Commentaar: Opvoeden en oorvijgen

Een pedagogische tik

Op de Haagse agenda staan op initiatief van staatssecretaris Kalsbeek van Justitie twee stevige opvoedingskwesties: de pedagogische tik en het verplichten van ouders van criminele jongeren tot het volgen van een cursus. Het wordt nergens met zoveel woorden gezegd, maar het kan zijn dat de drang van de overheid zich bezig te houden met het gezinsleven te maken heeft met allochtone jongens van wie bekend is dat de ouders de opvoeding overlaten — op een fors pak slaag na — aan de straat en, als het eenmaal mis is, aan een leger van goedbedoelende maar veelal falende hulpverleners. Geconfronteerd met het gedrag van hun kinderen begrijpen de ouders vaak niet wat ze te horen krijgen.

Natuurlijk gaat het niet alleen om deze groep. Opvoeden is altijd onderhevig geweest aan maatschappelijke golfbewegingen. Vóór de ontkerkelijking zetten dominees en pastoors de morele bakens over leven, dood en opvoeding. Een draai om de oren op z’n tijd gold als heilzaam voor doorklierende en grenzen aftastende kinderen. De overheid was — en is nog steeds — de hoeder van de wet. In de jaren zeventig meenden veel ouders vanuit een anti-autoritaire levensvisie dat een kind zich zonder regels al experimenterend zou ontwikkelen tot een vrij, sociaal, tolerant mens. Kennelijk met negatieve gevolgen, zoals nu uit alarmerende berichten blijkt. Veel jongeren trekken in het weekend zuipend, slikkend, windend, boerend, wildplassend en mens en/of materie mollend door het uitgaansleven. En diezelfde ouders maar klagen over de normvervaging in de Maatschappij.

De overheid van de geseculariseerde samenleving acht de tijd rijp om zich te bemoeien met de opvoeding. Dat is prima, vanuit de algemene gedachte dat opvoeden een complex van waarden is dat een kind zowel van thuis als vanuit de maatschappij — de straat, de school, de overheid — bijgebracht krijgt. Ouders van allochtone kliertjes en autochtone jongeren «met een kort lontje» moeten worden gewezen op hun verantwoordelijkheid, al zal een cursus onder dwang nauwelijks succesvol zijn. Bij kinderdagverblijven is het nodig dat de staat zich opstelt als medebepaler en bewaker van het pedagogische beleid en zich niet alleen druk maakt over de hoogte van de wc’tjes. En als uit de praktijk blijkt dat scholen steeds vaker de taak in de schoenen geschoven krijgen van «opvoeder», dan moet het ministerie van Onderwijs leerkrachten goed laten bijscholen en niet, zoals nu, onbetaald en in de vrije tijd.

Maar de overheid mag zich nooit bemoeien met de privé-sfeer, tenzij het raakt aan de wet, zoals kindermishandeling. Daarnaast moet zij zélf duidelijk worden, door bijvoorbeeld consequent om te gaan met delicten, en ambtenaren en politici aan te pakken die creatief boekhouden. Opvoeden, was dat niet een kwestie van het goede voorbeeld geven?