Met een vreedzam protest vragen de activisten van Extinction Rebellion aandacht voor de schade die ABP aanricht met de circa 15 miljard aan fossiele beleggingen, 13 september © ANP / Hollandse-Hoogte / Nico Garstman

Met de conferentie in Glasgow in aantocht stroomt de mailbox van een klimaatjournalist in bovengemiddeld tempo vol met berichten van bedrijven of organisaties die goede sier willen maken met groene initiatieven. Ze lanceren nieuwe duurzaamheidsproducten, komen met aangescherpte ambities of compenseren hun uitstoot door bomen te planten. Negen van de tien keer scan je zo’n bericht en dirigeer je het vervolgens richting de virtuele prullenmand. Zo niet bij het nieuws dat dinsdagochtend binnenkwam: ‘ABP stopt met beleggen in fossiele brandstoffen’.

Omdat het recente VN-klimaatrapport er geen twijfel over laat bestaan dat er ingrijpende actie nodig is, besloot het grootste pensioenfonds van Europa de 15 miljard euro aan fossiele beleggingen stapsgewijs in de verkoop te doen. Dat maakte het diezelfde dag verschenen onderzoek van de ‘Eerlijke geldwijzer’, een keurmerk voor het investeringsbeleid van institutionele beleggers, gelijk alweer achterhaald. Daarin stond te lezen dat het niet echt wil vlotten met de financiering van de energietransitie. Banken verlenen nog altijd volop kredieten aan de fossiele industrie. Bij pensioenfondsen gaat 88 procent van de energiebeleggingen van pensioenfondsen naar kolen, olie en gas. En tot gister was ABP geen uitzondering.

Eerder schreef Jaap Tielbeke over de divestment-beweging die ervoor pleit geld weg te halen bij fossiele-energiebedrijven.

Bij ‘ABP Fossielvrij’ zal het besluit zijn gevierd als een overwinning. Eerder dit jaar eindigde de actiegroep al bovenaan de Duurzame Top 100-ranglijst van Trouw. Dat is natuurlijk eervol, maar de echte beloning voor hun inspanningen kwam dus deze week. Al sinds 2014 betoogt de Fossielvrij-beweging dat het beter is om je geld uit olie, kolen en gas te halen. Niet alleen voor het klimaat, ook voor de portemonnee. Het idee dat investeringen in de fossiele sector het meest stabiele rendement opleveren is namelijk aan herziening toe.

Oliemaatschappijen liggen van allerlei kanten onder vuur: ze zien zich geconfronteerd met schommelende energieprijzen, strengere beleidsmakers, lastige activisten en nederlagen in de rechtszaal. Onlangs echode De Nederlandsche Bank de waarschuwing van de Fossielvrij-beweging: blijven investeren in de fossiele industrie is risicovol, nu we aan de vooravond staan van een onvermijdelijke energietransitie. Ondertussen groeit het aantal schone projecten met een fatsoenlijk financieel rendement. Had ABP hun advies vijf jaar geleden al opgevolgd, dan was het ambtenarenfonds nu miljarden rijker geweest, berekende NL Fossielvrij. Vandaar dat PME twee maanden geleden als eerste grote pensioenfonds besloot om de beleggingsportefeuille op te schonen.

Tot nu toe weigerde ABP dat voorbeeld te volgen, met als voornaam argument dat een plekje aan tafel een belangrijk pressiemiddel is om een vervuiler tot verandering aan te sporen. Liever een geëngageerde aandeelhouder, dan staan te schreeuwen vanaf de zijlijn, was de gedachte. Inmiddels ziet ABP ‘onvoldoende kans om als aandeelhouder invloed op fossiele brandstofbedrijven uit te oefenen en ze de overstap te laten maken naar duurzame energie’, aldus het persbericht op de website.

Het is natuurlijk de vraag of de ceo’s van oliemaatschappijen hier direct van wakker liggen. De nuchtere econoom zal zeggen dat de aandelen gewoon worden opgekocht door beleggers met minder scrupules. Dat is ongetwijfeld waar, maar het gaat voorbij aan het krachtige signaal dat hier vanuit gaat. Het is een smet op de reputatie dat de Royal Dutch Shell in hetzelfde verdomhoekje is beland als tabaksproducenten en wapenleveranciers. Met deze stap verliest ABP weliswaar haar inspraakrecht op de aandeelhoudersvergadering, maar oefent het op een andere manier druk uit, op andere pensioenfondsen, banken en verzekeraars. Met een beetje geluk creëert dat een positief domino-effect. Want hoe meer institutionele beleggers zwichten voor die druk, hoe eerlijker de Eerlijke Geldwijzer er uit zal zien en hoe sneller de overgang gaat naar een klimaatneutrale economie.