Dagblad Neues Deutschland

Een partijkrant zonder partij

Ruim veertig jaar diende het dagblad Neues Deutschland de DDR. Tot de Muur viel. De krant overleefde, maar hoe? Verslaggeefster Annemieke Hendriks werkte twee maanden op de burelen van Neues Deutschland en stuitte op een sfeer van grote openheid.

«Mijn grootvader vocht in 1870 tegen de Fransen, mijn vader in 1914 ook, en ik moest in 1940 onder de wapenen. Als krijgsgevangene in een Russisch kamp ontdekte ik dat oorlog geen noodlot was, maar te maken had met afzetmarkten en winsten. Ik was een domme jongen, in dat kamp ben ik verstandig en menselijk geworden.»

Hans Refeldt (1923) ging vlak voor de val van de Muur met pensioen, na een mooie carrière als redacteur industriële bouw projecten van het dagblad Neues Deutschland (toen anderhalf miljoen lezers). Na zijn vrij lating in 1949 was Refeldt elektrotechnicus geworden in de Russische sector van Berlijn. Zijn journalistieke loopbaan begon in 1951, toen het partijorgaan Neues Deutschland een «volkscorrespondent» zocht in de elektriciteitscentrale waar de jonge communist was beland.

Vijftig jaar later werkt Hans Refeldt nog steeds voor de krant (minder dan zestigduizend lezers nog maar), zij het onbezoldigd. Hij maakt de wekelijkse pagina over huurvraagstukken en staat lezers met huurklachten te woord. Ook doet hij ongevraagd de afwas van de dagelijkse, gezamenlijke lunch op de sociaal-economische redactie Wirtschaft und Soziales (WiSo).

Chef Jörg Staude heeft zelfgebakken pannenkoeken meegenomen. Met volle mond neemt de WiSo-redactie de krant van gisteren grondig door. Er ontstaat commotie over een artikel van een ND-medewerker uit vervlogen tijden. Deze heeft kans gezien een plechtigheid rond de 115de geboortedag van arbeidersheld Ernst Thälmann aan te grijpen voor een staaltje ouderwetse retoriek: «Geen ander dan hij, die zijn onverzettelijkheid met zijn leven betaalde…» De schrijver eindigt zijn betoog met een jubelende volzin over de opgeheven Duitse staat. «Dat is toch je reinste Agitprop!»

Drie dagen eerder had er nu juist zo'n helder verhaal in de krant gestaan over Thälmanns foute inschattingen in de jaren dertig. Toen had hij de sociaal-democratie bijna als grotere vijand gezien dan Hitler, schreef ND. In dat stuk was ook de legende vorming in de DDR aan bod gekomen, en het gebrek aan zelfkritiek in die staat. «De moei zame weg van het inzicht», heette het. Daar weet Neues Deutschland zelf alles van.

In een gangetje van de donkere villa waarin ND huist — een voormalig havenkantoor in Oost-Berlijn — hangt aan de muur een pagina uit de allereerste editie van de krant. Onder de kop «Die Einheit der Arbeiterklasse ist die Einheit Deutschlands» geven twee mannen elkaar een ferme handdruk. Het is april 1946, de oprichtingsvergadering van de Socialistische Eenheidspartij van Duitsland (SED). De twee hoofdpersonen zijn de socialist Otto Grotewohl en de communist Wilhelm Pieck, de latere DDR-premier en -president. Aan het begin van de bijeenkomst was Grotewohl SPD-leider in de Russische sector van Berlijn. Op de foto heeft hij zijn afdeling, net als Pieck zijn KPD, net laten opgaan in de SED. Beethovens Fidelio-ouverture en duizenden juichende mensen in de Friedrichstrasse maakten het feest compleet, zo valt te lezen. Nog op dat fusiecongres baarde de SED een eigen orgaan, Neues Deutsch land. Zo kon het heuglijke nieuws onmiddellijk onder het volk worden verspreid. ND zou staat en partij tot na de val van de Muur in 1989 danken en dienen.

Uitgerekend nu Neues Deutschland de tenten heeft besteld voor zijn 55ste verjaardagsfeestje op het achterhof van de villa is de hel losgebroken rond zijn geboortedag. De top van de PDS, de Partij van het Democratisch Socialisme, die als opvolger van de SED de «erfschuld» beheert, bood in april zijn excuses aan voor wat inmiddels de «Zwangsvereinigung» in 1946 heet. «De oprichting van de SED», zo luidde de verontschuldiging, «ging gepaard met vergissingen, dwang en repressie.»

De PDS gunde deze primeur niet eens aan Neues Deutschland, maar aan Der Tagesspiegel. «Dat toont nu juist aan hoe onafhankelijk krant en partij van elkaar zijn», zegt adjunct-hoofdredactrice Gabriele Oertel resoluut. Toch is ze wat verstoord dat de PDS het nieuws niet tegelijkertijd aan ND doorbriefde. Want wat hebben de twee kranten nu voor overlap? Der Tagesspiegel is Het Parool van (West-)Berlijn, terwijl Die Tageszeitung aus Berlin, zoals groot op de villa van Neues Deutschland staat, «de grootste bovenregionale krant in het Oosten» is. Daarmee adverteert Neues Deutsch land. De krant wordt door West-Duitsers gemeden. Daarmee loopt men niet te koop. Met de leeftijdsstatistieken evenmin.

In de Blauwe Salon, het rookvertrek van de villa, laten de lezers van Neues Deutschland zich voorlichten over een ND-lezersreis langs de Noorse kust. «Er is geen vermaak aan boord», zegt de man van het reisbureau. Grote opluchting in de gelederen. De gemiddelde leeftijd ligt boven de tachtig. Nee, die van de ND-lezer niet — nog niet. Op de voorpagina van 19 mei werd gemeld dat de PDS de afgelopen twee jaar tienduizend leden heeft verloren, meer dan een tiende. In een bijzin stond: «Twee derde van de verliezen zijn sterfgevallen.» Slechts twintig procent van de partijleden is onder de zestig. Het onderzoekje had over de ND-lezers kunnen gaan: negentig procent van hen stemt PDS. De Genossen sterven uit.

Waar het «verborgen SED-kapitaal», waar over in Duitsland nog steeds wordt gespeculeerd, zich moge bevinden, niet in de sobere ND-villa. Vlak bij de voormalige Muur, tussen rivier en voortrazende stadstreinen, te midden van kale vlaktes, fabrieksruïnes en oprukkende yuppieappartementen, woekeren veertig mannelijke en tien vrouwelijke redacteuren, van wie veertig Ossi’s en tien Wessi’s, of veertig vijftigplussers en tien dertigers, met de ruimte in de krant en in de lokalen, en met de karige productiemiddelen en dito arbeidsloon. De krant is weliswaar van de twee handelsmaatschappijen, de PDS en een PDS-ledenclub te Kelling husen, maar hij moet zichzelf bedruipen. Dat lukt slecht. Vijf procent van zijn inkomsten haalt ND uit advertenties, wat voor een krant bar weinig is. Gelukkig kan de redactie wat bijverdienen. In de gang hangt een briefje van de bedrijfs leiding waarin het belang van een directe band met de lezers wordt benadrukt. De vergoeding voor het bijwonen door redacteuren van publieke ND-bijeenkomsten en -standwerk, ND-wandelingen en -reizen is negentig mark per dag. Indien men daar althans langer dan zes uur voor van huis is.

«Hoe minder PDS-geld, des te groter onze onafhankelijkheid», zegt Jürgen Reents, hoofdredacteur sinds 1999. Hij is een West-Duitser die de Grünen verruilde voor de PDS. Reents was woordvoerder voor de Bondsdag-fractie van de PDS toen de partij hem aanstelde om de krant op koers te brengen. Nee, niet op partijkoers, benadrukt Reents. «Na 1990 wilde ND geen partijkrant meer zijn. Maar dat is niet in één dag geklaard, dat is een heel emancipatieproces. Extra lastig is dat we met die partij wel onze maatschappelijke hartstochten delen.» Bij dat emancipatieproces moest, aldus Reents’ Oost-Duitse adjunct Oertel, een «zeer zware rugzak» worden meegesleept. «Maar nooit, bezworen de PDS én wijzelf, nooit zouden we meer zo'n krant maken zoals ze hier in de gang hangen, vol gelukstelegrammen en zo.»

Oertel komt tot twintig als ze het aantal ND-redacteuren telt dat vóór de Wende bij de krant zat en nu nog. Zelf was ze vanaf 1977 in de DDR-journalistiek werkzaam. Er heeft een ware stoelendans plaatsgevonden ter redactie, waar eind jaren tachtig nog rond de driehonderd man werkten. In 1992 stelde de PDS Reiner Oschmann als hoofdredacteur aan. Hij had als correspondent in Londen en Parijs gezeten en zou dus relatief onbelast zijn. Oschmann beschikte niet over de talenten om een nieuwe koers uit te zetten en werd beroepen tot het woordvoerderschap van de PDS in de Bondsdag — Reents’ latere traject in omgekeerde volgorde. Gelukkig voor Neues Deutschland was Oschmann, die tijdens zijn hoofdredacteurschap vier jaar lang het openlijk verwerken van het verleden had gepropageerd, al weg toen hij ontmaskerd werd als voormalig informant van de staatsveiligheidsdienst.

De huidige hoofdredacteur huldigt het beginsel dat hij niet bepaalt wat er geschreven mag worden. Het is de DDR niet. «Dat verbaast je?» vraagt Jürgen Reents en voegt met gespeelde stoerheid toe: «Socialistisch denken is immers vrij denken.» Zijn er grenzen? «Weinig. Maar de Navo-aanvalsoorlog op Joegoslavië had in onze krant niet verdedigd kunnen worden.»

Die kritiek op de Navo leverde ND prompt een paar duizend nieuwe abonnees op. En Milosevic als oorlogsmisdadiger portretteren, kan dat? Reents: «Ik zou terugschrikken voor die Navo-term.» Maar omdat er met name uit de WiSo-redactie kritiek kwam op de eenzijdige berichtgeving over de oorlog, zo vertelt Reents, heeft de krant er een publiek debat over gevoerd «en dat heeft toch wel tot enige correcties in de berichtgeving geleid, ten gunste van de vluchtelingen». Alleen jammer nou weer van dat kritiekloze interview laatst met mevrouw Milosevic, bromt de WiSo-redactie.

Neues Deutschland is een socialistische krant. Is dat hetzelfde als een anti-kapitalistische krant? Jazeker, zegt adjunct Gabriele Oertel. Voor het ontwerp van het nieuwe PDS-programma, dat eind april werd gelanceerd, haalt ze dan ook haar neus op. Daarin onderkent de partijleiding dat de markteconomie ook zo zijn positieve kanten heeft. «De PDS bekent zich tot het kapitaal», kopte Der Tagesspiegel schalks. Oertel: «Waar moet dat heen? In Neues Deutsch land vliegen deskundige commentaren en scheldkanonnades sindsdien over en weer. Mensen die in de DDR tegenover elkaar stonden en zelfs mensen die de Republiek ooit zijn ontvlucht — ze vormen één grote, strijdende, maar daarin ook knusse ‹Oost-familie› in de kolommen van ND.» De hoofdredactie geniet: het debat, daar zijn ze voor.

Een oude rot schreef woedend over het recente partijexcuus: «Ik was erbij in april 1946 en bewaar erg goede herinneringen aan die dag.» De grote man achter de PDS, Gregor Gysi, kreeg een pagina om uit te leggen dat zulke lezers inconsequent redeneren. Wie meent dat het monster van het imperialisme in 1946 het best met vereende krachten van socialisten en communisten bestreden kon worden, zou nu, aldus Gysi, op zijn minst welwillend moeten staan tegenover samenwerking van PDS met SPD en dus het ontwerppartijprogramma moeten steunen. Geheimtip: Gysi’s naam wordt steeds vaker verbonden aan een burgemeesterschap van Berlijn.

Hoofdredacteur Jürgen Reents, pesterig geconfronteerd met de voorkeur van de cultuur redactie voor Hollywood-films boven avant-gardeproducties, vindt het begrip «anti-kapitalistische krant» voor ND toch wat weinig precies, «maar dat is mijn persoonlijke mening, hoor». Noem het een krant ter linkerzijde van de sociaal-democratie. Daar moet toch een groter publiek voor zijn dan zestigduizend abonnees?

Sociaal-economisch chef Staude, sinds 1988 bij ND: «A, A, A is nu het devies: anti-fascisme, anti-racisme en anti-kapitalisme. Na de Wende vonden we langzaamaan een nieuw doel: de sociale onrechtvaardigheid in eigen land bestrijden. Dat was ongekend; de klassevijand was nu onder ons gekomen.» Dat betekent voor Staude grondiger dan andere dagbladen over de consequenties van de EU-uitbreiding en de globalisering schrijven. Hopelijk stroomt West-Duits links dan toe.

Vooralsnog heeft Neues Deutschland vooral met opzeggingen uit het oosten te maken. Onderzoek wijst uit dat de prijs van de krant de voornaamste reden is. Het is een dure hobby om ND naast het regionale dagblad te lezen, wat de meeste opzeggers deden. Blijkbaar vinden ze ND te eenzijdig om als enige krant te lezen.

Verslaggeving over actuele zaken strijdt in ND om ruimte met de verkondiging van de socialistische toekomst door Fidel Castro en een persoonlijk statement uit Polen: «Jaruzelski, met wie ik tien jaar geleden over de tragedie sprak, verzekerde dat…» De Feuilleton-redactie bedient de lezers in de provincie royaal met DDR-coryfee X die vandaag zeventig is geworden, schilder Y die tachtig had zullen zijn en auteur Z die is overleden.

In het gangetje hangt ook de cover van 19 juli 1991. Boven het Neues Deutschland-logo staat: «De enige krant die onder direct toezicht van de Bondsregering is geplaatst». De redactie verweerde zich met deze bijtende spot tegen «instanties van de kapitalistische BRD die het blad proberen te liquideren». Een van deze instanties waren de Duitse spoorwegen (West), eigenaar van de grond onder het toenmalige ND-gebouw. Een andere staatsinstelling hield zich bezig met de onteigening van SED-bezit. Een schenking van 31 miljoen van partij aan krant werd de inzet van een juridisch steekspel, dat na enkele jaren verzandde. Meende de staat inmiddels dat het geld toch in een bodemloze put was beland en Neues Deutschland wel failliet zou gaan? Dat was buiten de vele trouwe lezers gerekend! Ze zamelden dat jaar een miljoen mark in en hielpen hun krant de winter door.

Daaraan kunnen de lezers rechten ontlenen, vindt adjunct Gabriele Oertel. «Al is dat voor de collega’s soms wel wat vermoeiend.» Heerste «vroeger», bij gebrek aan ingezonden brieven, het principe «U vraagt niet — wij antwoorden toch», nu komen er soms driehonderd brieven per week binnen. Daarin eist de auteur steevast genoegdoening: prominente plaatsing én koerswijziging van partij en/of krant. De redacteur lezersbrieven: «Ik word twintig keer per dag uitgescholden door van die oud-functionarissen die denken dat zij nog bepalen wat er in de krant komt.»

In het oprichtingsjaar 1946 was nog veel mogelijk bij Neues Deutschland. Zelfs een ingezonden brief van de CDU-voorzitter in de Engelse zone en latere bondskanselier, Dr. Adenauer. Na enkele jaren werd het concept van de «volkscorrespondent» (VK) ingevoerd, overgenomen van de Russische Pravda. In 1950 had ND, volgens een bericht van Der Spiegel uit dat jaar, al elfduizend VK’s, verspreid over het land. Ze begonnen vaak als jonge idealisten, zoals VK Hans Rehfeldt, maar functioneerden al gauw als «verlengde arm van ons staatsapparaat», zoals de toenmalige hoofdredacteur dat — zonder te blozen — noemde. Lekenjournalisten die gevreesd werden in de bedrijven waar ze werkten.

De jonge VK Hans Rehfeldt promoveerde tot echte redacteur. Het paradepaardje van de jonge staat was de bouw van de prestigieuze Stalinallee, «de eerste socialistische straat van Berlijn». Hij volgde de vorderingen dagelijks met de pen, vanuit een eigen paviljoentje. «Mijn werk dekte voor honderd procent mijn politieke overtuiging», zegt Rehfeldt. In 1953 stierf eerst Stalin, toen werd de stalinistische hoofdredacteur uit zijn functie gezet en vervolgens, op 17 juni, staakten de bouwvakkers van de Stalinallee vanwege de enorme productiedruk. Bijval voor de opstandelingen viel vanuit de kolommen van Neues Deutschland niet te verwachten. Bijna niemand nam het voor de stakers van Oost-Berlijn op. Bertolt Brecht, die vlak daarvoor nog een ode aan Stalin had geschreven, wel. Hij schreef in een sarcastisch gedicht dat de regering maar een ander volk moest kiezen. Brechts gedicht stond vanzelfsprekend niet in ND. Wel nam de krant enkele weken na de opstand een bijdrage van hem op, waarin hij de rigide criteria voor DDR-kunst aan de kaak stelde: «Zo wordt de roep om levendige kunst een roep om levendige zerken.»

Bij Wirtschaft Und Soziales hangt een spreuk van Bertolt Brecht aan de muur: «Wat is een inbraak in een bank vergeleken bij de oprichting van een bank?» Ook bij de relatief jonge journalisten van WiSo slaat het hart zeer links. Maar, bitte, met wat ironie en relativeringsvermogen. Adjunct Gabi Oertel komt binnen. Bij een buitenlandse ramp zijn twee Duitsers gedood. Wat moet ND daarmee? Een redactrice: «Zijn het wel ossi’s?»

Chef Jörg Staude, bijna veertig, laat na vieren — de krant is net af — popmuziek door het lokaal schallen. Pink Floyd. «De eerste plaat die mijn grootmoeder voor me meebracht uit het Westen.» Toen de Muur viel, was de jonge ND-redacteur Staude kwaad, omdat de hervormingskansen in de DDR verkeken waren. Wekenlang weigerde hij naar West-Berlijn te gaan, maar toen trokken de muziekwinkels te zeer. «Ik had nooit grote belangstelling voor het kapitalistisch systeem», zegt Staude laconiek. Vandaar dat hij erg blij is met de West-Duitse versterking van zijn deelredactie. «Al tijdens mijn studie in Leipzig kon ik aan westerse kranten komen. Maar wat moest ik ermee? In Der Spiegel viel heus niet te lezen hoe ik me het best door de DDR-bureaucratie heen kon worstelen.»

Staude wenste, eind jaren tachtig, een krant die meer swingde. Hij zette zich af tegen de oude garde die het bij ND voor het zeggen had, niet tegen het systeem. «Ik wilde geen revolutie maken.» Hij schetst hoe een editie van de krant in die tijd tot stand kwam. «Dat was een proces van zes weken. In week 1 bedachten we de inhoud, in week 2 gingen we bellen en regelen, in week 3 rondden we de research af, in week 4 schreven we, en dan ging het resultaat nog een paar weken heen en weer tussen de redactie en het Zentralkomitee van de SED. Vervolgens werd alles drie keer omgeschreven, ingekort en aangevuld. Soms moest er, als contrast, in enkele minuten nog een nieuw stuk mee.» En dan lag het dagblad op de mat. Soms had de Grote Dakbedekker, Erich Honecker, zelf het correctiewerk ter hand genomen.

Neues Deutschland liep overal achteraan, en niet alleen vanwege zijn productietijd. «Tot tien over twaalf hebben we ons aan de DDR vastgeklampt.» Het was een krant die allang door niemand meer werd geloofd. Oud-redacteur Hans Rehfeldt vindt weliswaar dat de PDS aan Marx’ Communistisch manifest vast moet houden, «maar zei Marx ook niet dat de vrijheid van het individu de vrijheid voor allen is?» Hij wil pertinent niet terug naar een krant «waar ik gedwongen was onzinnig dure bouwprojecten te bejubelen, omdat die de plan cijfers roze kleurden. Eén keer heb ik daarover een kritisch stuk kunnen schrijven. ‹Gouden deurklinken› heette het.»

Neues Deutschland was de barometer van de stemming aan de top. Die was af te meten aan de hoeveelheid ruimte die iemand kreeg. Het record is veertig foto’s van partijchef Honecker in één verslag van de Leipziger Messe. Het record aantal herhalingen is voor Freie Deutsche Jugend-baas Egon Krenz, met zijn inwisselbare redevoeringen die allemaal werden afgedrukt: «‹Liebe Freunde und Genossen!› (Aanhoudende bijval), ‹Liebe Thälmannpioniere!› (Lang aanhoudende bijval, hoerageroep), ‹De jeugd heeft de toekomst› (Allen gaan staan; spreekkoren: Vriendschap! Lang leve de internationale solidariteit!).»
Oud-spionagechef van de DDR Markus Wolf schrijft in het jubileumnummer 50 Jahre ND uit 1996 dat hij, na een pauze van enkele jaren, weer een abonnement heeft genomen. «In het huidige Neues Deutschland kun je je niet tot de koppen beperken, zoals vroeger», schrijft Wolf. «Maar voor de geïnvesteerde tijd krijg je ook wat terug: een gevarieerde hoeveelheid meningen.» Het staat nog te bezien of die variatie groot genoeg is.

Annemieke Hendriks werkte in het kader van het Duits-Nederlands journalistenstipendium als gastredacteur bij «Neues Deutschland»