraak zou, de expositie overziend, Sandbergs handelsmerk kunnen zijn. Met beperkte middelen uiterst effectief zijn – in oorspronkelijkheid niet onderdoend voor de kunstenaars die hij als museumdirecteur naar het Stedelijk haalde.

‘Een museum’, zo schrijft Sandberg in 1959, ‘moet een onderdak bieden voor fotografie, voor schilderkunst, voor beeldhouwkunst, voor dans, film en het experiment’. Dat gedroomde totaalmuseum werd het Centre Pompidou in Parijs, ‘het gebouw dat alle kunsten in zich verenigt’, zoals Sandberg later schreef in reactie op de storm van kritiek die dit gebouw opriep. Als vice-president van de jury die besliste over de aanstelling van de architect had hij een belangrijke stem gehad in de uiteindelijke keuze voor het ontwerp van architectenduo Renzo Piano en Richard Rogers. De uiteindelijk staalconstructie noemde hij ‘de meest zuivere expressie van onze tijd’.

Sandberg: Graphiste et directeur du Stedelijk Museum. Tot 20 januari 2008, Institut Néerlandais, Parijs.

Ad Petersen, Sandberg: Graphiste et directeur du Stedelijk Museum. Editions Xavier Barral