Nederlandse missie in de Somalische Zee

Een prima dumpplek

Volgende week keert het Nederlandse marineschip Van Speijk terug van een succesvolle Navo-missie voor de Somalische kust. Aan de piraterij lijkt een einde gekomen. Toch uiten hoge marinemensen scherpe kritiek op de beperkte taakopvatting van de vloot.

Medium somalie

Op 14 november 2012 gaat aan boord van het Nederlandse marineschip de Hr. Ms. Rotterdam de telefoon. Het schip patrouilleert op dat moment voor de Navo-missie Ocean Shield in de uitgestrekte zee bij Somalië. Aan de lijn is Abdi Qani Ahmed, de minister van Milieu van de Somalische deelstaat Puntland. Hij is getipt door lokale vissers. Een Noord-Koreaans vrachtschip zou voor de kust van het stadje Bosaso een giftige lading in zee aan het dumpen zijn. Qani Ahmed vraagt de op het schip aanwezige Navo-Force Commander in te grijpen. Die verwijst de bezorgde minister door naar het dichter in de buurt van Bosaso varende EU-eskader. Maar ook de Europese Unie grijpt niet in.

Voor Puntland ligt op dat moment de MV Dae San voor anker, een onder Noord-Koreaanse vlag varend vrachtschip. De aanwezigheid van de Noord-Koreaanse schipper in Somalische wateren is op zichzelf niet ongewoon. Het schip was onderweg van Oman naar de Somalische hoofdstad Mogadishu om cement te leveren. Maar door onverwachte moessonregens of een lek in het schip is de lading aangetast. Die wordt bij aankomst in Mogadishu dan ook geweigerd.

Kapitein Kim Yun Chun moet op de een of andere manier de vijfduizend ton onbruikbaar geworden cement – omgerekend zo’n 250 vrachtwagens – zien kwijt te raken. Hij besluit de aangetaste lading ’s nachts stiekem voor de kust van Somalië in zee te storten. Drie nachten lang is de bemanning van de Dae San in touw met het zo ongezien mogelijk lozen van het cement in het ondiepe water voor de visrijke Noord-Somalische kust.

Uiteindelijk zijn de lokale autoriteiten het zat en ze zetten hun eigen kustwacht in om de illegale dumping een halt toe te roepen. Met een helikopter en kleine bootjes is de Puntland Maritime Police Force (pmpf) snel ter plekke. Kapitein Kim Yun Chun weet niet wat hem overkomt en luidt het piratenalarm op zijn schip. In het Engelse stadje Northwood gaat in de maritieme hoofdkwartieren van de EU- en Navo-operaties een rood lampje branden. De commandanten in Northwood dirigeren schepen en vliegtuigen naar de Dae San en binnen twintig minuten hangt er een Europees patrouillevliegtuig boven het schip om beelden te maken van wat er gaande is. Ook stuurt het hoofdkwartier een helikopter. De Europeanen zoeken contact met de pmpf en constateren dat het hier om een legitieme interventie draait. De Somaliërs arresteren vervolgens de kapitein en 32 bemanningsleden.

Hier eindigt het verhaal niet. De Puntlandse autoriteiten eisen een boete van twee miljoen euro voor het illegaal dumpen van cement in hun wateren. Ze hebben echter moeite om de bewijslast rond te krijgen. Opmerkelijk, want de minister en de pmpf wisten al dagen van de lozing en het EU-eskader heeft beelden van de Dae San gemaakt waarop het wit van het cement nog op het dek te zien is. De Somalische rechtsgang loopt echter op niets uit en Noord-Korea houdt absolute radiostilte over de geëiste twee miljoen euro. Ongeveer een maand later zitten de 33 zeelieden van de Dae San nog steeds vast in het straatarme Somalië. Niemand lijkt de boete te willen betalen. Uiteindelijk slaan de manschappen van de pmpf aan het muiten en kapen de Dae San alsnog om losgeld te kunnen eisen.

Overste Marten Meijer was aan boord van het Nederlandse Navo-vlaggenschip, de Hr. Ms. Rotterdam, toen het gewraakte telefoongesprek tussen Qani Ahmed en de Nederlandse Force Commander Ben Bekkering werd gevoerd. De kwestie zit hem zichtbaar dwars als hij zijn verhaal doet in de langs het IJ gelegen marinekazerne in Amsterdam. ‘Het is onze verantwoordelijkheid als marine om de veiligheid van vrachtschepen te garanderen in Somalische wateren. Maar de kapitein van die Noord-Koreaanse schuit was echt heel stom bezig. Een paar nachten lang in de zee bij Somalië voor anker gaan met een schuit die laag op het water ligt. Dat is bijna vragen om een kaping.’

Ook de reactie van de internationale vlootverbanden op het incident was volgens Meijer niet in de haak. ‘De door de EU gemaakte foto’s van zo’n schip dat chemisch afval in de zee aan het dumpen is, die zijn binnen twintig minuten op het stafschip van de Navo. Maar de marine ontkent dat cement chemisch afval is en onderneemt dus niks daartegen. De meneer die mij drie weken aan boord van zijn schip heeft gehad, vertelde me dat de Dae San gewoonweg zijn ruimen moest leegmaken om weer nieuwe lading te kunnen halen, alsof er niks aan de hand was. Maar als ik hier voor de kust van IJmuiden diezelfde hoeveelheid bedorven cement in de plomp zou storten, denk ik niet dat er nog steeds gezegd wordt: doe maar hoor, want cement is officieel geen chemisch afval.’

In de zeeën rond het wetteloze en gewelddadige Somalië wordt intensief gepatrouilleerd door de marines van zo’n beetje alle belangrijke internationale spelers. Ook Nederland draagt via de EU en de Navo actief bij aan de piraterijbestrijding. Zo is het Nederlandse marineschip de Zr. Ms. Zeven Provinciën in september na drie maanden patrouilleren voor de Somalische kust teruggekeerd in Nederland om afgelost te worden door de Zr. Ms. Van Speijk, die halverwege december weer in de marinebasis in Den Helder zal aanmeren. Naast de miljoenen euro’s kostende missies van de EU en de Navo zijn ook de Amerikanen, de Russen en de Chinezen sinds enkele jaren aanwezig in het gebied. Begrijpelijk, want de aanvallen van Somalische piraten in kleine maar razendsnelle bootjes, skiffs, vormen een regelrechte bedreiging voor de internationale scheepvaart.

De piraten vallen bewapend met mitrailleurs, raketwerpers en ladders de veel grotere koopvaardijschepen aan die via de Golf van Aden en het Suezkanaal richting Middellandse Zee varen. Wat begon als groepen vissers die halverwege de jaren negentig gewapenderhand hun eigen visgronden gingen verdedigen tegen indringers zijn in de loop der jaren uitstekend georganiseerde en bijzonder lucratieve criminele piratennetwerken geworden.

Vanaf 2005 vielen de piraten zelfs voedseltransporten van het World Food Programme aan en in de jaren daarna stegen de verdiensten voor de piraten snel: reders van over de hele wereld kregen rond 2008 steeds meer en hogere losgeldeisen. Volgens schattingen van de Wereldbank wisten piraten tussen 2005 en 2012 meer dan vierhonderd miljoen dollar buit te maken.

Een veilige en vrije doorvaart langs de Somalische kust is van vitaal belang voor de wereldeconomie: jaarlijks varen dertigduizend schepen richting de Rode Zee en de havens van Europa, of naar de Perzische Golf en de grote Aziatische havens van Mumbai of Shanghai. Reden voor de Verenigde Naties om in 2008 een aantal resoluties aan te nemen die het startpunt zijn geweest voor de vorming van een bonte verzameling van internationale vlootverbanden (zie kader). Luttele jaren later leidde dat al tot resultaat: in 2013 slaagden Somalische piraten er geen enkele keer in om een schip te kapen. Een prestatie van formaat, want het bestrijden van piraterij is in de gigantische westelijke Indische Oceaan bepaald geen gemakkelijke taak.

De kustlijn van Somalië is bijna vierduizend kilometer lang. Somalische piraten opereren van de Golf van Aden in het noorden tot aan de Seychellen in het oosten en de kust van Kenia in het zuiden. Dat is een zeegebied ter grootte van West-Europa waarbinnen piraten overal vandaan de Indische Oceaan op kunnen schieten.

Volgens de Wereldbank wisten piraten tussen 2005 en 2012 meer dan vierhonderd miljoen dollar buit te maken

Toch heeft overste Meijer forse kritiek op het door zijn marine geclaimde succes. Aan de redenen waarom Somaliërs piraterij bedrijven, is namelijk helemaal geen aandacht besteed, meent hij. Zo is het niet ingrijpen bij de cementdumping exemplarisch voor het onbegrip over waar die piraterij nou eigenlijk vandaan komt, schrijft hij in een kritische eindrapportage over zijn bevindingen gedurende drie weken aan boord van de Rotterdam: ‘The dumping of the spoiled cargo in Somali coastal waters was causing a massive toxic hazard to the local maritime environment and a significant loss of income for fishermen. This loss of income for fishermen might be considered as a root cause of piracy in this region.’ En: ‘Neither the toxic waste dump was stopped by the counter piracy task forces, nor the counter piracy task forces brought the perpetrators to justice.’

De huidige aanpak is volgens Meijer dan ook fundamenteel onvolledig. Zolang Somalië geen functionerende staat is en de mensen hun brood niet gewoon kunnen verdienen, blijft alles wat de internationale marinevloten hebben bereikt op z’n best symptoombestrijding. ‘Je moet niet alleen de focus leggen op, om het gekscherend te zeggen, zwarte mannetjes met mitrailleurs, maar ook proberen te begrijpen wat ze ertoe drijft om piraat te worden’, zegt hij. ‘Die piraten hebben enorm veel lef. Ze varen met piepkleine bootjes, tjokvol met benzine, zo tweehonderd kilometer de oceaan op. Dat doe je niet zomaar. Daarbij ben ik naast marineman ook gewoon belastingbetaler. Het kost 350 miljoen euro om één enkel schip daar een paar maanden te laten patrouilleren. Dan moet je heel zeker weten dat wat je doet effect heeft.’

De visie van Meijer wordt gestaafd door een recente studie van Oxford University in samenwerking met King’s College in Londen. Hieruit blijkt dat het aantal piratenaanvallen op zee in het verleden steeds toenam als er onrust en armoede op het vasteland van Somalië heersten. Lokale gemeenschappen steunen piraten kennelijk voornamelijk als er geen alternatief inkomen voorhanden is. Armoede verminderen door investeringen in bijvoorbeeld betere infrastructuur of lokale markten zou volgens de studie een significante bijdrage moeten leveren aan het terugdringen van de piraterij op zee.

‘Het draait gewoon om geld’, zegt Meijer. ‘Geld dat er in Somalië niet meer is, want de zee wordt leeggeschept door Europese, Iraanse en Aziatische vissers. En dan heb ik het nog niet over de bijkomende vervuiling en dumping van allerlei chemisch afval in die zee. De meeste piraten willen net zo goed als jij en ik de kost verdienen voor hun gezinnen en dat lukt niet meer op een normale manier. Somalië heeft geen functionerende overheid en kan zijn territoriale wateren niet verdedigen tegen een internationale visserijvloot die rücksichtslos de zee leegschept.’

Shakuur Halane ontvluchtte Somalië in 1991 en woont sindsdien in Nederland. In Amsterdam-Noord zijn enkele tientallen in Nederland woonachtige Somaliërs samengekomen in het pand van de Somalische Vereniging voor Amsterdam en Omstreken. Borden met kip, gekruide rijst en brood worden rondgedeeld in een felverlichte ruimte waarin mannen en vrouwen melancholisch meezingen met de volksliederen van de bekende Somalische volkszanger Ahmed Naaji Sa’ad. Trotse maar verslagen hoofden van verschillende Somalische clans deinen mee als Naaji Sa’ad een nummer over vrede en vergeving inzet.

Halane praat op fluistertoon achter in de ruimte. ‘In december 1990 was ik een jochie van zeventien. Ik zat in Mogadishu op de bus te wachten toen er opeens een bombardement losbarstte. Ik kende dat geluid helemaal niet. Vanaf dat moment begon iedereen met iedereen te vechten, zelfs buren onderling. Als we hier in Nederland allemaal in één ruimte kunnen zijn zonder elkaar af te slachten, waarom kan dat in Somalië zelf dan niet?’

Somalië staat al decennialang bekend als notoir arm en gewelddadig. Vanaf het moment dat de Britse en Italiaanse koloniale gebieden in de Hoorn van Afrika tussen 1956 en 1960 onafhankelijk werden en verder gingen als de Republiek Somalië ging het met het land bijna continu bergafwaarts. Extreme droogte, elkaar bestrijdende clans en een toestroom van wapens tijdens de Koude Oorlog zetten de verhoudingen op scherp. Nadat dictator Siad Barre in 1991 was verdreven, barstte een orgie van geweld los. Na jaren van burgeroorlog, hongersnood en chaos vertrok in 1995 zelfs de VN-macht uit Somalië en werd het land aan zijn lot overgelaten.

De wetteloosheid is sommige internationale spelers stiekem goed uitgekomen, zegt Halane. Zijn ogen schieten vuur als de onderwerpen illegale visserij en gifdumpingen ter sprake komen. Alhoewel hij al jaren werkt vanuit een ruim kantoor aan de Amsterdamse Wibautstraat, vloeiend Nederlands spreekt en een goede baan heeft als sociaal werker houdt Halane nauw contact met zijn thuisland. ‘Illegale visserij is net als dumping van chemisch afval nog steeds actueel’, vertelt hij. ‘Zo probeert Noorwegen via een lobby toegang te krijgen tot de rijke visgronden in het zuiden, voor de kust van Jubaland. Door dit soort deals moeten lokale vissers mijlenver de oceaan op om maar een beetje vis te kunnen vangen.’

Overste Marten Meijer kan zich goed vinden in het beeld dat Halane schetst van zijn thuisland: ‘Dit horen wij ook als we een bakje thee drinken met de vaders van de jongens die piraat zijn geworden. Die jongens hadden vroeger vaak een visfabriekje, dat ze goed draaiende konden houden omdat er genoeg aanvoer was. Maar tegenwoordig gaat alles naar de overkant van de Golf van Aden, naar Jemen, en wordt daar verhandeld richting Iran of naar China. Of die vis gaat naar Spanje om er paella van te maken.’

De problemen die illegale visserij wereldwijd veroorzaakt, waren in 2003 reden voor enkele ministers van landen als Australië, Canada en het Verenigd Koninkrijk om de zogenaamde High Seas Task Force (hstf) op te richten. In 2006 publiceerde de groep het rapport Closing the Net: Stopping Illegal Fishing on the High Seas, waarin de wereldwijde opbrengst van illegale visserij wordt geschat op tussen de vier en negen miljard dollar per jaar. In 2005 haalden achthonderd buitenlandse vissersschepen voor de kust van Somalië voor maar liefst 94 miljoen dollar aan illegale vis uit de zee.

Het hardste bewijs van de grootschalige afvaldumpingen in het wetteloze zeegebied kwam bovendrijven na de tsunami in de Indische Oceaan in 2004. De stranden van Somalië lagen na de tsunami opeens vol met aangespoelde vaten zwaar giftig afval. Het United Nations Environment Programme (Unep) publiceerde vlak na de ramp een rapport met verontrustende meldingen. Somalische kustbewoners kregen ongebruikelijke huidklachten, zware ademhalingsmoeilijkheden, inwendige bloedingen, bloedende monden. Mensen stierven na het inademen van chemische dampen. Buitenlandse mogendheden hadden de zee rond het stuurloze land jarenlang gebruikt om van hun afval af te geraken, concludeerde Unep.

In maart 2010 kreeg milieuorganisatie Greenpeace toestemming om de justitiële dossiers in te zien van een Italiaans strafrechtelijk onderzoek naar chemische dumping voor de Somalische kust. Die onthulden dat tussen 1990 en 1997 grote hoeveelheden chemisch afval gedumpt werden. Uit getuigenissen en getapte telefoongesprekken bleek dat er gevaarlijk afval was verwerkt in wegen en zelfs bij de constructie van de havens in Bosaso en Mogadishu. Somalische hoogwaardigheidsbekleders waren volgens het Greenpeace-rapport persoonlijk betrokken bij een van de schimmige deals. De honorair consul van Somalië in Italië, Ezio Scaglione, fungeerde als ronselaar van afvalaanbieders, terwijl de Italiaanse wapenhandelaar Giancarlo Moracchino stortplekken in Somalië organiseerde. Volgens de getuigenissen claimde die laatste zelfs nucleair afval in de kademuren van de haven van Mogadishu verwerkt te hebben. Die haven is cruciaal voor de World Food Programme-transporten en de bescherming daarvan was destijds hét argument om de eerste Navo- en EU-missies in de regio op te tuigen.

‘Geld is er in Somalië niet meer, want de zee wordt leeggeschept door Europese, Iraanse en Aziatische vissers’

Op dit moment vindt er volgens de EU geen grootschalige illegale visserij plaats rond Somalië en ook de gifdumpingen zijn gestopt. Overste Jacqueline Sherriff was woordvoerster van de Britse admiraal Bob Tarrant, de recent afgezwaaide operationele commandant van EU-missie Atalanta, en geeft telefonisch uitleg: ‘Wij hebben geen Europese vissersschepen gesignaleerd binnen de tweehonderd zeemijl die normaal gezien de exclusieve economische zone van een land beslaat. Er zijn simpelweg geen grote trawlers gezien. Er zijn misschien wat kleine bootjes uit Jemen die de oversteek maken en illegaal komen vissen in de zee rond Somalië. Maar dat is allemaal zo kleinschalig dat het door de EU niet wordt geregistreerd.’

Het beschermen van de Somalische territoriale wateren is een Somalisch probleem, stelt de EU. Daarbij is het, zolang de centrale regering geen exclusieve economische zone heeft afgekondigd, officieel niet illegaal om in die wateren te vissen. Ook niet als er jarenlang geen centrale regering is geweest die de zone officieel heeft kúnnen afkondigen. Wel erkennen de VN dat de oude dumpplekken een groot gevaar zijn voor de gezondheid van de kustbewoners.

Shakuur Halane is woedend over de manier waarop de internationale gemeenschap met zijn thuisland omspringt. Volgens zijn bronnen in Somalië wordt er nog steeds illegaal gevist. ‘Er zijn de afgelopen jaren minstens vijf grote Nederlandse trawlers gesignaleerd. Natuurlijk is dat moeilijk te verifiëren, maar dat is de informatie die ik krijg van lokale vissers.’

Voor de internationale vlootverbanden doen politieke discussies en onderzoeken er niet zo veel toe, zolang het mandaat, waarin omschreven staat wat ze wel en niet mogen, niet verandert. De Nederlandse commandeur Peter Lenselink was van augustus tot december 2013 de Force Commander van de EU Naval Force Atalanta en stuurde voor de Somalische kust enkele marineschepen aan. Het mandaat staat alleen de bestrijding van piraten tot aan de kust toe, vertelt hij in zijn ruime kantoor op de marinebasis in Den Helder.

Het enorme vlaggenschip de Zr. Ms. Johan de Witt ligt een eind verderop veilig afgemeerd aan de kade. Marinemensen houden zich heel strikt aan hun orders, zegt Lenselink. Hij wenst dan ook geen commentaar te geven op controversiële onderwerpen als gifdumpingen en illegale visserij. ‘Onderdeel van het mandaat van Atalanta is het monitoren van de visserij in de regio’, stelt hij. ‘Maar verder dan alleen monitoren en rapporteren gaan wij niet. Wij mogen niet ingrijpen. Dat zijn afspraken die in Brussel tussen lidstaten gemaakt worden.’

Toch probeert de marine binnen het mandaat verder te gaan dan alleen het opjagen en oppakken van piraten. Zo heeft Lenselink de Johan de Witt ingezet om juridische seminars te faciliteren en besloot hij om verschillende vertegenwoordigers van de Somalische regio’s aan boord van zijn vlaggenschip uit te nodigen om de dialoog aan te gaan. ‘Door aan boord in gesprek te gaan met Somalische maritieme vertegenwoordigers konden we de activiteiten van de civiele missies aan land ondersteunen. Dan zie je dat een gesprek tussen mensen uit verschillende stammen opeens wél mogelijk is. Uiteindelijk is piraterijbestrijding een regionaal issue waarin je de Somaliërs zelf moet betrekken.’

Ook wordt er actief ingezet op het opzetten van een functionerende rechtsstaat zodat opgepakte piraten naar Europese kwaliteitsstandaarden berecht kunnen worden. Want als de EU- of Navo-schepen uiteindelijk Somaliërs op zee arresteren, ligt de bewijslast altijd bij de EU of de Navo, benadrukt Lenselink: ‘Die jongens blijven vermoedelijk piraten totdat ze bij de rechtbank zijn geweest. We plukken niet zomaar iedereen van zee.’

Wat de vlooteenheden al dan niet mogen doen, wordt bepaald in Brussel. Kapitein-ter-zee Ad van der Linde heeft als voormalig hoofd van het EU Operations Center in Brussel vanaf maart 2012 twee jaar lang alle Europese initiatieven in Somalië gecoördineerd. Volgens een rapport, dat hij tussen twee koppen koffie door in een Haags grand café laat zien, blijkt dat er maar liefst 150 verschillende EU-instanties actief zijn in het land. En behalve het Somalische krachtenveld moet Van der Linde ook de belangen in Brussel in de gaten houden. Geen gemakkelijke klus, zegt hij: ‘De Navo is een militaire organisatie met politieke ambities. De EU is een politieke organisatie met militaire ambities. Piraterij bestrijden alleen met militairen op zee is symptoombestrijding. De EU ziet ook de diplomatieke, juridische, politieke, economische en humanitaire kant. Maar dat zijn heel veel verschillende autonome instituties. Mijn taak is om al die EU-activiteiten aan elkaar te knopen. Je kunt immers niet tot in de eeuwigheid daar blijven rondvaren met al je dure fregatten.’

De effecten van het dumpen van gif of illegale visserij op de Somalische samenleving zijn in Brussel wel degelijk onderwerp van gesprek, zegt hij. ‘Piraten rechtvaardigen hun piraterij door te zeggen dat het Westen de zee vervuilt en leegvist. Dat onderzoeken we natuurlijk. De EU-organisatie Mare heeft een tweetal monitoringssystemen opgezet: Smart Fish 1 en 2. Via een plotsysteem kan zo bijgehouden worden welke schepen waar zijn. De Somalische overheid heeft echter geen structuur en geen middelen om te handhaven, dat is het probleem.’

Het mandaat van de vlooteenheden is het resultaat van een unaniem besluit van de 28 EU-landen samen. Volgens dat mandaat is er voor schepen van de EU-missie Atalanta geen reden tot ingrijpen als ze niet aan piraterij gerelateerde maritieme criminaliteit, zoals dumping of illegale visserij, signaleren. Dat is een taak van Somalische politiediensten – die volgens de EU door de federale Somalische regering in Mogadishu aangestuurd moeten worden. Europa wil om die reden dan ook niet samenwerken met regionale eenheden als de Puntland Maritime Police Force. De keuze van de EU om exclusief de centrale macht in Mogadishu te steunen, is een politieke, zegt Van der Linde: ‘De lidstaten willen niet dat deelstaten in Somalië machtiger worden dan de centrale regering.’

Door deze politieke keuze kunnen de wateren rond Somalië nog steeds als dumpplek gebruikt worden. Of als schier onuitputtelijke bron van vis voor de Europese markt. En dat is precies de realiteit die marineman Marten Meijer graag op tafel wil hebben. De voorwaarde van unanimiteit bij het gemeenschappelijke EU-buitenland- en veiligheidsbeleid staat een krachtdadig optreden in Somalië in de weg, zegt hij. Individuele lidstaten kunnen het mandaat van een gezamenlijke missie als Atalanta blijven torpederen tot het strookt met hun eigen belangen. ‘Er bestaan dubbele agenda’s. Als de marine vanwege politieke keuzes niks mag ondernemen tegen maritieme criminaliteit, dan kan zo’n vissersschip dat stiekem aan het vissen is bij Somalië gewoon via het Suezkanaal naar Spanje varen om te gaan lossen, zodat de Spanjaarden lekker hun paella kunnen blijven eten. Op die manier wordt het piraterijprobleem in de zeeën rond Somalië natuurlijk nooit structureel opgelost.’

Het huidige cordon sanitaire om het land heen om de internationale scheepvaartroutes veilig te stellen, heeft op de lange termijn geen enkele zin, benadrukt Meijer: ‘Op dit moment is de boodschap van de internationale gemeenschap: als je rotzooi hebt, kun je altijd naar Somalië varen om het te dumpen. Dit is een probleem van de gehele internationale rechtsorde. Een rechtsorde die er dus eigenlijk, en dat is de verborgen agenda die ik op tafel wil hebben, nog steeds belang bij heeft om Somalië als failed state in stand te houden.’


Missies tegen piraterij

In 2008 nam de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een aantal resoluties aan die de bestrijding van de toenemende piraterij voor de Somalische kust mogelijk maakten. Naast de EU-missie Atalanta (sinds 2008) en de Navo-missie Ocean Shield (sinds 2009) zijn rond de Hoorn van Afrika ook de door de VS geleide Combined Maritime Forces (CMF) aanwezig. Rusland, India en China hebben eigen marines gestuurd om hun vrachtschepen te beschermen tegen aanvallen van piraten. De Navo, de EU en de CMF-missies coördineren hun acties nauwer en nemen het grootste deel van de beschermingstaken op zich.


Beeld: Gevangen piraten op een vissersboot op de Arabische Zee.