De megastad 6: Delhi

Een paradijs voor muggen

In Delhi sterven jaarlijks duizenden mensen aan malaria, dengue en cholera. Vormt de Indiase megalopolis een mondiale besmettingshaard voor infectieziekten? ‘Het is onvermijdelijk dat NDM-1 onze kant op komt.’

New Delhi – Kurana Mutabalak, een al wat oudere dame gekleed in een vaalgele kurta, zit op het trapje naar haar woning. Er klinkt een onheilspellend gegrom vanachter haar voordeur en er komt grijze rook uit haar huis. De wolken worden steeds dikker, maar mevrouw Mutabalak is blij. Als het verdelgingsteam is langs geweest met het rookkanon dat een muggen dodende mist verspreidt, is de kans om dengue op te lopen flink verkleind. Voor even dan.

Dengue, ook wel knokkelkoorts genoemd, is een ziekte in opkomst die zich bij uitstek verspreidt in de megalopolen van Azië. Daarvan komen er steeds meer, dus komt er ook meer dengue, dat hevige koorts en gewrichtspijn geeft en dodelijk kan zijn. Het is niet de enige infectieziekte waar een subtropische stad als New Delhi onder lijdt. In de Indiase hoofdstad leven bijna zeventien miljoen mensen – net zo veel als in Nederland – die weinig om de publieke ruimte lijken te geven en er met z’n allen een behoorlijke puinhoop van maken. Ook malaria en cholera heersen hier, en een paar jaar geleden werd voor het eerst chikungunya geconstateerd, een virusziekte die lijkt op dengue, zelden dodelijk is maar iemand jarenlang met gewrichtspijn kan opschepen. Vormen opkomende megasteden als Delhi mondiale besmettingshaarden voor infectieziekten?

Van half juni tot oktober wordt Delhi overspoeld door moessonregens. In die periode brengen vocht en hoge temperaturen zwermen muggen naar de stad: zij zijn de verspreiders van malaria, chikungunya en dengue. Dit jaar wordt het spannend. Begin juli waren er al 86 gevallen van malaria en vijf van dengue, een maand later was dat opgelopen tot 165 malaria- en tien denguegevallen. Dat is meer dan twee keer zo veel als in dezelfde periode vorig jaar. ‘Van die infectieziekten komen we niet meer af’, zegt Praveen Kumar in zijn rommelige kantoor. Hij is arts bij het departement van Gezondheid en Familiewelzijn van Delhi’s centrale overheid. ‘Elk jaar duikt dengue weer op. We zijn nu tenminste in staat het aantal sterfgevallen in de hand te houden. Hetzelfde geldt voor cholera, daar hebben we ook elk jaar last van. En het aantal malariagevallen neemt duidelijk toe. We hebben nu jaarlijks zo’n zeshonderd tot duizend zieken. Elke drie, vier jaar moeten we dat aantal omhoog bijstellen.’

Terwijl mevrouw Mutabalak tevreden op haar stoepje de giftige rookwolken gadeslaat, spuit een gemeentewerker insecticide in de smalle straatjes. Hij richt zich vooral op de niet afgedekte riolen. ‘Dat is tegen de malariamug’, vertelt Babita Bisht. Zij is als entomoloog (insectendeskundige) toegevoegd aan een van de muggenbestrijdingseenheden van de gemeente Delhi. ‘Dit kan nog wel’, zegt ze, terwijl ze een riool – een betonnen geul met stinkende drab – inspecteert aan de rand van de wijk. ‘Maar dat is een probleem.’ Ze wijst op een open riool aan de andere kant van de straat, vol plastic zakken, verpakkingsmateriaal en ander afval, boven op de menselijke derrie. ‘Als het niet meer stroomt, gaan hier malariamuggen broeden. Denguemuggen niet. Die leggen hun eitjes in schoon water.’ De bewoners moeten zelf de rommel opruimen. Ze gaat terug naar mevrouw Mutabalak op haar stoepje. Ook uit het huis van de buren wolkt inmiddels de gifrook. De bewoners beloven plechtig het afval uit het riool te verwijderen. Hoofdschuddend loopt de entomologe weg. De smerige straatjes in de wijk beloven weinig goeds.

We bevinden ons in Gandhi Vihar, een wijk in Noord-Delhi, waar de mensen dicht op elkaar leven in kleine ruimtes, vier verdiepingen boven elkaar. Hier wonen lage ambtenaren, kantoormedewerkers en andere representanten van de lagere middenklasse. Mevrouw Mutabalak denkt lang na als haar wordt gevraagd of hier de afgelopen jaren dengue de kop opstak. Ze herinnert zich één bevestigd geval. En een handvol mensen met zware koorts en pijn in hoofd en gewrichten – symptomen van dengue – maar die niet naar het ziekenhuis gingen omdat ze bang waren er te moeten blijven. In overheidsziekenhuizen is de medische zorg gratis. ‘Maar het is er vies’, zegt mevrouw Mutabalak.

‘Ik zal je wat laten zien’, zegt dokter Ashok Rawat, die in pantalon en keurig overhemd het verdelgingsteam leidt. Hij stapt in zijn gedeukte Tata-jeep en leidt het team naar de rand van Gandhi Vihar, naar een open vlakte ingeklemd tussen de wijk en de heilige, zwaar vervuilde Yamuna-rivier. In de verte verrijzen splinternieuwe gebouwen. Een reusachtige kerk, een gebouw ter grote van de Stopera dat de toekomstige behuizing voor een technisch instituut zal vormen. Hier wordt een nieuwe wijk gebouwd, bedoeld voor de snel groeiende middenklasse. ‘Dit is een paradijs voor de malariamug’, zegt dokter Rawat. Hij wijst op de meertjes die de moessonregens hebben gevormd. Het stikt hier inderdaad van de muggen. Zijn team zet groot materieel in. Rawat laat een roestige tank­wagen aanrukken met veertienduizend liter water gemengd met insecticide. Met een waterkanon worden de moessonmeertjes besproeid. Het gif zal zich verspreiden en de muggenlarven doden. ‘We zijn net te laat’, zegt Rawat. ‘Een kilometer hiervandaan is een malariageval geconstateerd. De muggen die de ziekte overbrengen hebben een actieradius van twee kilometer. Wie weet hoeveel niet-gedetecteerde gevallen er nog zijn.’

Net als dengue gedijt malaria in stedelijke gebieden: hoe meer mensen dicht op elkaar wonen, hoe groter de kans op een malaria­explosie. Muggen steken iemand die al met het virus besmet is en brengen het over op een nog niet geïnfecteerd persoon. Volgens de autoriteiten stierven in India in 2010 ruim duizend mensen aan de gevolgen van malaria en vorig jaar 430. Volgens experts zijn die cijfers veel te laag. Begin dit jaar beweerde een groep wetenschappers in The Lancet dat er vorig jaar wereldwijd niet 655.000 malariadoden vielen, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (who) beweert, maar 1,24 miljoen. Volgens een Indiase onderzoeksgroep zou het officiële dodencijfer in India zelfs zo’n veertig keer te laag zijn. Volgens hen vallen jaarlijks in heel India ruim veertig­duizend doden door malaria.

Dat was niet de bedoeling. De Britten die in 1911 buiten het oude, ommuurde Delhi begonnen met het bouwen van een nieuwe stad meenden voor hun nieuwe koloniale hoofdstad een plek te hebben gevonden die ver genoeg verwijderd was van de malariagebieden. Maar hoe konden ze voorzien dat New Delhi, voltooid in 1931, zou uitgroeien tot de achtste stad ter wereld, een paradijs voor virus verspreidende muggen?

Hoewel malaria dodelijker lijkt te zijn, is het vooral dengue dat de bewoners van Delhi zorgen baart, omdat dat onvoorspelbaarder is en moeilijker te voorkomen: in tegenstelling tot malariamuggen steken denguemuggen overdag. Geograaf Olivier Telle, verbonden aan het Institut Pasteur, onderzoekt sinds 2006 de verspreiding van dengue. ‘Bij malaria is de relatie tussen de omgeving en de ziekte duidelijk. Vooral armen worden het slachtoffer. Bij dengue wordt iedereen geraakt.’ In het Centre de Sciences Humaines, gevestigd in het hart van Delhi, toont hij een kaart van recente uitbraken. In 2008 greep dengue om zich heen in het arme Noord-Delhi, in 2010 was vooral het gegoede Zuid-Delhi de klos.

Dengue is bij uitstek een ziekte van de megalopolis. Zij arriveerde in Delhi in de jaren negentig, toen de Indiase economie explosief begon te groeien. De groeiende handel met steden als Bangkok en Manilla, waar dengue al heerste, bracht de ziekte waarschijnlijk naar India. Zo’n 75 procent van de mensen wordt na een beet van een besmette mug niet ziek, maar fungeert wel als doorgever van het virus. ‘We weten niet wat bepaalt of je ziek wordt. Daar doen we genetisch onderzoek naar.’

Er zijn vier soorten dengue. Wie kort na elkaar twee verschillende soorten krijgt, kan ‘hemorragische koorts’ krijgen, koorts met bloedingen, en heeft grote kans te sterven. Maar in één gebied heerst altijd maar één denguesoort, stellen de Delhiïeten elkaar gerust. ‘Het spijt me dat ik je dit moet vertellen, maar onlangs hebben we een eilandje in de Pacific gevonden waar voor het eerst dengue heerste. Eén soort, maar de mensen stierven aan hemorragische koorts. De autoriteiten stellen ons graag gerust, maar de waarheid is dat we van deze ziekte nog maar weinig weten.’

‘Draag sokken en schoenen’, zegt dokter L.A. Verma, hoofd van de gemeentelijke afdeling Insectenziekten in Zuid-Delhi. ‘De muggen steken graag onder een bureau. Er is geen behandeling tegen dengue, maar als we de muggenpopulatie controleren, controleren we de ziekte.’ Hij maakte de grote dengue-epidemie van 1996 mee, toen Delhi nog onwetend was. Waarschijnlijk werden tienduizenden Delhiïeten besmet. ‘Er stierven meer dan vierhonderd mensen. Ik zag mensen bloed spuwen. We wisten niet wat het was. Zoiets hadden we nooit meegemaakt. Angstaanjagend.’

Hij kijkt weg als hem wordt gevraagd of de ziekte controleerbaar is. ‘We doen ons best’, zegt hij. In heel Delhi zijn er drieduizend ambtenaren die alle huizen en instellingen zouden moeten controleren op larven van de tijgermug. Een onmogelijke taak, die nog eens bemoeilijkt wordt omdat sommige Delhiïeten uit de hogere kasten weigeren de verdelgers binnen te laten. Hetzelfde geldt voor sommige ambassades en instellingen, waaronder ziekenhuizen. Die laatste vormen ironisch genoeg een belangrijke besmettingshaard, zeker als er mensen met dengue zijn opgenomen.

De autoriteiten zijn niet scheutig met informatie over epidemieën. Ze menen een goede reden te hebben om voorzichtig te zijn. In 1994 ontstond paniek over de uitbraak van de meest gevreesde aller ziektes: de pest. Het gebeurde in de stad Surat in de westelijke deelstaat Gujarat. De pest leidt zonder tijdige behandeling vrijwel zeker tot de dood. Toen bekend werd dat de pest in de stad was geconstateerd, werden apotheken bestormd om antibiotica te bemachtigen en drongen mensen met ziekteverschijnselen op naar het hospitaal voor infectieziekten. Toen later patiënten juist hetzelfde ziekenhuis probeerden te ontvluchten, omdat ze de pest­lijders zagen sterven, liet de regering het gebouw omsingelen door bewapende militairen. Er braken geruchten uit over duizenden doden, over vergiftigd drinkwater en het afgrendelen van de stad. Ruim driehonderdduizend mensen, een kwart van de stadsbevolking, wachtten dat niet af en vluchtten, waardoor de ziekte zich dreigde te verspreiden naar andere delen van India. Gelukkig ging het om de builenpest, die minder besmettelijk is dan longpest. Er vielen 56 doden.

Het is ook India’s imago dat de autoriteiten terughoudend maakt. In augustus 2010 beweerde het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet dat India de bron was van een enzym dat bacteriën resistent maakt voor de modernste antibiotica. Het werd aangetroffen in een Zweedse patiënt die in New Delhi een onbehandelbare urineweginfectie opliep. De wetenschappers die het enzym identificeerden gaven het de naam New Delhi Metallo-beta-lactamase-1 (ndm-1). Ze raadden aan operaties in India te vermijden. Veel Amerikanen en Europeanen laten zich in Indiase privé-ziekenhuizen behandelen omdat die uitstekend van kwaliteit zijn en veel minder duur dan thuis. De Indiase minister van Volksgezondheid was furieus en wees erop dat de studie was meegefinancierd door twee farmaceutische bedrijven en blijkbaar ten doel had om India’s medische toerisme te schaden. De gezondheidsautoriteiten van New Delhi ontkenden in alle toonaarden dat de superbug ook in het drinkwater zat, zoals in The Lancet werd aangetoond.

Ook over cholera praten de overheden in Delhi liever niet. Anders dan over dengue is veel over het ziektebeeld, bestrijding en preventie van cholera bekend, vertelt onderzoeker Olivier Telle. ‘Dus als je bevolking cholera heeft doe je als overheid iets helemaal fout.’

‘Cholera is beperkt tot de sloppenwijken. De ziekte heeft onze volle aandacht en is onder controle’, zegt dokter Charan Singh, hoofd van de afdeling Volksgezondheid van Delhi’s directoraat voor Gezondheidszorg. Cholera, veroorzaakt door een bacterie in uitwerpselen die zich verspreidt door oraal-fecaal contact, wordt doorgaans geassocieerd met armoede en slechte hygiëne. De vier miljoen bewoners van Delhi’s sloppenwijken beschikken doorgaans niet over een toilet. Maar dat is niet de enige oorzaak van de tientallen gevallen van cholera die Delhi elk jaar telt.

Delhi heeft zeventien waterzuiverings­fabrieken. Ook de vijfhonderd straatverkopers die met waterkarretjes langs de kant van de weg staan dienen daar hun drinkwater te betrekken. Maar vaak vullen ze het aan met besmet water uit oude boorputten. Toen in 2010 ruim tweehonderd choleragevallen werden geconstateerd startte de gemeente een onderzoek. Daaruit bleek niet alleen het risico van de straatverkopers, maar ook dat van de veilig geachte keukenkraan. Ondergronds bleken tientallen lekkende waterleidingen langs lekkende rioleringsbuizen te lopen waardoor rioolwater en leiding­water met elkaar in contact kwamen. Bovendien bleek in augustus uit een nieuwe studie die in The Lancet werd gepubliceerd wat al enige tijd gevreesd werd: ndm-1 heeft zich genesteld in vibrio cholerae, de bacterie die cholera veroorzaakt.

Een Indiase arts-microbioloog, verbonden aan het door de overheid gerunde Infectious Diseases Hospital in Noord-Delhi, wil wel praten over cholera in Delhi. Ook over het overspringen van het ndm-1-gen naar de cholerabacterie. Maar de volgende dag rolt een e-mailbericht binnen: hij mag geen contact hebben met de pers. Vervolgmails en telefoontjes blijven onbeantwoord. ‘Het is niet verstandig om dit soort meldingen te ontkennen’, zegt Jan Kaan, arts-microbioloog in het Diakonessenhuis in Utrecht. ‘Je kunt als overheid beter openheid van zaken geven. Dan voorkom je ongerustheid en kun je maatregelen aankondigen.’

‘We zijn onze antibiotica in grote sectoren van het toepassingsgebied stap voor stap aan het kwijtraken’, vertelt hij. ‘Bacteriën kunnen zich aldoor opnieuw goed teweerstellen tegen nieuwe antibiotica. Vanaf de toepassing in de jaren veertig is de bacteriële resistentie toegenomen. We zitten voor een aanzienlijk deel van de bacteriële ziekteverwekkers nu op het laatste endje van onze antibiotische mogelijkheden. Ook voor de antibioticumgroep de carbapenems, in Nederland vaak nog de laatst bruikbare, is nu langzaam maar zeker resistentie aan het ontstaan.’ Die wordt onder meer veroorzaakt door ndm-1.

Kaan vertelt dat het wetenschappelijk gezien opmerkelijk is dat het ndm-1-gen is vastgesteld in de bacterie die cholera veroorzaakt. Dat cholera binnenkort wellicht niet meer te bestrijden is met antibiotica hoeft volgens hem niet te leiden tot paniek. ‘Cholera-epidemieën worden niet verkort door antibiotica. Cholera is niet zo’n enge ziekte als het lijkt. Het is een heel heftige vorm van diarree met braken, waardoor extreme uitdroging optreedt die onbehandeld tot de dood leidt. Als je de patiënt op tijd goed hydreert met een infuus of zelfs een maagslang met water en mineralen, dan overleeft hij vrijwel altijd. Verder moet je natuurlijk de ziekte voorkomen door in schoon leidingwater te voorzien.’ In Tanzania maakte hij in de jaren zeventig de uitbraak van een cholera-epidemie mee. De overheid liet autobussen aanhouden en iedereen tetracyclinetabletten (een antibioticum) innemen. ‘Dat is nu juist wat je niet moet doen. Zo kweek je resistentie.’

India heeft inmiddels pogingen ondernomen het antibioticagebruik te beperken. Hoewel er internationaal nog steeds veel kritiek is op het losse voorschrijven van antibiotica oogst het land ook lof. In 2002 deed zich opnieuw een pestuitbraak voor, nu van de zeer besmettelijke longpest. Het aantal besmettingen kon echter tot zestien worden beperkt en er vielen maar vier doden. Dat kwam onder meer doordat de ziekte woedde in een geïsoleerd dorpje in de Himalaya en niet in een van de miljoenensteden. Maar het snelle en effectieve ingrijpen toonde dat de Indiase autoriteiten veel geleerd hadden.

Een van de lessen was de mogelijkheid razendsnel te communiceren met internationale experts. Daartoe heeft de overheid een videoconferentiesysteem opgezet, vertelt dokter Charan Singh. Hij wijst naar een kast in zijn kantoor, daar staan een monitor en een geavanceerde webcamera zo opgesteld dat hij met een druk op de knop een videogesprek kan voeren. Hij kan het systeem helaas niet demonstreren. ‘De centrale overheid betaalt het abonnement voor de satellietverbinding. Dat zijn ze vergeten.’

Hygiëne speelt een belangrijke rol bij de verspreiding van infectieziekten. ‘Malaria­muggen gedijen in viezigheid, net als vliegen die de cholerabacterie kunnen verspreiden’, zegt dokter Ashok Rawat, als hij na de verdelgings­actie weer in zijn kantoor in Noord-Delhi is. Het gebouw waarin hij werkt ziet er voor Indiase begrippen redelijk uit. Maar naast de ingang van het gebouw waarin de directeur van Delhi’s directoraat voor Gezondheidszorg huist, ligt een stinkende berg vuil. Veel overheidsgebouwen zijn nauwelijks onderhouden en stinken naar urine. Ook zijn er kleine, walmende vuilnis­beltjes midden in Delhi’s woonwijken waar door de overheid aangestelde vuilnisophalers met blote handen het afval sorteren, om het vaak per open bakfiets af te voeren. ‘Dat gaat eindelijk veranderen’, zegt Rawat. ‘Er komen nu grote sorteerplekken aan de rand van de stad.’

In Kusumpur Pahari, een van de grootste sloppenwijken van Delhi, is het schoner dan op de stoep van het directoraat voor Gezondheidszorg. Hier is de non-gouvernementele organisatie Asha (‘Hoop’) actief. In het buurtcentrum van de organisatie vertelt een groep kinderen hoe ze infectieziekten buiten de deur houden. Geen water drinken uit de boorputten zonder het te koken; alle huizen in de straat controleren op broedplaatsen voor muggen; iedereen met ziekteverschijnselen dwingen naar het ziekenhuis te gaan. Geregeld trekken ze onder het roepen van opvoedende leuzen door de sloppenwijk, zwaaiend met borden waarop het belang van hygiëne staat uitgelegd.

In hulpverlenerstaal heet dit empowerment: een gemeenschap de middelen geven zelf de situatie te verbeteren. Het werkt. Er zijn in Kusumpur Pahari al jaren geen gevallen meer geweest van malaria, cholera of dengue, zeggen de bewoners. De steegjes zijn door henzelf geplaveid en zelfs de poep van de rondzwervende koeien wordt meteen opgeruimd. De meeste hutjes hebben inmiddels stenen muren en daken van golfplaat.

Het trainen van gemeenschappen is de enige manier om het oprukkende denguevirus te bestrijden, meent onderzoeker Olivier Telle. Een week eerder las hij een wetenschappelijk artikel waarin werd vastgesteld dat het virus Parijs heeft bereikt. De tijgermug blijkt te kunnen overleven in drogere en koelere klimaten dan aangenomen. Drie Fransen liepen de ziekte in eigen land op. ‘Europa gaat hier last van krijgen, zeker nu het steeds warmer wordt.’ Een vaccin ontwikkelen is een hele toer omdat nog zo weinig van de ziekte bekend is. De mortaliteit van dengue is drie procent. ‘Dat is laag, maar wat als straks tientallen miljoenen mensen geïnfecteerd zijn?’

Megasteden zijn plekken waar infectie­ziekten van dromen, vertelt arts-microbioloog Jan Kaan. Maar als je hem vraagt of de om zich heen grijpende megalopolis een bedreiging vormt voor de mens, dan zegt hij: ‘Nee, mits adequaat aan preventie wordt gedaan.’ Onlangs bezocht hij Delhi. Hij nam er wat monstertjes van straatvuil en kweekte die in Nederland op. Hij vond inderdaad een panresistente E. coli-bacterie met het ndm-1-gen. ‘Die vind je in Delhi dus gewoon op straat. Dan draagt waarschijnlijk bijna iedereen in Delhi die bacterie bij zich. Dat is geen probleem zolang zo’n bacterie geen urineweginfectie veroorzaakt die eventueel kan worden gevolgd door een bloedvergiftiging.’ Dat kan spontaan gebeuren, maar ook na een operatie. Om de resistente bacterie te bestrijden is de patiënt zonder effectieve antibiotica aangewezen op zijn eigen afweersysteem. ‘Het is onvermijdelijk dat ndm-1 onze kant op komt’, zegt Kaan. ‘Misschien met een patiënt die van India naar Europa wordt getransporteerd, of gewoon onder iemands schoenzolen.’


Cholera – De Indiase autoriteiten zijn niet scheutig met cijfers over besmettelijke ziekten. Bekend is dat in Delhi in heel 2010 meer dan vijfhonderd choleragevallen werden geregistreerd. Volgens officiële bronnen vielen er geen doden. Een van de grootste fabrikanten van cholera­bedden – een frame met een zeiltje met een gat voor de ontlasting – is Indiaas. In 2010-2011 vielen in Haïti duizenden doden door een cholera-epidemie die veroorzaakt zou zijn door Nepalese militairen die de ziekte importeerden. Nepal grenst aan India.

Malaria – Volgens de gemeentelijke autoriteiten in Delhi worden jaarlijks enkele honderden mensen met malariaverschijnselen opgenomen in ziekenhuizen. Dat strookt niet met de bijna 1,5 miljoen malariagevallen die jaarlijks in heel India worden geregistreerd. In februari becijferde een Indiase onderzoeksgroep dat het aantal malaria­gevallen in India, en ook in Delhi, veertig keer hoger is dan door de autoriteiten gemeld.

Dengue – Onder mediadruk geven de autoriteiten in Delhi geregeld cijfers over het aantal dengueslachtoffers. De ergste epidemie was in 1996, toen Delhi de ziekte nog niet eerder had geconstateerd. Volgens het nationiale ministerie van Gezondheid werden in 1996 ruim tienduizend mensen opgenomen van wie ruim 420 stierven. De gemeentelijke autoriteiten van Delhi houden het op 3366 denguegevallen en 36 doden. Voor de afgelopen jaren waren de gemeentelijke dengue-cijfers als volgt: 2008: 1321 gevallen, 2 doden; 2009: 1154/3; 2010: 6258/8; 2011: 1108/6. In megastad Kolkata (veertien miljoen inwoners) waren op 1 september al 1160 mensen met dengue in ziekenhuizen opgenomen en zes gestorven. Afgelopen week werden daar in één dag 269 mensen met ernstige ziekteverschijnselen opgenomen. Naar verwachting bereikt de dengue-epidemie de komende weken Delhi.


Megasteden

Meer dan de helft van de wereldbevolking woont in een stad. Volgens de VN zal in 2025 zelfs zo’n 70 procent van de wereldpopulatie in steden leven; in 1950 was dit nog geen 30 procent. Er ontstaan ook steeds meer megasteden met meer dan vijftien miljoen inwoners. Werk is een van de belangrijkste redenen waarom mensen naar de stad trekken. Verder spelen status, macht, internationalisme, sociale tolerantie en controle allemaal een rol in ’s werelds grootste steden.

Deze zomer besteedt De Groene Amsterdammer aandacht aan de nieuwe supermetropolen, die regionale centra van macht, armoede, drukte en ontwikkeling. Afgelopen weken kwamen Bogotá, Nairobi, Jakarta, São Paulo en Istanbul aan bod, en deze week sluiten we af met Delhi.