Een oom in amerika

DE GROOTSTE bedreiging van het vredesproces in het Midden-Oosten wordt hij genoemd, de suikeroom van extreem-rechts in Israel en de peetvader van de joodse nederzettingen in de bezette gebieden. Hij was direct verantwoordelijk voor de tunnelrellen in Jeruzalem en de onlusten rond de bouw van joodse nederzettingen in Har Homa en Ras al-Amoed. De door hem gefinancierde projecten leidden bijna tot een oorlog en zorgden ervoor dat de verhouding tussen Netanyahu en Arafat tot onder het vriespunt bekoelde.

Irving Moskowitz beschouwt de complete judaïsering van Jeruzalem als zijn levensdoel en gaat daarbij over lijken. Hij steekt enorme bedragen in de illegale radiozender Kanaal Zeven, de spreekbuis voor de kolonisten. Hij is een belangrijke donateur van de rechts-religieuze Bar-Ilan Universiteit in Tel Aviv waar Yigal Amir, de moordenaar van Rabin, studeerde. In het verleden zou hij ook de fascistische Kach-partij van wijlen rabbijn Kahane hebben gesteund.
WIE IS DE MAN die president Clinton en minister Albright slapeloze nachten bezorgt?
Irving Moskowitz was achttien maanden oud toen zijn ouders Polen verlieten. Het twaalf kinderen tellende gezin Moskowitz woonde aanvankelijk in New York City, maar verhuisde tijdens de Grote Depressie naar Milwaukee, Wisconsin. Daar woonden veel etnische Duitsers, en Moskowitz vertelde in een van de zeldzame interviews die hij gaf dat hij zich levendig herinnerde hoe de Duitse buren keihard toespraken van Hitler draaiden en hem en zijn familie voor ‘vuile joden’ uitscholden. Als kind droomde hij ervan in het bijbelse Israel te wonen en collecteerde hij voor het Joodse Nationale Fonds. Zijn diepgewortelde zionisme verklaart hij echter vooral uit het feit dat hij 120 familieleden verloor in de holocaust.
Hoewel Moskowitz gelooft dat een sterke en onafhankelijke joodse staat de enige remedie is tegen antisemitisme en een nieuwe jodenvervolging, emigreerde hij nooit naar Israel. Zeven van zijn acht kinderen deden dat wel. Volgens zijn broer Menachem, die eveneens in Israel woont, heeft Irving een schuldgevoel vanwege het feit dat hij in Amerika is achtergebleven en steekt hij daarom zo veel geld in Israel.
Moskowitz is puissant rijk. Zijn grootste klapper maakte hij in 1988, toen de gemeenteraad van Hawaiian Gardens, een verloederde buitenwijk van Los Angeles, hem smeekte een 'charitatieve’ bingohal over te nemen. De eigenaar zat in de gevangenis en sluiting van de hal zou betekenen dat de liefdadigheidsgelden ten bate van de gemeente (een procent van de jaaromzet van de hal) zouden wegvallen. Moskowitz stemde toe; drie jaar later zette de bingohal 33 miljoen dollar per jaar om. Volgens de Los Angeles Weekly is de gokhal inmiddels goed voor tachtig miljoen dollar per jaar. Slechts een klein deel daarvan gaat naar sociale projecten in Hawaiian Gardens. Het leeuwedeel van de opbrengst wordt doorgesluisd naar Israel.
IRVING, 'IRVO’ voor vrienden, studeerde in 1952 af in de medicijnen en vond een baan in een ziekenhuis in Long Beach, Californië. Al spoedig ontdekte hij dat zijn ware passie in het onroerend goed lag. Enkele jaren later kocht hij zijn eerste privé-kliniek in zuid-Californië. Binnen tien jaar was hij steenrijk geworden door de aan- en verkoop van ziekenhuizen. Met het verworven kapitaal richtte hij in 1968 de Irving I. Moskowitz Stichting op. De stichting financierde joodse kolonisten die zich na de Zesdaagse Oorlog in 1967 op de bezette westelijke Jordaanoever vestigden.
In 1976 werd Moskowitz benaderd door de toen nog volslagen onbekende Benjamin Netanyahu. Kort daarvoor was Benjamins broer Yoni omgekomen tijdens de spectaculaire beëindiging van een vliegtuigkaping in Entebbe, Oeganda. De latere premier van Israel wilde een anti-terrorisme-instituut oprichten ter nagedachtenis aan Yoni, maar kreeg geen financiële steun van de joods-Amerikaanse gemeenschap. Alleen Moskowitz toonde belangstelling. Hij zorgde ervoor dat het onderzoeksinstituut van de grond kwam. Later verklaarde hij in een interview met de Los Angeles Times: 'Ik was niet alleen de eerste vriend van Bibi in Amerika, maar ook diens enige vriend. Bibi is mijn vriend, ik steun hem financieel, en als hij mijn advies nodig heeft, geeft ik hem dat.’
Dat Netanyahu Moskowitz’ adviezen serieus nam, zou later nog blijken.
NA ZIJN PENSIONERING in 1980 wijdde Moskowitz zich volledig aan zijn levenswerk: een geheel joods Jeruzalem. Hij werd de belangrijkste geldschieter van de stichting Ateret Cohanim ('de kroon van de priesters’). In de afgelopen zeventien jaar heeft deze duistere stichting met gelden van Moskowitz veertig panden gekocht in de oude stad van Jeruzalem, die bewoond worden door zestig families en tweehonderdtwintig religieuze studenten.
Ateret Cohanim wil Jeruzalem geheel judaïseren en gebruikt daartoe maffia-achtige methoden. De voorzitter van de stichting, Matti Dan, heeft als bijnaam De Knuffelaar. Hij omhelst potentiële verkopers van Arabische panden in de oude stad en verklaart te pas en te onpas dat hij gelooft in vreedzame coëxistentie tussen joden en Arabieren. Volgens Dan wordt zijn vredesideaal enkel gedwarsboomd door linkse Israeli’s en rechtse Palestijnen. Toen een ambtenaar van de gemeente Jeruzalem geen vergunning wilde geven voor de aanschaf van een Arabisch huis, zei Matti Dan: 'Ik vertel het wel aan mijn vriend Irving Moskowitz. Die belt dan naar zijn vriend Ehud Olmert, de burgemeester van Jeruzalem, en die zal jou op je nummer zetten.’ Toen vorig jaar november een student van de Ateret Cohanim Yeshiva werd vermoord door Palestijnen, verklaarde Dan dat hij uit wraak achttien joodse families in de islamitische wijk van de oude stad zou vestigen.
MAAR MOSKOWITZ is niet alleen geïnteresseerd in Jeruzalem. Regelmatig bezoekt hij Hebron, vergezeld door joods-Amerikaanse filantropen en Israelische rabbijnen. Moskowitz is fel tegen het door zijn boezemvriend Netanyahu ondertekende Hebron-akkoord en probeert daarom met man en macht de joodse aanwezigheid in de stad te versterken. De joodse wijk, waar vierhonderd joodse kolonisten wonen, grenst aan de Abraham-moskee. Daar liggen volgens de joodse traditie de aartsvaderen begraven; de plek geldt als de heiligste joodse plek na de Klaagmuur. Kolonist Baruch Goldstein richtte er een paar jaar geleden een bloedbad aan onder biddende moslims.
Vooral Arabische woningen in de directe omgeving van de Abraham-moskee kunnen rekenen op Moskowitz’ belangstelling. Recentelijk bood hij zes miljoen dollar voor een pand. De bewoner, Hani Abu Haikal, kon tevens rekenen op een villa waar dan ook ter wereld. Toen Abu Haikal weigerde - Arafat heeft de doodstraf ingesteld voor Palestijnen die huizen verkopen aan joden -, verhoogde Moskowitz zijn bod tot twintig miljoen. Abu Haikal weigerde opnieuw en een woedende Moskowitz schreeuwde dat het pand dan maar met geweld ontruimd moest worden. Sindsdien is het huis het doelwit van treiterijen en vandalisme door joodse kolonisten.
NA DE OSLO-akkoorden van 1993 ging Moskowitz fel in het offensief. Hij schonk een miljoen dollar aan een Israelische actiegroep die zich inzette voor het behoud van de Golan. Uit die actiegroep kwam De Derde Weg-partij voort, die nu deel uitmaakt van de rechtse regeringscoalitie. Avigdor Kahalani, leider van De Derde Weg en dikke vriend van Moskowitz, is tevens minister van Openbare Veiligheid. De aanvankelijke doelstelling van De Derde Weg was het beschermen van het vredesproces en het streven naar verdedigbare grenzen. Maar Kahalani ontpopte zich als een onvervalste extremist en een aanhanger van de Groot-Israel-gedachte.
Met de verkiezingsoverwinning van Netanyahu werd een langgekoesterde wens van Moskowitz vervuld. Hij was eindelijk verlost van Rabin en Peres en kon met medewerking van zijn beschermeling Bibi en zijn vrienden Ehud Olmert en Avigdor Kahalani zijn projecten voortzetten.
Het eerste project dat Moskowitz onder het bewind van Bibi financierde, was de tunnel onder de islamitische wijk van de oude stad van Jeruzalem. De Palestijnen vermoedden dat de tunnel meer was dan een toeristische attractie en dat de Israeli’s plannen hadden om onder de Aqsa-moskee te graven. Er brak een kleine intifada uit die 61 Palestijnen en vijftien Israeli’s het leven kostte. De Oslo-akkoorden waren daarmee zo goed als dood, tot grote tevredenheid van Moskowitz.
Netanyahu leerde niets van zijn eerste debacle als premier en bleef via burgemeester Olmert bouwvergunningen aan Moskowitz verstrekken. Vorig jaar gaf hij groen licht voor de bouw van 6500 joodse woningen in het Arabische Jabal Abu Gheneim, in het Hebreeuws Har Homa genaamd. Opnieuw was Moskowitz een van de belangrijkste financiers. Er braken wederom rellen uit en Netanyahu moest het project onder druk van de Verenigde Staten in de ijskast zetten.
WIE DE ZIELEROERSELEN van Irving Moskowitz beter wil begrijpen, moet de commentaren lezen die hij schrijft in het rabiaat-rechtse tijdschrift Outpost, dat wordt uitgegeven door Americans For a Safe Israel. Een citaat: 'De Amerikaanse druk op de Israelische regering om bouwplannen in Oost-Jeruzalem te voorkomen is bespottelijk. Als Amerikaans burger kan ik in Amerika overal gaan wonen waar ik wil. Als potentiële buren mij willen tegenhouden omdat ik jood ben, maakt de regering daar werk van. Net als toen de eerste Afro-Amerikanen onder begeleiding van de Nationale Garde naar voormalig blanke scholen werden gebracht. Een vrede gebaseerd op racisme en intimidatie is geen vrede, hoe kan Clinton verwachten dat joden onder druk van racistische chanteurs hun recht om waar dan ook in de Israelische democratie te gaan wonen, opgeven? De ellendige president Clinton en zijn ellendige regering eisen dat Palestijnse gastarbeiders vrije toegang hebben tot Jeruzalem en willen de PLO een open vliegveld in Gaza schenken. Clinton kan de PLO beter vragen of die zijn terroristen wil uitleveren aan Israel. Er is sprake van een langzame maar zekere zelfmoord, genaamd Vrede, terwijl de profeet Jeremia waarschuwde: “Er is geen vrede”.’
In zijn commentaren gaat Moskowitz vooral tekeer tegen linkse joden en organisaties in de Verenigde Staten en Israel: Uri Avnery, Vrede Nu, het linkse blad Tikkun, biljonair Edgar Bronfman, journalist Thomas Friedman van de New York Times en Knessetleden van de Arbeiderspartij en de linkse Meretz-partij. Moskowitz heeft tevens een diepe afkeer van de joodse 'revisionisten’, die Israel ervan beschuldigen verantwoordelijk te zijn voor de Palestijnse exodus in 1948 en die beweren dat Israel alle oorlogen in het Midden-Oosten is begonnen en vervolgens talrijke mogelijkheden voor vredesonderhandelingen heeft genegeerd. Van vrede met de buurlanden Egypte, Jordanië, Syrië en Libanon wil Moskowitz niets weten, want die zijn enkel uit op de vernietiging van Israel.
VORIG JAAR SEPTEMBER stond Moskowitz opnieuw in de belangstelling van de wereldpers. Premier Netanyahu moest zijn staatsbezoek aan Roemenië annuleren omdat er een ernstige crisis was uitgebroken rond een joods bouwproject in de Arabische wijk Ras al-Amoed, die uitkijkt over de Tempelberg. Vier joodse families hadden zich te midden van elfduizend Palestijnen gevestigd, de woningen waren eigendom van niemand anders dan Irving Moskowitz. Moskowitz over de kwestie in het tijdschrift Outpost: 'In 1991 kocht ik een klein stukje land in Ras al-Amoed, in de hoop de raciale scheidslijn op te heffen die door de Arabieren was ingesteld. Er zullen niet alleen joden komen te wonen, ik zal er ook een gezondheidscentrum voor Palestijnse moeders laten bouwen. Ras al-Amoed zal een paradijs worden, waarin alle rassen en religies in vrede naast elkaar wonen. Dit is geen politieke kwestie, ik ben de eigenaar van de grond. Wie beweert dat de grond niet van mij is omdat ik joods ben, is een racist.’
Netanyahu wilde, opnieuw onder grote druk van Clinton, de joodse families laten vervangen door acht orthodoxe studenten. Moskowitz, die op dat moment in het Koning David-hotel in Jeruzalem verbleef, weigerde het voorstel van Bibi en ontstak in woede. Midden in de nacht ontbood hij burgemeester Olmert en Matti Dan, de voorzitter van Ateret Cohanim, naar zijn suite. Hij dreigde de financiële steun aan zijn vrienden stop te zetten als de bouw in Ras al-Amoed niet door zou gaan. Uiteindelijk kreeg hij zijn zin: de joodse aanwezigheid in Ras al-Amoed was verzekerd.
SINDSDIEN IS HET opvallend rustig rond de weldoener. Maar de stilte is onheilspellend. Moskowitz is een orthodoxe jood, hij gelooft heilig in de komst van de Messias en de bouw van de Derde Tempel. Zijn panden in Ras al-Amoed kijken uit over de Tempelberg. Ze staan praktisch op de Olijfberg, waar volgens de christelijke en joodse traditie de Messias zal arriveren.
Moskowitz steunt het Rabbi Yisrael Ariel Tempelinstituut, een duistere instelling die de praktische gevolgen die de komst van de Derde Tempel met zich meebrengt, bestudeert. Dat de regering van Netanyahu dit obscurantisme bloedserieus neemt, blijkt wel uit het feit dat Zevulun Hammer, de zojuist overleden minister van Onderwijs en Cultuur, vorig jaar besloot de financiële steun aan het messianistische 'onderzoeksinstituut’ flink op te vijzelen.
De Derde Tempel moet verrijzen op de plek waar nu de Aqsa-moskee staat. De door Moskowitz gefinancierde tunnel maakt deel uit van een eeuwenoud ondergronds gangenstelsel onder de Klaagmuur en de Tempelberg. In de jaren tachtig wilde de Joodse Ondergrondse, een extreem-rechtse terreurorganisatie, explosieven in dit labyrint plaatsten met als doel de Aqsa-moskee op te blazen. Israelische inlichtingendiensten wisten de aanslag op het laatste moment te verijdelen.
Alles wijst erop dat Moskowitz niet zal rusten voor de Aqsa-moskee omringd is door joodse bewoners. Gesteund door het levensgevaarlijke triumviraat Netanyahu-Olmert-Kahalani zal hij binnenkort ongetwijfeld opnieuw in het nieuws komen, wellicht met een bod op de Aqsa-moskee.