Attje Kuiken en Jesse Klaver voor een gezamenlijke ledenbijeenkomst om over een eventuele fusie tussen PvdA en GroenLinks te discussiëren. Arnhem, mei 2022 © David van Dam / De Beeldunie

Jesse Klaver wijst met opgestroopte mouwen de verte in, Attje Kuiken kijkt vastberaden in dezelfde richting, maar drukt ook een bosje rode rozen tegen de borst. Ze staan op een berg van ellende, opgebouwd uit olievaten met Shell-logo’s, autobanden en Haagse dossiermappen waar ‘Toeslagenaffaire’ en ‘Stikstofcrisis’ op staan. Wolken pakken zich samen maar windmolens torenen de lucht in. Aan de horizon gloort hoop.

Op groot formaat hing deze magisch-realistische prent achter Jesse Klaver toen hij begin oktober de Kerdijklezing hield in de Haagse Sociëteit De Witte. De stichting Kerdijk had daar opdracht toe gegeven aan kunstenaar Erik Kriek, die een parodie maakte op een oud sovjet-affiche. Maar nog voor het aan de muur hing, had hij al behoorlijk wat kritiek ontvangen. Moet dit echt zo, in deze stijl? Is het niet te veel het verleden en te weinig toekomstgericht? Na afloop van Klavers speech mopperden zowel aanwezige PvdA’ers als GroenLinksers nog wat door: is dit niet iets te veel ‘De Jessias’? En waarom is Kuiken zo voorzichtig afgebeeld?

De tekenaar had, onbedoeld, heel precies dat beeld getekend waar in beide partijtoppen angst voor ontstaat. Allereerst het beeld dat GroenLinks te leidend is in de samenwerking en de PvdA te volgend. De andere angst is het verwijt dat de samenwerking puur een machtsproject is en geen idealistische basis kent. Die klachten zijn te horen bij kleine groepen tegenstanders in beide partijen, maar klinken ook in journalistieke commentaren en politieke podcasts.

Kriek kreeg te horen dat de tekening na de lezing niet te veel verder zou moeten worden verspreid. Het zou blijven bij die ene vertoning in Sociëteit de Witte, een van de chicste plekken van de stad. Het pand staat naast het Mauritshuis, is een paar stappen verwijderd van het Torentje en is alleen toegankelijk voor leden en genodigden. Het beschikt over een eigen bibliotheek, een atlassenkamer, een biljartzaal en een bonte verzameling van monarchistische portretkunst. De doorgaans strikte etiquetten die een das voorschrijven om binnen te komen, werden bij hoge uitzondering versoepeld omdat verwacht werd dat GroenLinksers zoiets zouden vergeten of niet zouden bezitten.

Hoe Klaver hier terechtkwam? Al voor de zomer werd er op de GroenLinks-fractiegang bedacht dat het meer ‘over de inhoud’ moest gaan. Door een leiderschapswissel bij de PvdA en intern debat in die partij was de energie uit de samenwerking gelopen en lag de focus volledig op twee ledenraadplegingen begin juni. Ging dat wel lukken? Klaver was zich rond die tijd gaan storen aan het terugkerende verwijt dat de linkse samenwerking te weinig over ideeën ging en alleen maar over machtsvorming. ‘Jouw beroepsgroep maar ook kritische leden blijven steeds zeggen: het gaat niet over de inhoud’, zegt hij nu. ‘Terwijl mijn werk amper iets anders is. Ik ben daar eigenlijk alleen maar mee bezig maar het enige dat relevant lijkt is vorm, timing of toon. Deze lezing wilde ik aangrijpen om het juist over de inhoud te hebben.’

Klaver nodigde vertrouwelingen zoals oud-Kamerlid Wijnand Duyvendak uit voor brainstormsessies deze zomer. Ook vond hij een speechschrijver bij RoodGroen, het gezelschap van PvdA’ers en GroenLinksers dat achter de schermen al anderhalf jaar lang de samenwerking zeer succesvol aanjaagt. Samen schreven ze een ronkend verhaal.

Het is tijd voor een ‘deprivatiseringsgolf’ en een ‘nieuwe verzorgingsstaat’. Groei die ‘roofbouw pleegt op de planeet’ moet begrensd worden. Het vrijzinnige individualisme dat GroenLinks lange tijd kenmerkte maakt plaats voor ‘nieuwe gemeenschapszin’. In vergaderingen wordt besloten om weinig ‘ik’ en veel ‘wij’ te gebruiken. Vijf keer wordt er verwezen naar Joop den Uyl. Bijvoorbeeld wanneer Klaver het neoliberalisme ‘een sirenenzang die we zouden moeten weerstaan’ noemt en concludeert dat ‘het stuur van de samenleving’ teruggepakt moet worden.

Onder kroonluchters en tegenover een gehoor van voornamelijk grijze heren in dure pakken kondigde Klaver zo begin oktober zijn revolutie af. Een revolutie sámen met de PvdA. En hoewel 36 minuten van de lezing over ‘de inhoud’ gingen en slechts iets minder dan een halve minuut expliciet werd besteed aan ‘de vorm’, ging vrijwel alle aandacht naar dat laatste. De pushmelding van de nos, de krantenberichten en ook de discussies binnen beide partijen gingen over die ene zin in dat lange verhaal, dat ze ‘als één links-progressief blok, en met een gezamenlijk programma, de volgende verkiezingen voor de Tweede Kamer ingaan’.

Hoewel maar een halve minuut, was er juist over die paar zinnetjes lang gesproken. In eerdere conceptversies van de speech was ambitieuzer geformuleerd en ging het niet over het wat vage ‘één links-progressief blok’, maar over ‘een gezamenlijke lijst’ en ‘een linkse premier’. Na intern beraad en na overleg met de PvdA werden die zinnen afgezwakt.

Partij-ideoloog Noortje Thijssen had als directeur van het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks zelfs voorgesteld om dat gedeelte volledig te schrappen. Zij had in de zomermaanden meegedacht over de speech (ze droeg de term ‘deprivatiseringsgolf’ aan) en was bang voor precies dat wat ook zou gebeuren. ‘Ik ken de media heel goed, zodra je uitspraken doet over de samenwerking an sich, dan gaat het alleen nog maar daarover. Ik vond dat we aandacht moesten zoeken met de inhoud. En als de pers daar niet in geïnteresseerd is, nou, dan is dat maar zo.’

Wanneer de PvdA-top en de GroenLinks-top met elkaar spreken over de strategie rond samenwerking, dan knippen ze het proces steevast op in drie vraagstukken. ‘De inhoud moet leidend zijn, de vorm dienend en pas daarna komen de poppetjes. Dat is de volgorde’, zegt PvdA-partijvoorzitter Esther-Mirjam Sent. ‘Het is steeds balanceren tussen die drie’, zegt ook Klaver. ‘Het is boetseren en kleien. Een modderig pad waarop we stapje voor stapje zetten, maar niet mogen uitglijden.’

Aan het vraagstuk van de poppetjes verwachten beide partijen pas toe te komen wanneer de Tweede-Kamerverkiezingen voor de deur staan en er leiders worden gekozen. Voorlopig rust er een taboe op het onderwerp. ‘Niemand is groter dan deze samenwerking, niemand is groter dan een beweging’, zegt Klaver. ‘Die houding verwacht ik van anderen en van mijzelf. Daar zal ik voor waken. Zodra ik dat zie, dan ga ik dat niet accepteren, wij dienen iets groters.’

‘Voor mij is het heel simpel’, zegt Attje Kuiken op haar werkkamer. ‘Wij laten elkaar niet meer los, dat zou onzinnig zijn.’ Al kent ook zij de klacht uit haar partij dat het soms te weinig over idealen gaat, en te veel over vorm. Het is een gevoel dat ze aanvankelijk bij zichzelf herkende. Waar haar voorganger Lilianne Ploumen zichzelf een ‘believer’ noemde als het ging om linkse samenwerking, stond Kuiken een jaar geleden nog bekend als een terughoudende stem binnen haar fractie. ‘Ik was echt niet tegen maar wel zoekende. Ik vond het moeilijk om te visualiseren hoe je klassiek sociaal-democratische waarden goed verankerd kon krijgen in zo’n hechte samenwerking.’ Toen ze in april plots partijleider werd, was een van haar eerste daden om het tempo uit het proces te halen. Ze annuleerde gezamenlijke bijeenkomsten met Klaver en ging in plaats daarvan met haar eigen leden in gesprek.

Binnen GroenLinks groeiden de zorgen. ‘Ik heb echt wel gezien en gevoeld dat er een houding was van hold your horses’, zegt Klaver terugblikkend. ‘Maar er was wel intensief contact. Ik heb nooit het gevoel gehad dat wij bespeeld werden. Attje was heel eerlijk en zei gewoon: ik sta even op de rem. Ik heb tijd nodig.’ Wel werd er binnen GroenLinks besloten: als de sociaal-democraten niet meer terugkomen en we voor de zomer geen volgende stap kunnen zetten, dan stoppen we er helemaal mee.

Zover zou het nooit komen. Net als bij GroenLinks stemden ook PvdA’ers met een overweldigende meerderheid in met voorstellen van beide partijtoppen om verdere stappen te zetten richting dat wat ooit een fusie kan worden. Na het zomerreces kwam Kuiken volgens eigen partijgenoten en GroenLinksers getransformeerd terug in Den Haag. Ze gaf dubbelinterviews samen met Klaver en wanneer hij er een keertje niet bij was sprak ze over ‘Jesse en ik’ en ‘GroenLinks en wij’.

Een fractiegenoot ziet twee redenen voor die verandering: ‘Attje wist nu zeker dat de partij het wilde en zelf raakte ze ook overtuigd dat het echt werkte.’ Vooral dat tweede beaamt ze zelf ook. ‘Ik verlies mij niet snel in grote idealen en lange lijnen maar wil bezig zijn met de alledaagse problemen van mensen. Levert het wel wat op als we dit gaan doen? Tegen Jesse heb ik weleens gekscherend gezegd dat hij iemand is die enthousiast kan roepen “dit is de weg die we moeten gaan”, terwijl ik mij sneller bezighoud met: hoe komen we daar dan? Volgens mij moeten we dat combineren.’

De praktische politica kreeg haar bewijs rond Prinsjesdag. Een forse groep van PvdA- en GroenLinks-Kamerleden smeedden een peperduur plan voor een energieprijsplafond. Iets waarvan het kabinet schamperde dat zoiets nooit mogelijk zou. Het kon niet vanwege de markt én het mocht niet van Brussel.

Tijdens een debat in een commissiezaaltje wist het GroenLinks-Kamerlid Suzanne Kröger door eigen onderzoek het argument van ‘de markt’ weg te spelen door energievertegenwoordigers de uitspraak te ontlokken dat het wel kon. Ondertussen begonnen PvdA-mastodonten Frans Timmermans en Diederik Samsom vanuit Brussel te brullen dat ‘Europa’ geen bezwaar was.

Zonder die gebundelde kracht was het prijsplafond nooit gelukt, beseffen ze binnen beide partijen. Nooit eerder werd er zoveel miljard verplaatst in een Prinsjesdagbegroting door oppositiepartijen. In een eindejaarsinterview met Nu.nl noemde Mark Rutte het in een zeer korte opsomming van succesvol beleid van het afgelopen jaar. ‘Dan zie je: dit is leuk, dit is goed’, zegt Kuiken. ‘We hebben rust en zekerheid geregeld voor mensen door elkaar vast te pakken.’

‘Als je echt iets toekomstbestendig wil veranderen, moet er een blauwdruk voor links komen die meer is dan één plus één is twee’
© Pepijn Zurburg

Aanvankelijke tegenstanders binnen beide partijen kantelen rond die tijd. Iets wat Kuiken en Klaver merken als ze ledengesprekken van elkaars partijen bezoeken en met sceptici praten. ‘Dan krijg ik GroenLinks-leden op mij af die allemaal hele gedetailleerde vragen over duurzaamheid en energie gaan stellen. Die willen weten: is die Kuiken wel een beetje groen? Maar inmiddels vertrouwen ze mij, denk ik, ik zie de weerstand afnemen.’ Klaver nodigt tijdens zo’n bijeenkomst kritische PvdA’ers uit om eens koffie te komen drinken, zij hebben hem doorgezaagd over zijn opvattingen over ‘bestaanszekerheid’.

Kamerleden uit beide fracties schreven al aan een gezamenlijke klimaatvisie en de komende tijd worden soortgelijke documenten verwacht rond openbaar vervoer, arbeidsmarkt, belastingontwijking en buitenlandbeleid. Gevoeligere kwesties waarbij mogelijk verdeeldheid wordt blootgelegd – zoals migratie, veiligheid en defensie – worden nog even vooruitgeschoven.

Maar dat de partijen stilletjes aan al mentaal fuseren, was terug te horen tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen, de debattenreeks na Prinsjesdag waar partijleiders ideologische spreekbeurten houden over het politieke jaar dat voor hen ligt. Kuiken vond het belangrijk dat de groene visie van de PvdA duidelijk zou doorklinken en had daar lang over nagedacht. ‘Hoe ga ik dat praktisch verwoorden?’ Ze kwam uit op de zin: ‘Duurzaamheid betekent niet veel meer dan bestaanszekerheid voor de toekomst.’ Omgedraaid spreekt Klaver al langere tijd over het idee dat het uitbuiten van mensen en van de planeet allebei uitwassen zijn van ongeremd kapitalisme.

‘De verhalen over elkaar heen leggen en dan doen alsof je klaar bent is niet genoeg’, zegt Tim ’S Jongers streng. De publicist is sinds drie maanden directeur van de Wiardi Beckman Stichting, het ideologische instituut van de PvdA. ‘Als je de kleuren een beetje mengt ga je nooit een mooie kleur krijgen.’ Op eenzelfde manier veegt hij de notie van tafel dat de partijen in de Kamer vrijwel altijd hetzelfde stemmen. ‘Ook dat is een te dun fundament. Net als dat allemaal deelvisies op subthema’s wel goed zijn, maar nog niet genoeg. Als je echt iets toekomstbestendig wil veranderen, dan moet er een blauwdruk voor links komen te liggen die meer is dan één plus één is twee.’

Nog voor hij aan zijn eerste werkdag als partij-ideoloog begon, zocht hij Noortje Thijssen op. Zij is als directeur van het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks al langer bezig met de samenwerking en gaf vorig jaar op de Dag van de Arbeid een lezing. Ze schetste daarin hoe zowel de PvdA als GroenLinks hun intellectuele wortels via tal van voorlopers van de huidige partijen hebben in het marxisme van de negentiende eeuw. Beide bewegingen waren reacties geweest op de industriële revolutie. ‘150 jaar na de industriële revolutie staan we voor een vergelijkbare opgave’, zei Thijssen. ‘Ook nu staan we aan de vooravond van een industriële revolutie. Een groene revolutie welteverstaan.’

Volgens haar grijpen de ideologische opdrachten van de PvdA en GroenLinks als vanzelf in elkaar in die maatschappelijke omwenteling. ‘De grote opgave voor sociaal-democraten in deze tijd is: hoe zorgen we dat er niemand kopje onder gaat?’ vertelt ze bij een kop koffie. ‘Voor een groene partij is die vraag andersom: hoe organiseren we deze groene omslag met genoeg maatschappelijk draagvlak en steun van de vakmensen die dat moeten uitvoeren?’ De historische opdrachten waar beide partijen mee zijn belast grijpen in elkaar.

Dat zal tevens de kern vormen van het discussiestuk dat ze, mede op verzoek van hun partijvoorzitters, naar buiten brengen voor de partijcongressen van 4 februari. Tijdens de congressen zelf hopen ze verder in discussie te gaan over hoe ‘de dominante macht van de markt kan verschuiven naar een samenspel van burger en overheid’. In debat met leden hopen ze input te verzamelen voor een definitief visiedocument dat het fundament zal worden voor de samenwerking. ‘Wat wij nu doen gaat niet over het simpelweg samenbrengen van rood en groen, maar over de constructie van een nieuw links verhaal voor Nederland’, aldus ’S Jongers.

Ze benadrukken graag de vele overeenkomsten tussen de partijen, maar ontdekten al schrijvend ook verschillen. ‘Toen we gingen zitten begonnen de GroenLinksers meteen met activistische taal’, zegt ’S Jongers. ‘Ze wilden het over neoliberalisme en kapitalisme hebben, hele grote woorden die ik wel ken, maar waarvan ik ook dacht: zullen we dat even concreet maken zodat we straks niet wereldvreemd klinken?’ Hij moet er nu om lachen. ‘Na een halfuurtje ontdek je gelukkig: we hebben het over hetzelfde. Alleen de taal is soms net anders.’ Omgedraaid worstelde Thijssen soms met hoe ze om moet gaan met het recente PvdA-verleden. ‘Wij hebben het makkelijk omdat we die ballast van besturen nooit hebben gehad. Wij waren nooit betrokken bij de Derde Weg en Rutte II en konden daar kritisch over zijn. Ik was gewend om daar naar uit te halen in stukken. Kritiek hierop haalt het niet in de eindversie.’

Paul Rosenmöller, Mei Li Vos tijdens de presentatie van de conceptkandidatenlijsten van GroenLinks en PvdA voor de Eerste Kamerverkiezingen. Den Haag, december 2022 © Robin Utrecht / ANP

Er wordt, kortom, volop samen nagedacht. Heel bewust zoeken de partijen daarbij aansluiting met mensen buiten de PvdA en GroenLinks. Zo komt op een maandagavond in november een bont gezelschap van grofweg 25 mensen samen in het Haagse Amare Theater. Stuk voor stuk zijn ze uitgenodigd door ’S Jongers en Thijssen, die geheimhouding van de avond in hun mail hebben benadrukt.

Eenmaal binnen wordt er nog iets anders benadrukt: het gaat vanavond niet over nut en noodzaak van een fusie, maar alleen over ideeën. Wat heeft een linkse beweging nodig? Vertegenwoordigers van milieuclubs, vakbonden, wetenschappers maar ook schrijvers en ser-voorzitter Kim Putters zijn allemaal komen opdagen en zitten verspreid over vijf tafels om vrij te discussiëren over vragen als ‘moeten we een term als kapitalisme wel gebruiken’, ‘wat vinden we van het basisinkomen’ en ‘wat zijn de grote vraagstukken voor de komende tien jaar’. Bij elke nieuwe gang wordt de tafelindeling herschikt. De directeuren van de wetenschappelijke bureaus maar ook beide partijvoorzitters en beide politiek leiders schrijven driftig mee.

‘Wij moeten platformen, denkers en maatschappelijke bewegingen betrekken, die onderstroom van denkers en activisten binnenhalen’, zegt iemand uit de Eerste-Kamerfractie. Over de inhoud van de dineravonden wil Thijssen niets zeggen vanwege de beslotenheid, maar wel dat zij en ’S Jongers samen nadenken over hoe een visie voor links een breedgedragen project moet zijn. ‘In de jaren zestig was links succesvol omdat er samenspel was. We moeten de bondgenoten die verandering voorstaan verenigen.’

Het best bewaarde geheim van de succesvolle cda-fusie in 1980 was dat de wetenschappelijke instituten al acht jaar voor de samensmelting hecht begonnen samen te werken. In 1977 werd er zelfs een gezamenlijk studiecentrum opgericht, nog voor de politieke partijen zover waren. Zowel bij GroenLinks als de PvdA kennen ze dat verhaal. ‘Voor de komende jaren zie ik een vergaande integrale samenwerking van onze wetenschappelijke bureaus voor me’, schreef Thijssen vorig jaar al eens in een mail. ‘Als dat een succes wordt – waar ik niet aan twijfel – dan kun je op den duur zelfs denken aan de vorming van een krachtige links-progressieve denktank die de functie krijgt van een broedplaats voor politieke ideeënvorming.’

’S Jongers vindt dat geen ondenkbaar scenario. ‘De Wiardi Beckman Stichting is voor mij een middel om een doel te bereiken. Als het ons lukt om binnen een aantal jaren echt compleet boven dat “één plus één is twee” uit te stijgen, dan kan ik mij echt wel inbeelden dat dat vergaande consequenties heeft voor de structuur van onze beide wetenschappelijke bureaus.’

Al wordt niet iedereen overtuigd. In een oud Rotterdams buurthuis in Crooswijk dat al decennialang in handen is van de PvdA, is het eind november ijzig koud. De verwarming staat uit. Een knalrode muur is bedekt met rode vlaggetjes en door het raam zijn jarenvijftigbalkons zichtbaar waar plastic zeil overheen hangt. ‘Team Rood bestaat uit mensen die fel tegen fuseren met GroenLinks zijn en uit mensen die vinden dat fuseren niet per se slecht is maar de manier waarop verkeerd’, zegt Binnert de Beaufort, een actief PvdA-lid uit Hilversum. Naast hem staat Reshma Roopram, een ex-wethouder uit Barendrecht. ‘Je kunt fuseren tot je een ons weegt, maar als wij geen realistisch plan hebben rondom vluchtelingen zal rechts blijven winnen.’

Amper dertig leden zijn komen opdraven. Onder hen bevinden zich een havenarbeider, buurtwerkers en lokale politici zoals de fractievoorzitter van de PvdA Leeuwarden. Naar de livestream kijken afwisselend twee of drie mensen. De enige partijprominent die is komen opdagen is Ad Melkert. ‘Wij moeten de verleiding weerstaan om met een nieuw label ineens populair te worden’, zegt hij. ‘Het is een gegeven dat de identiteit van de sociaal-democratie gebaseerd is op een lange traditie en een belangrijke geschiedenis, die je niet onderweg mag verliezen.’

De middag is een achterhoedegevecht. Het zit in de taal en zelfs in de ledenmotie die enkele weken later wordt opgesteld. Daarin wordt opgeroepen om in ‘de statuten van een eventuele rechtsopvolger van de Partij (…) expliciet te maken dat dit een samenwerking is om sociaal-democratische doelen te verwezenlijken’. De tegenstanders hebben hun gevecht eigenlijk al verplaatst. In plaats van zich te verzetten tegen fusie of verdere samenwerking, houden zij zich nu bezig met het waarborgen van hun idealen in een realiteit die in hoog tempo op hen afkomt.

‘Dat zij bij elkaar komen om te praten over wat je wil waarborgen is precies wat wij nodig hebben’, zegt Kuiken. Ze is niet verrast als ze hoort dat juist dit soort leden een jaar geleden nog hoopten dat zij het fusie-enthousiasme zou afremmen. ‘Ik begrijp dat zij voelen dat ik hun geluid vertolk. Binnen mijn partij zit ik bij sommige onderwerpen ook aan de flanken, ik bevind mij aan de klassiek sociaal-democratische kant. Binnen de fractie verschillen wij ook van mening en dat hoort ook zo. Volgens mij moeten we geen vleugels los willen knippen, maar die juist verankeren in een nieuwe samenwerkingsvorm.’

Hierin schuilt het antwoord waarom de PvdA in het hele proces soms minder enthousiasme uitstraalt dan GroenLinks. En wellicht ook waarom de tekening van Erik Kriek met die wat voorzichtigere PvdA zoveel losmaakte in die chique Haagse sociëteit. Er is niet zozeer een verschil van mening over de koers of over de inhoud, maar wel een cultuurverschil. ‘Wij nemen meer risico en zeilen scherper aan de wind’, zegt een vertrouweling van Klaver. ‘Terwijl ze bij de PvdA sneller bezig zijn met verbinden en zeker zijn dat iedereen mee is.’

De linkse samenwerking begint ook ‘de poppetjes’ te beïnvloeden. Wie een gezamenlijke fractie niet wil, wordt niet meer zo snel senator

Tijdens tal van kleine momenten is dat terug te zien. Als Klaver in Sociëteit de Witte roept dat ze samen moeten optrekken richting de volgende Tweede-Kamerverkiezingen, laat Kuiken in een reactie weten dat ze zich daar ‘goed in kan vinden’, maar benadrukt ze ook dat de vorm nog niet vastligt. ‘Jesse en ik verrassen elkaar niet en nemen elkaar mee in onze beslissingen’, zegt ze over hun onderlinge gesprekken. ‘Niet eens zozeer omdat wij elkaar niet willen verrassen maar vooral omdat we elkaars achterbannen niet voor voldongen feiten willen plaatsen. Het zou zonde zijn als je mensen onnodig verliest omdat ze zich geen onderdeel voelen van die gezamenlijke zoektocht.’

Nog zo’n verschilletje: op de GroenLinks-kieslijsten voor de Eerste Kamer staan mensen die óók al lid zijn geworden van de PvdA, maar omgedraaid is dat nog niet het geval. Partijvoorzitter Sent staat dat niet toe zolang haar leden nog geen uitdrukkelijke toestemming hebben gegeven op het aanstaande partijcongres. Waar GroenLinks nieuwe piketpaaltjes wil blijven slaan ‘om momentum vast te houden’, grijpen ze bij de PvdA reflexief naar statuten.

‘Mijn diepgekoesterde wens is om de club bij elkaar te houden’, zegt partijvoorzitter Sent. Zij ziet ook wel dat haar partij in ruime meerderheid voor verdere samenwerking is, maar wil oog houden voor de minderheid van tegenstanders. ‘Wat ik hun kan bieden en zelfs moet bieden is een rechtvaardig proces. Ik wil niet dat zij voelen dat er iets verandert zonder dat ze daarbij betrokken zijn geweest.’

‘Soms heb ik mij weleens afgevraagd: doe je niet onnodig moeilijk en vertraag je de zaak niet?’ zegt Frank van de Wolde, woordvoerder van de fusievoorstanders van RoodGroen. ‘Maar steeds vaker denk ik: ze houdt de boel bij elkaar. Ook bij een fusie hebben we iedereen nodig.’

Voor het eerst in de twee jaar lange samenwerking is het debat over de gezamenlijke toekomst spannender binnen de partij van Klaver dan bij de PvdA.

De Nijmeegse GroenLinks-leider Quirijn Lokker zat op de vrijdagavond van de Kerdijklezing een biertje te drinken in café In de Blaauwe Hand toen er plots een pushmelding binnenkwam. Met daarin dus die paar zorgvuldig gekozen zinnen over verdere samenwerking. Juist hier in het van oudsher zeer progressieve Nijmegen zijn veel GroenLinksers tegen verdere samenwerking met de PvdA. Er is hier weinig lokale verwantschap en de partij met een sterk kader van studenten en oudere anarchisten uit de krakersbeweging heeft weinig op met de bestuurderspartij. Niet ontoevallig komt het Kamerlid Lisa Westerveld, die ook kritisch is over de samenwerking, uit deze afdeling.

Nadat Lokker verbaasd het nieuwsbericht heeft gelezen en de kroeg rondkijkt, kruist zijn blik met de lokale PvdA-fractievoorzitter, die ook haar telefoon vasthoudt. Ze moeten lachen. ‘Er is weinig zo verbroederend tussen ons als het idee dat wij echt niet met elkaar samen willen, maar als je dit soort berichten leest voelt het soms echt als een catch 22. Steeds wordt er gezegd dat het eindpunt van deze samenwerking niet vaststaat, maar elke keer worden we weer verrast en verandert alles.’

Diezelfde avond explodeert ook de Nijmeegse GroenLinks-appgroep. Ze besluiten een interne brief te schrijven aan Klaver en partijvoorzitter Katinka Eikelenboom, waarin ze zich beklagen over het proces. Wat er precies in staat wil hij niet zeggen, maar telefonisch licht hij wel het gevoel toe waarmee hij de pen oppakte. ‘Je ziet dat Jesse en het partijbestuur nooit het woord ‘fusie’ in de mond nemen, terwijl dat wel het gevoel is dat in de lucht hangt. Niemand ontkracht het ook. Niemand weet waarnaar we onderweg zijn, maar we bewegen wel naar een bepaald punt.’

Klaver belt meteen terug, bedankt hem, zegt dat hij langs wil komen. Katinka Eikelenboom appt kort daarna of zij ook mee mag. Het tweetal is begonnen aan een tour door het land voor ledengesprekken. Uit meerdere afdelingen is kritiek gekomen na de Kerdijklezing. ‘Ik ben het gevrij met de PvdA helemaal zat’, zegt de voorzitter van de afdeling Den Bosch wanneer hij op de avond van de lezing zijn lidmaatschap opzegt.

Waar de PvdA-critici met name in noordelijke plattelandsregio’s te vinden zijn, houden de kritische GroenLinks-leden zich op in vooruitstrevende studentensteden zoals Groningen, Utrecht, Zwolle, Amsterdam en dus Nijmegen. Ze vormen een minderheid, maar zijn ook een belangrijke ruggengraat van de partij. Klaver en Eikelenboom gaan het land door om te luisteren. Ze beloven meer duidelijkheid over het proces. ‘Ik benadruk ook dat wat er in Den Haag gebeurt niet noodzakelijkerwijs voor alle lokale afdelingen hoeft te gelden’, zegt Klaver na afloop van een ledengesprek in Eindhoven.

Op de zolder van een hippe bierbrouwerij op een industrieterrein heeft hij zojuist met speels gemak meer dan vijftig leden te woord gestaan. Hij kon grapjes maken en soms ontglipte hem zelfs een Brabantse tongval. ‘Wij staan bekend om onze gemoedelijke sfeer’, zegt een lokaal bestuurslid. De ‘Afdeling Eindhoven’ beslaat ongeveer negen gemeenten waaronder vijf waar al een fusiefractie met de PvdA bestaat. Juist in het zuiden van het land, waar links nooit groot is geweest, weten ze dat samenwerking kan lonen en soms zelfs noodzakelijk is.

Waar Klaver in Groningen nog werd geconfronteerd met ‘imposante lijstjes van alles wat de PvdA verkeerd had gedaan in het verleden’, moet hij hier de zaal vol fusiegelovigen uitlokken. ‘Tegenargumenten mogen ook, hè!’ moedigt hij de zaal aan. Precies dat wat vaker gebeurt, was hier ook het geval. ‘Vooraf roepen leden enthousiast dat ze het over de inhoud willen hebben. Maar eenmaal op het podium gaan vrijwel alle vragen vooral over de vraag: komt er een fusie of niet?’

Tot een concreet antwoord laat Klaver zich niet verleiden die avond. ‘De samenwerking is toch een soort sailors dream’, houdt hij de zaal voor. ‘Iedereen heeft er zijn eigen verbeelding bij. Voor sommigen is het fusie, voor anderen eens samen naar een raadsvergadering wandelen.’ Alle vormen kunnen en mogen, onderstreept hij opnieuw. ‘Maar de horizon is dat wij de volgende verkiezingen ingaan als brede, linkse, groene beweging.’

Er is blijdschap én ontlading te lezen op de gezichten van beide partijvoorzitters. Ze staan samen in de hoek van een rood-groen verlicht zaaltje waar zojuist de kandidaat-Eerste-Kamerleden van beide partijen zijn gepresenteerd. Ze gaan straks los van elkaar de verkiezingen in, maar zullen direct daarna fuseren.

Kandidatencommissies hebben daar al rekening mee gehouden tijdens de talloze gesprekken die zij voerden. Is de gezamenlijke fractie straks divers genoeg? Vullen mensen elkaar aan? Tijdens de selectiegesprekken was een van de vragen: zie je het straks zitten om in een fusiefractie te functioneren? Volgens sommige sollicitanten was die vraag belangrijk geweest. Het markeert ook iets fundamenteels: voor het eerst begint de linkse samenwerking ook ‘de poppetjes’ te beïnvloeden. De partij verandert daardoor. Wie een gezamenlijke fractie niet wil, wordt niet meer zo snel senator.

‘Wat denk jij, Esther-Mirjam? Kunnen we nu nog terug?’ zegt GroenLinks-voorzitter Eikelenboom lachend tegen PvdA-voorzitter Sent. ‘Nee, terug kun je niet meer’, antwoordt zij. ‘Of althans, je kunt áltijd terug. Dat mogen de leden beslissen. Maar als je dat doet, is denk ik alles weg.’ Ze hebben meerdere keren per week contact, stemmen hun partijcongressen op elkaar af en schuiven samen aan in het ‘cockpit-overleg’ voor de aanstaande verkiezingscampagne.

Daarover heeft Mei Li Vos als PvdA-lijsttrekker in de Eerste Kamer al gezegd dat het midterms zullen worden, tot ergernis van politicologen. Dat wordt ook de campagneboodschap: maak ons de grootste zodat dit kabinet over links verder moet. Helemaal ondenkbaar is dat niet. Zelfs als één plus één deze verkiezingen niet drie maar gewoon twee blijkt te zijn, zou het de grootste fractie kunnen worden in de senaat. ‘Rutte IV mag kiezen: ze gaan of naar links, of naar huis’, zei Kuiken vorige week tegen haar leden. Over wie straks die gezamenlijke senaatsfractie mag leiden is ze nonchalant. ‘Hoe je dat doet? Gewoon, door het praktisch te houden, het niet te ingewikkeld te maken. Zoiets vogelt zichzelf wel uit.’

Daarmee verwoordt ze de brede consensus in beide partijen dat de aanstaande verkiezing niet de engste stap is in deze samenwerking. Pas als het gaat over Tweede-Kamerverkiezingen of volgend jaar al over Europese verkiezingen zal het weer spannend worden. Dan gaat het plots wél over poppetjes en fundamentele vormkeuzes. In welke Europese familie stap je dan? GroenLinksers zien een overstap naar de grote sociaal-democratische machtsfamilie niet zitten en het is zeer onwaarschijnlijk dat de PvdA kiest voor de kleine groene fractie waar GroenLinks nu zit.

Ondertussen vergaderen de partijtoppen steeds vaker met elkaar over een ‘Code Rood-scenario’, wat gebeurt er bij een kabinetsval? ‘Als de boel instort, ben je er dan klaar voor?’ zegt een PvdA-Kamerlid. ‘Heb je dan de kandidaten, het programma en de plannen?’ Volgende week zal op beide partijcongressen worden gestemd over dikke stapels statutenwijzigingen die volgende stappen mogelijk maken. Ook is er bij beide partijen een belangrijke motie ingediend door RoodGroen: als het kabinet valt en er komen verkiezingen, dan móet er een referendum worden gehouden waarin leden kunnen kiezen of ze met elkaar een gooi willen doen naar het Torentje.

Als ze daarvoor kiezen, kunnen ze definitief niet meer terug.