De dure obsessie van Benjamin Netanyahu

Een onzinnige kruistocht

Eenzaam tiert de Israëlische premier Benjamin Netanyahu tegen de recente atoomdeal met Iran. Zelfs oud-chefs van Israëls veiligheidsdiensten verdedigen het akkoord, dat tot een nieuwe orde in het Midden-Oosten kan leiden.

Medium 14 07 15 20atoomakkoord 20iran

Het levenswerk van Benjamin Netanyahu dreigt te mislukken. Jarenlang heeft de Israëlische premier gestreden voor een complete capitulatie van Iran, en nu zijn de grote mogendheden het met Teheran eens geworden: een nucleair moratorium in ruil voor een geleidelijke opheffing van de sancties. Netanyahu legt zich er niet bij neer. Hij heeft gekozen voor de ramkoers en probeert door pressie op het Amerikaanse Congres het akkoord alsnog te saboteren.

Hij staat daarin niet alleen. Israëliërs van alle gezindten fulmineren tegen het ‘rampzalige’ verdrag, dat ze zien als een ‘tweede München’ en bijna een ‘tweede holocaust’. Een publiek debat is er niet. De nationalistische hysterie binnen Fort Israël verstikt de stemmen van de redelijkheid. Stemmen die beweren dat de deal voordelig is voor Israël en een keerpunt kan betekenen voor het hele Midden-Oosten. En dat het Netanyahu in wezen helemaal niet om die atoomdeal gaat.

Vrijwel van meet af aan is Netanyahu’s kruistocht tegen Iran behalve een onzinnige ook een verloren strijd geweest. Onzinnig, omdat de Iraanse leiders het wel uit hun hoofd zullen laten om Israël te bestoken met een kernbom, want de nucleaire vergelding – Israël, de enige nucleaire macht in de regio, beschikt over minimaal tachtig en maximaal vierhonderd kernbommen – zou verschrikkelijk zijn. Verloren, omdat Amerika na alle bloedige echecs geen nieuw militair avontuur in het Midden-Oosten wil. Aanvankelijk rekende Netanyahu erop dat hij Barack Obama tot het bombarderen van Iran zou kunnen verleiden. Toen de Amerikaanse president daar niet van gediend bleek, dreigde de Israëlische premier Iran zelf aan te vallen. Dat was voor Obama een extra stimulans om zo snel mogelijk tot nucleaire afspraken met de Iraanse leiders te komen.

Je kunt erover twisten of de westerse onderhandelaars er een beter akkoord uit hadden kunnen slepen. Maar alleen de fanatici zullen ontkennen dat de deal zowel voor Iran als voor de rest van de wereld gunstig is. De dreiging van een Iraanse kernbom is voorlopig bezworen, er is ruimte gekomen voor een gecoördineerde aanpak van de alles ontregelende terreur van Islamitische Staat, Israël kan het vrijgekomen geld gaan gebruiken voor de hoognodige sociale uitgaven, en voor de Iraanse economie is de beëindiging van de sancties een zegen.

Europa, Rusland, India en vooral China staan al te trappelen om met investeringen, wapenverkopen, olieaankopen of, in het geval van China, met een economisch-geopolitiek megaproject als de Nieuwe Zijderoute hun voordeel met de deal te doen. Alle Amerikaanse bondgenoten zijn ermee akkoord gegaan, vorige week zelfs ook Irans aartsvijand Saoedi-Arabië.

Alleen Don Quichot Netanyahu blijft met de strijdbijl zwaaien. Volgens de premier is de overeenkomst (een ‘verbijsterende historische vergissing’) zo lek als een mandje en zal ze de Iraniërs, doortrapte leugenaars als het zijn, niet afhouden van de kernbom. Het akkoord zou Iran miljarden dollars in handen spelen. En wat gaan de mullahs daarmee doen? Precies: hun arsenaal conventionele ballistische raketten uitbreiden en via Hamas en Hezbollah terreuracties tegen Israël financieren. De deal van de wereldmachten met Iran maakt dus iedere vreedzame oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict onmogelijk.

Dat deze paranoia wordt gedeeld door het gros van de Israëlische bevolking bewijst eens te meer, we hebben het eerder dit jaar gezien bij de verkiezingen, dat Netanyahu’s strategie van de angst werkt. Dankzij deze brainwashing is het zich links noemende kamp roomser dan de paus geworden. Om Netanyahu af te troeven vindt het geen betere manier om kiezers te binden dan mee te huilen met de wolven.

Het buitengewoon ingewikkelde akkoord van Wenen was nog niet gepubliceerd of de Israëlische politici hadden hun oordeel al klaar: volstrekt verwerpelijk. Israëlische kernfysici en veiligheidsdeskundigen kwamen tot een andere conclusie. Voormalige ministers van Defensie en oud-chefs van de Mossad en de binnenlandse veiligheidsdienst Shin Bet hebben zich uitgesproken voor de deal, waarvoor ze geen beter alternatief zien. Waarom reageert Israël dan zo emotioneel? Omdat, zegt de voormalige Shin Bet-chef Ami Ayalon, ‘het heel makkelijk is om in een angstige maatschappij in te spelen op angst’. Het recept-Netanyahu in een notendop.

Volgens de overeenkomst van Wenen zal Iran de eerstkomende tien tot vijftien jaar geen atoombom kunnen maken. De vroegere Mossad-directeur Efraim Halevy heeft erop gewezen dat tien jaar in het Midden-Oosten een eeuwigheid is. Een van zijn voorgangers, Shabtai Shavit, ziet in die eeuwigheid een unieke kans voor Israël om een ‘nieuwe orde’ in het Midden-Oosten te creëren. Hoe? Door samen te werken met soennitische landen als Saoedi-Arabië en de Golfstaten.

Netanyahu’s strategie van de angst werkt: zijn paranoia wordt gedeeld door het gros van de Israëlische bevolking

Zo’n coalitie, geleid door Saoedi-Arabië en Israël, zou niet alleen moeten voorkomen dat het sjiitische Iran een nucleaire mogendheid wordt, maar ze zou vooral de gezamenlijke vijand moeten bestrijden: Islamitische Staat en andere islamistische terreurbewegingen. Shavit meent bovendien dat soennitische landen als Saoedi-Arabië, Egypte en Jordanië een constructieve rol kunnen spelen bij het bereiken van een Israëlisch-Palestijns akkoord.

Voor wie zich meer door ratio laat leiden dan door emotie is deze mening minder krankzinnig dan ze lijkt. Twee jaar geleden al was er sprake van een door de VS aangemoedigde monstercoalitie van Israël en Saoedi-Arabië, Turkije, Jordanië en de Verenigde Arabische Emiraten om Iran in te dammen. Eind vorig jaar onthulde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry dat Arabische leiders hem hadden verteld dat ze bereid waren vrede te sluiten met Israël om gezamenlijk het terrorisme te bestrijden. ‘We zien de potentiële opkomst’, zei Kerry, ‘van een nieuwe regionale combinatie die landen verenigt die weinig gemeen hebben behalve een afkeer van extremisme.’

Israël werkt al samen met afzonderlijke Arabische landen. Dat gebeurt openlijk met de enige landen in de regio waarmee het een vredesverdrag heeft: Jordanië en Egypte. Aan Jordanië heeft Israël vorige week zestien gevechtshelikopters cadeau gedaan. Ze worden ingezet in het offensief tegen IS. Met het Egypte van Abdel Fatah el-Sisi kan Netanyahu het even goed vinden als destijds met Hosni Mubarak. Ze helpen elkaar in de strijd tegen de IS-gezinde terreurbeweging in de Sinaï-woestijn. En de warme gevoelens die het Egypte van Mohamed Morsi koesterde voor Hamas zijn omgeslagen in hun tegendeel.

Achter de schermen heeft Israël ook toenadering gezocht tot de Golfstaten en vooral de oude vijand Saoedi-Arabië. De gedeelde angst voor een Iraanse atoombom, Irans expansiedrang en de opmars van IS schept immers een band. Vorige maand werd bekend dat Israël en Saoedi-Arabië sinds begin 2014 vijf geheime bijeenkomsten hebben gehad. Maar wil er een hechte samenwerking komen tussen Israël en de zogeheten ‘gematigde’ soennitische landen, dan moet eerst een huizenhoog obstakel worden geslecht: de Palestijnse kwestie.

Nu is Israël in een groot deel van de Arabische wereld aanzienlijk gezakt op het nationale haatlijstje. Arabische regeringsleiders maken zich tegenwoordig een stuk drukker om de concrete dreiging van Islamitische Staat en aanverwante terreurbewegingen dan om de ‘zionistische entiteit’ met haar politiek van ‘genocide’ tegen het Palestijnse volk. De Arabische solidariteit met dat volk blijft beperkt tot rituele lippendienst en tot de obligate antisemitische cartoons. De enige substantiële hulp, een vracht geld voor de wederopbouw van Gaza, komt van Qatar, en dat gebeurt met toestemming van Israël.

Toch kunnen de Arabische leiders het tegenover hun eigen bevolking niet maken om openlijk met Israël te gaan samenwerken als niet eerst het Palestijnse vraagstuk is opgelost, of op z’n minst naar een oplossing toegaat. Ze hebben daarom hun eigen vredesplan uit 2002 weer uit de la gehaald. Bijna iedereen vindt dit door Saoedi-Arabië ontworpen vredesinitiatief een heel redelijk voorstel, dat gebaseerd is op een tweestatenoplossing. Maar zolang in Jeruzalem de huidige regering van kolonisten, verhitte nationalisten en religieuze zeloten aan de macht is maakt het geen schijn van kans.

Netanyahu roept de laatste tijd vaak dat Israëls beste bondgenoten zijn Arabische buren zijn, ‘omdat ze weten dat we zijn blootgesteld aan een gemeenschappelijke dreiging’. Maar volgens hem moet de oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict niet de voorwaarde maar het resultaat van dat bondgenootschap zijn. Een breed samenwerkingsfront waarin Israël en de soennieten gezamenlijk de chaos te lijf gaan zit er dus niet in.

Een hoge ambtenaar van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft tegenover de gezaghebbende Midden-Oosten-website Al-Monitor een zo interessante onthulling gedaan dat hij anoniem wenste te blijven. Het Iran-akkoord, zei hij, ziet er voor iedereen die niet werkt in de publieke regeringsdiplomatie goed uit. ‘We beseffen dat de Iraanse dreiging veel verder vooruit is geschoven dan we ons in onze stoutste dromen hadden voorgesteld, waarbij het gevaar voor Israël minimaal is.’ Klinkt toch iets anders dan de ‘deur van de oven’ waarheen Obama’s akkoord de Israëliërs volgens de Republikeinse presidentskandidaat Mike Huckabee heeft gevoerd. De hoge ambtenaar vindt dat het akkoord ‘schitterende kansen’ schept. ‘Iran bijvoorbeeld zal er alle belang bij hebben dat het er de komende tijd rustig blijft. Europa en de Verenigde Staten kunnen worden gebruikt om druk op Iran uit te oefenen om Hezbollah in te tomen in gebieden waar het operaties tegen ons uitvoert.’

Wat is Israëls volgende stap? De logica en een welbegrepen nationaal eigenbelang schrijven voor dat het de mogelijkheden gaat verkennen die het akkoord van Wenen geopend heeft voor ontspanning en chaosbestrijding in het Midden-Oosten. Maar dat zijn niet de overwegingen waardoor Benjamin Netanyahu zich laat leiden. Zijn beslissingen worden bepaald door één allesoverheersende gedachte: hoe kan ik zo lang mogelijk aan de macht blijven? Buitenstaanders zullen denken dat hij met zijn Iran-obsessie aan het kortste eind heeft getrokken, maar voor de Israëliërs is hij de grote overwinnaar. Want hij heeft, op de Gezamenlijke Lijst van Arabische partijen na, de voltallige oppositie vrijwel kritiekloos achter zich gekregen.

Zonder de steun van de Verenigde Staten zou Israël binnen de kortste keren ten onder gaan. Desondanks blijft Netanyahu, geholpen door oppositieleider Isaac Herzog en de Amerikaanse pro-Israëlische lobbyclub Aipac, Obama fel bestoken, want dat is goed voor zijn aureool als de onverschrokken patriot die het opneemt tegen een opnieuw antisemitisch geworden wereld. Hij is de aanhangwagen geworden van de meest reactionaire Republikeinen en vooral van zijn eigen grootfinancier, de Republikeinse kingmaker en casinokoning Sheldon Adelson.

Niemand verwacht dat Obama’s vijanden in het Congres in september de tweederde meerderheid zullen halen om de deal met Iran alsnog om zeep te helpen. Zelfs als dat mocht gebeuren, zullen de andere ondertekenaars van het akkoord – China, Rusland, Engeland, Frankrijk en Duitsland – zich daar niets aan gelegen laten liggen. Misschien dat de Israëliërs tegen die tijd beseffen dat ze voor de obsessie van hun premier een hoge politieke prijs moeten betalen.