Worstelende wetenschap #14

Een promovenda ontmaskerde een fraudeur. Dit is het verhaal van hun hoogleraar

In vorige aflevering van deze serie een promovenda die een frauderende collega ontmaskerde. Dit keer dezelfde zaak vanuit een ander perspectief – dat van promotor Leon Mullenders.

‘Het is niet het meest prettige gesprek dat ik ooit gevoerd heb, maar ik zie er wel de noodzaak van in.’ Leon Mullenders staat op. We hebben zojuist ruim een uur gesproken over de zaak die de laatste fase van zijn wetenschappelijke carrière in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) een ander einde gaf dan hij voor ogen had. De zaak die vanuit een ander perspectief, dat van de promovenda die het balletje aan het rollen bracht, vorige week in deze serie werd belicht.

Maria Fousteri, daar gaat het over, een getalenteerde Griekse onderzoeker die Mullenders aan het begin van deze eeuw als postdoctoraal onderzoeker naar Leiden haalde en daarna de mogelijkheid gaf een subgroep in zijn onderzoeksgroep op te bouwen. Het was deze Fousteri die, zo concludeerde in 2016 de integriteitscommissie van het LUMC, aantoonbaar fraude had gepleegd bij haar onderzoek naar de reparatie van DNA-schade in cellen.

In het rapport werd ook Mullenders niet gespaard. De cultuur in de sectie waar Fousteri werkte zou te weinig gericht zijn op wetenschappelijke integriteit en een kritische houding niet genoeg hebben aangemoedigd. Mullenders benadrukt dat deze kritiek alleen op Fousteri betrekking heeft, en dat er verder in zijn lab in al die jaren voorzover bekend nooit fraude is gepleegd.

Het was onder meer vanwege deze verwijten dat Mullenders na lang twijfelen besloot in te gaan op het verzoek tot een gesprek voor deze blogreeks. Hij regelde er een zaaltje voor in het onderwijsgebouw, naast het LUMC. Mullenders, een kleine man, met diepliggende ogen en een licht Limburgs accent, begint bedachtzaam formulerend uit te leggen waarom hij toch zijn verhaal wilde doen: ‘Er is consensus dat er gefraudeerd is, maar waar geen consensus over is, is of dat impact heeft gehad op de conclusies van de artikelen die zijn gepubliceerd. Daar heeft de Leidse commissie namelijk geen uitspraken over gedaan. Daarom hebben andere instituten die betrokken waren bij de betreffende artikelen onafhankelijke onderzoeken gestart die deze vraag wel moeten beantwoorden.’

Ook op de gebeurtenissen vanaf 2011 werpt hij een iets ander licht: ‘Op het moment dat Saskia (Vorstenbosch, de promovenda – red.) bij me aanklopte vanwege de manipulaties was ze bezig met het schrijven van een artikel dat zo baanbrekend was dat het goed genoeg was voor het prestigieuze tijdschrift Nature. Zij zou de eerste auteur worden van die paper, Maria de laatste.’

Als Vorstenbosch vervolgens vertelt dat ze de onderzoeksgegevens waar ze al maanden mee werkt niet meer vertrouwt, is Mullenders hoogst verbaasd. ‘Waarom ze daar nooit eerder mee gekomen is, is mij altijd onduidelijk gebleven’, zegt hij.

Wanneer de twee Maria Fousteri confronteren met hun ontdekking ontstaat een heftige ethische discussie over wat wel en niet door de beugel kan. ‘Fousteri ontkende niet dat er gemanipuleerd was met de nog niet gepubliceerde resultaten, maar ze bekende ook niet. Volgens haar zouden de manipulaties zijn uitgevoerd door een student die onder haar werkte. Dat hebben we nooit geloofd.’

Na dat gesprek zit Mullenders met een dilemma. Hij heeft Fousteri voorgesteld spreker te zijn op een belangrijk congres over DNA-reparatie dat hij mede organiseerde. ‘Op de vergadering voor dat congres werd erop aangedrongen dat zij van de lijst werd geschrapt, maar dat besloot ik niet te doen. Ik wilde hoor en wederhoor.’

Mullenders besluit wel direct de mentorconstructie die hij heeft opgezet stop te zetten. Het budget dat hij voor haar had vrijgemaakt, schrapt hij. Hij besluit bovendien de zaak een tijdje te laten rusten. Nooit eerder is zijn vertrouwen in de wetenschap zo geschaad geweest. En juist door iemand met wie hij zo’n goede band had. Mullenders: ‘Ze had haar vader jong verloren, ze beschouwde mij als een soort praatpaal voor persoonlijke zaken. Dus het kostte me enige tijd om de zaken op een rijtje te krijgen. En ik wilde ook weten wat er nou eigenlijk precies waar was en wat niet waar was.’

Mullenders licht alle andere samenwerkende onderzoeksgroepen in. Hij voert een gesprek met de divisiebestuurder, die hem adviseert naar de decaan te gaan. De drijvende kracht achter meerdere van deze acties is Saskia Vorstenbosch, erkent Mullenders – hij wil niet te hard van stapel lopen, ook omdat de procedures dit nu eenmaal vergen. ‘Gezien de ernst van de zaak, om iemand meteen aan het kruis te nagelen, dat is nogal wat, ja.’

Uiteindelijk komen er twee LUMC-commissies aan te pas. De eerste concludeert dat er geen uitsluitsel is over wie de fraude heeft gepleegd en hoe omvangrijk die is. De tweede gaat grondiger te werk. Fousteri maakt nog bezwaar tegen de oorspronkelijke conclusie dat ze ‘serieuze fraude’ zou hebben gepleegd. In de uiteindelijke versie die in 2016 openbaar wordt, zijn de namen van de betrokkenen en van de onderzoeksgroep zwart gemaakt en is het woord ‘serieuze’ verdwenen, maar nog altijd liegen de conclusies er niet om: de fraude is aangetoond, de commissie adviseert meerdere artikelen terug te trekken.

Bij één van die artikelen, de oorspronkelijke publicatie uit 2006, is Mullenders de laatste auteur, bij andere zijn dat Britse collega’s, van de Universiteit van Sussex. Die universiteit laat tegenover een Duitse journalist weten een eigen onafhankelijk onderzoek te zijn gestart, en de conclusies dus niet zonder meer overneemt.

Zoals gezegd laat de commissie zich kritisch uit over de cultuur binnen de onderzoeksgroep van Mullenders, omdat er in de subgroep van Fousteri ‘geen uniforme manieren waren om de integriteit van onderzoekers te borgen’, wat zich onder meer zou hebben geuit in het feit dat er geen labjournaals vindbaar waren van Fousteri. In labjournaals houden wetenschappers hun dagelijkse werkzaamheden bij. ‘De commissie vond dat ik daar verantwoordelijk voor was, als hoofd van de afdeling. Maar we werkten niet anders dan andere labs. Vervolgens als het mis gaat, dan wordt erop gewezen dat het niet deugt. Wij opereerden op basis van vertrouwen. Wanneer de grondhouding er een is van wantrouwen kan er nooit een goede werkrelatie ontstaan. Overigens meldde de landelijke integriteitscommissie van de KNAW in haar eindverslag wel degelijk dat wettelijk alleen de onderzoeker zelf de verantwoordelijkheid heeft voor haar handelen.’

Mullenders wijt het feit dat Fousteri zo kon rommelen voor een deel aan de veranderde manier waarop wetenschappelijke resultaten worden weergegeven. Er zitten veel meer stappen tussen de eerste meting en dat wat een onderzoeker tijdens een werkbespreking aan zijn of haar collega’s toont – stappen waarin deze onderzoeker ongezien kan manipuleren.

Mullenders wil Fousteri niet verdedigen, zegt hij. ‘Het siert haar bijvoorbeeld niet dat ze nooit haar excuses heeft aangeboden. Maar of de onderzoeksresultaten ook echt gefabriceerd zijn, of alleen mooier gemaakt, daarin verschillen Saskia en ik echt van conclusie.’ Nog altijd kan Mullenders niet goed begrijpen waarom ze zo gehandeld heeft, met name in het artikel uit 2006. ‘Iemand die slim is, die ziet meteen dat dit leidt tot vragen.’

Vindt Mullenders het niet onbevredigend dat er nog altijd niets is gebeurd met de artikelen? Geen terugtrekking, geen correctie? ‘De belangrijkste vraag is of de manipulaties het terugtrekken van de artikelen rechtvaardigen. De andere universiteiten zijn hun eigen onafhankelijke onderzoeken gestart, gericht op de vraag of de waarheid daadwerkelijk is aangetast. Het tijdschrift zal beslissen wat er moet gebeuren op basis van alle informatie die er is. Dat hebben ze nog niet gedaan.’

Mullenders is niet langer het hoofd van de afdeling waarin Fousteri werkte. Dit is vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en niet vanwege de fraudezaak, benadrukt hij. ‘Ik ben nog zijdelings betrokken bij enkele laatste onderzoeken. Maar ik draag geen verantwoordelijkheden meer.’

Met Fousteri heeft hij al een tijdje geen contact gehad. Ze werkt nog in Griekenland, maar Mullenders vraagt zich af hoezeer ze nu echt haar carrière heeft kunnen voortzetten. ‘Ze was de gevierde prinses omdat zij een grote Europese beurs binnenhaalde. Maar ze heeft sinds het rapport verscheen niks meer gepubliceerd. Dat is ook een teken aan de wand.’

Uiteraard heb ik ook geprobeerd het verhaal van de fraudeur zelf, Maria Fousteri, aan dit tweeluik toe te voegen. Wat dreef haar? Hoe ver over de schreef vindt ze zelf dat ze ging? Hoe kijkt ze terug op het gebeurde, hoe voelt ze zich behandeld? Ik stuurde haar meerdere verzoeken. Op het tweede mailt ze het volgende:

‘Zoals u zich kunt voorstellen, ongeacht of het onderzoek van de Universiteit Leiden onpartijdig is uitgevoerd of niet, heeft dit probleem en de manier waarop het door de Universiteit Leiden werd meegedeeld nadelige gevolgen gehad voor mijn carrière en mijn betrouwbaarheid als wetenschapper, maar belangrijker voor mijn gezondheid, mijn familie en mijn persoonlijke geluk. Om deze redenen heb ik besloten niet meer te communiceren over deze problemen.’

Als ik haar enkele weken later laat weten met Saskia Vorstenbosch en Leon Mullenders gesproken te hebben, en haar nogmaals aanbied haar kant van het verhaal te vertellen, mailt ze: ‘Bedankt dat je me laat weten van Saskia en Leon en dat je me nogmaals de gelegenheid geeft om mijn kant van het verhaal te delen. Desondanks ben ik niet van gedachten veranderd.’


Tips en reacties via devrieze@groene.nl. Hier vind je de Facebook-pagina. En discussieer mee via de Facebook-groep Worstelende Wetenschap.