Opheffer

Een paar korte hoofdstukken

… En dan weer het stompzinnige, paniekerige optreden van de overheid om maar meteen alles te verbieden. A poor man’s patriot act. Of je doet het goed, terwijl je uitroept: «Het is oorlog!» Of je doet het niet, omdat je de rechtsstaat wil beschermen. «Bakker mag ik alstublieft een half gaar brood?» Dat is ongeveer het beleid van dit kabinet.

Als u dit leest, weet u al welke maatregelen het zullen halen of niet. Ik weet dat niet. Maar ik denk dat in de verschillende gevangenissen de Mohammed B’tjes met genoegen zullen kijken naar het debat. Als die maatregelen zullen worden doorgevoerd, zullen zij zeggen: «Zie je wel dat het oorlog tegen ons is? Dat erkennen de christenhonden. We kunnen nu rustig doorgaan met moorden.» Als die maatregelen niet worden doorgevoerd, zullen ze zeggen: «De boodschap is nog niet helder, we moeten meer christenhonden afslachten.»

De vrouwen voor wie Ayaan het opnam, staan nu in de rij om haar te vermoorden – lees ik in de Volkskrant. Een groter bewijs dat die vrouwen onderdrukt worden, bestaat er niet: immers, ze gaan zelfs over tot moord wanneer ze dat wordt opgedragen.

Ik heb besloten om geen interviews meer te geven over en rond de moord op Van Gogh. Ik heb er meer dan negentig gedaan. Het is niet dat ik niet over Theo wil praten, ik wil niet meer leeggezogen worden. Soms ben je drie uur kwijt voor een artikeltje van vierhonderd woorden, omdat de journalist zo onzeker is dat hij bang is dat hij «het» niet heeft. En dan moet er ook altijd een fotograaf komen die Theo bijna in alle gevallen heeft gekend. Weer praten.

Er worden van mij antwoorden verwacht. Of beter: er wordt van mij een genuanceerdheid verwacht waarvan ik me afvraag waarom ik die waar moet maken. Als ik zeg: «Zet ze tegen de muur», dan meen ik dat inderdaad niet – rationeel – maar gevoelsmatig zou het me geen reet kunnen schelen. Sinds de slachtpartij op Theo ben ik bezig mijn hart te bedwingen.

De Nederlandse journalistiek is soapjournalistiek, zeker in vergelijking met het buitenland. Alle Nederlandse media hebben mij gevraagd hoe ik mij nu voelde. Op het laatst antwoordde ik: «Uitstekend!» Maar soms voelde ik me «uitstekend», zelfs met het besef dat Theo was afgeslacht. Dat werd dan niet geloofd en vervolgens moest ik verantwoording afleggen aan mij totaal onbekende journalisten. «Hoezo voelt u zich uitstekend, bent u er dan overheen?» Of: «We zijn weer over tot de orde van de dag?» Of: «Dat meent u niet… U moet nog heel veel verdriet hebben.» Je weet wat je collega’s willen horen: «Ik kan mijn leven niet meer oppakken, ik kan het niet meer aan… Wat heeft het nog voor zin? Ik heb vannacht mijn ogen uit mijn kop gehuild… Ik heb een foto van hem op de schoorsteen gezet, elke nacht brand ik daar een kaarsje, en dan is het of hij tot me spreekt. Ja, soms heb ik echt het gevoel dat ik contact met hem heb.»

Toen ik griep had en een journalist ontving, meldde ik eerlijk dat ik griep had, en dus wel niet zulke aardige antwoorden zou geven.

«Ben je door de hele toestand rond Theo ziek geworden?»

«Nou… ik denk dat het gewoon heerst, mijn dochter was ook ziek…»

«Door al die gebeurtenissen neemt je weerstand af, denk je niet?»

«Dat weet ik niet, ik denk dat ik gewoon ziek ben.»

Dan lees ik godverdomme terug: «De moord op Van Gogh heeft hem zodanig aangegrepen dat hij ziek in bed ligt.»

Altijd maar dat gevoel, gevoel, gevoel, ik werd er gek van, vooral omdat ik eigenlijk niets voelde. Ja, ik mis Theo, ik mis een vriend, ik mis de humor, het lachen – en ik ben kwaad. Dat is het wel zo’n beetje wat ik aan gevoel heb.

Ik weet niet wat de gemiddelde leeftijd is van onze leden van het kabinet, maar ik vermoed dat ze gemiddeld tien jaar jonger zijn dan ik. De jaren zestig en zeventig niet echt meegemaakt, maar alleen van horen zeggen, en verder veel verwend door de maatschappij en pappie en mammie. Dit kabinet – Balkenende voorop – mist de gedrevenheid tot handelen; ze willen veranderingen tegenhouden en zijn daarom wezenlijk conservatief. Ze durven geen consequenties te trekken uit hun eigen analyses, of die consequenties zijn onbeholpen en ondoordacht.

Al die overheidsmaatregelen. Alsof de RAF niet heeft bestaan. Alsof ze niet van Duitsland hebben kunnen leren wat je als overheid vooral niet moet doen om terroristen tegen te houden.

Je merkt het in alle discussies: wat heeft de slachtpartij op Theo betekend voor de vrijheid van meningsuiting? Antwoord: dat de vrijheid van meningsuiting beperkt wordt. Vraag: wat heeft de slachtpartij op Van Gogh ons geleerd over religie? Antwoord: dat we elkaar over religie niets moeten vragen.

De vraag die steeds opdoemt is: hoe kunnen die jongens van de Hofstadgroep in één jaar van gewone crimineeltjes veranderen in gevaarlijke religieuze fanaten? Het antwoord luidt vaak: ze hebben een dubbele identiteit, ze hebben een Arabische achternaam en merken dat ze op de arbeidsmarkt worden gedis crimineerd. Via internet maken ze kennis met een fanatieke islam-uitleg die ze een identiteit geeft.

Allemaal waar. Niet moeilijk om te bedenken. Zo werkt het christendom ook. Al jaren. Bidden helpt – om je een excuus te geven om de ander te vermoorden. Je zult dus vooral op een kritische manier die godsdienst moeten bestrijden. Niet met wapens, maar met argumenten.

Dat is het enige wat tot op de dag van vandaag niet gebeurt, terwijl het ’t meest effectief zou zijn.

Maar nee – we scherpen de vrijheid van godsdienst aan, die soms haaks staat op de garantie van onze vrijheid.

«Hoe voelt u zich na de moord op Theo?»