Een prins met helm

Het inzetten van zware wapens bij vredesoperaties heeft de zegen van de kroonprins. Volgens de toekomstige opperbevelhebber van de Nederlandse krijgsmacht ‘zijn zware wapens en een bereidheid geweld te gebruiken onmisbaar bij operaties waarbij vrede tot stand gebracht moet worden en een staat (opnieuw) opgebouwd moet worden’. Dat zei prins Willem-Alexander afgelopen week in Sint-Petersburg, waar hij een internationaal congres van veiligheidsexperts toesprak.

Was Willem-Alexanders uitspraak misschien een sneer naar het parlement, dat akkoord ging met het sturen van licht bewapende eenheden van de Luchtmobiele Brigade naar Srebrenica? Na al zijn krijgsmachtstages moet de kroonprins toch weten dat Dutchbat in dat onverdedigbare dal sowieso een verzameling bewegende schietschijfjes was. Willem-Alexanders uitspraak vestigt in ieder geval de aandacht op een merkwaardig probleem, al besteedt hij er in zijn rede geen aandacht aan: het failliet van gewapende vredesoperaties en desondanks de permanente bereidheid van Nederland troepen voor zulke missies te leveren. Een zwaar op de schatkist drukkende Pavlov-reactie met louter post traumatic stress disorder als resultaat. Er zit weer een vredesoperatie aan te komen. Mocht er straks een akkoord worden gesloten tussen de delegaties van Servië en de Kosovo-Albanezen dat voorziet in een vredesmacht, dan levert Nederland een artillerie-eenheid (zware wapens!), meldde minister van Defensie De Grave. Wat is dat eigenlijk voor iets raars, het sturen van gewapende soldaten omwille van de vrede? Sinds jaar en dag worden legers over de grenzen gestuurd om ‘rust en vrede’ te brengen. In het begeleidende persbericht bij de inscheping van Nederlandse troepen voor Indonesië en Amerikaanse troepen voor Vietnam stond heus niet dat ze gingen om 'oorlog te voeren’. En de Golfoorlog werd keurig gepresenteerd als een bevrijdingsoorlog. Natuurlijk, sinds het einde van de Koude Oorlog sturen de Verenigde Staten hun GI’s niet meer om het communisme te bevechten. Tegenwoordig proberen de Verenigde Naties, en in toenemende mate Ecomog en de Navo (omdat een VN-mandaat zo 'lastig’ is) serieus de vrede te handhaven met behulp van bewapende eenheden. Maar het werkt niet. De oudste vredesmissie, de Unficyp, sinds 1964 op Cyprus, kon niet voorkomen dat burgers door het Turkse leger werden doodgeschoten. Unifil in Libanon liep uit op een bloedbad onder Amerikaanse mariniers, in Somalië werden 18.000 Amerikaanse vredestroepen verjaagd door 800 stadsguerrilla’s van militieleider Aïdid, Unprofor in Bosnië werd gegijzeld, het huidige Sfor (onder Navo-vlag) bewaakt er in feite de etnische scheiding, de oorlog in Cambodja ging gewoon door toen de vredestroepen verdwenen, in Angola zijn al tweemaal vredesmissies afgebroken en in Albanië durfde de internationale gemeenschap niet doortastend op te treden uit vrees voor hoge aantallen bodybags. Als militaire redenen de peacekeepers niet de das om doen, dan wel politieke. China’s veto tegen de VN-waarnemers in Macedonië (de enige succesvolle vredesoperatie) kan worden omzeild door de missie door te laten gaan onder Navo-vlag. Maar de opmerking van de Serviërs dat Macedonië wordt aangevallen als Navo-troepen vandaaruit Kosovo binnentrekken, moet zeer serieus worden genomen. Vredestroepen als mogelijke oorzaak van een conventionele oorlog, kan het gekker? Waarom het zo vaak misloopt, is simpel. Een bewapend leger lokt altijd geweld uit. Er is altijd wel één partij die meent dat de vredesmacht tegen haar gericht is. Een Amerikaanse denktank wond er vorige week geen doekjes om in haar openbare advies aan minister van Buitenlandse Zaken Albright: stuur géén troepen naar Kosovo, want een leger is er om andere legers te vernietigen, níet om de vrede te handhaven. Albright smelled the coffee. Haar beleid lijkt er vooral op gericht om de 'agressor’ Servië militair uit te schakelen. Ook dát kan tot vrede leiden, maar niet zonder veel slachtoffers. De toekomstige opperbevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten is dit inzicht nog niet gegeven. Hij hield het in zijn rede op de inzet van zware wapens en het zelfverspreidend vermogen van de democratie. Met één relativering: 'Als historicus echter ben ik me bewust van het gevaar in het verleden geleerde lessen als blauwàdrukken voor toekomstig beleid te beschouwen.’ De prins hield even de adem in. Bíjna had hij blauwhelmen gezegd.