Alleenstaand: Klein, kleiner, kleinst: de megatrend naar microwonen

Een poef die tafel wordt

In de stad wordt het leven steeds meer afgestemd op de solo’s. De kunst is om in een overvolle metropool ruimte te creëren voor de stedelijke alleenstaanden. Slim wonen betekent ook schipperen. Vroeger heetten ze vrijgezellen. Met dat woordje ‘vrij’ erin klonk dat wel aantrekkelijk. Maar op een gegeven moment kwam er ‘alleenstaanden’ voor in de plaats. Nu is er een hippe nieuwe term voor de stedeling die alleen woont: city-solo.

Medium tracymicro

Het aantal city-solo’s is groot en groeiend. Van de huishoudens in Amsterdam bestaat meer dan de helft, 55 procent, uit één persoon. In dure steden zou je daar eigenlijk ook de huishoudens bij moeten tellen die bestaan uit mensen die puur om financiële redenen een huis delen maar liever alleen, of met een geliefde, zouden wonen.

Deze trend doet zich voor in veel grote steden in de wereld, waar jonge mensen naartoe trekken om werk én een partner te zoeken. De stad als ontmoetingsplaats en huwelijksmarkt. In de bekende tv-serie Sex and the City zegt hoofdpersoon Carrie Bradshaw: ‘The city is my boyfriend.’

Wat doet dat met de stad? De samenstelling van de bevolking heeft invloed op de voorzieningen die er worden geboden: op het uitgaans­leven, op de zorg, op de behoefte aan third places als cafés en werkruimtes. En op de vraag naar woningen die kleiner, betaalbaarder en flexibeler zijn dan de traditionele Nederlandse een­gezinswoning.

De centrale bibliotheken zijn zo’n third place. De Openbare Bibliotheek Amsterdam leidde in zijn vorige huisvesting, hoewel in de binnenstad, een zieltogend bestaan. Het nieuwe gebouw vlak bij het Centraal Station, op het Oosterdoks­eiland, is een bruisende ontmoetingsplek waar veel te doen is en waar de bovenverdieping een restaurant herbergt met een geweldig uitzicht. Ken Worpole, auteur van een boek over de architectuur van nieuwe bibliotheken, heeft daar een verklaring voor. In The Guardian beweerde hij onlangs dat de ‘glamming up’ van de hedendaagse bibliotheek – naar aanleiding van de nieuwe van Mecanoo in het Engelse Birmingham, de grootste van Europa – te danken is aan het stijgende aantal éénpersoonshuishoudens. ‘Bibliotheken fungeren steeds meer als home away from home voor alleenstaanden maar ook voor migranten, vluchtelingen en zelfs toeristen.’ De bibliotheek, schrijft Worpole, is ‘de woon­kamer in de stad’. In de bieb kun je rustig alleen zitten te midden van anderen.

Dat is anders als je in je eentje in een restaurant zit. Dat bracht ontwerpster Marina van Goor ertoe een pop-up-restaurant te beginnen, ‘Eenmaal’ geheten, als een third place waar je in je eentje kunt eten zonder je opgelaten te voelen. Eenmaal is tot nu toe twee keer gehouden in een leegstaand winkelpand in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer. ‘Ik ben geïnteresseerd in de vraag hoe je eenzaamheid bespreekbaar kunt maken in de maatschappij’, zegt Van Goor. ‘Die neemt in alle lagen toe, maar wordt verhuld en verbloemd. Eenzaamheid is een van de laatste taboes.’

Het interieur heeft ze zelf ontworpen met allemaal eenpersoonstafels, waar je maar aan één kant je knieën onder de tafel kwijt kunt. Gaan mensen toch niet bij elkaar zitten? ‘Nee, je merkt dat er op een gegeven moment een zekere rust over je heen komt. Na het eten komen wel de gesprekken aan de bar op gang.’ Ze gaat Eenmaal weer doen, nu eens niet in een rauw leeg winkelpand maar in de chique Cornelis Schuytstraat in Amsterdam-Zuid.

Behalve op restaurants heeft het hoge percentage alleenstaanden ook z’n weerslag op het aanbod in de lokale supermarkt. ‘Speciaal in Amsterdam worden onze winkels gebruikt als koelkast’, zegt een woordvoerder van een grote supermarkt. ‘We merken dat mensen weinig meer voorraad thuis hebben – ze beslissen ’s middags in de supermarkt wat ze die dag gaan eten. Er worden in sommige winkels ook meer eenpersoonsporties gekocht en kleinere verpakkingen, bijvoorbeeld vijftig in plaats van honderd gram vleeswaren. In de binnensteden van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam hebben we in de schappen meer ruimte gemaakt voor enkele porties, dagverse salades en kleinere verpakkingen. Het profiel van de buurt zie je terug in het assortiment.’

Met het groeiende aantal starters in de stad zou je verwachten dat de woningbouw gretig op deze nieuwe markt zou inspelen. Deze groep kan immers ook meteen een koop- of huurcontract tekenen, die heeft geen bestaand huis waar ze eerst van af moet zien te komen. Maar de woningbouw is een mammoettanker die maar langzaam de steven kan wenden. En het moet gezegd, het gaat om relatief goedkope woningen die in kleine aantallen worden gebouwd – dus niet heel makkelijk om rendement uit te halen.

Medium micro unit  1

Soms keert de wal het schip. Zoals met het gak-gebouw naast de ringweg in Amsterdam-West. Projectontwikkelaar AM had de kolos uit 1960, waar tot voor kort ruim drieduizend ambtenaren werkten, in 2002 gekocht om hem te slopen en er iets anders te bouwen. Toen werd het gebouw genomineerd als ‘jong monument’ en moest het blijven staan. Jaren heeft het geduurd, maar dit jaar is de helft ervan met appartementen van 28 vierkante meter in de huur en de verkoop gegaan onder de naam De Studio. Ze gingen als warme broodjes over de toonbank en er wordt aan de andere helft van het gebouw gewerkt. AM heeft de smaak te pakken en bouwt nu ook ‘Villa Mokum’, een nieuwbouwproject tussen Amstelstation en Duivendrecht. Het bevat 348 koopstudio’s van tussen de 28 en de 33 vierkante meter rond een gemeenschappelijke binnentuin en een supermarkt.

‘Wij geloven in deze doelgroep’, zegt AM-directeur Ronald Huikeshoven. ‘Het is gebleken dat bijna driekwart van de kopers financiering heeft kunnen regelen, en de rest hulp van de ouders heeft gehad. Het lukt deze generatie op deze manier dus toch een woning te kopen. Ze zouden voor een sociale huurwoning in aanmerking komen, maar daar staan wachtlijsten voor van wel acht jaar.’

Ruim de helft van de nieuwe bewoners van het gak-gebouw komt van buiten Amsterdam, en rond de 65 procent is vrouw. ‘Wij hebben erg ingezet op veiligheid’, zegt Huikeshoven, ‘met een transparante entree, een glazen lift tegen de gevel en toegangspoortjes. Mensen zoeken elkaar ook op: ze doen spelletjes en houden etentjes in de gangen en verschillende verdiepingen hebben een eigen WhatsApp-groep.’ De modelwoningen in het gak waren belangrijk om te laten zien hoe je toch op 28 vierkante meter kunt wonen. En dan valt de beslissing snel. ‘Deze generatie heeft haast’, merkt hij, ‘over een jaar kan alles anders zijn: de baan, de relatie – het leven.’

Het gak-gebouw langs de A10, Villa Mokum in de leegte voorbij het Amstelstation, de Staatsliedenbuurt – het zijn de wijken rond het centrum die door deze demografische push een opkontje krijgen. Han Michel, adviseur woning- en stedenbouw, deed onderzoek voor woningcorporatie Rochdale in de Staatsliedenbuurt. ‘Vroeger was dit de wijk voor al die mensen die tijdens de industriële revolutie van het platteland naar de stad kwamen’, zegt hij. ‘Toen hadden deze woningen allemaal kleine kamertjes. Nu wonen er vooral alleenstaanden voor wie alleen maar de muren van toen eruit hoeven. Dan is het in één klap een loft.’ Corporaties moeten veel specifieker plattegronden maken voor kleine huishoudens, vindt hij.

In de hele westerse wereld groeit het aandeel stedelijke alleenstaanden. Volgens de Amerikaanse socioloog Eric Klinenberg wonen er in de Verenigde Staten ruim 32 miljoen mensen alleen – zo’n 28 procent van alle huishoudens. Dat is een goede zaak, betoogt hij in zijn boek Going Solo: The Extraordinary Rise and Surprising Appeal of Living Alone uit 2012. Klinenberg, directeur van het Institute for Public Knowledge aan New York University, vindt het alleen wonen beter voor de geestelijke gezondheid (je gaat vanzelf menselijk contact opzoeken) én voor de duurzaamheid (dichter op elkaar wonen, minder auto’s, meer openbaar vervoer). Als je alleen woont, kun je thuis ontsnappen, als je dat wilt, aan de overdaad aan prikkels in het stadsleven – decompressing noemt hij dat – maar je kunt ook helemaal met de wereld verbonden blijven. Niet iedereen die alleen woont, staat alleen in het leven, zegt hij: alleenstaanden hebben juist een rijker sociaal leven.

‘Het alleen wonen is niet een sociaal probleem, maar een brede maatschappelijke verandering’, zegt Klinenberg in een interview met Smithsonian Magazine. ‘Pas sinds de jaren vijftig wonen er grote aantallen mensen alleen. Van de volwassen Amerikanen zijn er meer alleenstaand dan getrouwd.’

Klinenberg noemt een aantal oorzaken: de vrouwenemancipatie, bijvoorbeeld, waardoor vrouwen niet meer economisch gedwongen zijn om te trouwen, maar ook de algemene groei van de welvaart en de toegenomen nadruk op het individu. Dan is er de revolutie in de communicatie, waardoor je ervoor kunt kiezen verbonden of unplugged te zijn. Bovendien leven we allemaal langer waardoor de kans groot is dat we aan het eind van ons leven sowieso meer jaren alleen zijn.

Tot slot noemt hij het wonen: er zijn hele wijken in Amerikaanse steden waar vooral alleenstaanden wonen die elkaar makkelijk kunnen opzoeken. ‘Ze kunnen samen alleen wonen. Daardoor wordt het alleen wonen veel meer een collectieve ervaring.’ Singletons spelen dan ook een belangrijke rol in het revitaliseren van de Amerikaanse binnensteden, vindt Klinenberg.

In New York is de vraag zo groot dat je, net als in Hongkong, een vermogen kwijt bent aan een bezemkast. Maar door verouderde regel­geving kan de stad niet de kleine woningen bouwen waar juist zo’n behoefte aan is. Die regels waren ooit bedoeld om de New Yorkers tegen misstanden en uitbuiting te beschermen, maar ze maken het de stad onmogelijk om voor de vraag van nu te bouwen. Zo is veertig vierkante meter het minimum (in Nederland is dat 26 vierkante meter), mogen er officieel niet meer dan drie volwassenen samenleven en mag je aan een eengezinswoning geen appartement voor je oma of schoonmoeder toevoegen. En waarom? Niemand meer die het weet. De regels die bedoeld waren als bescherming hebben nu het tegenovergestelde effect: mensen nemen hun toevlucht tot onveilige en te dure woonruimte op de zwarte markt.

Burgemeester Bloomberg besloot hier wat aan te doen voordat hij eind dit jaar aftreedt. Hij liet een prijsvraag uitschrijven voor kleine woningen die alleen zijn toegestaan omdat hij voor bepaalde regels ontheffing kan verlenen. Eerder dit jaar waren de vijf beste inzendingen te zien op de tentoonstelling Making Room: New Models for Housing New Yorkers in het Museum of the City of New York. De winnaar, My Micro NY van nARCHITECTS met 55 microwoningen, wordt nu op Manhattan gebouwd. In het museum is ook een model-microwoning van 32 vierkante meter nagebouwd, inclusief opklapbed, een poef die tafel wordt, een voorzetwand met bergruimte. De suppoosten vouwen en klappen de hele dag alles in en uit – vernuftig, maar als bewoner is er wel discipline voor nodig. Microwonen is slim wonen – maar ook schipperen.


Stadsleven

Journalist Tracy Metz leidt in samenwerking met De Groene Amsterdammer, de Rode Hoed en filminstituut EYE een maandelijkse talkshow onder de naam ‘Stadsleven’. De volgende aflevering is op maandag 30 september. Sprekers zijn Jeroen Slot (hoofd onderzoek statistiek van de gemeente Amsterdam), Marina van Goor (initiatiefnemer pop-up-restaurant Eenmaal), adviseur woonconcepten Han Michel, projectontwikkelaar bij AM Sander ter Beek, en Lisa Boersen en Jeldau Kwikkel van het Paradiso-project ‘Liefde in de stad’.

30 september, 20.30 uur in de Vrijburgzaal,
Rode Hoed, Keizersgracht 102, Amsterdam;

Gratis aanmelden via kaarten@rodehoed.nl

Beeld: courtesy of resource furniture and CLEI