Het failliet van het poldermodel

‘Een premierschap van Melkert is uitgesloten’

AMSTERDAM – Politiek-cultureel centrum De Balie, afgelopen woensdag. Op het programma staat een aangepaste uitvoering van het toneelstuk Hetze van Pieter Hilhorst, over de moord op lijsttrekker Maarten Schat van Weerbaar Nederland, een politicus die sterke gelijkenissen vertoont met Pim Fortuyn. De werkelijkheid heeft de fictie ingehaald. Een week na de première van het stuk van Hilhorst worden door Carel Alphenaar en Ger Thijs slechts enkele cruciale passages uit het scenario voorgedragen. Hierop volgend is een debat ingelast over ‘de schuld van links’ voor het creëren van een klimaat waarin een lijsttrekker vermoord kon worden.

Maar over die vermeende medeverantwoordelijkheid wordt uiteindelijk nauwelijks gesproken. Wel wordt gepoogd een analyse te geven van het klimaat waarin een politicus als Pim Fortuyn zoveel aanhang kon krijgen. Voormalig CPN-boegbeeld Tineke Klinkenberg, tegenwoordig werkzaam bij multicultureel instituut Forum, spreekt in het debat niet over ‘Fortuyn’, maar over ‘Pim’ en één keer noemt ze de vermoorde lijsttrekker zelfs achteloos ‘onze Pim’. Ze is langs zijn huis in Rotterdam geweest en zag de bloemenzee en de teksten die daar waren neergelegd. Fortuyn roerde zich wél in het debat over de multiculturele samenleving, zegt Klinkenberg, waar gevestigde politieke partijen jarenlang hebben geweigerd zich serieus uit te laten over de gevolgen voor de samenleving van de andere bevolkingssamenstelling. Het debat over minderheden zoals dat in de politiek werd gevoerd, stond mijlenver van het debat op straat, verklaart Klinkenberg. Over verkiezingsaffiches her en der in het land zijn leuzen geklad. ‘Melkert moordenaar’, staat er geschreven. En: ‘Pim vermoord door links’. Politici en aspirant-politici van met name Partij van de Arbeid en GroenLinks zeggen binnenskamers grote zorgen te hebben over een politieke afrekening bij de verkiezingen van aanstaande woensdag. De mogelijkheden voor Ad Melkert om premier te worden, lijken daarbij met de dag kleiner te worden. Niet alleen omdat dat gemeten naar de laatste opiniepeilingen vóór de dood van Fortuyn getalsmatig al tamelijk lastig was, maar ook omdat de publieke onvrede alleen maar groter zou worden en zelfs uit de hand zou kunnen lopen wanneer nota bene de PvdA-voorman – die symbool staat voor de uit zijn voegen gebarsten consensusdemocratie van technocratische beheerders – in deze situatie leiding zou gaan geven aan een kabinet. Waar een linkse coalitie van PvdA, CDA en GroenLinks, al dan niet met de Partij van de Arbeid als grootste partij, vorige week nog een van de minst onwaarschijnlijke opties leek, is deze mogelijkheid nu ondenkbaar. ‘Melkert kan kennelijk niet de liefde mobiliseren, maar wel de haat’, constateert UvA-politicoloog Jos de Beus. ‘Een premierschap van Ad Melkert is in deze situatie volkomen uitgesloten. Zijn leven is zelfs werkelijk in gevaar. Er zijn altijd enkele mensen die écht denken dat hij de regisseur is van de moord op Fortuyn.’

Fortuyn-woordvoerder Mat Herben noemde linkse partijen, en in het bijzonder de Partij van de Arbeid en GroenLinks, op de avond van de moord medeverantwoordelijk voor de dood van zijn voorman. Een dag later zette hij dat min of meer recht. De PvdA heeft woensdag niettemin een brief aan haar leden gestuurd. Voorzitter Ruud Koole schrijft: ‘Duidelijke verschillen van mening maken een democratische keuze mogelijk, maar kunnen en mogen nooit in verband worden gebracht met het gebruik van geweld. Daarom is het ten diepste te betreuren dat sommigen de opvatting hebben dat deze politieke debatten hebben bijgedragen tot een klimaat van geweld.’

In de campagnes hebben de progressieve partijen evenwel weinig middelen geschuwd om te waarschuwen voor Fortuyns populisme. Op de dag in februari dat de Volkskrant het interview met de lijsttrekker van Leefbaar Nederland afdrukte, trokken met name GroenLinks-leider Paul Rosenmöller en D66-voorman Thom de Graaf alle registers open. ‘Dit is niet gewoon rechts, dit is extreem rechts’, oreerde Rosenmöller op zijn kandidatencongres in Amersfoort. En De Graaf meende diezelfde dag uit de dagboeken van Anne Frank te moeten citeren om Fortuyns uitspraken over de vrijheid van meningsuiting en het recht op discriminatie te pareren. Het campagneteam van de Partij van de Arbeid vergeleek de laatste weken Fortuyn met Jean-Marie Le Pen in Frankrijk – zij het nadrukkelijk als ‘fenomeen’, als katalysator van de onvrede. ‘Nederland, word wakker’, sprak Ad Melkert, en kom niet, zoals de Fransen, klagen als je een dag na de verkiezingen spijt hebt van je keuze.

Niet alleen de Partij van de Arbeid, maar ook GroenLinks stuurde een brief aan de achterban. Bij de nieuwste editie van het partijblad, dat gisteren bij alle leden op de deurmat plofte, laten voorzitter Mirjam de Rijk en fractieleider Rosenmöller zich in dezelfde bewoordingen als Koole uit. Ze schrijven, verwijzend naar de uitlatingen van LPF-woordvoerder Mat Herben, dat ze begrip hebben ‘voor de emoties op de avond van de moord waarbij een enkeling ook linkse partijen (met name de PvdA en GroenLinks) noemde als medeverantwoordelijk’. Maar: ‘Dat is gelukkig gecorrigeerd. Het zou ook echt onjuist zijn. Er waren en zijn inhoudelijke verschillen die soms op het scherpst van de snede zijn uitgediscussieerd. Maar alleen een strijd met woorden, niet met geweld.’

GroenLinks-voorzitter De Rijk lijkt in tegenstelling tot veel van haar raads- en kamerleden niet bevreesd voor een electorale afrekening van de linkse partijen: ‘De emoties zullen gaandeweg betijen en mensen zullen inzien dat het een individuele daad van één persoon is die los staat van enige politieke discussie alsmede van de organisatie waar die jongen werkte.’ Fortuyn is volgens haar in de campagnes geenszins ‘gedemoniseerd’. De Rijk:‘En al zou dat wél het geval zijn, is het dan normaal om iemand te vermoorden? Iedereen was ontzettend blij dat er een hevig politiek debat terug was, veel scherper dan de laatste jaren. Dat was dankzij Pim Fortuyn en iedereen stond daar achter. Hij debatteerde scherp, wij deden dat ook.’ De uitspraak van Rosenmöller over ‘extreem rechts’ wordt nu ‘uit het verband gerukt’, aldus De Rijk. ‘Het ging indertijd niet om de persoon Fortuyn maar om zijn uitlatingen in dat interview. Die man is niet per se extreem rechts, maar zijn opvatting dat er geen islamiet het land meer in komt, was extreem rechts. En dat is die nog steeds.’

Niemand sluit nog uit dat de Lijst Pim Fortuyn bij de verkiezingen aanstaande woensdag de grootste partij wordt en hierbij niet alleen veel kiezers zal trekken uit traditioneel rechtse hoek, maar ook uit de traditioneel linkse. Het onderzoeksbureau Intomart, bedreven in onderzoek naar de zwevende kiezer, voorspelde vlak voor de moord op Fortuyn al dat de LPF met gemak de grootste kon worden. Er is weinig reden om aan te nemen dat dit nu is veranderd. Stemmen op de LPF wordt, zo kort na de dood van haar naamgever en lijsttrekker, door veel mensen beschouwd als het tekenen van een condoleanceregister. Als de mensen die Fortuyn weer bij de politiek heeft betrokken woensdag inderdaad de moeite nemen naar het stemlokaal te komen, dan zullen zij tegen de gevestigde partijen en vooral ook tegen de linkse gevestigde partijen stemmen. Hoe vaak Harry Mens ook mag zeggen dat de kandidatenlijst van de LPF uit non-valeurs bestaat. De invloed van de societymakelaar is gering, getuige het gejoel bij zijn aantreden in de Rotterdamse kathedraal waar Pim Fortuyn donderdag lag opgebaard.

Hoe verder met de linkse politiek na de te verwachten afstraffing van woensdag? ‘Om eerlijk te zijn, interesseert me dat geen klap’, aldus een buitengewoon sombere politicoloog De Beus. ‘Mogelijk dat er op termijn een links-populistische partij opkomt onder leiding van iemand als Rob Oudkerk, maar daar gaat het nu écht niet om. Nederland verkeert in de eerste werkelijke crisis van de naoorlogse periode.’

De politieke revolutie van de jaren zestig was in vergelijking met wat nu gebeurt ‘een soepele overgang van elites’. Op geen van de partijlijsten staat volgens Jos de Beus iemand die begrip heeft van het maatschappelijke conflict dat aan de oppervlakte is gekomen. Te zeer hebben de gevestigde partijen vertrouwd op het sociaal-economische poldermodel. Maar het poldermodel is ‘een schijnoplossing voor de multiculturele kwestie’, vindt De Beus. ‘In de praktijk heeft het een Nederlandse apartheid bevorderd. De mensen die het zich konden permitteren, zijn gevlucht voor het werkelijke samenleven. Ze vertrokken naar Vinexwijken of permitteerden zich een tweede huis in Frankrijk. Fortuyn heeft als eerste gezien dat die middengroepen niet konden vluchten. Die mensen zijn veronachtzaamd. Lees die kaartjes bij de bloemstukken.’