POPMUZIEK: Sound City

Een Ramone op speed

Dave Grohl blijkt meer en meer de Quentin Tarantino van de rockmuziek. Hij is eerst en vooral de maker, in zijn geval van harde rock, vroeger als drummer van Nirvana en al jaren als zanger/gitarist van de Foo Fighters. Maar bijna net zo nadrukkelijk is hij de zingende fan, die nooit zal ontkennen dat hij vooral de optelsom is van al zijn voorbeelden. En net als Tarantino blijkt hij de man die er genoegen in schept zijn oude helden af te stoffen en ze opnieuw in de schijnwerpers te zetten.

Grohl heeft nu zijn eerste film geregisseerd: een documentaire over de legendarische Sound City-studio in Los Angeles, waar sinds de oprichting in 1969 gedurende decennia klassieke albums zijn opgenomen, van After the Gold Rush van Neil Young (1970) tot Nevermind van Nirvana (1991). In zijn film probeert Grohl aan de hand van interviews met artiesten die er albums hebben opgenomen de ziel van de studio te vangen, en die blijkt grofweg terug te voeren op de ouderwetse techniek ervan, en daardoor de noodzaak van menselijke inzet. De film ademt een romantisch verlangen naar de tijd voor de knip-en-plaktechniek van ProTools, een tijd waarin muzikanten in de studio nog oogcontact moesten hebben.

Vervolgens ging Grohl verder: met die indrukwekkende lijst muzikanten nam hij een volledig album op, met alleen maar nieuwe nummers, en uiteraard opgenomen op de manier waarvoor in de film de liefde wordt betuigd. Op record drukken en aftikken.

Het resultaat is een album dat van het eerste tot het tiende nummer rockt, in de eveneens klassieke zin van het woord. Het enige rustige nummer is het slot, waarin Trent Reznor (Nine Inch Nails) wordt begeleid door alleen John Homme (Queens of the Stone Age) en Grohl zelf. Het aanstekelijke van het album is dat het speelplezier er vanaf spat. Met wie Grohl ook in de studio stond: het klinkt alsof ze elkaar grijnzend stonden aan te kijken. Rick Springfield, in de jaren tachtig met name in de Verenigde Staten goed voor bijna twintig hits, klinkt live altijd fel en gedreven, maar zijn studiowerk is, op enkele uitzonderingen na, behoorlijk glad geproduceerd. Maar dus niet wanneer Dave Grohl en zijn band hem begeleiden, en Grohl zelf achter de knoppen zit. Fraai is ook dat Springfield in de tekst van The Man That Never Was teruggrijpt op de gespreksonderwerpen in de documentaire. Stevie Nicks (Fleetwood Mac) doet datzelfde, en haar ijzingwekkende stem in You Can’t Fix This is een van de andere hoogtepunten. Op papier leek de samenwerking tussen Paul McCartney en alle nog levende leden van Nirvana hét nummer te worden, maar dat is het zeker niet. Die eer komt toe aan Lee Ving, zanger en enig origineel bandlid van Fear. Bij het grote publiek onbekend, deze punkband uit LA, maar met name in het begin van de jaren tachtig zeer invloedrijk, zeker na een roemrucht optreden in televisieprogramma Saturday Night Live waar ze het New Yorkse studiopubliek op de kast kregen met nummer als New York’s Alright If You Like Saxophones.

Ving, net als Springfield en Nicks inmiddels een zestiger, heeft met Grohl een werkelijk maniakaal rocknummer geschreven. Your Wife Is Calling heet het, en nadat Ving heeft afgeteld als een Ramone op speed volgt de maximale hoeveelheid energie die vijf muzikanten in exact tweehonderd seconden kwijt kunnen. Het meest opwindende rocknummer in tijden, gezongen door een verloren gewaande, bijna bejaarde punkzanger: Grohl had zijn punt niet overtuigender kunnen maken.

Sound City, Real to Reel, label: Sony Music