De terugkeer van IS-strijders

Een potje gekookt of mensen vermoord?

De terugkeer en berechting van IS-strijders is een hete aardappel waar de internationale en nationale politiek zich in dreigt te verslikken. En wie denkt er ondertussen aan de slachtoffers van de jihadisten?

3 juni, Syrië. Achthonderd Syrische vrouwen en kinderen worden door de Koerden vrijgelaten uit het Al Hol-kamp, onder wie familieleden van IS-strijders © Delil Souleiman / AFP / ANP

Strafadvocaat André Seebregts sprak onlangs onder escorte van vier zwaarbewapende bewakers in kamp Al Hol in Noordoost-Syrië met een aantal IS-cliënten. ‘Kort, want het is levensgevaarlijk’, vertelt hij. ‘De Koerden hebben het hier nauwelijks in de hand.’ Er is agressie tegen hulpverleners, journalisten, juristen, ngo’s en tegen elkaar. Tenten worden in brand gestoken en er vinden onderlinge afrekeningen plaats. Degenen die naar Europa willen, lopen het risico door hun fanatieke medestrijders als ideologische afhakers te worden afgemaakt, in de lijn van de terreur die Islamitische Staat jarenlang heeft uitgeoefend tegen onschuldige burgers in het gebied waar de terreurbeweging heer en meester was.

Behalve rechteloos zijn de omstandigheden in de Noord-Iraakse en Syrisch-Koerdische kampen mensonterend. Met de winter in aantocht zitten zeventigduizend vrouwen en kinderen opeengepakt in tenten. Kinderen overlijden door ziekte en kou. Een noodsituatie waaraan voor de 23 vrouwen en 56 kinderen die Seebregts samen met vier andere advocaten vertegenwoordigt snel een einde moet komen. In een kort geding tegen de Nederlandse staat eisen zij dat hun cliënten worden opgehaald zodat de vrouwen hier naar de rechter kunnen. Voor de kinderen ligt een hulpplan klaar. De advocaten beroepen zich daarbij op de zorgplicht van de staat, gekoppeld aan internationale mensenrechtenverdragen. Seebregts: ‘Het gaat om schending van fundamentele mensenrechten. Nederlandse onderdanen worden niet geholpen, daar waar het wel kan, en dat valt via de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm onder een onrechtmatige daad.’

Europese landen worstelen met de vraag waar hun Syriëgangers berecht moeten worden. In Irak waar de rechters in hoog tempo zaken afhandelen met mogelijk als vonnis de doodstraf? In de landen van herkomst waar zij een eerlijk proces krijgen? Of moet er een internationaal oorlogstribunaal komen? Het is een duivels dilemma waar iedereen een mening over heeft, en waar juristen uitkomst kunnen bieden. Hoewel dat niet eenvoudig is, want de wetgeving botst met een scala aan praktische en morele voor- en tegenargumenten. En anders hakt Turkije wel de knoop door: groepen buitenlandse IS-strijders huiswaarts laten keren.

In de Haagse politiek loopt ondertussen de discussie steeds hoger op. Daaronder ligt het verschil van inzicht tussen minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en het Openbaar Ministerie (OM) over de rechtspositie van de Syriëgangers. In 2017 is een wetswijziging aangenomen: op grond van artikel 14 lid 2 Rijkswet op het Nederlanderschap (rwn) kan het Nederlanderschap worden ingetrokken van mensen die deelnemen aan een terroristische organisatie. Mensen mogen volgens internationale verdragen niet staatloos worden, maar bij degenen met een dubbel paspoort bestaat die kans niet. Zij worden dan berecht in Turkije of Marokko – want om die landen gaat het meestal.

Over het ophalen van de Nederlanders met één paspoort luidt het oordeel: te gevaarlijk, tenzij zijzelf een Nederlandse vertegenwoordiging weten te bereiken. Maar eigenlijk vindt het kabinet: niemand terughalen, want ze zijn een gevaar voor de nationale veiligheid, ook de getraumatiseerde en geïndoctrineerde kinderen, op termijn.

Het OM daarentegen stelt dat de minister hiermee de rechtsgang belemmert van lopende zaken of van gevallen waar een internationaal aanhoudingsbevel tegen is uitgevaardigd. Het OM heeft de minister al eerder gevraagd om 29 Syriëgangers naar Nederland te halen zodat ze bij hun rechtszaak aanwezig kunnen zijn. Dat gebeurt in de rechtbank van Rotterdam, waar het landelijk parket zit en waar alle terroristenzaken dienen. Wim de Bruin, woordvoerder van het OM, heeft geen mening over de uitkomst. ‘Het primaat is aan de politiek.’ Of het te gevaarlijk is? Daarover laat hij zich ook niet uit.

Seebregts weet het wel: ‘Het Al Hol-kamp, waar de meeste vrouwen en kinderen verblijven, ligt buiten het strijdgebied. En ook in de bufferzone, waar het andere kamp ligt, is het momenteel rustig. De overheid kan dus ambtenaren sturen. De Amerikanen hebben aangeboden dit te regelen. De Koerden en de Turken willen ook helpen. Ik pleit, net als de nctv, de Kinderombudsman en de rechtbank in Rotterdam voor een gecontroleerde terugkeer. Anders komen ze op den duur onder de radar terug – veel gevaarlijker.’

Het inschatten van de risico’s, het zich wel of niet inspannen om mensen op te halen – het is uiteindelijk een politieke keuze. Wat vinden rechtsgeleerden daarvan? Thomas Mertens, hoogleraar rechtsfilosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, geeft aan dat het een ingewikkeld rechtsgebied is. ‘De minister kan mensen die hebben deelgenomen aan een vreemde krijgsmacht wel hun Nederlandse paspoort afnemen als dat niet tot staatloosheid leidt. Rechtsstatelijk zie ik geen probleem, er wordt een onderscheid gemaakt, maar dat gebeurt op basis van de wet. Mensen met een dubbele nationaliteit zijn dan in zekere zin de pineut; vooral tragisch voor de kinderen.’

Peter Rodrigues, hoogleraar migratierecht aan de Universiteit Leiden, ziet het anders. ‘Dat deze maatregel alleen geldt voor bipatride burgers is discriminatoir, het is ten opzichte van monopatride burgers een ongelijke behandeling. Ik ben bovendien bang voor een precedent: dat als het eenmaal is geïntroduceerd dit straks ook geldt voor drugscriminelen met een dubbel paspoort. Over het niet actief terughalen van jihadisten kun je betogen dat als de Nederlandse staat het risico zó groot vindt voor de veiligheid van de bevolking, deze dit zo mag doen. Maar daarmee onttrek je je ook aan een maatschappelijke verantwoordelijkheid tegenover de landen die het daar moeten opknappen.’

‘De IS-vrouwen spreken onderling af: zeg dat je nooit wat hebt gezien’

Beiden vinden dat het altijd per individueel geval, en niet generiek, toegepast moet worden – de kern van de rechtsstaat. Rodrigues: ‘Je hebt je aangesloten, maar wat je vervolgens precies daar hebt gedaan kan per individu verschillen; een potje koken of mensen vermoorden, het is diffuus waar de aansluiting uit bestond.’ Volgens hem is het verspelen van je rechten niet mogelijk in een rechtsstaat, hoe vreselijk de daden ook zijn. ‘Net als iedereen hebben ook jihadisten recht op een eerlijk proces, en moeten wij ons houden aan de gedragsnormen van de internationale mensenrechtenverdragen.’

Mertens zucht: ‘Heeft Nederland een rechtsstatelijke zorgplicht? Pff. Ik denk van niet, maar voor de kinderen ben ik geneigd te zeggen van wel. Zij kunnen het niet helpen en hebben het niet verdiend. Volgens kinderrechtenverdragen moeten de belangen van het kind vooropstaan en mogen ouders en kinderen niet van elkaar worden gescheiden, tenzij het in het belang van het kind anders is.’

De positie van de kinderen is voor Seebregts dé reden om zich, grotendeels onbetaald, in te zetten. ‘Ik heb zelf ook kinderen’, zegt hij. ‘En van mijn cliënten heb ik geen aanwijzing dat ze oorlogsmisdaden hebben begaan. Ook zeg ik “nee” tegen de rechtspraak in Irak. Ik vind het schokkend dat een parlementariër van de vvd nu zegt: “De doodstraf, het zij zo.” We moeten geen afstand doen van onze rechtsstatelijke waarden.’

Het gehamer op de rechtsstaat en de mensenrechten heeft iets wrangs. Kun je gepassioneerd opkomen voor daders zonder de slachtoffers erbij te betrekken of dat moreel af te wegen tegen het jarenlang schenden van de mensenrechten door IS? De rechtsstaat gaat immers óók over een gebalanceerde rechtsorde, over een maatschappelijk gevoel van rechtvaardigheid. En zouden Seebregts en zijn collega’s hun nek ook uitsteken als het zou gaan om bijvoorbeeld een Fascistische Staat waarin op grond van rassenwetten onschuldige mensen met een andere huidskleur zijn afgeslacht? Fel zegt Seebregts: ‘Ik heb helemaal niks met IS, dat ik me tot het uiterste inzet voor mijn cliënten heeft daar niks mee te maken. In het hypothetische geval van SS’ers zou ik hetzelfde doen voor de kinderen. Iedere verdachte heeft recht op een eerlijk proces, wat de ideologie ook is.’ En zegt hij: voor het ‘rechtse gevoel in de maatschappij’ moet je bij andere advocaten zijn.

Is het dan ‘links’ om de rechtsstaat te verdedigen en ‘rechts’ om de nadruk te leggen op het schenden van de mensenrechten van de slachtoffers? Strafadvocaat Jillis Roelse kan er met zijn verstand niet bij, al die aandacht voor de daders. ‘De verhouding in de media is compleet zoek; je leest het ene na het andere interview met Syriëgangers. Daarin worden ze zelden kritisch bevraagd over wat ze daar precies gedaan hebben. Mannen waren standaard lasser of bakker, en vrouwen zaten zogenaamd thuis te koken. Zij zijn er bewust heen gegaan, er is daar gruwelijk huisgehouden en ze hadden geen moeite met plunderingen en genocide op de jezidi’s. In Nederland vallen al die vragen weg in de polarisatie. Het heeft niks met politieke kleur te maken.’

Roelse is voorstander van het afnemen van het paspoort. Een taboe onder zijn vakgenoten, zegt hij. ‘Advocaten zeggen: fairness is waar wij voor staan. Dat snap ik dus niet. De IS-vrouwen spreken onderling af dat je moet zeggen nooit wat te hebben gezien. Dat levert een gigantische juridische kloof op met de werkelijkheid. Een Duitse vrouw keerde bijvoorbeeld terug en pakte haar leven in Hamburg weer op, totdat de journaliste Jenan Moussa haar mobiele telefoon vond en schrikbarende beelden zag van executies met kalasjnikovs. Er hebben oorlogsmisdaden plaatsgevonden op een ongekende schaal, en het is daar nu een race tegen de klok om bewijs te verzamelen. Als ik dit bij mijn collega’s aankaart, reageert niemand. Maar het gaat over mensenrechten. De beelden die ik heb gezien van jonge meisjes die op markten werden geselecteerd. De feiten over massagraven waar afgehakte hoofden in vuilniszakken gevonden zijn. Waarom is het hierover zo stil in Nederland, ook onder mijn vakgenoten?’

Hij geeft het antwoord: ‘Een totaal gebrek aan kennis over wat er in de afgelopen drie, vier jaar is aangericht. Nu het kalifaat in elkaar is gedonderd komen er steeds meer feiten over de betrokkenheid van vrouwen bij geweld, onder meer via filmpjes van bewakers. Een proces tegen een jihadist vergt goed feitenonderzoek naar bewijzen, getuigenverhoren van slachtoffers – dat reikt verder dan strafrecht, het is complex oorlogsrecht.’

De meeste terugkeerders zullen relatief lage straffen krijgen; anderhalf jaar celstraf en daarna een enkelband. Roelse, die als advocaat een adviserende rol heeft gespeeld bij het halen van jezidi-vrouwen naar Duitsland en Frankrijk, zegt: ‘Ik krijg deze straffen niet aan hen uitgelegd. De jezidi’s in Irak leven al vier jaar in onveilige tentenkampen en kunnen niet terug naar Rotterdam of Hamburg om hun leventje weer op te pakken. Het voelt zó enorm scheef.’

In andere landen is een betere proportionaliteit, vindt hij. ‘Duitsland vangt bijvoorbeeld vele jezidi-vrouwen op om bij te komen van de ontberingen. Ook president Macron zet zich persoonlijk voor hen in. Dat doet enigszins recht aan hun leed. Nederland moet jezidi’s ook in bescherming nemen. Het gaat erom dat er internationaal gerechtigheid geschiedt. Het is onze plicht om nu niet stil te zitten, noch als jurist noch als mens.’

Op 11 november deed de rechter uitspraak in het kort geding van de vijf advocaten tegen de staat. De kinderen kunnen zelfstandig aanspraak maken op terugkeer, voor de moeders geldt dat niet, maar als ze nodig zijn voor het uitreizen van hun kinderen mogen ze mee. Alleen voor de kinderen moet de Nederlandse staat zijn passieve beleid beëindigen. Als het daar te gevaarlijk is, hoeft de staat geen ambtenaren te sturen. Bekeken moet worden of het Amerikaanse aanbod tot hulp hierbij nog geldt, en of de Koerden nog altijd kinderen niet van de moeders willen scheiden. Het kabinet gaat in hoger beroep tegen de uitspraak.