Economie

Een profijtelijke crisis

Sommige zaken veranderen nooit in de Europese Unie. Bijvoorbeeld de manier waarop Europa telkens weer, tegen alle verwachtingen in, een stap zet richting eenwording. Er is altijd een crisis voor nodig. Er zijn buitenstaanders nodig die in die crisis alle reden zien om het Europese experiment failliet te verklaren. En er zijn een Duitser en een Fransman voor nodig, die de precaire situatie in één handige politieke manoeuvre weten om te draaien in een nieuwe kans voor Europa.
De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in 1952, de totstandkoming van de interne markt in 1992, en de invoering van de euro in 1999, allemaal uit crisis geboren na een onderonsje tussen Fransen en Duitsers.
Misschien kan ook 2010 aan dat lijstje worden toegevoegd. Want ook uit de crisis in Griekenland, waar de staatsfinanciën totaal uit de rails zijn gelopen, lijkt iets moois te groeien. Zondag opperde de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble het idee om een Europees Monetair Fonds op te richten, naar analogie van het IMF, waartoe eurolanden in betalingsproblemen zich voor financiële hulp kunnen wenden. Zo'n EMF zou helemaal in het straatje passen van de Fransen, die al sinds de invoering van de euro - en eigenlijk ook al daarvoor - pleiten voor verdergaande economische integratie in Europa. Dat Schäuble het idee nu steunt, kan dan ook worden gezien als een handreiking aan de Fransen.
Tot nu toe voeren de Duitsers een andere koers. Een Europees reddingsfonds voor landen in betalingsproblemen was niet nodig, want we hadden het Stabiliteitspact, dat dergelijke problemen juist moest voorkomen. Een land dat de uitgaven uit de hand liet lopen zou volgens de regels van het Stabiliteitspact stevig worden aangepakt door de Europese Commissie en de andere EU-lidstaten. Eerst waren er een aantal openbare schrobberingen, en uiteindelijk kon aan zich misdragende eurolanden zelfs flinke boetes worden opgelegd. Zo zou het pact de Europese landen in het gareel houden.
Toegeven dat er naast preventieve maatregelen ook een crisisplan voor Europa klaar moest liggen, daar wilde Duitsland niet aan. Voor je het weet zouden landen als Griekenland en Italië zo'n crisisplan gaan beschouwen als een uitnodiging om de begroting in het honderd te laten lopen. Discipline in Europa krijg je alleen met de harde hand, vonden de Duitsers (en ook de Nederlanders). Zachte heelmeesters maken stinkende begrotingen.
De aversie van de noordelijke eurolanden tegen de mogelijkheid van een redding van het zuiden was zelfs zo groot dat er in het Europese Verdrag een bepaling werd opgenomen waarin hulp aan landen in financiële nood expliciet werd verboden. Al was er ook een andere bepaling waarin - geheel volgens de traditionele dubbelhartigheid van de Europese politiek - de deur van noodhulp weer op een kier werd gezet.
De Duitse en Nederlandse benadering heeft gefaald. De regels van het Stabiliteitspact bleken uiteindelijk niet hard en afdwingbaar genoeg. Zeker nadat nota bene Duitsland in 2002 zelf de regels overtrad en daar van de rest van de EU mee weg mocht komen. De Grieken logen Brussel tien jaar lang voor over hun tekorten en schulden. Ook landen als Italië en België slaagden er niet in hun staatsschuld onder controle te krijgen. En toen de kredietcrisis uitbrak belandden alle eurolanden aan de verkeerde kant van de streep.
Vriend en vijand zien inmiddels in dat het pact alleen niet genoeg is. Maar zomaar hulpgelden sturen naar notoire overtreders als Griekenland is ook niet acceptabel. Het voorgestelde EMF is een mooie tussenweg. Landen in problemen kunnen erbij aankloppen voor hulp, maar krijgen die slechts onder harde, vooraf omschreven voorwaarden. Griekenland moet door het stof, maar gaat niet failliet. Via het EMF krijgen de eurolanden weer meer grip op elkaars begrotingsbeleid. Het is een logische stap in de Europese integratie.
Dat is misschien wel het mooiste van het plan van Schäuble. Terwijl overal in Europa een onaangename afkeer van Europese samenwerking de kop opsteekt en anti-Europese populisten de wind in de zeilen hebben, duwen de Duitsers en Fransen Europa toch weer gewoon verder op het pad van eenwording. Niet vanuit een bevlogen ideaal, maar uit pragmatisch realisme en welbegrepen eigenbelang. De honden blaffen, maar de karavaan trekt verder.