Bram Peper schrijft zich af

«Een politieke systeemwijziging»

Oud-minister Bram Peper wenst «een groots programma voor hervorming van ons politieke bestel», zo verkondigt hij in het boekje ‹Een dolend land›. Vooral het niveau van de huidige volksvertegenwoordigers moet het daarin ontgelden.

Zaten er maar kerels in het parlement, mannen met gezag, ervaring en politiek inzicht. Die zouden, zo is de gedachte van Bram Peper, eindelijk het politieke bestel aanpakken. Na bestuurlijke vernieuwing zijn we veilig, want dan zal de kiezer nog louter kerels kiezen. Zolang dat niet het geval is, en kiezers zich tegenover elkaar niet hoeven te verantwoorden voor hun keuze wat betreft volksvertegenwoordigers, blijft het land dolende.

De voormalige burgemeester van Rotterdam en PvdA-minister van Binnenlandse Zaken legt het uit in Een dolend land: Over de politieke architectuur van Nederland (Bezige Bij), dat hij afgelopen week presenteerde aan VVD-leider Gerrit Zalm.

Anders dan zijn vroegere tegenstrever Pim Fortuyn richt Bram Peper zich in zijn verontwaardigde analyse niet in eerste instantie op de zakkigheid en lamlendigheid van bepaalde hoofdrolspelers, of op de aanpak van actuele maatschappelijke thema’s als zorg, onderwijs en veiligheid. Het gaat Peper in Een dolend land om het «vastgelopen bestuur», om de versleten bestuurlijke structuren waarin de Nederlandse politiek is beland. Anders dan «een ingrijpende verandering van bestuurscultuur», zoals in het Strategisch Akkoord wordt voorgestaan, wenst Peper «een politieke systeemwijziging».

Een en ander maakte hij al eerder duidelijk aan staf en studenten van de Universiteit Nijenrode. Het boekje is immers niet meer of minder dan een opgetuigde inaugurele rede die de oud-politicus in Breukelen hield ter aanvaarding van zijn leerstoel voor «Public Management». In een wat stroeve, bij vlagen ronduit ambtelijke stijl, roept hij oudgedienden als Max Weber en Robert Michels aan, naast hedendaagse in Nederland werkende wetenschappers als Abram de Swaan en Peter Mair. Pepers dwingende suggesties om uit het labyrint te geraken, betreffen de invoering van een districten stelsel, het verkiesbaar maken van menig politiek ambt, het «opschonen» van de agenda van de ministerraad (daar wordt te lang en te uitgebreid vergaderd; ambtenaren zouden eens hun verantwoordelijkheden moeten nemen), het afschaffen van de Eerste Kamer en het «meer inhoud geven aan het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid». Veel oplossingen zoals we die al kenden uit het essay Op zoek naar samenhang en richting, dat Peper als enige denker van het zieltogende tweede paarse kabinet in de zomer van 1999 aan zijn collega-bewindslieden presenteerde. Voorts, zo schrijft hij nu, «moeten maatschappelijke en politieke urgentie meer convergeren», waarmee hij bedoelt dat de Tweede Kamer sneller zou kunnen werken. Ook moet er — en dat klinkt mysterieuzer — «een proces van ontvlechting worden ingezet».

Het zijn suggesties die volgen na een huis-, tuin- en keukenanalyse van de Nederlandse «politieke architectuur», vervat in ambtelijke sociologentaal (met zinsneden als «de belangrijkheid van de portefeuille» en een veelvuldig gebruik van het woord «derhalve») en gebaseerd op enkele nieuwe bundels (waarin Peper vaak zelf is opgenomen) en een paar oude sociologenkrakers. Behalve door Pepers verleden rechtvaardigt deze lezing nergens een handelseditie.

Saillant is eigenlijk alleen de woede van Peper over het miezerige niveau van de huidige volksvertegenwoordigers. Het vormt volgens hem het kwalijkste neveneffect van de verrotte staatsrechtelijke bepalingen in Nederland. Zo zijn zij er schuldig aan dat er maar niets gebeurt met Pepers suggesties. Dat is zijn eigen «Catch 22». Bovendien zorgt hun erbarmelijke niveau voor een structureel gebrek aan legitimiteit, dat — opnieuw — «alleen is op te lossen door een groots programma voor hervorming van ons politieke bestel». Peper: «Hiermee is tevens gezegd dat het publieke gezag van de politieke elite van Nederland uitermate broos, en vooral héél tijdelijk is.»

VVD-leider Gerrit Zalm ontspringt de dans, zo blijkt uit uitlatingen van Bram Peper in interviews. Zalm is in Pepers ogen zo’n kerel die het land nodig heeft om zichzelf te kunnen hervormen. Een man die als minister kennis van zaken koppelde aan inzicht in de wijze waarop een grote organisatie moet worden geleid, en die als parlementslid ook nog eens het politieke spel slim of sluw speelt.

Peper overhandigde Zalm afgelopen donderdag het eerste exemplaar van het boekje. In deze hectische politieke dagen, waarin politici net zo snel van partij veranderen als partijen van verkiezingsprogramma, hoeft niemand ervan op te kijken als Zalm, op zijn beurt, Bram Peper zal polsen om VVD-minister te worden in een nieuw kabinet.

Aan Een dolend land zal het niet liggen. Bram Peper, de socioloog en ongebonden commentator die tot zijn vernieuwende inzichten kwam door «participatief onderzoek», zoekt de antwoorden op de door hem geconstateerde nationale stuurloosheid bepaald niet in partij-ideologie, of in principiële keuzes.