Allicht, er zijn geen vrouwen in de gevangenis en de cipiers wind ik, met mijn ijzeren repertoire aan schuine moppen, moeiteloos om mijn vinger.
Ik ben nu eenmaal een getraind communicator. Met vrouwen ben ik in mijn enthousiasme - helaas - wat directer.
‘Laat me erin’, smeekte ik de gevangenisdirecteur. ‘Want ik doe het straks weer. Ik sta machteloos. Het is hartje zomer en die meiden lopen halfnaakt over straat.’
Hij lachte. ‘Tot over een paar maanden’, zei hij. ‘Wees die tijd jezelf. Je hebt het verdiend - en de vrouwtjes trouwens ook. Zolang je maar met je vingers van de jongetjes afblijft.’ Hij lachte andermaal en gaf mij een discreet klapje op de bibs.
Dus nu ben ik weer een publiek gevaar. Deze Open Brief is dus het enige wat ik, lieve dames, voor u kan doen. Weet u trouwens dat een vrouw-op-haar-hoede eigenlijk het lekkerste is?