Een paars tableau de la troupe

Paars is eigenlijk meer de kleur van kardinalen dan voor de eerste linkse regeringscoalitie in Nederland sinds driekwart eeuw - links althans in de aloude politieke betekenis van niet-religieus. Maar toch gaat er een zekere stimulans uit van het optreden van een nieuwe tot nu toe ongehoorde combinatie in de Nederlandse politiek. Dat liberalen en socialisten samen zonder christelijke partijen zouden regeren was voor het laatst tachtig jaar geleden geopperd, toen in 1913 de SDAP weigerde samen met de Liberale Partij en de Vrijzinnig-Democraten in de regering te gaan.

Na Troelstra’s revolutiepoging van 1918 hadden de socialisten hun kans voor de eerste twintig jaar verspeeld en vanaf dat jaar hebben de christelÿke partijen 75 jaar lang de Nederlandse politiek gedomineerd. Ook na de Tweede Wereldoorlog, toen de vrijzinnig democraten met de SDAP opgingen in de Partij van de Arbeid en onder de socialist Willem Drees, in hartelijke samenwerking met de rooms-katholieke KVP van Romme, de corporatistisch gestructureerde Nederlandse verzorgingsstaat werd opgezet.
De sobere, weinig exuberante Wim Kok doet aan zijn voorganger Drees denken. Hij zal misschien even rustig en sober de verzorgingsstaat weer helpen afbreken, want de loonkosten moeten omlaag, de lasten verlicht, hel begrotingstekort naar beneden en overheidsbedrijven geprivatiseerd. Op dat punt verschilt Koks nieuwe coalitie niets van de verschillende coalities onder Lubbers. Een PvdA die de vakbeweging en de uitkeringstrekkers bezuinigingen door de strot mag helpen duwen, daar is helemaal niets nieuws of stimulerends aan. Maar betekent dat ook op een wat langere termijn geen enkel perspectief?
Wij kennen de VVD als een conservatieve partij, maar ooit was het liberalisme de grote emancipatiebeweging die gelijkheid en vrijheid voor allen beloofde, Toen het economisch liberalisme in de praktijk tot enorme ongelijkheden en onvrijheid bleek te leiden, beloofde de socialisten een maatschappij die met ieders behoeften rekening zou houden. Maar net als het reëel bestaande liberalisme botste de praktijk van het communisme op z'n grenzen: onder de almacht van staat en partij verstarde de maatschappij in ongelijkheid en onderdrukking. In feite deden de gemengde economieën van West-Europa, waar de staat de werking van de markt corrigeert, het veel beter. En de Nederlandse variant, met z'n corporatistische nadruk op samenwerking van werkgevers, werknemers en de staat, is daarvan lang niet de slechtste.
Maar elke maatschappijvorm verstart op den duur, ook de onze. De eendrachtige samenwerking tussen vakbonden en werkgevers heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat veel mensen als arbeidsongeschikt werden afgedankt, die misschien elders produktief zouden kunnen worden ingezet en door de groei van de verzorgingsstaat konden jonge mensen langdurig in de bijstand terechtkomen die daar eigenlijk in geen enkele opzicht thuis horen. Voor de nieuwe combinatie van de vroegere liberale en socialistische tegenstanders, aangevuurd door ondogmatische Democraten ligt er heel wat baanbrekend denkwerk te wachten op het gebied van milieu, economische groei, werkgelegenheid, herverdeling van arbeid, individualisering en solidariteit.
Tot nu toe is daar weinig van terecht gekomen. De koehandel voor een kabinetsformatie is misschien ook geen optimale gelegenheid voor fundamentele vraagstukken, en Kok is tot nu toe niet de man gebleken die over de korte termijn en de noodzaak te bezuinigen heen kan kijken. De door Kok opgestelde regeringsverklaring houdt voor een wat langere termijn weinig perspectief in, maar met enig optimisme zou je de vraag kunnen stellen of de nieuwe ministersploeg personen bevat die in de komende vier jaar nieuwe ideeën zouden kunnen ontwikkelen.
Het nu gepresenteerde tableau de la troupe maakt op z'n best een zeer gemengde indruk. Er komen een aantal aardige, onafhankelijk denkende vakministers als Winnie Sorgdrager op Justitie, Margreet de Boer op Vrom en Els Borst-Eilers op Volksgezondheid. De vierde vrouw in het kabinet, Annemarie Jorritsma, had ik daar graag bij gerekend, maar een autolievende VVD'ster op Verkeer en Waterstaat stemt niet zo hoopvol voor de toekomst van milieu en openbaar vervoer. De noodgedwongen verlenging van Ritzen op Onderwijs, het verbannen van de Cultuur naar een staatssecretaris en het als laatste redmiddel benoemen van de hoge ambtenaar Aartsen op Landbouw zijn ook geen garantie dat er mooie dingen gaan gebeuren. Maar ernstiger is dat de sociaal-economische kern van het kabinet er zo bleek en koud bij zit, met de carriere-politicus Melkert op Sociale Zaken, de politiek niet zo bekende organisatie-deskundige Wijers op Economische Zaken en de scherpe rekenaar Zalm van het Centraal Planbureau op Financiën.
Wellicht ligt de hoop meer in de verrassend sterke buitenlandse uithoek van het kabinet, met Jan Pronk op Ontwikkelingshulp, Joris Voorhoeve op Defensie en Van Mierlo op Buitenlandse Zaken. Pronk had de moed zich, ook in de aanloop tot deze door hem gewenste regeringsvorming, sterk kritisch te blijven profileren, op buitenlands en binnenlands gebied. Joris Voorhoeve was vier jaar directeur van Clingendael. In een interview met De Groene liet hij vorig jaar weten dat hij als VVD'er helemaal niet zo ver van Jan Pronk af staat: ‘Er zijn heel wat gedachten, bijvoorbeeld in zijn recente nota Een wereld in geschil, die ik van harte onderschrijf: de samenhang tussen armoedeproblematiek, zwakke structuren op wereldniveau, chaos in een aantal ontwikkelingslanden, min of meer criminele regimes en internationale vredesoperaties.’ In hetzelfde interview gaf hij aan dat de standpunten eigenlijk niet meer 'in dat merkwaardige keurslijf van links-rechts passen’ - het gaat nu eerder om 'de strijd tussen kosmopolitisme en nationalisme’.
Er is nog iets dat hoopvol zou kunnen stemmen. Er lijkt een wat lossere relatie tussen parlement en regering voorzien, waarin afwijkende meningen niet direct onderdrukt hoeven te worden (de redelijk comfortabele regeringsmeerderheid maakt dat ook niet direct noodzakelijk. En Kok heeft beloofd dat in het kabinet een open discussie mogelijk zal zijn, waarbij bewindslieden ook wel eens over de grenzen van hun portefeuille heen mogen praten. Pronk zal zich dat geen twee keer laten zeggen. En misschien dat de confrontatie van zijn ideeën met die van Voorhoeve en Van Mierlo werkelijk iets nieuws zal opleveren. En anders hebben we nog altijd het CDA dat met Heerma als nieuwe leider een socialer gezicht wil opzetten. Als het kabinet er niet uit komt, kan deze nieuwe oppositiepartij misschien de nodige nieuwe ideeën leveren. Wie weet, wordt het toch nog spannend in de Nederlandse politiek.