‘een openbaring!’

ZE HEEFT NOG naar het boek gezocht in haar boekenkast, maar het kwam niet boven water. ‘Ik hield niet van dat boek. Ik heb het denk ik ooit weggedaan toen ik moest verhuizen en alle boeken de deur uit deed die ik niet meer belangrijk vond.’

Hilda Verwey-Jonker, vermaard sociologe en sociaal-democratisch politica, werd geboren in 1908, net als Simone de Beauvoir. Ze las Le deuxième sexe vlak na het verschijnen in 1949, of deed daar althans een poging toe. ‘Toen De tweede sekse verscheen was De Beauvoir natuurlijk al een beroemdheid - als existentialiste, als schrijfster en als vriendin van Sartre. Dus werd dat boek in bepaalde intellectuele kringen in Nederland als belangrijk gezien. Maar als feminist had je d'r niks aan. Typisch Frans, zei Annie Romein-Verschoor. Waarmee ze waarschijnlijk bedoelde dat het uiteindelijk toch weer op de erotiek tussen vrouwen en mannen neerkwam. En dat was natuurlijk ook zo. De Beauvoir zag de dominantie van mannen over vrouwen als een kwestie van één man en één vrouw. Wat wij als de problemen van vrouwenemancipatie zagen - vrouwenarbeid, kiesrecht, politiek, scholing - die zag ze niet, daar droeg ze niets aan bij.’ 'Onzin’, zo typeert Verwey-Jonker de gedachte dat De tweede sekse een belangrijke impuls heeft gegeven aan de ontwikkeling van de tweede feministische golf. 'De tweede golf begon hier eigenlijk al in 1937. Na die eerste golf merkte men al gauw dat er eigenlijk nog niets bereikt was. In de strijd om het kiesrecht was men vergeten ervoor te zorgen dat er ook daadwerkelijk vrouwen in de politiek kwamen. In 1937 kwam dat een beetje op gang. Toen voerden Nederlandse vrouwenverenigingen met succes actie tegen een wetsvoorstel van minister Romme om de arbeid van getrouwde vrouwen te verbieden. Dat gold al voor het onderwijs, maar hij wou het uitbreiden naar alle beroepen. En vervolgens vonden in de oorlog illegale vrouwenbijeenkomsten plaats, ergens op de Leidsegracht in Amsterdam, waar we praatten over wat er na de oorlog moest gebeuren voor vrouwen. Daaruit kwam na de oorlog het Nederlands Vrouwencomité voort, dat een heleboel dingen deed die je emancipatie kunt noemen. Er was in het naoorlogse Nederland wel degelijk een feministische beweging. De Beauvoir heeft daar weinig echte invloed op gehad.’ VERWEY-JONKER probeerde De tweede sekse te lezen maar hield er halverwege mee op. 'Het was zo Ichhaft, zoals wij dat toen noemden, zo op zichzelf persoonlijk gericht. Het ergerde me hoe De Beauvoir in elke man die zij in wat voor verhouding dan ook ontmoette een vijand zag, en in alles een individueel conflict tussen dé man en dé vrouw. Wij stonden er toch veel meer als groep tegenover, zagen emancipatie als een groepsverschijnsel. Dominantie was niet iets van één man tegenover één vrouw, maar van een groep mannen tegenover een groep vrouwen. Mannelijke vakbondsleiders tegenover vrouwen in de fabriek bijvoorbeeld. Die tegen getrouwde werkende vrouwen waren omdat deze hun een argument voor hoger loon uit handen sloegen wanneer zij bij de CAO-onderhandelingen een loon eisten waarvan een man zijn gezin kon onderhouden. Ik denk dat Simone de Beauvoir het feminisme wel een beetje op de kaart heeft gezet in die intellectuele elite van mannen en vrouwen die zich existentialistisch noemden. Maar dat waren nou niet dezelfde mensen die praktisch feminist waren, die enig contact hadden met de laag-bij-de-grondse feministische beweging die er was. Emancipatie kun je definiëren als een proces, maar ook als een beweging. En voor de beweging had het boek eigenlijk helemaal geen betekenis, en daarmee ook niet voor het proces. Want dat wordt door zo'n beweging op gang gebracht, breidt zich uit en differentieert zich. Maar ja, die wat abstractere existentialistische groeperingen, die schrijven natuurlijk. En historici hebben wel eens de neiging te denken dat het geschreven woord en de mensen waarover geschreven wordt de realiteit weergeven. Daardoor kon het beeld ontstaan dat De tweede sekse heel belangrijk was.’ HELLA HAASSE (1918) typeert De tweede sekse als een opzienbarend werk met een enorme impact op de naoorlogse maatschappij. Le deuxième sexe staat bij haar 'stukgelezen in de kast’. 'Ik las het praktisch onmiddellijk nadat het uitkwam. Een buitengewoon interessant boek. De Beauvoir haalde alles naar boven wat eerder al was geschreven over vrouwen, en heeft dat heel mooi uitgespreid. Hier in Nederland veroorzaakte het boek zeker een inslag. Over het algemeen heb ik het met veel aandacht en in bepaalde opzichten met veel instemming gelezen. Wat niet wil zeggen dat het mijn leven veranderd heeft. Ik heb mezelf nooit beschouwd als iemand die zo nodig bevrijd moest worden, omdat ik opgevoed ben in een sfeer die mij alle ruimte gaf. Bovendien had ik het meeste zelf al uit alle mogelijke publicaties gehaald. Wie zich echt voor het onderwerp interesseerde, kon al veel eerder de dingen vinden waarover De Beauvoir schreef. De tweede sekse was vooral een zeer grondig overzichtswerk. In die hoedanigheid heeft het een pioniersfunctie vervuld. Natuurlijk kun je het boek achteraf wel aan kritiek onderwerpen, allerlei modificaties aanbrengen, zeggen dat het te veel toegespitst was op de Franse situatie. Sowieso kun je kritische kanttekeningen zetten bij de grote invloed op de geesten die De Beauvoir en Sartre hadden. Dat neemt niet weg dat ik een groot respect heb voor Simone de Beauvoir. Zij liet in die periode een geluid horen dat heel erg nodig was.’ SCHRIJFSTER Ethel Portnoy (1927) vestigde zich vlak na het verschijnen van De tweede sekse in Parijs. Lezen deed ze het toen echter niet. 'Ik was veel te hard bezig met rondrennen en plezier maken om het op te merken. In dat wilde leven was geen plaats voor het lezen van zo'n lijvig boekwerk. Aan de rand van mijn bewustzijn heb ik de titel wel horen vallen. Maar het was gewoon een boek tussen andere boeken. Toen ik in Nederland aankwam, in 1970, kreeg ik al gauw een exemplaar in handen. Ik geloof dat ik het bij De Slegte zag liggen, en dacht: o ja, dat is dat boek dat ik in Frankrijk eigenlijk had moeten lezen. Ik was er helemaal ondersteboven van, het was een openbaring, een belangrijke bijdrage aan mijn ontluikende interesse voor het feminisme. Maar ik kan me niet herinneren dat er over De tweede sekse werd gepraat. Ik las het, en het deed zijn ondergrondse werk bij mij, zoals vaak bij een belangrijk boek. Alles wat De Beauvoir zei in De tweede sekse was waar. Toen ik het in 1980 herlas vond ik dat nog steeds. Alleen haar hoofdstuk over de ouder wordende vrouw en hoe die wordt verstoten door de maatschappij vond ik ontzettend defaitistisch, alsof we gewoon maar bij de pakken neer moesten gaan zitten. Dat riep bij mij weerstand op: ik wilde daartegen vechten, een ander leven leiden dan zij beschreef. Natuurlijk is De tweede sekse verouderd. Door het streven en de verworvenheden van het feminisme is het niet meer van kracht. Het beschrijft iets dat heeft bestaan maar mede door dit boek achterhaald is geraakt. Het is een deel van het vrouwelijk bewustzijn geworden. Maar wie wil weten hoe het leven van vrouwen er vóór het feminisme uitzag, vindt in De tweede sekse een heel goed tijdsbeeld.’ MARIJKE EKELSCHOT (1947) was samen met Anneke van Baalen, die in 1997 overleed, een van de meest prominente radicaal-feministen uit de Nederlandse tweede golf. Haar idee is dat De tweede sekse niet zozeer het feminisme beïnvloedde als wel andersom: de vrouwenbeweging bekeerde De Beauvoir. 'In De tweede sekse zei ze dat vrouwen de enige club vormen die geen eind wil maken aan de situatie waar ze in zit. Pas in de jaren zeventig kreeg ze door de komst van de radicale vrouwenbeweging het idee dat dat toch wel zo was, zo vertelde ze Alice Schwarzer in een interview. Ik denk dat ze toen pas bij het feminisme terecht is gekomen. Ik geloof niet dat ze onmiddellijk op de fiets gestapt is en ergens naar toe is geracet, zo van: hoi hoi, feminisme. Die meiden van de Franse vrouwenbeweging hebben haar er weer bij gesleept, en toen heeft ze de conclusie van haar eigen boek een beetje herzien. Simone de Beauvoir geloofde ten tijde van De tweede sekse helemaal niet in een beweging, ze riep er ook niet toe op. Het boek beschreef vrouwen van buitenaf. Het was vreselijk goed gedocumenteerd, maar je had niet het idee dat ze de hele dag met vrouwen aan het praten was. Ik denk dat het daarom bij mij niet veel herkenning opriep. Anneke had het ooit gelezen in het Frans, ergens in 1959, en er niets van onthouden, behalve dat je zelf je koffie moest betalen. Ik las het zelf veel later, in 1974, en vond het niet zo aansprekend. Er was natuurlijk die zin, “Je wordt niet als vrouw geboren maar tot vrouw gemaakt”, die maakte dat De Beauvoir de oriëntatie was waar het ging om de kritiek op het biologisme. Dat boek heeft wel bewustzijnen gevormd, maar het heeft niks opruiends, eerder iets beklemmends. De boodschap is dat er eigenlijk niets aan te doen is: de mannen hebben de boel goed in handen en vrouwen willen er niks aan veranderen. Nou, daar zit je dan met je goeie gedrag. Anneke en ik hadden het natuurlijk over dat gehannes met Sartre. Zo'n kanon, en dan toch zo veel moeite om een bestaan los van die man te leven. De doodsangsten die daarmee gepaard moeten gaan. Wat De Beauvoir in De tweede sekse formuleert, dat vrouwen hun eigen ambities via mannen vormgeven… Je kunt niet zeggen dat zij niet met haar eigen ambitie aan de slag is gegaan, maar ze stelde wel ontzettend nadrukkelijk dat Sartre veel en veel belangrijker was. Wij hebben ons ook wel afgevraagd of dat hele existentialisme niet van haar kwam, omdat zij daar zo glashelder over schreef. Of ze niet een disproportionele hoeveelheid daarvan beademd heeft op Sartre. Toch blijft haar werk actueel. Als De Beauvoir in 1999 nog eens zou rondkijken, zou ze misschien opnieuw zeggen dat vrouwen geen verandering willen. Van die meiden die zeggen dat ze heel graag willen moederen maar dat niet mogen van de feministen. Het is waanzinnig hoe hecht die patriarchale toestand in elkaar zit. Honderdduizend vingers wijzen in één richting: vrouwen moeten baren, zo mogelijk drie jaar borstvoeding geven en alle verdere verantwoordelijkheid voor die kinderen dragen. En dan weten meiden van begin twintig dat om te buigen in de gedachte dat een handjevol feministen hun dat zou verbieden. Maak van je lot geen keuze, denk ik dan. Dat zei De Beauvoir op een bepaalde manier natuurlijk ook.’ FILOSOFE Karen Vintges (1953) publiceerde in 1992 een boek over De Beauvoir, Filosofie als passie. Ze reageert geïrriteerd op de vraag naar haar kennismaking met De tweede sekse. 'Wanneer ik dat voor het eerst zag of las? Who cares! Al die persoonlijke benaderingen van De Beauvoir altijd, al die herkenning, allemaal gezeik. Daardoor is De tweede sekse jarenlang niet goed bestudeerd, en verdwijnt het kaliber van dat boek geheel uit zicht. Het is een hartstikke moeilijk onderwerp dat De Beauvoir aanpakt. Knap is de manier waarop ze de dingen met één grote pennestreek neerzette, dwarsverbanden legde. Ze deed niet aan het type situated knowledge dat nu zo populair is, zo van: ik ben een vrouw van veertig in Parijs. Ze poogde juist haar gezichtsveld te verbreden. Het is inherent aan de fenomenologische positie die De Beauvoir innam dat ze probeerde het hele vraagstuk rondom de positie van de vrouw in kaart te brengen, in tegenstelling tot de gebruikelijke reductieve aanpak waarin de kwestie “vrouwen” teruggevoerd wordt op één enkele factor: biologie, seksualiteit of economie. Daarom is het werk ook nog zo actueel. In het geven van het totale beeld is het onovertroffen. En het is ook nog actueel in het licht van de bewering dat onderdrukking van vrouwen achterhaald is. Juist als je het hele plaatje neemt, wordt zichtbaar dat dat niet klopt. Vrouwen kunnen nu veel meer hun eigen leven in de hand nemen, op institutioneel niveau zijn er allerlei dingen die nog niet kloppen. In bedrijfsculturen en het openbare leven zijn mannelijke normen institutioneel verankerd. En er figureren nog steeds allerlei clichébeelden van vrouwen. Naast het aandeel van vrouwen in hun eigen onderdrukking, waar vaak de nadruk op is gelegd, laat De Beauvoir zien dat er zoiets is als het bestaan van patriarchale instituties. Wat ik vooral interessant en bruikbaar vind aan haar werk is haar ethiek. En dan niet speciaal voor het feminisme maar in het algemeen. De Beauvoir weet een gelukkig evenwicht te vinden tussen vrijheid en verbondenheid. Ze gaat uit van de opvatting dat gesitueerdheid of groepsidentiteit belangrijk is, maar behoudt daarbij tevens het idee van vrijheid als individu. Tegelijkertijd legt De Beauvoir nadruk op emotie, op verbindingen, daar waar liberalen doorslaan in het onthechten van individuen en in de kilte terechtkomen. Ze pleit voor gekozen verbindingen, gekozen emotie. De gedachte van keuze is heel bruikbaar. Meestal wordt emotie gezien als iets waar je aan overgeleverd bent, door opgeslorpt wordt. Die goeie ouwe De Beauvoir had het nog zo gek niet gezien, denk ik vaak. Ik ben ervan overtuigd dat haar werk overeind zal blijven in de volgende eeuw.’ 'MET OPEN mond’ las Nienke van der Staay, geboren in 1976, De tweede sekse onlangs in het kader van haar studie filosofie. 'Héél interessant, omdat het laat zien wat aan het nu voorafgegaan is. Ook aan mij. De Beauvoir beschrijft weliswaar de situatie van haar tijd, maar zegt ook wat er moet veranderen. En wat er moet veranderen, daar zijn wij nu mee bezig: het vrouwelijk lichaam in vrijheid beleven. Dat is misschien niet de ultieme kern van wat De Beauvoir zei, maar volgens mij wel waar wij nu mee verder moeten.’ Van der Staay ziet een duidelijke link met de girls van tegenwoordig, zoals Sanderijn Cels ze beschrijft in Grrls: Jonge vrouwen in de jaren negentig (1998). 'Wat mij betreft is De Beauvoir heel postmodern. Ze wil dat iedereen zichzelf op z'n eigen manier en in elke situatie vormgeeft, en dat je je identiteit opbouwt in plaats van als vaststaand beschouwt. Dat is ook wat de girls van Cels doen, spelen met verschillende rollen en vrouwbeelden. Heel degelijk zijn, of heel sexy of heel wild, en dat door elkaar op één dag, met verschillende kleren en verschillende houdingen en verschillende spreekstijlen. Meiden van tegenwoordig variëren echt in een breed gebied. Zij zijn volgens mij de generatie die doet waar De Beauvoir op doelde. En dan wel nog even een stadium verder. Want zij zei dat als vrouwen maar banen kregen en anticonceptie, dat het dan allemaal goed zou komen. Nou dat hebben we gezien, dan komt het niet allemaal zomaar goed. Ik heb niet het idee dat de onderdrukking van vrouwen afgelopen is. Hedendaagse vrouwen zijn opgevoed met het idee dat ze gelijkwaardig zijn, maar komen dan toch tegen dat ze in de praktijk anders worden gekwalificeerd, anders worden behandeld, niet alleen over straat kunnen, prooi zijn in een café. Ze vinden hun eigen manier om daar iets aan te doen. Ze doen het natuurlijk wel met elkaar, het is een stroming, ze spiegelen zich aan elkaar. Maar kenmerkend voor deze postmoderne tijden is dat het niet meer met een massale strijd gebeurt. Dat is vaak de vraag hè, waarom vrouwen niet meer geïnteresseerd zijn in het feminisme, maar dat is voornamelijk omdat ze denken: ik doe het wel alleen.’