Een oprisping van chinese potentie

Ondanks Amerikaanse waarschuwingen en protesten uit de hele regio is de Volksrepubliek China dus toch begonnen met zijn ‘militaire oefeningen’ in de nabijheid van Taiwan. Beijing lijkt vastbesloten om de Taiwanese presidentsverkiezing van 23 maart te saboteren en desnoods met geweld ongedaan te maken. Ook als een invasie van Taiwan uitblijft, valt te vrezen dat het Volksleger ten minste zal proberen om de twee nationalistische eilandjes onder de rook van het vasteland, Matsu en Quemoy, te veroveren.

Op het eerste gezicht is deze bedreiging van Taiwan een bespottelijke afleidingsmanoeuvre van de Chinese gerontocratie, een wanhopige poging van een stel bejaarde mandarijnen om, na alle vruchteloze experimenten met gemalen neushoorn en geconfijte tijgerballen, hun tanende potentie nog eenmaal op te vijzelen met behulp van het fallussymbool van de twintigste eeuw: de ballistische raket. Helaas hebben zij de publieke opinie - voorzover daarvan in de Volksrepubliek sprake kan zijn - duidelijk mee. Veel Chinezen beschouwen de hereniging van Hong Kong, Macao en Taiwan met het vasteland als sluitstuk van hun in 1911 begonnen dekolonisatie.
In vroeger jaren was er voor dat standpunt veel te zeggen. Aan de langdurige en vernederende westerse inmenging in de Chinese binnenlandse aangelegenheden moest een keer een eind komen. De ironie wil echter dat de genoemde irredenta zich intussen veel verder hebben ontwikkeld in democratische richting dan het vasteland. Nu de Volksrepubliek zich opmaakt om deze gebieden in te lijven, ervaren de bewoners dat juist als een koloniale overval. Door de moord op de demonstranten op het Tian An-menplein in 1989 en de aanhoudende Chinese repressie in Tibet gelooft niemand nog in de vredelievende bedoelingen van de Chinese machthebbers.
De bevolking van Hong Kong heeft echter geen keus. De kroonkolonie wordt volgend jaar krachtens een verdrag met Engeland aan China overgedragen. De 21 miljoen Taiwanezen daarentegen laten zich allerminst door hun grote broer intimideren. De raketlanceringen versterken de vastberadenheid van de bevolking. Hoe meer raketten Beijing afschiet, hoe meer mensen de gedoodverfde winnaar van de verkiezingen, zittend president Lee Teng-hui, steunen in zijn onafhankelijke koers. De populaire radiozender The Voice of Taiwan houdt de moed erin met dagelijkse tirades tegen Beijing: ‘China schijnt dit eenvoudige principe maar niet te begrijpen: als je iemand een klap geeft, vindt hij je niet aardig meer.’
Ook het Taiwanese leger kan dus op de steun van de bevolking rekenen als het tot daadwerkelijke gevechten komt. Daarbij kunnen de Amerikanen niet afzijdig blijven. Een eventueel 'verlies’ van Taiwan betekent het einde van de Amerikaanse suprematie in de Stille Oceaan en vormt een welkom excuus voor Japanse conservatieven om aan te dringen op de ontwikkeling van een eigen atoomwapen. Beijing riskeert dus in het ergste geval een militaire confrontatie met de Verenigde Staten en in het minst erge geval een nucleaire wapenwedloop met Japan.