Een politieker is geen mens

In Gerrit Krols fraaie, relativerende essay over ‘de mechanica van het liegen’ (De Groene van 23 november) heb ik een element gemist: de leugen in de politiek. Die schijnt nogal eens voor te komen. De dag van verschijning van Krols verhaal plukte ik nog een voorbeeld uit het Algemeen Dagblad. Het betrof de ‘mooie en meesterlijke’ leugen van het VVD-kamerlid Dick Dees, die had beweerd dat het lot van de publieke omroep hem zo ter harte ging - iets wat geen mens die de afgelopen vijfentwintig jaar de krant heeft gelezen, gelooft.

Liegen doen wij allemaal. Gemiddeld dertien keer per week, heeft de wetenschap vastgesteld. De doorsnee politicus scoort hoger. Een Amerikaanse studie uit 1976 kwam tot de (overigens niet zo verrassende) conclusie dat Richard Nixon de onbetrouwbaarste aller naoorlogse presidenten is geweest, al zijn ook John F. Kennedy (Varkensbaai) en Lyndon B. Johnson (de Golf van Tonkin) niet in hun eerste leugen gebarsten.
De grootste politieke leugenaar is echter van eigen, vaderlandse kweek. Het is ex-premier A. A. M. van Agt. Na zijn afscheid van het Binnenhof verhuisde hij, via ’s-Hertogenbosch, naar Tokio waar de Haagse Post hem interviewde, onder meer over zijn ‘passie voor fietsen’. Daar kwam niets meer van nu Van Agt op Japanse bodem woonde: 'Sinds mijn aankomst in Tokio heb ik geen minuut en geen meter gefietst’, zei hij, 'en dat is een peilloos offer.’
De waarheid kon men lezen in het blad De Medische Spiegel, dat de sportlievende staatsman vlak voor zijn vertrek naar het buitenland ondervroeg. Van Agt bekende dat die passie voor het fietsen een grote, geslepen geregisseerde schijnvertoning is geweest. 'Jarenlang heb ik het gebruik van het rijwiel gepropageerd’, zei hij. 'Maar in werkelijkheid zat ik er met tegenzin op, zeker als de weersomstandigheden er niet naar waren. Die maniakale liefde voor de fiets was beeldvorming, die ik zorgvuldig heb laten voortleven, omdat zij mij electoraal goed van pas kwam.’
Gelukkig treft men in politicis ook wel eens een leugenaar waar om te lachen valt. Van Agts collega Mark Eyskens, bijvoorbeeld, geinterviewd door het dagblad De Morgen. 'Een politieker is geen mens, he?’ constateerde Eyskens. De vraag of hij zelf wel eens loog was hem te simpel. 'Ik volg de redenering van de Griekse filosoof Zeno. Die zei: “Alle politici zijn leugenaars. Ik ben een politicus. Dus een leugenaar. Bijgevolg lieg ik als ik zeg dat ik een leugenaar ben. Bijgevolg spreek ik de waarheid. En bijgevolg spreekt een politicus de waarheid als hij liegt”.’
Weer een politicus die zich aan het Negende Gebod niets gelegen laat liggen. Trouwens, ook in de beide Testamenten wordt gelogen dat het een aard heeft. Het beruchtste voorbeeld is Petrus die in het Binnenhof van het hogepriesterlijke paleis zijn relatie met Jezus loochende. 'Hij begon te vervloeken en te zweren: Ik ken den mensch niet!’ Deze daad van ongekende laaghartigheid bleek later geen beletsel om tot eerste Paus te promoveren, de meest vooraanstaande politicus van de rooms-katholieke kerk.